‘Dromen is mijn beroep, maar ik doe het alleen in mijn verhalen’

Een tijdje geleden mocht ik onze toen nog niet voor een Oscar genomineerde Vlaamse belofte interviewen voor Prime magazine. Leuk om de tekst nog eens te herlezen, vind ik.

Michaêl R. Roskam loopt het droomparcours van een debuterend regisseur: hij reist de wereld rond om overal op festivals prijzen in ontvangst te nemen voor Rundskop, en zijn film wordt de Belgische inzending voor de Oscars.

Hoeveel internationale prijzen heb je ondertussen al gewonnen? Wat was de leukste?
Ik denk dat we ondertussen een tiental prijzen hebben weggekaapt. Alle prijzen zijn leuk om te winnen, maar qua sfeer was het Austin Fantastic Fest het zotste. Zoals wel meer festivals voor de fantastische film hebben zij nu ook een competitie voor edgy drama, misdaad en film noir. Veel fantasyliefhebbers zijn volwassen geworden en hebben nu ook een bredere cinefiele smaak.
Wat is de volgende stap? Zie je jezelf al zitten op de Oscar-ceremonie?
Toch niet. Dromen is mijn beroep, maar ik doe het alleen in mijn verhalen. Ik ben in de promotiecarrousel gestapt en vind dat heel tof. We hebben een distributeur in de VS en die wil natuurlijk zijn kansen verzilveren mochten we effectief genomineerd worden. Met een publicist proberen we te lobbyen bij de Academy Members in een poging om het verschil te maken.
Heb je tijd om aan een volgende film te denken?
Ik probeer het. In de zomervakantie heb ik zitten schrijven, en onlangs had ik nog een paar weken tijd. Vanaf januari wil ik een punt zetten achter de festivals en me 100% aan mijn volgende film wijden. Het succes van Rundskop zet druk op de ketel, maar dat vind ik net goed. Ik heb het gevoel dat ik nog heel veel groeimarge heb, dat Rundskop nog maar een begin was.

Onze ministers: zakkenvullers of armoezaaiers?

Hoe wordt het loon van onze ministers eigenlijk bepaald? En hoe doen ze het in vergelijking met de privé en met hun buitenlandse collega’s?

De plechtig beloofde loonsverlaging van onze excellenties – zie alle voorpagina”s vorige week – komt er dan toch.

Thomas Mels, woordvoerder van de eerste minister, is formeel: ”Die 5 procent gaat af van de lonen én van de onkostenvergoedingen.” De eerste keer dat we hem belden, luidde dat nog anders. Maar dat is dan bij deze rechgezet.

Elio Di Rupo houdt maandelijks zo 10.921,14 euro netto over. Dat is 5 procent (556,28 euro) minder dan wat Yves Leterme verdiende als premier. Een staatssecretaris zal het met 10.184,64 euro netto moeten zien te rooien: 517,51 euro minder dan onder Yves Leterme.

De Staatsraad

Maar waarom is het loon van onze excellenties eigenlijk wat het is? Tijd voor een korte geschiedenisles met Herman Matthijs, professor politieke en openbare financiën (VUB en UGent). ”Ministers kregen aanvankelijk gewoon hun parlementswedde doorbetaald. In de periode vóór WOII werd minister steeds meer een voltijdse job. Daarom leek het alleen maar fair hen een aanvullend loon te betalen, bovenop dat van de parlementsleden die maar één keer per week moesten komen stemmen.” Het vaststellen van het loon was aanvankelijk nattevingerwerk, maar tegenwoordig zijn de lonen van parlementsleden gerelateerd aan het loon van een Staadsraad, een rechter bij de Raad van State. Ook in het Vlaamse Parlement luidt de regel dat ‘het brutobedrag van de parlementaire vergoeding wordt vastgesteld onder verwijzing naar het basissalaris van een Staatsraad.”

Een échte oplossing

”De afgelopen jaren heeft het parlement met de regelmaat van de klok de weddenschalen van een Staatsraad verhoogd”, merkt professor Mattthijs fijntjes op. ”Ze weten wel waarom.”

Herman Matthijs suggereert een oplossing die meer kan besparen dan de huidige symbolische besparing van amper 4 procent op de ministerinkomens. ”Je kan je afvragen waarom wij met de afgeslankte federale bevoegdheden nog zes staatssecretarissen nodig hebben. Ik denk dat we het zeker zouden kunnen rooien met minder regeringsleden op federaal en Brussels niveau.”

Politiek versus privé

In vergelijking met Jan Modaal verdienen ministers een mooie wedde, maar hun dagelijkse inzet en hun verantwoordelijkheid is wellicht ook een pak hoger. In vergelijking met directiefuncties in de privé komen onze ministers er bekaaid af. En is Di Rupo eigenlijk niet de ceo van de nv België, een bedrijf met een omzet van 369 miljard euro aan bbp, ook al torst het een forse schuldenlast? En zijn onze ministers niet zijn directiecomité? Hun loon verdwijnt nochtans in het niets bij dat van een Didier Bellens, topman van Belgacom, die volgens de laatst bekende cijfers meer dan tien keer meer verdient dan zijn voogdijminister.

2,3 miljoen euro/jaar

Bellens situeert zich met zijn all-in maandloon van 186.149 euro bruto weliswaar rond het gemiddelde van 2.275.183 euro dat gedelegeerd bestuurders van een groot beursgenoteerd Belgisch bedrijf jaarlijks verdienen, zo berekende Xavier Baeten van het Executive Remuneration Research Centre van de Vlerick Management School. Marc Coucke, ceo van Omega Pharma, verdient 3,7 keer meer per maand dan Elio Di Rupo. In vergelijking met hun collega’s in de privé zijn onze ministers dus armoezaaiers.

En in andere landen?

Misschien kan je ministerlonen best vergelijken met die in andere landen. Wat dat betreft, mogen de Belgische en Vlaamse ministers niet klagen. Zo ligt het brutojaarloon (met onkostenvergoeding) van Elio Di Rupo maar liefst 34 procent hoger dan dat van zijn Nederlandse ambtgenoot. Anderzijds doet Di Rupo het met zijn brutomaandloon van 16.902 een stuk minder goed dan de Duitse Angela Merkel die, onkostenvergoeding inbegrepen, 23.590 euro mee naar huis neemt.

Wat loon afgeven betreft, doet niemand het beter dan de Britse David Cameron, die recht had op 19.473 euro maar genoegen nam met 14.378 euro. De Franse president Nicolas Sarkozy – goed voor een dikke 20.000 euro per maand – volgt een andere denkpiste. Hij weigerde loon in te leveren. ”Dat wel doen, zou een ambigu signaal uitsturen dat de Fransen zou beangstigen”, legde een medewerker uit aan Le Figaro. ”Als we de lonen van de president en de premier laten zakken, zou dat betekenen dat we dat voor iedereen zouden gaan doen.”

Verschenen in Jobat op 14/7/12

‘Er bestaan geen slechte tijden op de beurs, alleen maar een slechte voorbereiding’

Dirk Vandycke, mede-oprichter van monest.net, leert mensen beleggen. Zo wil hij ze behoeden voor de fouten die hij zelf tien jaar geleden maakte en die hem een mooi herenhuis en circa 150.000 euro kostten.

Als beginnend belegger leerde u een harde les. Wat ging er fout?

‘Ik was vooral slecht voorbereid op wat ik deed. Via fondsen bij de bank maakte ik kennis met aandelen en later met opties. Die spraken me aan als ingenieur, want het is eigenlijk pure wiskunde. Alles ging geweldig, alleen was ik me er niet van bewust dat ik in een van de sterkste hausses van de laatste honderd jaar zat. Alles wat ik aanraakte, veranderde in goud. Dat is eigenlijk het ergste dat je als jonge belegger kan overkomen.’

Wat was beurstechnisch het probleem?

‘Met mijn optieposities gaf ik dekking aan aandelenposities. Van als die laatsten wegvielen, had ik geen borgstelling meer en eiste de bank dat ik de dekking zou aanzuiveren. Daar heb ik een mooi huis aan verloren en toen was er nog een flinke financiële put over. Het is niet echt een probleem om miljoenen te verliezen als je ze hebt. In mijn geval verloor ik meer dan ik bezat, waardoor ik me in de schulden werkte.’

Toch keerde u de beurs niet de rug toe.

‘Ik ben ervan overtuigd dat het leven voor 5% bestaat uit wat er op ons afkomt en voor 95% uit wat we ermee doen. Ik heb dan ook niet de neiging om de schuld van het fiasco bij iemand anders dan mezelf te leggen. Als je niet de volledige verantwoordelijkheid neemt voor wat je doet, moet je wegblijven van de beurs. Ik wou het een volgende keer beter doen en gelukkig werden mijn schulden door de bank omgezet in een lening.’

Wat zijn voor u de basisregels van goed beleggen?

‘Heel kort: de juiste hoeveelheid aandelen kopen, verliezers kortwieken en winnaars maximaliseren. Er bestaan geen slechte tijden op de beurs, alleen maar een slechte voorbereiding. De financiële sector staart zich blind op analyse: wat moet ik wanneer kopen? Waarom is mijn aandeel aan het zakken? De antwoorden daarop biedt de financiële industrie met plezier aan. Maar analyse is maar een heel klein stukje van de puzzel. Veel belangrijker is het verliezers klein te houden, met name door het gebruik van een stop-loss. Dat is wat Warren Buffett bedoelt met: “Don’t let a mistake turn into a problem.” Investeren gaat niet over gelijk krijgen, maar om berekend risico te nemen. Als het niet de goede kant uitgaat, kies dan eieren voor je geld. Maar niemand verbiedt je om een gedaald aandeel later terug in portefeuille te nemen.’

Met het idee van winnaars maximaliseren gaat u in tegen de mantra van de spreiding.

‘Het idee van spreiden komt van bankiers en institutionele beleggers. Een beetje vastgoed, een beetje goud, klassieke spaarformules en wat aandelen. Beleggingen verspreiden over verschillende aandelen vermindert niet noodzakelijk het risico. Als de beurs daalt, is het zoals met de bootjes bij eb in de haven: die gaan allemaal omlaag. Wat wel zeker is, is dat door spreiding het rendement uitgevlakt wordt. Als je je verliezers kort houdt, geeft het niet dat je veel verliezers hebt. Zolang je maar veel winnaars hebt om het verlies goed te maken.

Vergt deze aanpak een dagelijks en dynamisch beheer?

‘Ik zal nooit tijdens beurstijd beslissingen nemen. Er is een tijd van denken en van doen bij de beurs. Ik kijk alleen zondagavond een halfuurtje naar de koersen en noteer dan wat ik moet doen. Tijdens de week voer ik alleen maar uit, zonder na te denken. Dat is een manier om de emotionele factor uit te sluiten.’

Blijft u nu ver van opties of hebben die nog hun nut?

‘Opties zijn een heel waardevolle tool als je weet wat je ermee kunt doen. Ik denk dat ze in de eerste plaats dienen om risico te beheersen en pas in de tweede plaats om winst mee te maken. Als je aandelen koopt, kan je voor een verwaarloosbaar bedrag voor dezelfde hoeveelheid call-opties kopen. Dan weet je dat je nooit meer dan je inleg kunt verliezen. Er wordt tegenwoordig veel gespeculeerd met opties, maar dat zal die mensen zuur opbreken, zoals ik uit eigen ondervinding weet.’

Wat is uw financiële ambitie? Droomt u al terug van gouden bergen?

‘Mijn lening is bijna afbetaald. De beurs heeft me gekelderd, maar ook terug recht geholpen. Ondertussen heb ik ook veel levenswijsheid opgedaan. De ganse wereld draait om geld. Alles kost geld. Voor mij gaat het erom om die relatie om te draaien en me de vraag te stellen: wat kost geld mij? Geld kost je altijd iets: tijd, vriendschap, liefde. Geld interesseert me steeds minder. Geld verdienen op de beurs is geen enkel probleem. Het behouden is de kunst.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Als ik heel eerlijk mag zijn: die heb ik niet. Omdat ik uit elke investering iets heb meegenomen die me vandaag maakt tot de mens die ik ben. Al is het maar een dure les in bescheidenheid of nederigheid.’

 

BESTE INVESTERING

‘Kennis. Ik heb honderden boeken verslonden. In de tweede plaats: Monest. Niet alleen omdat het me geld opbrengt, maar omdat ik er gelijkgezinde mensen vind.’

Verschenen in De Standaard op 16/2/12

Herman Konings: ‘Kleinschaligheid is big business’

Welke maatschappelijke en economische trends verwacht Herman Konings en wat doet hij zelf met zijn geld?

Bent u een belegger?

‘Nee, al klinkt dat misschien vreemd voor iemand die de zoon is van een regiodirecteur van wat destijds de Generale Bank was. Mijn vader was van eenvoudige komaf en werkte zich op door te focussen op persoonlijk contact met de klanten. Hij heeft de bank groot gemaakt in Zonhoven. Hij was een atypische bankier in de zin dat hij mijn broers en mij altijd bezworen heeft geen aandelen te kopen. Hij voerde spaarzaamheid hoog in het vaandel en waarschuwde ons voor graaicultuur.’

Hoe is uw vermogen gestructureerd?

‘Ons geld zit in langetermijnsparen, wat obligaties en een beetje steen. Mijn vader geloofde in steen en liet ons een aantal ondergrondse parkeergarages in Brussel na. Mijn echtgenote en ik hebben een goed lopende zaak en geen kinderen, wat op zich ook al een investering is. Uit berekeningen blijkt dat één kind 220.000 euro kost en ze worden steeds duurder, want ze gaan steeds later het huis uit. Ik heb ooit wel aandelen gehad en heb me zelfs ooit laten verleiden door call- en putopties, toen ik als jobstudent in de Generale Bank werkte. Ik verdiepte me toen in beleggingsblaadjes in de bibliotheek. Ik denk dat mijn liefde voor trends daar ontstaan is.’

Trendwatcher of beleggingsadviseur, het lijkt niet zo’n grote stap.

‘Voor een aantal banken schets ik maatschappelijke trends waarop beursanalisten dan voortbouwen. Trends die zij kunnen koppelen aan initiatieven op bedrijfsvlak. De timing is daarbij cruciaal. Misschien zou ik wel goede investeringen kunnen doen op basis van mijn analyses, maar dan zou ik mezelf een beetje verloochenen. Misschien speelt psychoanalytisch ook mee dat echt beleggen zou kunnen aantonen dat ik als trendwatcher niet onfeilbaar ben. Al ben ik ervan overtuigd dat ik doorgaans goede voorspellingen heb gemaakt, maar vaak te vroeg.’

Wat zijn de trends waarmee beleggers volgens u in 2012 rekening moeten houden?

‘De massaal met pensioen vertrekkende babyboomers bepalen de komende jaren de trends. De vergrijzing is een feit, maar dat betekent niet dat je moet investeren in farma. Integendeel, want die industrie komt in het vizier van de overheid die daar een deel van haar geld zal halen. De babyboomers vertonen SKI-gedrag: Spending their Kids’ Inheritance. De eerste vijf jaar na hun pensioen zijn hun wittebroodsjaren: zij spenderen zoals hun ouders nooit gedaan hebben, trouwens voor een deel met het geld dat hun ouders zorgvuldig hebben gespaard.’

Waarin moeten we dan investeren om van dat geld te profiteren?

‘De evidente sectoren zijn hospitality & travel, zeker in Europa, met name in de steden. Voor de babyboomers is mobiliteit en reizen vanzelfsprekend. Investeer in stadsverfraaiing, in entertainment, in cultuurtempels -kijk maar naar het MAS. De vastgoedprijzen op het Antwerpse Eilandje worden nu al naar boven gestuwd door de babyboomers die hun huizen in de rand verlaten en in de stad willen wonen. Voorts: hobby’s. De babyboomers willen topmateriaal, voor hun digitale camera, voor hun kookgerief, ook voor hun sport.’

Als ik u zo bezig hoor, is er geen economische recessie.

‘Die is er zeker wel, maar die biedt voor de echt kapitaalkrachtigen een uitgelezen kans om zich van het plebs te onderscheiden. Het gaat dus heel goed in de luxesector. Voor de jongere generaties is het over het algemeen een heel ander verhaal. Kinderen van babyboomers – de zogenaamde babybusters – moeten geen grote erfenis verwachten, ze moeten langer werken en ze zullen minder pensioen hebben. De jonge mensen van vandaag zijn grootgebracht met welvaart. Zij willen die verworvenheid niet zomaar opgeven en kopen veel meer op krediet.’

Zijn babybusters wel een interessante doelgroep voor investeerders?

‘Hun tijdsbudget is beperkt, dus alle elektronica die hen helpt om zo efficiënt mogelijk te leven, is zeer gegeerd. De economische crisis heeft een aantal interessante gevolgen. Mensen hebben minder te besteden, maar ze willen geen kwaliteitsverlies. Ze zullen veel meer lokaal consumeren. Vandaar ook het succes van unieke, natuurlijke producten uit de terroir, het succes van moestuinen en volkstuinen. Het lokale denken, mede vanuit een reactie tegen de globalisering. Andersglobalisme is mainstream geworden. Kleinschaligheid is big business.’

SLECHTSTE INVESTERING
‘Onze huwelijkslijst, anno 1992: zowat een derde van de geschenken hebben we nooit gebruikt. In die tijd was het not done om harde centen te vragen.’
BESTE INVESTERING
‘Mijn vrouw. We hebben een mooie reserve kunnen opbouwen en weten dat we het met elkaar kunnen rooien. En we hebben een aanvaardbare balans tussen werk en leven.’
Verschenen in De Standaard op 2/1/12

‘Groei is geen garantie voor geluk’

Erik Baelus, voorzitter van Netwerk Vlaanderen, is een pleitbezorger van ethisch bankieren en beleggen. Financieel rendement komt voor hem niet op de eerste plaats.

Ethisch beleggen is een nichemarkt. Denkt u dat het ooit mainstream kan worden? Is het de oplossing voor de bankencrisis?

‘Ja, ik vind dat ethisch bankieren en beleggen mainstream zou moeten worden. En nee, ethisch beleggen biedt niet noodzakelijk een uitweg uit de bankencrisis. Als je bijvoorbeeld speculeert op aandelen in groene energie, kan je net zo goed met je kop tegen de muur lopen. Een betere uitweg uit de bankenimpasse lijkt me een scheiding tussen depositobanken enerzijds en zakenbanken anderzijds. Met twee soorten banken heb je een stabiliserende factor in het systeem.’

Ook ethische fondsen en aandelen staan vandaag in het rood, omdat ze volgens dezelfde logica opereren als de rest van de beurs.

‘Dat klopt, al wijzen een aantal studies erop dat ethische fondsen op de langere termijn stabieler zijn. Ik ben geen specialist terzake en ik ben ook geen belegger. Rendement komt voor mij niet op de eerste plaats. Geld moet geen geld opbrengen. Het heeft zijn nut in onze samenleving, maar niet als doel op zich. Zelf heb ik gekozen voor een spaarrekening bij Triodos. De rente is bescheiden, maar ik weet dat mijn geld alleen gebruikt wordt voor ethisch verantwoorde doeleinden. Financiële aandelen en fondsen bezit ik niet, maar ik geloof wel in direct investeren. Zo heb ik een paar aandelen gekocht van mijn groene stroomleverancier, Ecopower. Een rechtstreekse investering die direct aansluit bij mijn waarden.’

De mainstream economie is op voortdurende groei gericht. U staat voor een ander model.

‘Ons economisch en monetair systeem stoot op de grenzen van de eindigheid van grondstoffen en heeft schadelijke gevolgen voor mens en milieu. Het groeimodel zorgt ervoor dat de armen armer worden en de rijken rijker. Groei is geen garantie voor geluk. Ik denk dat we op een andere, zinvolle en toekomstgerichte manier naar de wereld moeten kijken. Daar is een ander monetair systeem voor nodig. Ik ben altijd heel verwonderd dat mensen die duidelijke idealen hebben, bewust consumeren en zorg dragen voor de natuur een soort blinde vlek hebben als het op bankzaken aankomt. Weinig mensen staan stil bij wat de banken met hun geld doen.’

De modale belegger investeert in zijn pensioen. U investeert liever in een betere wereld?

‘Ja, maar ik sta wel met mijn voeten op de grond. Ik heb een groot gezin met zes kinderen en er moet brood op de plank komen. Mijn kinderen moeten kunnen studeren wat ze willen en ik wil financieel niets te kort komen. In zo verre stap ik mee in het bekende verhaal. Maar ik denk niet dat ik gelukkiger zou worden als ik mijn spaargeld meer zou laten renderen via allerlei beleggingen. Ik wil ook niet per sé heel veel geld verdienen. Ik doe liever iets zinvols met mijn geld of dingen die helemaal niets met geld verdienen te maken hebben, zoals vrijwilligerswerk. En ik maak gebruik van het LETS-systeem, dat gebaseerd is op ruilhandel. Zo heb ik bijvoorbeeld de verhuis gedaan van een mevrouw die heel lekkere appelmoes voor mij heeft gemaakt.’

Met Netwerk Rentevrij slagen jullie erin renteloze leningen aan te bieden. Hoe werkt dat?

‘Wij geven onder bepaalde voorwaarden rentevrije leningen aan organisaties met een sociale meerwaarde. Een voorwaarde is dat de organisaties zelf ook rentevrij geld ophalen onder hun achterban. De financiering van deze leningen gebeurt via Netwerk zelf, het kringloopfonds en een aantal andere organisaties en particulieren. We hebben nu al 2,7 miljoen euro uitstaan. Groter willen we wel niet per se worden, maar we willen wel graag onze knowhow delen met andere belangstellenden, zoals steden.’

Voor ethische fondsen werkt Netwerk samen met de grootbanken. Via Banksecrets klagen jullie hun bedenkelijke praktijken aan. Dat lijkt me een moeilijke evenwichtsoefening.

‘Met Netwerk hebben we al jaren de Krekelspaarrekening, destijds bij ASLK, nu bij BNP Paribas Fortis. Bij die grootbankomgeving stel ik me wel vragen. Ik voel me beter bij een kleine ethische bank als Triodos en zou graag zien dat er een grote ethische bank zou worden opgericht die ook zichtrekeningen aanbiedt. We zijn ermee bezig, maar Rome is niet op een dag gebouwd.’

 

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb geen financiële investeringen, dus ook geen slechte ervaringen op dat gebied. Een spaarpotje volstaat. Zelfs in duurzame en ethische fondsen en aandelen wil ik geen tijd en moeite steken.’

 

BESTE INVESTERING

‘Financieel: mijn zonnepanelen. Maar mijn allerbeste investering is de energie die ik al jaren in vrijwilligerswerk steek. De voldoening en de rijkdom aan contacten en nieuwe mogelijkheden is onbetaalbaar.’

Verschenen in De Standaard op 26/12/11

 

Belegger Johan Braem over hernieuwbare energie

Johan Braem is uitgever van het beursblad Behoorlijk Beleggen. Onlangs publiceerde hij het boek Het zwarte goud wordt groen. Energie na piekolie en Fukushima.

Bent u al lang met beleggen bezig?

‘Al sinds ik TEW studeerde. Mijn eerste aandeel was Molens Drie Fonteinen. Ik kocht het vooral omdat ik het toen kon betalen en om eens te proberen. In de jaren tachtig las ik het eerste rapport van de Club van Rome en besefte dat grondstoffen eindig zijn. Op dat moment is mijn interesse gewekt, die zich uiteindelijk heeft toegespitst op energiegerelateerde en andere grondstoffen. Ik ben een man van de fundamentele analyse. Ik weet hoe het er binnen een bedrijf aan toe gaat, dat heeft mijn basiskennis en -houding tegenover beleggen bepaald.’

Uw boek is veel meer dan een beleggershandleiding. Het is een pleidooi voor een transitie.

‘Mijn kernboodschap is dat fossiele brandstoffen eindig zijn. Alleen al vanuit dat standpunt moeten we stoppen met ze te verbranden en ze behouden voor recycleerbaar gebruik. Om dat proces om te keren moeten we alle energie die we nu halen uit verbrandingsprocessen omschakelen naar elektriciteit als drager. Die stroom moeten we zoveel mogelijk produceren met hernieuwbare, niet-milieubelastende energie. Zestig procent van de olie gebruiken we nu voor transport. Binnen afzienbare tijd moet dat fundamenteel anders.’

Ziet u een bedrijf dat die analyse deelt en waarin u zou investeren?

‘Ik heb geen weet van een bedrijf dat die visie deelt, er op een grootschalige manier mee bezig is en op de beurs voldoende liquide is. Bedrijven in deze sector zijn voor de belegger nog te veel risky business. Maar de grote oliemaatschappijen maken nu al volop de switch naar aardgas, dat maar een derde van de CO2-uitstoot van steenkool veroorzaakt en dus veel verantwoorder is om elektriciteitscentrales aan te drijven. Ook de autofabrikanten zijn met de omschakeling bezig, maar ze kampen nog met onvoldoende batterijcapaciteit. Het is een traag proces en we moeten nog veel geduld hebben.’

Als belegger blijft u dus kiezen voor oliebedrijven en aanverwanten die het milieu vervuilen en grondstoffen uitputten. Is dat niet cynisch?

‘Dat vind ik niet. In theorie zou ik kunnen investeren in bedrijven die met hernieuwbare energie bezig zijn – al zijn er niet zo veel. Een aandeel van een wapenfabrikant bijvoorbeeld zou ik nooit kopen. Een voedings- of brandstofbedrijf dat op een ethische manier te werk gaat, dat is iets helemaal anders. Maar het mag niet ten koste van het rendement gaan. Ik kies niet voor een puur ethisch bedrijf dat me 2% oplevert als ik kan kiezen voor een voedingsproducent die me 8% oplevert.’

Het zijn onzekere tijden op de beurs. Wat zou u mensen aanraden?

‘Het gros van de beleggers hanteert de verkeerde timing. Ze stappen uit de beurs als ze erin zouden moeten komen en ze stappen eruit als het eigenlijk te laat is. Wat moet je vandaag doen? De tijd om er met zekerheid uit te stappen is vermoedelijk al voorbij. Reeds in januari ben ik aandelen beginnen verkopen en sindsdien zit ik 50% in cash. Een andere fout is helemaal stoppen. Je moet je huiswerk blijven maken als belegger om terug in te stappen als het moment zich voordoet. Een van de beste beleggers ter wereld was wijlen John Templeton. Hij zei: “Je moet aandelen kopen als het bloed door de straten stroomt.” Een beetje extreem, maar er is iets van aan.’

Zelf kijkt u de kat nog uit de boom?

‘Ik denk dat het vandaag nog wat te vroeg is. In de kwartaalrapporten en de laatste prognoses van de CEO’s vielen heel wat negatieve signalen te rapen. Brazilië had het laatste kwartaal een nulgroei, België presteerde zelfs licht negatief. De economie is nog altijd aan het afremmen. De minirally’s van de laatste weken zijn eerder gevoed door hoop dat de ECB met een bazooka zou komen dan door fundamentele veranderingen.’

Wat zijn momenteel de sterkhouders in uw portefeuille?

‘De sterkhouders in elke portefeuille moeten bedrijven zijn met stevige fundamenten, die in het verleden bewezen hebben dat ze stormen kunnen doorstaan. Ik denk bijvoorbeeld aan energie-grondstofaandelen en meststoffenproducenten.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Worldcom. Dat was meteen ook de laatste keer dat ik een aandeel heb gekocht op aanbevelen van iemand zonder zelf diepgaand huiswerk te maken. Daar heb ik me sindsdien nooit meer aan bezondigd.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn carrière, te beginnen met mijn opleiding als TEW’er, mijn tijd als CFO in multinationals, als mede-aandeelhouder van een callcenter, mijn switch naar de investeringswereld. Ik heb niet altijd gekozen voor het grootste loon, wel voor de jobs waar ik mezelf goed in kon voelen.’

 

Verschenen in De Standaard op 19/12/11

 

 

Durban: historische doorbraak of een gemiste kans?

De reacties op de klimaattop in Durban lopen sterk uiteen. Wat is er nu eigenlijk verwezenlijkt en wat brengt de toekomst? We vroegen het aan twee experts die in Durban de klimaatconferentie bijwoonden.

De Zuid-Afrikaanse minister Maite Nkoana-Mashabane had het in haar slotwoord in Durban over een historisch akkoord. Het valt te vrezen dat de geschiedenisboeken haar gelijk zullen geven. ‘Het grootste doemscenario dat inhield dat de onderhandelingen zouden afspringen, is vermeden,’ zegt Karla Schoeters van VITO. ‘Maar anderzijds volstaan de huidige afspraken niet om de opwarming van het klimaat onder de 2° C te houden, terwijl 2° eigenlijk ook al te veel is.’

Dit zijn de belangrijkste afspraken van de top van Durban:

- Er is uitzicht op een mogelijk tweede doelstellingsperiode onder het Kyoto-protocol. Het probleem van de overtollig toegekende rechten, de duur van de doelstellingsperiode en de hoogte van de doelstellingen moeten tegen volgend jaar beslecht worden. Canada, Rusland en Japan stappen niet mee in Kyoto bis. China, India en de VS blijven als vanouds buitenstaanders. De VS en de meeste groeilanden (waaronder China) engageren zich tot 2020 dus enkel op vrijwillige basis (niet-bindend) tot emissiedaling.
- Er is een afspraak om een ‘Mondiaal akkoord’ te sluiten waarin alle landen gelijk zullen zijn voor de wet, ook de ontwikkelingslanden. Dit verdrag zou tegen 2015 rond moeten zijn en in 2020 in voege treden en zou een opvolger kunnen worden van het Kyoto-protocol.
- Het Groen Klimaatfonds treedt vanaf 2020 in werking, met een waarde van 100 miljard dollar per jaar om de ontwikkelingslanden te helpen bij milieuvriendelijke groei. Het moet hen tevens helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatsverandering. Maar er is nog geen duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen.

Het meest wezenlijke wat Durban heeft gedaan, is de klimaatbesprekingen aan de gang houden, maar de belangrijkste punten worden hete-aardappelgewijs voor ons uit geschoven naar 2020 en de afspraken blijven uitblinken in vaagheid. Dat staat haaks op de dringende noodzaak om nu krachtige maatregelen te nemen om de opwarming van het klimaat een halt toe te roepen.

Het gat van vijf gigaton
Voor de aanvang van Durban trok het United Nations Environment Programma aan de alarmbel. Volgens het UNEP wordt het sowieso al moeilijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2° C te houden. Zelfs als de afspraken van Kopenhagen volledig worden nageleefd, zou de wereldwijde uitstoot in 2020 49 gigaton CO2-equivalent bedragen, terwijl de uitstoot niet boven de 44 gigaton zou mogen uitkomen om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. In een business as usual-scenario kan de uitstoot tot 53 gigaton oplopen. Nu er pas bindende afspraken komen voor alle landen vanaf 2020, ‘zitten we definitief op het pad naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden’, liet Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in De Standaard optekenen, daarbij niet gehinderd door de eerder minimalistische klimaatdoelstellingen die de Vlaamse overheid er zelf op na houdt. Woorden zijn makkelijker dan daden, dat is alvast een van de lessen van Durban.

Belgen in Durban
Argus Actueel vroeg aan twee experts die in Durban (een deel van) de klimaatconferentie bijwoonden wat de conferentie heeft opgeleverd en hoe het nu verder moet. Karla Schoeters is programmacoördinator energie- en klimaatbeleid bij VITO. Thomas Bernheim werkt bij het Directoraat-Generaal Klimaatactie van de EU, waar hij zich bezighoudt met internationale emissierechten, lucht- en scheepvaart.

Hoe evalueert u de resultaten van Durban?
Karla Schoeters: ‘Ik maak een onderscheid tussen de resultaten en het proces. Het positieve is dat alle partijen het erover eens zijn dat het VN-proces naar emissiereductie moet worden voortgezet. Anderzijds zit ik met een wrang gevoel. De landen hadden nu iets moeten beslissen, maar ze zijn er niet uitgeraakt. De kans dat we onder de twee graden termperatuurstijging kunnen blijven, is vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken zo goed als onhaalbaar geworden. We zullen eerder naar drie graden en de bijbehorende effecten gaan. Maar als de onderhandelingen waren afgesprongen, zoals het er een tijdje heeft naar uitgezien, waren we nog veel verder van huis.’
Thomas Bernheim: ‘Durban vertoont één belangrijk verschil met vorige klimaatconferenties: er is nu een roadmap afgesproken die zou moeten leiden tot voor alle landen bindende akkoorden die in 2020 in voege zullen treden. Je kan stellen dat dat veel te laat is, maar dat betekent niet dat er voor 2020 niets zal gebeuren.’
Waarom is het zo moeilijk om overheden te overtuigen van de wetenschappelijk bewezen urgentie om nú iets te doen aan de CO2-uitstoot?
Karla Schoeters: ‘Dat zijn nu eenmaal de politieke beperkingen van het moment. De kortetermijn domineert over het langetermijngegeven. Het is ook nog altijd een kwestie van ieder voor zich. Wat me stoort is dat het uiteindelijk ook niet meer gaat over een reductie van de emissies, maar steeds meer over geld. Welke transfers van Noord naar Zuid kunnen er komen om adaptatie, technologie-overdracht en mitigatie te initiëren? De doelstelling van Kyoto was de reductie van broeikasgassen en het financiële aspect was daarbij een hulpmiddel. Nu lijkt geld een doel op zich geworden.’
Thomas Bernheim: ‘Er is een verschil tussen wat de wetenschap ons aanbeveelt en wat politiek haalbaar is. We stonden voor Durban veel verder van een akkoord dan erna. In dat opzicht is Durban zeker positief. Maar China kijkt de kat uit de boom, zeker zo lang het Amerikaanse Congres dwarsligt, waar je nog heel wat klimaatsceptici vindt.’
Wat zal er volgens u op emissiegebied nog gebeuren tussen nu en 2020?
Karla Schoeters: ‘Laten we niet vergeten dat er toch al heel wat maatregelen worden genomen, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden. China introduceert wel degelijk mitigerende maatregelen. We moeten blijven werken aan het bewustzijn dat de groene economie een enorme toegevoegde waarde heeft en een positieve economische impact. Wellicht zullen er eerder initiatieven ontstaan vanuit een lokale push dan vanuit VN-standpunt. De markten hebben nu ook het signaal gekregen dat emissiereductie op de agenda blijft staan en dat bedrijven niet kunnen wachten tot 2020 om de nodige stappen te zetten.’
Thomas Bernheim: ‘Het is niet omdat er nog geen internationale bindende afspraken bestaan dat er ondertussen niets gebeurt. In Australië is er zopas een systeem van emissiehandel aangenomen dat de emissies zal doen dalen, zij het onvoldoende. De EU zet door om tegen 2020 een emissiereductie van 20% te realiseren, in combinatie met een aandeel hernieuwbare energie van 20%. Het interne debat om verder te gaan dan deze doelstellingen zal opnieuw opflakkeren. De Chinezen bouwen hernieuwbare energie sterk uit. China zal de komende jaren bovendien een systeem van emissiehandel creëren in vier provincies en twee stedelijke agglomeraties. Mijn inschatting is dat China en andere landen pas internationaal bindende doelstellingen zullen aanvaarden wanneer ze er intern klaar voor zijn.’
Ligt hier een opportuniteit voor Europa om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van groene economie en groene groei?
Thomas Bernheim: ‘Europa heeft het voordeel dat het al een wetgeving heeft en de doelstellingen heeft gehaald. Het probleem is dat door de economische crisis de carbonprijs zo laag is dat er geen dynamische innovatie in technologie plaatsvindt en dat bijvoorbeeld in België subsidies worden afgebouwd die de langetermijndoelstelling ondersteunden.’

Gepubliceerd in Argus Actueel, 13/12/2011

Een erfenis van bommen en granaten

Sinds eind vorige maand ruimt de ontmijningsdienst Dovo in het Henegouwse Attre de grootste munitiedump die ooit in België werd gevonden. ,,Het grootste gevaar is routine.”

Dat hier aan de spoorweg tussen Chièvres en Gislenghien iets in de grond zat, wisten ze bij Dovo al langer. Maar de werkelijke omvang van de dump was uiteindelijk toch een enorme verrassing. Acht ontmijners hebben nog zeker tot oktober werk. Het terrein stond al een tijdje op de todolijst van Dovo, maar de sanering werd ineens dringend toen bleek dat het gastransportbedrijf Fluxus net hier een leiding had gepland, toevallig op maar een paar kilometers van de plaats waar in 2004 een gasontploffing aan 24 mensen het leven kostte. Commandant Jan Savelkoels schat dat zo’n 350 ton gewone bommen en gifgasgranaten op maar enkele meters diepte in de Henegouwse ondergrond zitten, veilig beschermd onder een laag beton. ,,Er zijn waarschijnlijk tientallen van die dumps, verspreid over heel België”, zegt Savelkoels. Om een idee te geven van de omvang van deze dump: 350 ton oorlogsmunitie is wat Dovo doorgaans in een heel jaar ophaalt in heel België.De Dovo-baas gaat ons voor naar een met een aarden dam afgezoomde akker, waar een graafmachine van de genie de rechte grachten vol obussen blootlegt. De opgegraven bommen worden afgespoeld en gesorteerd door gespecialiseerde ontmijners. De toxische munitie gaat naar de vernietigingsinstallatie in Poelkapelle, de gewone munitie naar Meerdaal bij Leuven. Wat echt niet meer veilig getransporteerd kan worden, blijft ter plaatse om hier vernietigd te worden. In speciale kisten ligt de gesorteerde munitie keurig op een rij. Ze wordt afgedekt met zandzakjes en is klaar om in de klaarstaande legervrachtwagen geladen te worden.Vier geniesoldaten die de machines bedienen en acht ontmijners die de obussen manipuleren en sorteren, beginnen om zes uur ‘s morgens en ruimen dagelijks 4 à 5 ton munitie. De timing is volledig afgestemd op de verwachte verkeersdrukte. Ruim voor de files vertrekt elke dag een transport naar de depots van Poelkapelle en Meerdaal. ,,Tijdens het transport zijn we er voor 99,9 procent zeker van dat er niets kan gebeuren”, zegt Jan Savelkoels. ,,Om te beginnen laten we geen munitie vertrekken die niet veilig getransporteerd kan worden. Voorts volgen we bepaalde routes binnen bepaalde tijdslimieten om de files te vermijden. U begrijpt dat we zo’n vrachtwagen niet op de Brusselse ring willen laten stilstaan.”

Sinds 1999 draait de ontmantelingsinstallatie in Poelkapelle op volle toeren. Mogelijk toxische granaten worden er doorgelicht, waarna de giftige lading wordt verwijderd en de granaat vernietigd. ,,We zitten één jaar voor op ons programma en kunnen dus probleemloos de toevloed van Attre verwerken”, zegt Savelkoels tevreden.

Na de twee wereldoorlogen werd niet-ontploft oorlogstuig massaal begraven of in zee gedumpt. Lange tijd heerste de overtuiging dat begraven munitie vooral niet mocht worden aangeroerd, legt Savelkoels uit. ,,Maar we hebben vastgesteld dat die munitie steeds gevaarlijker wordt. Nu zeggen we: hoe sneller we ze eruit halen, hoe beter.”

Savelkoels wijst naar de ontstekers die in zamac zijn gemaakt, een minderwaardige metaallegering die de tand des tijds niet goed doorstaat. Veel ontstekers zijn bijna volledig weggevreten, en daarmee verdwijnt ook de veiligheid die een explosie kan voorkomen. ,,We vinden hier Duitse artilleriemunitie in zowat alle formaten”, doceert Savelkoels. ,,Wat gifgas betreft, vinden we de drie families: het verstikkende fosgeen, het irriterende arseen en het blaartrekkende yperiet – het mosterdgas. We weten het niet zeker, maar we schatten dat de gifgasgranaten ongeveer zes procent van het geheel uitmaken, dat is het normale cijfer. Er is geen gevaar voor de omwonenden, alleen voor de militairen die hier werken. Als een obus begint te lekken, ga je niet direct dood. Daar hebben we gasmaskers voor. Anders is het als een van de ontmijners een obus zou laten vallen, en die ontploft. Daar kun je je niet tegen beschermen. Maar ja, daar worden we voor betaald.” (lacht)

,,Het grootste gevaar bij een lang durende klus als deze is routine. Geregeld worden de ontmijners daarom geroteerd.” Op een kaart in de commandocontainer staan de windrichting en de windkracht van de dag aangegeven, om te weten wat te doen als er toch iets misloopt.

Dat er in het onooglijke Attre zo gigantisch veel munitie ligt, is het gevolg van een geslaagde sabotagepoging in het laatste jaar van de Eerste Wereldoorlog. Geïnformeerd door de Henegouwse abt en verzetsheld Liévin-Joseph Thésin, lieten Engelse soldaten of partizanen op 9 maart 1918 het Duitse depot van Mévergnies-Attre in de lucht vliegen. Wat overbleef van de munitie, die bestemd was voor het front aan de IJzer, werd na de oorlog ingegraven door de Service de destruction du matérieldie, in tegenstelling tot wat de naam laat vermoeden, niet in staat bleek om de enorme hoeveelheid munitie te vernietigen. Vandaar de beslissing om de obussen in te graven en onder een laag beton te bedekken.

De dumpplaats werd opgekocht door de Belgische staat en uitgeroepen tot militair domein. Gaandeweg verdwenen de borden met ‘Toegang verboden’. Een landbouwer en een schroothandelaar palmden het terrein in. Toen er steeds meer aanvragen kwamen om munitie te komen ruimen, stelde Dovo een grondiger onderzoek in. Met het bekende gevolg: eerst werd één gracht blootgelegd, daarna steeds meer.

Pas toen de werkzaamheden begonnen waren, bleek dat er een plan uit 1954 bestond waarop de grachten vol munitie in kaart werden gebracht. Sterker nog, vertelt Savelkoels: ,,Toen we hier begonnen, wisten we niet dat de ontmijningsdienst in 1954 al een poging had ondernomen om de munitie te ontgraven en te neutraliseren. Zij hebben er meer dan 100 ton uitgehaald, maar na een ongeluk zijn ze gestopt. Ook toen had men nog niet de juiste middelen om de obussen op te graven: dat moest allemaal nog met de hand.”

De archieven van Dovo werden nog eens uitgepluisd. Het dossier bleek niet onder de deelgemeente Attre, maar onder Brugelette te zijn opgeborgen. Is dat allemaal niet erg slordig? ,,Je mag dat niet met de normen van vandaag bekijken”, zegt Savelkoels. Dovo is verhuisd van Duisburg naar Heverlee en vervolgens naar Meerdaal. Telkens raken er archiefstukken zoek, dat is normaal. Mensen praatten nog wel over de werkzaamheden van 1954, maar gaandeweg werd dat vergeten. We hebben geleerd uit de fouten van het verleden en we beschikken nu ook over betere middelen. Nu leggen we de GPS-coördinaten vast van een gebied dat we hebben onderzocht. En als we vandaag informatie krijgen over de ligging van een depot, checken we het en brengen we het in kaart.”

Verschenen in De Standaard, 26/5/2006

Bedreigt de klimaatsverandering de Bordeauxwijn?

Er bestaan minder aangename onderwerpen dan Bordeauxwijn om je in te verdiepen als het gaat over het klimaat. Professor dr. Pieter Leroy (RU Nijmegen) boog zich recentelijk over de mogelijke gevolgen van de klimaatsverandering in zuidwest Frankrijk, de bakermat van appellations als Saint-Émilion, Margaux en Pomerol.

Waarom koos u voor de wijnstreek Bordeaux?

Professor dr. Pieter Leroy: Het klimaatsprobleem is voor veel mensen een ver van mijn bed show. Met de concrete gevolgen van de klimaatsverandering voor een tot de verbeelding sprekend product als Bordeauxwijn hoop ik het dichter bij de mensen te brengen. In Frankrijk is men zich overigens van het probleem bewust. Vorig jaar nam ik deel aan een symposium over klimaateffecten in Bordeaux, waar aspecten als landbouw, energie, water en biodiversiteit aan bod kwamen. Dat vond ik verfrissend, want in Nederland blijft de discussie over de klimaatsverandering en de effecten ervan bijna uitsluitend beperkt tot de gevolgen voor de waterhuishouding. Ik werd uitgenodigd als gastdocent door de universiteit van Bordeaux en mede dankzij het bedrag dat ik vorig jaar won met de Prijs Rudy Verheyen zag ik de kans om er onderzoek te doen in april en mei 2011.

Wat weten we over de klimaatsverandering dat specifieke gevolgen kan hebben voor de wijndruiventeelt?

Het gaat essentieel over twee kwesties: waterproblemen en temperatuursverhoging. Iedere druivensoort gedijt het best binnen een welbepaalde temperatuurszone en dat luistert nogal nauw, heb ik me laten vertellen. De druiven die in de Bourgogne en de Champagne gekweekt worden, zijn bestand tegen lagere temperaturen dan degene die in Bordeaux gebruikt worden. Als de gemiddelde temperatuur zoals wordt voorspeld met één tot twee graden stijgt in de komende vijftig jaar, dreigt een merkbaar verschil in de kwaliteit van de wijn op te treden en kunnen de Bordeauxwijnen in bepaalde jaargangen echte alcoholbommen worden, zeg maar bijna fruitjenevers in plaats van kwaliteitswijnen.

De Bordeaux dreigt dus zwaar te lijden onder de klimaatsverandering?

Zeker omdat men niet zomaar met andere druivensoorten kan experimenteren, want de toegelaten soorten zijn vastgelegd in de regels voor de Appellation d’ Origine Contrôlée. Als je je niet aan die regels houdt, wordt je wijn een Vin de Pays, waarvoor je minder geld kunt vragen. In een streek met wijnmonocultuur als de Bordeaux is dat een ramp die in omvang vergelijkbaar is met de sluiting van de mijnen in de Kempen destijds. Het bewustzijn daarrond leeft alvast in Frankrijk, overigens meer in de Bourgognestreek dan onder de ietwat zelfgenoegzame Bordelezen. Toch kampen nu al ongeveer 2.000 à 3.000 van de ongeveer 8.000 wijnboeren uit de Bordeaux met serieuze financiële problemen. Een slecht wijnjaar kan hen recht naar het faillissement voeren.

Kan een dergelijk klimatologisch doemscenario de Fransen aanzetten om hun milieu-inspanningen op te drijven?

Ik ben ervan overtuigd dat het klimaatbesef in Frankrijk groter is dan bijvoorbeeld in Nederland. Dat heeft te maken met een aantal incidenten van de laatste jaren, zoals Xynthia, de zware storm van vorig voorjaar en de abnormaal hete zomer van 2003, waarbij een groot aantal mensen voortijdig zijn overleden. Dat is nog altijd een bron van nationale schaamte in Frankrijk. De Fransen beseffen terdege dat ze nog heel wat inspanningen moeten leveren op het gebied van waterbeheersing en kustbescherming. Iedereen die ik heb gesproken is ervan overtuigd dat er dringend nood is aan slimme oplossingen, en niet alleen voor de Appellation Contrôlée.

 

Lezing Laat klimaatverandering de Bordeauxwijn koud?, 30 november 2011 om 19u. Info op Argus milieu.

Portefeuille Nico Pantelis

‘Goudprijs kan tot 10.000 dollar stijgen’

Nico Pantelis is zelfstandig beleggingsadviseur en uitgever van Slim Beleggen. Voorheen werkt Pantelis als commodity specialist en markets analist bij KBC Bolero en als equity analist bij KBC Securities. Daarvoor was hij analist en redacteur bij ‘Inside Beleggen’ en ‘Cash/Trends’.

Hoe maakte u kennis met beleggen?

‘Ik was zestien toen mijn leraar economie me zei: “Als je wilt begrijpen hoe de wereld in elkaar zit, moet je naar de bron van alles gaan: het geld. Dat zinnetje vond ik enorm fascinerend. Ik stapte naar de bankdirecteur om met beleggen te beginnen, maar hij wou me niets laten ondernemen voor ik een paar boeken las. Zo ben ik in de jaren negentig, ten tijde van de internetboom, met beleggen begonnen.’

Sinds 2004 bent u een pleitbezorger van beleggen in grondstoffen. Waarom?

‘Grondstoffen zijn mijn belangrijkste en mijn beste belegging. Ik richt me vooral op goud en zilver (zowel de fysieke edelmetalen als de mijnen), energie (olie, gas, uranium) en landbouwgrondstoffen: denk aan granen, suiker, varkensvlees, koffiebonen. Velen zien beleggen in grondstoffen als speculatief en ver van hun bed. Ik vraag me wel eens af waar de prijzen naartoe moeten gaan, voor iedereen begint te vatten dat dit een langdurige stierenmarkt is.’
U hebt zich verdiept in de langetermijncycli die typisch zijn voor de beurzen.
‘Je ziet steeds dezelfde cycli terugkomen. We bevinden ons nu in de eindfase van een cyclus die gekenmerkt wordt door toenemend wantrouwen. Tien jaar geleden hebben aandelen een grote klap gekregen. Enkele jaren geleden barstte de vastgoedbubble, waarna de bankencrisis volgde en nu beleven we een fase waarin obligaties, met name van de overheden, het moeten ontgelden. Uiteindelijk komt de basis van ons systeem in het vizier: het geld. In de huidige situatie kan geld uit het niets worden gecreëerd als de centrale banken dat beslissen. Zo wordt het fundament van het systeem onderuitgehaald en gaat de bevolking geld wantrouwen.’

Kan vastgoed een uitweg bieden?

‘Niet echt, omdat vastgoed tot op een bepaalde hoogte gefinancierd is. Het eigen vermogen van een huiseigenaar is voor een groot deel gebaseerd op lucht. Het beste bewijs is dat de stijging van de waarde van het vastgoed de afgelopen twintig jaar gelijke tred hield met de daling van de rente. Als de rentecurve stopt met dalen, stopt de waardestijging van het vastgoed. Maar goed, de wereld zal niet vergaan. Er komt wel ooit een reset waarbij het systeem gezuiverd geraakt van de excessen en er een nieuw systeem ontstaat, met een schitterende boom-fase van de economie.’

Voor we zo ver zijn, kiest u voor de zekerheid van grondstoffen?

‘Het gaat me er in eerste instantie om mijn vermogen veilig te stellen. Eens de schuldencrisis is overgewaaid, staat ons een gigantische inflatie te wachten. De bijgecreëerde cash zal niet verdampen, maar de waarde van geld doen dalen. Je begint het nu al te voelen in het tankstation en aan je stijgende energierekening. In tijden van hoge inflatie daalt de koopkracht van je spaargeld elk jaar met 8 tot 10 procent. In tien jaar tijd is de helft van je vermogen verdwenen.’
U spreekt over behoud van vermogen, maar sinds 2004 heeft uw keuze voor grondstoffen geleid tot een verveelvoudiging van uw belegd vermogen.
‘In termen van euro’s en dollars wel, maar ik heb nog altijd dezelfde activa. Het hangt er maar van af welke nominator je erop zet. Je moet denken wat je waard bent in hoeveelheden, niet in valuta. De cirkel zal pas rond zijn als er terug een een-op-eenverhouding is tussen de notering van de Dow Jones en de waarde van het goud. Ik denk niet dat de beurzen nog veel zullen zakken, maar het goud kan wel stijgen naar 10.000 dollar.’

Wat zijn de vuistregels voor een goede belegging in edelmetalen?

‘Voor wat betreft goudmijnaandelen, kijk ik eerst naar de resultaten, de cijfers en de plek waar het bedrijf actief is. Zo vermijd ik landen als Venezuela of Rusland, waar bedrijven van de ene dag op de andere kunnen worden genationaliseerd. Vervolgens kijk ik naar de grade: de dichtheid van het goud of zilver in de bodem. Hoe groter de dichtheid, hoe groter het rendement. Ik zoek jonge bedrijven uit, want daar zit het potentieel. De grote jongens krijgen net als oliebedrijven met productieproblemen te maken.’

Grondstoffen zijn per definitie eindig. Moet de vooruitziende belegger niet kijken naar duurzaamheid, recyclage en ‘urban mining’?

‘Dat is pas voor de volgende fase, die ik situeer aan het einde van dit decennium. Op dat moment zie ik alternatieve energie bijvoorbeeld wel boomen. Nu is die sector te onvoldragen en deelt hij als eerste in de klappen bij elke nieuwe crisis.’

Verschenen in De Standaard, 21/11/2011