Kernfusie: bodemloze put of onuitputtelijke bron van schone energie?

Er ligt een voorstel op tafel om het EU-budget voor kernenergie te verhogen. De experimentele kernfusiereactor Iter is de grote slokop.

De steun van de EU aan het wetenschappelijk onderzoek rond kernenergie komt ten goede aan twee instanties,Euratom en Iter (International Thermonuclear Experimental Reactor). Tussen 2007 en 2013 ging naar beide samen zo’n 759 miljoen euro per jaar. Als het aan de Europese Commissie ligt, wordt dat in de komende vijf jaar zo’n 872 miljoen euro per jaar. Het geld werd en wordt vooral gebruikt voor het onderzoek naar kernfusie, ook wel de heilige graal van de nucleaire wereld genoemd. Zo is 142 miljoen euro voorbestemd voor kernfusieonderzoek onder de paraplu van Euratom en 515 miljoen euro per jaar voor Iter. En dat voor een idee dat al zestig jaar als beloftevol geldt, maar technisch bijzonder moeilijk te realiseren valt.

Waterkoker

De voorbereidende werken aan Iter zijn volop bezig. In het Zuid-Franse Cadarache verrijst tussen nu en 2020 een experimentele reactor die – als hij werkt – de geschiedenis zal ingaan als ’s werelds duurste waterkoker. De bedoeling van Iter is immers niet om stroom te leveren aan het Franse net, maar om de zeldzame labsuccessen rond kernfusie op grote schaal te laten plaatsvinden. Of dat lukt, zal pas ten vroegste omstreeks maart 2027 duidelijk worden, wanneer de reactor volledig operationeel zou moeten zijn. Als het dan lukt om kernfusie tot stand te brengen en een temperatuur van 200 miljoen° C te bereiken in de omgeving van supergeleidende magneten die tot -269° gekoeld zijn, zijn we alweer een stapje verder.

Het totale kostenplaatje voor de constructie van Iter is ondertussen al opgelopen van de oorspronkelijke 5 miljard euro tot een verwachte 15 miljard euro. Maar het valt te verwachten dat de uiteindelijke kosten nog verder zullen stijgen. De kosten voor het onderhoud en het in werking houden van de reactor zijn hierbij niet inbegrepen.

Slokop

Wie maalt om een paar miljard meer als je in ruil gratis schone energie krijgt? Kernfusie is alvast theoretisch een prachtige zaak. Het belichaamt de droom van een onuitputtelijke, emissievrije en laag-radioactieve energiebron. De vraag is of het nuttig is om per jaar een slordig half miljard euro te blijven pompen in een techniek die zelfs volgens de grootste optimisten in de komende decennia niet tot commerciële toepassingen zal leiden en dus te laat zal komen om de acute klimaatproblemen op te lossen die door de verbranding van fossiele brandstoffen worden veroorzaakt. De werkelijkheid is dat Iter, nu de constructie eenmaal begonnen is, geld zal blijven opslokken zonder dat zeker is of het tuig ooit tot kernfusie op grote schaal zal leiden. Daar is ook een fervent tegenstander als Groen-Europarlementslid Bart Staes het mee eens: “De kans is onbestaande dat het geld uit Iter zou worden teruggetrokken en gebruikt voor duurzame energieprojecten. Alleen de groene fractie blijft zich verzetten tegen Iter, alle andere partijen zijn voor. Blijkbaar wil de grote meerderheid deze witte olifant graag in stand houden en doen groeien.”

 

Verschenen in Argus Actueel, 3 maart 2013