Sinds eind vorige maand ruimt de ontmijningsdienst Dovo in het Henegouwse Attre de grootste munitiedump die ooit in België werd gevonden. ,,Het grootste gevaar is routine.”
Dat hier aan de spoorweg tussen Chièvres en Gislenghien iets in de grond zat, wisten ze bij Dovo al langer. Maar de werkelijke omvang van de dump was uiteindelijk toch een enorme verrassing. Acht ontmijners hebben nog zeker tot oktober werk. Het terrein stond al een tijdje op de todolijst van Dovo, maar de sanering werd ineens dringend toen bleek dat het gastransportbedrijf Fluxus net hier een leiding had gepland, toevallig op maar een paar kilometers van de plaats waar in 2004 een gasontploffing aan 24 mensen het leven kostte. Commandant Jan Savelkoels schat dat zo’n 350 ton gewone bommen en gifgasgranaten op maar enkele meters diepte in de Henegouwse ondergrond zitten, veilig beschermd onder een laag beton. ,,Er zijn waarschijnlijk tientallen van die dumps, verspreid over heel België”, zegt Savelkoels. Om een idee te geven van de omvang van deze dump: 350 ton oorlogsmunitie is wat Dovo doorgaans in een heel jaar ophaalt in heel België.De Dovo-baas gaat ons voor naar een met een aarden dam afgezoomde akker, waar een graafmachine van de genie de rechte grachten vol obussen blootlegt. De opgegraven bommen worden afgespoeld en gesorteerd door gespecialiseerde ontmijners. De toxische munitie gaat naar de vernietigingsinstallatie in Poelkapelle, de gewone munitie naar Meerdaal bij Leuven. Wat echt niet meer veilig getransporteerd kan worden, blijft ter plaatse om hier vernietigd te worden. In speciale kisten ligt de gesorteerde munitie keurig op een rij. Ze wordt afgedekt met zandzakjes en is klaar om in de klaarstaande legervrachtwagen geladen te worden.Vier geniesoldaten die de machines bedienen en acht ontmijners die de obussen manipuleren en sorteren, beginnen om zes uur ‘s morgens en ruimen dagelijks 4 à 5 ton munitie. De timing is volledig afgestemd op de verwachte verkeersdrukte. Ruim voor de files vertrekt elke dag een transport naar de depots van Poelkapelle en Meerdaal. ,,Tijdens het transport zijn we er voor 99,9 procent zeker van dat er niets kan gebeuren”, zegt Jan Savelkoels. ,,Om te beginnen laten we geen munitie vertrekken die niet veilig getransporteerd kan worden. Voorts volgen we bepaalde routes binnen bepaalde tijdslimieten om de files te vermijden. U begrijpt dat we zo’n vrachtwagen niet op de Brusselse ring willen laten stilstaan.”
Sinds 1999 draait de ontmantelingsinstallatie in Poelkapelle op volle toeren. Mogelijk toxische granaten worden er doorgelicht, waarna de giftige lading wordt verwijderd en de granaat vernietigd. ,,We zitten één jaar voor op ons programma en kunnen dus probleemloos de toevloed van Attre verwerken”, zegt Savelkoels tevreden.
Na de twee wereldoorlogen werd niet-ontploft oorlogstuig massaal begraven of in zee gedumpt. Lange tijd heerste de overtuiging dat begraven munitie vooral niet mocht worden aangeroerd, legt Savelkoels uit. ,,Maar we hebben vastgesteld dat die munitie steeds gevaarlijker wordt. Nu zeggen we: hoe sneller we ze eruit halen, hoe beter.”
Savelkoels wijst naar de ontstekers die in zamac zijn gemaakt, een minderwaardige metaallegering die de tand des tijds niet goed doorstaat. Veel ontstekers zijn bijna volledig weggevreten, en daarmee verdwijnt ook de veiligheid die een explosie kan voorkomen. ,,We vinden hier Duitse artilleriemunitie in zowat alle formaten”, doceert Savelkoels. ,,Wat gifgas betreft, vinden we de drie families: het verstikkende fosgeen, het irriterende arseen en het blaartrekkende yperiet – het mosterdgas. We weten het niet zeker, maar we schatten dat de gifgasgranaten ongeveer zes procent van het geheel uitmaken, dat is het normale cijfer. Er is geen gevaar voor de omwonenden, alleen voor de militairen die hier werken. Als een obus begint te lekken, ga je niet direct dood. Daar hebben we gasmaskers voor. Anders is het als een van de ontmijners een obus zou laten vallen, en die ontploft. Daar kun je je niet tegen beschermen. Maar ja, daar worden we voor betaald.” (lacht)
,,Het grootste gevaar bij een lang durende klus als deze is routine. Geregeld worden de ontmijners daarom geroteerd.” Op een kaart in de commandocontainer staan de windrichting en de windkracht van de dag aangegeven, om te weten wat te doen als er toch iets misloopt.
Dat er in het onooglijke Attre zo gigantisch veel munitie ligt, is het gevolg van een geslaagde sabotagepoging in het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog. Geïnformeerd door de Henegouwse abt en verzetsheld Liévin-Joseph Thésin, lieten Engelse soldaten of partizanen op 9 maart 1918 het Duitse depot van Mévergnies-Attre in de lucht vliegen. Wat overbleef van de munitie, die bestemd was voor het front aan de IJzer, werd na de oorlog ingegraven door de Service de destruction du matérieldie, in tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden, niet in staat bleek om de enorme hoeveelheid munitie te vernietigen. Vandaar de beslissing om de obussen in te graven en onder een laag beton te bedekken.
De dumpplaats werd opgekocht door de Belgische staat en uitgeroepen tot militair domein. Gaandeweg verdwenen de borden met ‘Toegang verboden’. Een landbouwer en een schroothandelaar palmden het terrein in. Toen er steeds meer aanvragen kwamen om munitie te komen ruimen, stelde Dovo een grondiger onderzoek in. Met het bekende gevolg: eerst werd één gracht blootgelegd, daarna steeds meer.
Pas toen de werkzaamheden begonnen waren, bleek dat er een plan uit 1954 bestond waarop de grachten vol munitie in kaart werden gebracht. Sterker nog, vertelt Savelkoels: ,,Toen we hier begonnen, wisten we niet dat de ontmijningsdienst in 1954 al een poging had ondernomen om de munitie te ontgraven en te neutraliseren. Zij hebben er meer dan 100 ton uitgehaald, maar na een ongeluk zijn ze gestopt. Ook toen had men nog niet de juiste middelen om de obussen op te graven: dat moest allemaal nog met de hand.”
De archieven van Dovo werden nog eens uitgepluisd. Het dossier bleek niet onder de deelgemeente Attre, maar onder Brugelette te zijn opgeborgen. Is dat allemaal niet erg slordig? ,,Je mag dat niet met de normen van vandaag bekijken”, zegt Savelkoels. Dovo is verhuisd van Duisburg naar Heverlee en vervolgens naar Meerdaal. Telkens raken er archiefstukken zoek, dat is normaal. Mensen praatten nog wel over de werkzaamheden van 1954, maar gaandeweg werd dat vergeten. We hebben geleerd uit de fouten van het verleden en we beschikken nu ook over betere middelen. Nu leggen we de GPS-coördinaten vast van een gebied dat we hebben onderzocht. En als we vandaag informatie krijgen over de ligging van een depot, checken we het en brengen we het in kaart.”
Verschenen in De Standaard, 26/5/2006