Een labo in een doosje

Het labo van de toekomst is twee inktpatronen groot. Een geneeskundige revolutie in zakformaat.

We wanen ons in een sciencefictionfilm. In een stofvrije productieruimte achter glas werken technici met chirurgenmaskers aan gesofisticeerde machines die witte cartridges produceren. Ze zijn twee inktpatronen groot, maar er schuilt een volledig laboratorium in.

De plastic doosjes zijn een proefversie van Apollo, het nieuwe geesteskind van Rudi Pauwels. ‘Je kan eender welk klinisch staal in de cartridge inbrengen en na één tot anderhalf uur heb je resultaat’, zegt de ceo van Biocartis. ‘Of het nu tumorweefsel, bloed of slijm is, dit toestelletje breekt elk weefsel open en stelt ons in staat om tientallen zones in het genetisch materiaal van het staal te ondervragen.’

De cartridge wordt ingeladen in een toestel dat de resultaten uitleest. Handelingen die tot vandaag door verschillende gespecialiseerde laboranten worden uitgevoerd op complexe apparatuur om bijvoorbeeld kanker te detecteren, voert dit doosje in een mum van tijd uit. Apollo komt pas volgend jaar (onder een andere naam) op de markt. De proefversies worden in samenwerking met verschillende labo’s en instituten uitgetest en verder verfijnd.

Hiv-remmers

Als het op innovatie in de biotechsector aankomt, is Rudi Pauwels, een doctor in de farmaceutische wetenschappen, niet aan zijn proefstuk toe. Zijn eerste bedrijf, Tibotec, ontwikkelde op amper een paar jaar tijd drie hiv-remmers die vandaag de hoekstenen vormen van succesvolle aids-therapie.

‘Aan elke innovatie gaat een incubatietijd vooraf’, zegt Pauwels. ‘Samen met mijn collega’s van het Leuvense Rega Instituut ging ik door een periode van trial and error , om dan tot een belangrijk inzicht te komen. We wilden niet de zoveelste verbeterde hiv-remmer maken. We wilden medicijnen produceren die we onszelf zouden toedienen als we hiv zouden hebben. Dat deden we door aan de hand van een enorme hoeveelheid data te ontdekken wat hiv precies deed. Wij zagen het probleem in multicolor, terwijl anderen in zwart-wit keken.’

Pauwels is er de man niet naar om op zijn lauweren te rusten. Hij richtte samen met Paul Stoffels een ander bedrijf op, Virco, en hij stond mee aan de wieg van Galapagos. Virco stortte zich op biomerkers – stoffen in het lichaam die de toestand van een ziekte weergeven, meer bepaald in welke mate een patiënt weerstand tegen anti-hiv-middelen had opgebouwd.

In 2002 werd Tibotec-Virco verkocht aan Johnson & Johnson. Pauwels ging herbronnen in het Zwitserse Lausanne, en verdiepte zich in nano- en microtechnologie. ‘Ik zou iedereen op zijn tijd een sabbatical aanraden’, zegt hij. ‘Op een bepaald moment zijn 90% van je ideeën gerealiseerd en stel je vast dat je in een doodlopend straatje zit. Dan is het nodig om je eigen kennis in vraag te stellen. Wat me aan Virco frustreerde, is dat het concept niet schaalbaar genoeg was. Als de toekomst van de geneeskunde afhangt van hoe we accuraat dingen in ons lichaam kunnen meten, moeten we nadenken over hoe we complexe testen kunnen democratiseren door ze dichter te brengen bij waar ze nodig zijn. Dat is wat Apollo doet.’

Industrialisatiekloof

Apollo bouwt verder op een ontwikkeling van Philips, vandaag een van de minderheidsaandeelhouders van Biocartis. ‘Je moet niet alles zelf trachten uit te vinden’, zegt Pauwels. ‘Innovatie is ook het leggen van nieuwe verbanden tussen concepten die uit andere domeinen komen. Het belang van uitvindingen wordt sterk overschat. Het is de industrialisatiekloof die je moet overbruggen. Hoe belangrijk technologische innovaties ook zijn, uiteindelijk zijn het slechts elementen om tot de uiteindelijke oplossing te komen. Het kost ook tien keer meer tijd en geld om een werkend prototype te laten evolueren tot een industrieel product dat betrouwbaar is en aan een redelijke kostprijs kan worden geproduceerd. Bij ons zitten de ontwikkeling en de productie in één gebouw en zo winnen we enorm aan efficiëntie.’

Biocartis haalde inmiddels al 150 miljoen euro op, en tekent daarmee voor een van de grootste fundraisingsuccessen in de sector over de laatste jaren.

Biocartis zoekt zelf geen biomerkers, dat laten ze aan de specialisten over. Apollo werkt met een open architectuur van licenties. ‘Alle succesvolle platformen zijn vandaag gebaseerd op collaborative innovation ‘, zegt Rudi Pauwels. ‘Bedrijven als Biomérieux en Johnson & Johnson, maar net zo goed kleinere bedrijven met een interessante en goedgekeurde test kunnen in de toekomst ontwikkelaars worden van diagnostische apps. Biocartis blijft verantwoordelijk voor de optimalisatie van het platform, dat zeer veel verschillende tests kan uitvoeren. Die samenwerking tussen bedrijven is onontbeerlijk: alleen zo kan de gezondheidssector kostenefficiënter worden.’

Dreigen laboranten niet zonder werk te vallen als Apollo een wereldsucces wordt? ‘Het probleem is omgekeerd: er zijn nu al te weinig laboranten. Niet alleen in de westerse wereld, maar zeker ook in de groeimarkten: we stellen elk labo in staat moleculaire tests uit te voeren, zonder dat er een moleculair bioloog aan te pas komt.’

De mensen die we achter glas zagen werken, geven hoop voor de (hoogtechnologische) maakindustrie in ons land. ‘Sommige van onze technici werkten tot vorig jaar bij Opel, ze zijn nauwkeurig en gemotiveerd. We hebben ze omgeschoold en vandaag assembleren ze Apollo. Deze vorm van manufacturing kan je niet zomaar outsourcen naar een lageloonland, want het moet in heel welbepaalde technologische, gecontroleerde en hygiënische omstandigheden gebeuren.’

www.biocartis.com

Verschenen in De Standaard, 13/4/13