Innovatoren 3: Ecover – Wassen met planten

Van geitenwollensokkenproduct uitgroeien tot een groen ­A-merk, het is weinig bedrijven gegeven. Hoe slaagde Ecover erin?

Sinds de overname van zijn Amerikaanse concurrent Method vorig jaar mag het bedrijf Ecover zich het grootste milieuvriendelijke schoonmaak- en verzorgingsmiddelenbedrijf ter wereld noemen.

Het begon allemaal 34 jaar geleden in een garage in Malle, waar een groep eco­pioniers onder leiding van Frans Bogaerts besliste fosfaatvrij waspoeder te produceren om de impact van de mens op het mi­lieu te verminderen. Die oorspronkelijke producten van Ecover waren zeker beter voor het milieu dan conventionele waspoeders, maar echt goed reinigen deden ze niet – een imago dat Ecover door ingrijpende product­innovatie trachtte af te schudden.

Diamantmodel

Tom Domen (38), sinds twee jaar long term innovation manager bij Ecover, zegt: ‘We zijn in de jaren negentig geëvolueerd van een no-code naar een yes-code: in plaats van ingrediënten uit producten te halen omdat ze slecht zijn voor het milieu, stoppen we er dingen in die natuurlijk zijn en werken.’

Cruciaal in die ontwikkeling was de R&D-manager Dirk Develter. Hij bedacht het diamantmodel, een matrix van aanvankelijk vijf en vandaag dertien parameters, waarop elk Ecover-product steeds beter moet scoren, ook in vergelijking met conventionele producten: efficiëntie, impact op gezondheid en milieu, de oorsprong van de grondstoffen, het transport, de verpakking, het ontbreken van petroleumderivaten en VOC’s (vluchtige organische componenten, zoals oplosmiddelen, die schadelijk kunnen zijn voor gezondheid en milieu) enzovoort. Vandaag bestaan Ecover-producten voornamelijk uit plantaardige componenten (75 tot 100 procent), terwijl dat bij de conventionele producten rond 40 tot 50 procent ligt.

Raapzaadolie

Midden jaren negentig ontwikkelde het bedrijf een plantaardig detergent dat onder andere uit palmolie bestond, en een veel lagere toxiciteit had in vergelijking met de petrochemische varianten. De door Ecover gepatenteerde, met IWT-steun tot stand gekomen EcoSurfactants uit 2010 gaan nog een stap verder. Dat zijn natuurlijke oppervlakteactieve stoffen die, in tegenstelling tot hun petrochemische broertjes, op lage temperaturen door vergisting worden geproduceerd en volledig bio­afbreekbaar zijn. Ze stelden het bedrijf in staat het gebruik van tropische ­oliën aan banden te leggen en over te schakelen op onder andere raapzaadolie.

Tegenwoordig onderneemt Ecover samen met onder andere Fisch (Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry, een samenwerking van Vito, de federatie van de Chemische industrie en de Vlaamse universiteiten) nieuwe stappen om alternatieve grondstoffen te ontwikkelen.

Afvalstromen

Ondertussen werden ook de conventionele merken stilaan ecologischer. De vermaledijde fosfaten waarmee het meer dan dertig jaar geleden voor Ecover begon, zijn inmiddels verboden in waspoeders en binnenkort ook in vaatwasproducten. Dreigt Ecover als groene innovator niet ingehaald te worden door de werkelijkheid en overbodig te worden?

‘We zijn alvast nog niet zover dat iedereen volledig biologisch afbreekbare ingre­diënten gebruikt, gebaseerd op plantaardige grondstoffen en zonder milieu- en gezondheidsrisico’s,’ zegt Tom Domen. ‘In tegenstelling tot de conventionele merken willen wij bijvoorbeeld geen optische witmakers in onze wasmiddelen en geen schuimversterkers in de afwasmiddelen. Wij kijken ook al een stap verder, naar duurzaam aankopen, het vermijden van voedings­gewassen en het kiezen voor afvalstromen. In onze afwastabs zit al een ingrediënt afkomstig uit graanafval.’

Tussen droom en daad zitten ook bij Ecover nog tal van praktische bezwaren. Zo schakelde het bedrijf twee jaar geleden over op de plantastic-flacons. Dat is een verpakking die volledig op basis van duurzaam suikerriet is gemaakt, en toch gewoon meekan met de PMD-fractie, waar ze samen met plastic flessen kan worden gerecycleerd. Innovatief, maar niet perfect, want suikerriet is een voedingsgewas dat bovendien over grote afstand moet worden getransporteerd.

‘Die kritiek is terecht’, zegt Domen, de geestelijke vader van Plantastic. ‘Soms moet je op een ontwikkeling springen, ook al weet je dat ze nog niet perfect is, in de overtuiging dat de investering uiteindelijk leidt tot een beter alternatief. Van afval vertrekken voor plastic is voorlopig nog niet commercieel haalbaar, maar we staan er niet ver meer van af.’

Biomimicry

Voor de toekomst verwacht de long term innovation manager veel van biomimicry of biomimetica, een innovatiemethode die ervan uitgaat dat we ons voor producten en processen best inspireren op de 3,8 miljard jaar research & development van de natuur. Tom Domen: ‘Vroeger waren we tevreden dat we natuurlijke grondstoffen gebruikten, nu weten we dat er meer uit de natuur te halen valt door een grondig begrip van de natuurlijke processen. In onze nieuwe langetermijnvisie passen we de biomimicry-principes toe op onze producten, productieprocessen, verpakkingen en op de organisatie. Zo vraag ik me af of we over tien of twintig jaar nog wel grote fabrieken moeten hebben waarnaar je een massa grondstoffen transporteert, en waaruit dan alles weer vertrekt naar de consument. Zou het niet veel beter zijn om met lokale grondstoffen en afvalstromen onze producten te maken? Dat is nu nog niet realistisch, maar het besef leeft dat het de toekomst is.’

www.ecover.com

Derde deel uit de Innovators-reeks, verschenen in De Standaard