Kernenergie na Fukushima Daiichi

De dreiging van een nucleaire ramp in Japan zet de discussie tussen voor- en tegenstanders van kernenergie op scherp. Sommige landen die kernenergie zagen als een manier om hun CO2-voetafdruk te verkleinen, vertonen tekenen van aarzeling.

Niemand kan zeggen hoe erg de situatie in de kerncentrale van Fukushima Daiichi zal escaleren. In eerste instantie was er sprake van een gedeeltelijke meltdown van de reactorkernen van twee, mogelijk drie reactoren. Dat betekent dat de branstofstaven die de nucleaire reactie veroorzaken gedeeltelijk aan de lucht zijn blootgesteld, waarbij radioactiviteit vrijkomt. Dat is het gevolg van een opeenstapeling van gebeurtenissen, die begon met de zware aardbeving en dito tsunami van 11 maart.

De aardbeving zorgde ervoor dat veiligheidssystemen de reactoren 1, 2 en 3 van Fukushima Daiichi automatisch stillegden. Maar een nucleaire reactie kan je niet in een handomdraai stopzetten. Het koelsysteem dat de brandstofstaven moest blijven afkoelen, werkte niet of niet naar behoren. De noodgeneratoren die het koelwater moesten laten circuleren als de stroom uitvalt, werden overspoeld door de tsunami. Daardoor liep de hitte in de reactoren op, moest er radioactief gas worden geloosd, en vonden er al drie ontploffingen plaats door de vorming van waterstof.

Tsjernobyl

Een ramp van Tsjernobyl-afmetingen werd aanvankelijk onmogelijk geacht, want de Japanse reactoren zitten dubbel verpakt in een stalen en betonnen omhulsel. Bij de veel grotere reactor van Tsjernobyl ontbrak een dergelijk omhulsel. Een (gedeeltelijke) kernsmelting betekent wel dat de getroffen Japanse kernreactoren voorgoed buiten dienst zijn. De reactoren zullen de komende weken en maanden blijvend gekoeld worden met zeewater, en het is onvermijdelijk dat daarbij enige radioactieve straling blijft vrijkomen. Buiten de centrale van Fukushima Daiichi en zelfs tot in Tokio wordt nu al een verhoogde radioactiviteit gemeten. Nog zorgwekkender is dat er inmiddels wellicht een breuk is ontstaan in de donutvormgie structuur onder reactor 2, waardoor er permanent damp kan ontsnappen die radioactieve deeltjes bevat.

Er moeten een paar serieuze vraagtekens geplaatst worden bij de keuze van Japan voor kernenergie, bij de manier waarop de centrales zijn gebouwd, en bij het type dat in deze kerncentrale werd geïnstalleerd. Seismoloog Katsuhiko Ishibashi van de universiteit van Kobe formuleerde in 2007 al ernstige bezwaren bij de bouwnormen die gelden voor kerncentrales in seismische risicogebieden. Volgens Ishibashi zijn de Japanse kerncentrales onvoldoende bestand tegen zware aardbevingen. In Japan zijn 55 kernreactoren actief, met een gezamenlijk vermogen van bijna 50.000 MW. Met wat we nu weten, is het zeker in een tsunamigevoelig gebied onverstandig om de noodgeneratoren op een laaggelegen terrein te plaatsen, zoals in de getroffen kerncentrale het geval was.

Ook het type reactor dat in Fukushima Daiichi werd gebruikt, doet vragen rijzen. Uit een document dat The New York Times online zette, blijkt dat er door een medewerker van de Atomic Energy Commission al in 1972 werd gewaarschuwd voor het te kleine omhulsel van de Mark 1-reactoren, wat ze meer gevoelig maakt voor explosies en breuken door een opstapeling van waterstof – precies wat nu lijkt te zijn gebeurd. Een voorstel om het gebruik van deze technologie te verbieden, werd afgeschoten ‘omdat dat het einde van kernenergie zou kunnen betekenen.’ Een woordvoerder van G.E., dat de reactor bouwde, verdedigde ‘het werkpaard van de nucleaire industrie’ deze week tegen kritiek. Op dit ogenblik zijn er nog 23 reactoren van hetzelfde type actief in de VS, al zijn er in vele gevallen wel latere verbeteringen aangebracht aan het oorspronkelijke ontwerp.

Kernenergie, schone energie?

De gebeurtenissen in Japan herinneren ons eraan dat een nulrisico niet bestaat, ook niet bij een zeer gecontroleerde activiteit in een land dat bekend staat om zijn strenge normen en procedures. Wie kernenergie gebruikt, aanvaardt in zekere mate dat er gewerkt wordt met krachten die in zeer uitzonderlijke gevallen moeilijk beheersbaar kunnen zijn en potentieel zeer schadelijk voor mens en milieu.

Vaak wordt kernenergie voorgesteld als de minst slechte oplossing, aangezien aan alles nu eenmaal risico’s zijn verbonden. Kernenergie wordt ook meer en meer naar voor geschoven als een (tijdelijke) oplossing voor de opwarming van de aarde. Met kernenergie kan je inderdaad stroom produceren zonder CO2-uitstoot. Maar in een in 2004 in Scienceverschenen artikel berekenden de Princeton-professoren Stephen Pacala en Robert Socolow dat een verdubbeling van de toenmalige wereldcapaciteit aan kernenergie goed zou zijn voor een daling van de uitstoot aan broeikasgassen met slechts 14%.

De vraag is of het sop de kool waard is, als je er rekening mee houdt dat een verdubbeling in de geproduceerde kernenergie ook een verdubbeling in het geproduceerde afval betekent. Afval dat voor honderden en in sommige gevallen zelfs duizenden jaren gevaarlijk radioactief blijft.

Zorgen voor later

Elk jaar produceren alle kerncentrales ter wereld samen ongeveer 10.000 ton zwaar nucleair afval. In 1990 bedroeg de totaal geaccumuleerde nucleaire afvalberg 84.000 ton, in 2000 was het al 220.000 ton. Tot aan het verbod in 1972 werd nucleair afval eenvoudigweg in vaten in zee gedumpt. Nu kiest men voor veiliger vormen van opslag, maar niemand kan weten welke rampen of oorlogen ons over honderd jaar treffen en risico’s inhouden voor de verspreiding van radioactief afval. Onachtzaamheid is misschien het grootste gevaar.

Uit het laatste rapport van het International Atomic Energy Agency blijkt dat veertien van haar 148 lidstaten geen degelijk beleid voeren rond kernafval. Slechts zeven landen scoren 5/5 op alle onderzochte indicatoren. Een laatste argument van de voorstanders van kernenergie is dat het de beste manier is om ons van betrouwbare elektriciteit te voorzien. Maar recente studies gepubliceerd door WWF en Greenpeace bewijzen dat een honderd procent hernieuwbaar én betrouwbaar energiescenario mogelijk is tegen 2050.

Door de nucleaire catastrofe in Japan is de hernieuwde interesse voor kernenergie bekoeld. De Duitse bondskanselier Angela Merkel schortte haar beslissing over het langer openhouden van kerncentrales met drie maanden op en besloot zeven kerncentrales die voor 1980 werden gebouwd te laten stilleggen . Zwitserland zet de vernieuwing van zijn kernenergieproductie on hold.

Maar Rusland, het land dat de wereld de ergste nucleaire ramp tot op heden schonk, zet zijn ambitieuze programma niet stop, en ook China en India volharden in hun plannen. De statistieken blijven in het voordeel van kerncentrales pleiten, zo luidt het.

Met de tikkende tijdbom kernafval is dat anders. Het feit dat kernenergie in 2012 zijn zeventigste verjaardag zal vieren, terwijl er nog altijd geen degelijke oplossing bestaat over hoe we op lange termijn moeten omspringen met kernafval, zou tot nadenken en handelen moeten stemmen.

Verschenen in Argus Actueel, 15 maart 2011, update 16 maart

One Reply

  • Ik ben al sedert 30 jaar tegen kernenergie omwille van het risico (de centrales in de jaren 80 waren een pak onveiliger) en omwille van het afval (beide elementen worden in je artikel ook terecht beklemtoond).
    Vandaag zijn er veiligere reactoren met minder afval (type 4). De ramp in Japan toont echter aan dat het koelsysteem en de energietoelevering ook essentieel zijn. Type 4 biedt daar geen oplossing voor (tenzij dubbele circuits, maar die kunnen dus allemaal uitvallen).
    Als we natuurlijk de auto-ongelukken en de vliegtuigcrashes naast de kerncentralerampen leggen,d an is kernenergie het minst dodelijk.
    En aardbevingen en tsunami’s van deze orde komen in de meeste delen van de wereld niet voor. In Japan spelen ze wél met vuur.
    Het droevige is dus dat men 30jaar geleden niet volop inzette op hernieuwbare energie. Dan was Libië vandaag een democratie (want Westerse landen zouden -o hypocrisie- niet langer uit opportunistisch economische redenen dictators steunen) en Japan zou windenergie invoeren (gelet op hun gigantische verbruik kunnen ze zelf nooit alleen voldoende energrie op natuurlijke wijze opwekken).
    Twee zaken storen mij vandaag: 1. leven zonder risico’s bestaat niet. Dus Merkel en co die aan theatrale poaniekvoetbal gaan doen, is onnodig. Op veiligere plekken kerncentrales (van het moderne type) hebben is best mogelijk. Ik zeg dit omdat een overgang naar een economie gebaseerd op natuurlijke energiebronnen decennia zal kosten. Stoppen met olieboringen (peak oil is bereikt!) is aan de orde, maar je zal dan nog 30 jaar kernenergie nodig hebben als vervanging, in afwachting van 100% groene energie.
    2. niemand, noch de EU, noch Obama, noch de UNO, noch de Weredlbank (smile) nemen het voortouw en rollen een geplande ontwikkeling uit naar en economie op groene energie. Nochtans kan men met groene energie geld verdienen. De politici van de periode 1990-2011 zijn dus loosers, of beter carrièristen. Particratie en een compromispolitiek die aanmoddert (en de erergielobby ondersteunt) zijn vandaag onaanvaardbaar. Nergens zijn er politici met visie én durf te bespeuren. Het is zo ver gekomen dat men openlijk stelt dat de rijken de planeet moeten redden. En die zelfde rijken in de States zeggen dat ze te weinig belasting betalen. Begrijpe wie begrijpe kan.

    Overigens leuk ogende site Jackie.

Reacties zijn gesloten.