Hoop op een wereld zonder pesticiden

De Nederlandse documentairemaker Jan van den Berg komt op 18 mei naar Antwerpen voor de Belgische première van Silent Snow, waarin een jonge Inuït-vrouw op zoek gaat naar de oorzaak van de vervuiling van haar geboortestreek.

 

‘Als je film klaar is, worden we dan allemaal geacht zelfmoord te plegen?’, vroeg de buurman van Jan van den Berg toen die hem vertelde over hoe pesticidegebruik aan de ene kant van de wereld dodelijke gevolgen heeft elders. Zelfmoord is niet aan de orde. De ervaren regisseur en antropoloog slaagde erin de problematiek van de persistente organische pesticiden (kortweg ‘pops’) in een menselijke en vaak ook grappige film te verwerken. Van den Berg is ervan overtuigd dat zijn film de wereld een beetje kan veranderen.

 

Hoe kwam u op het idee Silent Snow te maken?

‘Ik werd aangesproken door de Nederlandse pop-hunter Jan Betlem, maar zag het helemaal niet zitten om een film over gif te maken. Al die ellende, daar zit geen documentaire in, dacht ik. Toen kwam de aankondiging van het International Polar Year en het bericht dat er hoge waarden van pesticiden in het bloed van Inuït waren gevonden. In Amsterdam liep ik een Inuït tegen het lijf, Ole Jørgen Hammeken, een wereldreiziger en poolkenner. Hij zei dat ik naar Uummanaq moest, een stad in Groenland, die hij als de mooiste plek van de wereld omschreef. Als je er eenmaal geweest bent, moet je er altijd terugkeren. En hij had gelijk. Ik ben er ondertussen al vier keer geweest.’

De mooiste plek ter wereld blijkt ernstig vervuild. Weten de inwoners dat?

‘Ja, maar er wordt haast niet over gepraat. Heel vreemd. Zelfs in de schoolboeken staat dat het niet goed is voor jonge vrouwen om het vet van zeehonden en walvissen te eten, maar verder wordt daar niet op ingegaan. Het dieet van de Inuït is van oudsher afgestemd op dat vet, nodig om daar te overleven. Ze zeiden tegen me: “Het is vreemd dat we ons moeten behelpen met geïmporteerd voedsel, afkomstig uit de gebieden die onze regio vervuilen.” Merkwaardig is nog dat de Groenlanders gelaten aanvaarden dat er elders in de wereld DDT wordt gespoten om malaria te bestrijden. En net als wij praten ze liever niet over slecht nieuws. Wat kan je er tenslotte aan veranderen als je in Groenland woont en je wordt vergiftigd door de rest van de wereld?’

Is daar wetenschappelijk bewijs voor?

‘Zeer zeker. We zijn volop bezig een website te bouwen vol verwijzingen naar onderzoeksresultaten. Je zal via de website ook kunnen checken welk bedrijf deugt en welk niet. In de film wou ik geen bedrijven aanvallen, want misschien handelen ze volgend jaar wel beter. Op de website vind je de actuele informatie, ook over zaken als pesticidenvrije katoen.’

Hoe komen die pesticiden in Groenland terecht?

‘Het blijkt dat alle oceaanstromingen en winden de neiging hebben om naar het noorden te gaan. Het getransporteerde gif daalt er neer als sneeuw, en komt via kleine visjes en steeds grotere vissen in het vet van andere dieren terecht en vergiftigt zo de hele voedselketen, met de mens aan de top.’

Worden er dan nog zoveel pesticiden geproduceerd en gebruikt?

‘Waanzinnig veel. En dat ondanks de publicatie van Silent Spring in 1962, dat op de gevaren van DDT wees, en tal van Stockholm-conventies die het gebruik van pesticiden aan banden hebben gelegd. Maar als een fabriek in één land wordt gesloten, begint er één in een ander land te produceren.’

Dat klinkt als een hopeloze strijd. Of is er toch wat aan te doen?

‘Toch wel. Op de voorstelling van de film in Genève stond een Indische arts op, die met emotie in zijn stem zei: “Ik zal vanaf nu mijn leven wijden aan het sluiten van deze fabriek en het stoppen van deze misstanden.” Je moet trouwens niet denken dat de Indiërs de grootste vervuilers zijn. Costa Rica staat op één in de wereld wat pesticidengebruik betreft, Colombia op twee, en nummer drie is Nederland. In de Nederlandse bollenteelt wordt zeer veel Imidacloprid gebruikt, met verschrikkelijke gevolgen voor de bijenteelt.’

Moeten pesticiden volgens u helemaal worden afgeschaft?

‘Ik ben heel erg van het cradle to cradle-principe, waarbij je alleen maar die producten gebruikt die weer opgenomen kunnen worden door het milieu. En dat is niet het geval voor de persistente organische pesticiden, ook wel bekend als de dirty dozen, alhoewel een actuelere naam dirty nineteen zou zijn, want het zijn er alweer meer geworden. Het zijn extreem giftige verbindingen die tot in lengte van dagen onafbreekbaar zijn. Het is allemaal nog een beetje slecht georganiseerd in de wereld, want de chemische lobby heeft wel handenvol geld om pesticiden te promoten, terwijl er heel wat alternatieven beschikbaar zijn waarover je veel minder hoort. DDT spuiten om malaria te bestrijden, dat is ontzettend achterhaald. De muggen worden er immuun voor, muskietennetten zijn veel efficiënter. In de Indische katoensector ligt het pesticidengebruik zeer hoog, maar het onderzoek dat daarrond gebeurt, wordt gefinancierd door de chemische industrie. Negatieve berichten worden op die manier uitgesloten.’

Ziet u nog een sprankeltje hoop, wetende dat de mens vijftig jaar na Silent Spring nog altijd zijn lesje niet heeft geleerd?

‘Ik geloof sterk in het effect van de screenings van de film. De reacties zijn heel hevig. Mensen putten hoop uit de film, en het was een ontzettende klus om dat te bewerkstelligen. Overal waar we komen, hoor ik een positief verhaal. Mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van zorgvuldig omgaan met hun omgeving. Ik ben door de eerste screenings erg gelukkig dat ik erin geslaagd ben geen boodschap van wanhoop, maar één van hoop te verspreiden.’

Verschenen in Argus Actueel, 10 mei 2011