Succes met sensoren

Cmosis won onlangs een IWT innovatie-award. In zes jaar bereikte het bedrijf de internationale top in het ontwerpen en produceren van beeldsensoren.

Een van de sensoren die de Cmosis-oprichters maakten met hun vorige bedrijf, bevindt zich aan boord van de Mars Express in een baan om de rode planeet. Een van hun huidige paradepaardjes vormt het hart van de gloednieuwe Leica M, een beeldsensor die schitterende resultaten neerzet. De zaken gaan uitstekend bij het Antwerpse Cmosis, een ontwikkelaar van geavanceerde beeldsensoren die in 2007 werd opgericht en nu 55 werknemers telt, waaronder een tiental doctors. Als de orders blijven binnenlopen zoals in het eerste kwartaal, zullen ze hun omzet verdrievoudigen tot 40 miljoen euro. Vorig jaar werd op een omzet van 12,3 miljoen euro 1,6 miljoen winst voor belastingen gerealiseerd.

De vijf oprichters van Cmosis, waarvan er nog vier actief zijn in het bedrijf, hebben een lange gezamenlijke geschiedenis. Ze leerden elkaar kennen bij Imec, het Interuniversitair Micro-Elektronica Centrum in Leuven. Guy Meynants, vandaag chief technological officer en hoofd R&D bij Cmosis, richtte samen met enkele collega’s in 1999 Fillfactory op, een spin-off gespecialiseerd in CMOS-beeldsensoren, destijds beschouwd als inferieur aan de meer gangbare CCD-sensoren.

Meynants doctoreerde aan de KU Leuven op CMOS, net als Jan Bogaerts, vandaag chief scientist van Cmosis. Samen met hun toenmalige afdelingshoofd Lou Hermans (vandaag chief operating officer) en enkele collega’s zagen ze mogelijkheden tot verdere innovatie en commercialisering. Jan Bogaerts: ‘CCD’s bestonden al lang en spectaculaire verbeteringen waren niet meer mogelijk. Bij CMOS kon dat nog wel.’

‘Het grote voordeel is dat CMOS gebaseerd is op siliciumtechnologie, een materiaal dat puur toevallig dezelfde lichtgevoeligheid heeft als het menselijk oog. Bovendien kunnen we profiteren van alles wat gebeurt binnen de micro-elektronica, die ook siliciumgebaseerd is’, zegt Guy Meynants.

Het eerste zakelijke avontuur eindigde met gemengde gevoelens. Fillfactory werd voor 100 miljoen dollar overgenomen door Cypress Semiconductor, maar het Amerikaanse bedrijf slaagde er niet in om de markt van gsm-camera’s in te pikken zoals gepland en verkocht de activiteit in 2011 aan On Semi.

Het bleef kriebelen. De oprichters van Fillfactory vonden elkaar terug en richtten Cmosis op. De financiering rond krijgen bleek vrij eenvoudig. De oprichters en het durfkapitaalfonds Capital-E zorgden voor een miljoen euro om het eerste anderhalf jaar te overbruggen. Later kwamen Vinnof en ING aan boord en tastte het management opnieuw zelf in de portefeuille. Ook de overheid hielp in de afgelopen jaren een handje, met IWT-steun, Europese subsidies (onder andere rond medische beeldvorming) en de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers. ‘Bij de laatste begrotingsmaatregelen is die zelfs verhoogd naar 80%, maar de voorwaarden zijn verstrengd’, zegt Guy Meynants. ‘We vrezen dan ook voor meer administratieve rompslomp.’

Cmosis beschikt over enkele geoctrooieerde uitvindingen die een voorsprong geven op de concurrentie. Zo zijn de ontwikkelaars erin geslaagd om pixels anders op te bouwen en de beeldruis tot een minimum te beperken, ook bij lage lichtsterktes. Met hun superieure analoog-digitaalconvertoren worden pixels sneller en efficiënter uitgelezen, zodat er minder stroom nodig is en batterijen langer meegaan.

Cmosis werkt op vraag van de klant, maar hun standaardproducten vormen de ruggengraat van het bedrijf. ‘Toen we opstartten, wilden we drie dingen doen’, zegt Meynants. ‘Octrooien indienen met onze nieuwe ideeën, een product ontwikkelen dat binnen de twee jaar succesvol op de markt kon komen en klanten vinden voor klantspecifieke ontwikkelingen. Het zijn de eigen producten die vandaag de toekomst van het bedrijf verzekeren.’

Een van de mooiste uithangborden van het bedrijf is de samenwerking met Leica. Het kan vreemd lijken dat een camerabouwer als Leica zijn beeldsensor niet zelf ontwikkelt, maar de ontwikkeling uitbesteedt. Meynants: ‘Wij profiteren van de knowhow die we voor andere klanten opbouwen. Leica bezorgt ons een lijst van wensen en het is onze zaak die mogelijk te maken. Zo lang iets fysiek mogelijk is, zijn wij geneigd op zo’n vraag in te gaan.’

Intellectuele eigendom

De kracht van Cmosis is dat ze de eigen intellectuele eigendom niet uit handen geven. Meynants: ‘We bieden Leica wel exclusiviteit op deze specifieke sensor, maar de onderliggende circuits blijven onze intellectuele eigendom: dat is onze kernkennis. Alleen zo kunnen we andere klanten de kans geven mee te profiteren van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Het is een open innovatiemodel, zonder dat we het expliciet zo noemen.’

Een bijkomend voordeel is ook dat het bedrijf niet afhankelijk is van één klant. Leica is goed voor ongeveer een derde van de omzet. De helft van de omzet komt uit de wereld van de machinevisie, verdeeld over meer dan tweehonderd klanten. Cmosis doet het met andere woorden uitstekend.

Bestaat de kans niet op een overname en een nieuw Fillfactory-scenario? ‘Ik hoop dat we de innovatiestrategie van het bedrijf in eigen handen kunnen houden,’ zegt Guy Meynants. ‘Met de oprichters en het personeel hebben we toch zo’n 30% van de aandelen in handen, als we onze opties meetellen.’

www.cmosis.com

Verschenen in De Standaard, 27/4/13