Wat als we niet meer hoeven te werken?

De Britse economieprofessor, auteur en partijloos politicus Robert Skidelsky (75) is ervan overtuigd dat we dankzij de automatisering binnen enkele decennia niet (veel) meer zullen moeten werken. Met behulp van een basisinkomen zullen we ons leven op eigen houtje kunnen invullen. Maar wordt dat ook een duurzaam leven?

Onlangs haalde het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen Lord Robert Skidelsky naar Antwerpen voor een lezing, en ARGUS strikte hem voor een interview. De 75-jarige Britse emiritus professor economie is vooral bekend vanwege zijn biografie in drie delen over de invloedrijke economist John Maynard Keynes.

Vorig jaar publiceerde Skidelsky samen met zijn zoon Edward het pamflet Hoeveel is genoeg? Geld en het verlangen naar een goed leven. Vader en zoon vertrokken daarvoor opnieuw bij Keynes, meer bepaald bij diens essay uit 1930: Economic possibilities for our granchildren. Vooruitgangsoptimist Keynes voorspelde daarin dat mensen ongeveer een eeuw later – binnen dit en vijftien jaar dus – dankzij productiviteitswinst en automatisering amper vijftien uur per week zouden moeten werken.

De Skidelsky’s stellen vast dat Keynes het voorlopig niet bij het rechte eind had. Ze menen ook te weten waarom. We werken met zijn allen veel harder dan we eigenlijk zouden moeten omdat we daartoe worden aangezet door de consumptiemaatschappij en reclame in het bijzonder. En omdat we gedreven worden door een sterk verlangen naar status, die we denken te kunnen bereiken door in een groot huis te wonen, ongezond veel te eten, met een dikke auto te rijden en verre reizen te ondernemen. Het is nooit genoeg, en tot wat voor soort excessen dat kan leiden, zagen we onder andere in de bankencrisis en aan absurd hoge topmanagers- en topvoetballerslonen.

Robert en Edward Skidelsky hebben het niet zo erg begrepen op de milieubeweging, maar evenmin op de excessen van de consumptiemaatschappij. Zij pleiten voor een derde weg: het goede leven. Leven zonder stress, in vrijheid en in harmonie met de natuur, met veel vrije tijd die we kunnen gebruiken om onszelf te ontwikkelen, van vrienden en cultuur te genieten. Want eigenlijk gelooft Robert Skidelsky dat Keynes binnen een paar decennia alsnog gelijk zal krijgen. De immer voortschrijdende robotisering en automatisering zal ertoe leiden dat heel veel banen overbodig worden. Hoe moeten we dan verder? En hoe valt deze toekomstvisie te rijmen met duurzaamheid?

De vrijetijdseconomie

Misschien moeten we bij het begin beginnen: hoe waarschijnlijk acht u het dat robots en computers ons werk overnemen? Wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Robert Skidelsky: “Als je robots zegt, denken mensen algauw aan een mensachtig wezen uit blik, maar automatisering gaat voor een groot stuk over software. Het lijkt me bijvoorbeeld perfect mogelijk om het werk van callcentermedewerkers op termijn door slimme software te laten uitvoeren. Zo zijn er talloze voorbeelden. In het verleden zijn we al vaker met automatisering geconfronteerd. Ook toen verloren mensen hun job, maar we bleven nieuwe producten en jobs creëren zodat er altijd genoeg werk was. Die periode zou stilaan op zijn einde kunnen lopen. Ik verwacht dat we in de komende twintig à dertig jaar steeds grotere structurele werkloosheid zullen krijgen vanwege de fenomenale groei in rekenkracht en intelligentie van computersystemen. Ook zogenaamd intellectuele jobs zullen vervangen worden door computers. En dan wordt het interessant.”

Wat gebeurt er als mensen geen werk meer hebben omdat computers en robots hun taken overnemen?

Robert Skidelsky: “Het lijkt me aannemelijk dat we mensen een basisinkomen zullen geven. Maar de meer fundamentele vraag is: hoe zullen mensen hun tijd dan doorbrengen? Als mensen niet meer moeten werken voor een inkomen, moeten ze kiezen wat ze met hun leven gaan doen. De vraag wordt dan: hoeveel geloof heb je in de mens? Pessimisten denken dat mensen zich zullen kapotvervelen en elkaar misschien zelfs uitmoorden. Optimisten geloven dat mensen hogere capaciteiten zullen ontwikkelen, die lange tijd sluimerend aanwezig waren omdat ze hun tijd aan werk moesten besteden.”

Bent u een optimist of een pessimist?

Robert Skidelsky: “Dat varieert. Als ik naar het nieuws kijk, geloof ik niet dat er veel hoop is voor de toekomst van de mens. We lijken met een fabricagefout geboren. Op andere momenten besef ik dat de mens kan bijleren en evolueren. Delen van de wereld zijn er veel beter aan toe dan vroeger, niet alleen materieel maar ook spiritueel. Kijk maar naar Europa, of meer specifiek naar de Scandinavische landen. Het onderwijs is gedemocratiseerd, ongeveer de helft van de bevolking doet hogere studies. Dat verheft mensen.”

Zouden mensen nog wel studeren als ze niet meer moesten werken?

Robert Skidelsky: “De enige reden om te studeren zou dan zijn je geest en je capaciteiten te verruimen – maar geldt dat nu al niet voor heel wat hoger onderwijs? Lager en middelbaar onderwijs zijn behoorlijk utilitair, maar eens aan de universiteit wordt dat toch anders. Nogal wat mensen beginnen aan een opleiding omdat ze hen interesseert, niet met een bepaalde job in gedachten. In een geautomatiseerde toekomst wordt de universiteit een van de fases van active leisure (actieve vrije tijd).”

Grenzen aan de groei

Laten we ervan uitgaan dat uw toekomstvisie uitkomt. Wordt het ook een duurzame toekomst, bijvoorbeeld met een cradle-to-cradle-economie?

Robert Skidelsky: “Het milieu niet belasten met giftige afvalstoffen is hoe dan ook heel belangrijk, zeker in het licht van de bevolkingsgroei. We kampen nu met grote problemen om ons afval kwijt te geraken. Dus de idee van bio-afbreekbaarheid en kringlopen ben ik zeker genegen. Ik zou zeggen: good luck, go ahead! Elke filosofie die ons aanmoedigt om in harmonie met de natuur te leven, moet wel juist zijn. Het goede aan cradle-to-cradle is ook dat het een denkrichting is die niet vertrekt van schaarste en uitputting, maar van overvloed. Dus niet dat Puriteinse groene denken over besparen en beheersen. Ik ben namelijk niet zo’n Puritein.”

Hebben we voor de overgang naar een meer duurzame economie vooral een mentaliteits- en gedragsverandering van de mensen nodig of meer staatsinterventie?

Robert Skidelsky: “Beide, denk ik. Als je de stimuli verandert, verandert het gedrag. De liberale gedachte dat je met een andere aanpak dan de geldende paternalistisch zou zijn en zou ingaan tegen de menselijke vrijheid, is een valse voorstelling van zaken. Er is heel wat paternalisme en manipulatie in de wereld waarin wij leven. Het is gewoon een kwestie van welk soort manipulatie je verkiest. Neem nu reclame zoals we die vandaag kennen, een van de grote triggers in onze maatschappij om steeds maar meer te willen. Je hebt een grote groep mensen nodig die ervan overtuigd geraakt dat de meeste reclame leugenachtig en vals is. Dan zou er een consensus kunnen ontstaan over meer restricties op reclame. Maar je kan het ook doen zonder op vrijheid te beknibbelen, bijvoorbeeld door de financiering van tv-zenders en websites op een andere manier te regelen dan nu het geval is.”

De Club van Rome had het in 1972 al over de grenzen aan de groei. Tegenwoordig is het bon ton om te zeggen dat die grenzen overschreden zijn. Moeten we dan naar een nulgroeieconomie? En kan dat wel, een economie zonder groei van het BBP?

Robert Skidelsky: We live in a target culture, don’t we? We stellen ons als maatschappij altijd bepaalde doelstellingen. Maar de fixatie op het BBP is al bij al een vrij recente evolutie, iets van de jaren vijftig en zestig. Wat niet wil zeggen dat de welstand en de welvaart in de jaren voordien niet verbeterden. We zijn er kennelijk nogal goed in om eeuwigheidswaarde toe te kennen aan vrij recente trends. De gedachte om ze te verlaten, lijkt ondraaglijk. Er valt nochtans heel wat voor te zeggen om het groeidoel te laten vallen en voor andere doelen te opteren. Eén van de belangrijkere doelen lijkt me economische zekerheid. De meeste mensen hebben liever dat hun kapitaal in stand wordt gehouden dan dat het spectaculair groeit, als dat het risico inhoudt het te verliezen. We willen betere gezondheidszorg voor iedereen. We willen een economie waarin mensen in harmonie met de natuur leven en waarin ze genoeg vrije tijd hebben, dat is ook niet erg pro-growth. We moeten ook durven nadenken over de verdeling van welvaart.”

Utopie en dystopie

Het utopia dat u schetst lijkt toch erg ver weg. Volgens Thomas Piketty wordt de ongelijkheid alleen maar groter. Stevenen we op een revolutie af?

Robert Skidelsky: “Het is mogelijk dat er crisissen komen. Maar de overgang van de dystopie naar de utopie is nog nooit zo dichtbij geweest. De utopie staat voor de deur, omdat de technologische mogelijkheden om mensen minder te laten werken nooit groter zijn geweest. Minder werk is een constante in alle utopieën, maar nu kan het realiteit worden. Het interessante is dat samen met de realiseerbare utopie ook een dystopie mogelijk wordt, met een steeds grotere kloof tussen de haves en de have nots. Het is dus een heel interessante periode. Ik weet niet wat er zal gebeuren, we kunnen mensen alleen de goede mogelijkheden tonen en hopen dat ze die kiezen.”

U hebt zich voor uw boek verdiept in de onverzadigbaarheid de mens, de gedachte dat veel niet goed genoeg is. Wat is uw conclusie?

Robert Skidelsky: “Aan het begin van onze research veronderstelden wij dat onverzadigbaarheid een belangrijke drijfveer is van de mens. Ondertussen ben ik daar minder van overtuigd. Het idee van de onverzadigbare mens past in een economische propaganda die wil verdoezelen dat veel van wat we doen gedreven wordt door reclame. Gulzigheid en jaloezie zijn zeker menselijke kenmerken, en we zien er heel wat van rondom ons, maar misschien geven we ze wel te veel gewicht. De menselijke moraal heeft dit soort trekjes altijd veroordeeld en de mensheid is er altijd naar op zoek geweest hoe we deze neigingen, net als de voortplantingsdrift, op een of andere manier aan banden kunnen leggen.”

Bent u eigenlijk toch optimistischer geworden over de toekomst van de mensheid?

Robert Skidelsky: “Niet echt. Mensen zitten nu eenmaal zo in mekaar dat ze gemakkelijk vallen voor politici die hen om de tuin leiden en hen overtuigen om hen te volgen naar het nieuwe Utopia. De belangrijkste karaktertrek van de mens lijkt me zwakheid in plaats van slechtheid. En nu ben ik toe aan een sigaret.”

 Verschenen op Argus Actueel, 16 december 2014