Elvire rust nooit

Zeven dagen lang publiceerde De Standaard de reeks Big in Belgium, over Belgische bedrijven en sectoren die de wereldleider in hun niche zijn. Het begon met Elvire, de meest efficiënte en meest productieve krantenpapiermachine ter wereld. De foto’s waren (meestal) van Titus Simoens.

Wanneer afgevaardigd bestuurder Chris De Hollander van Stora Enso Langerbrugge samen met machinebestuurder Patrick Van Der Linden voor de fotograaf poseert op de stomende en sissende krantenpapiermachine lijken ze nietige stipjes, een kapitein en zijn eerste stuurman op een reuzentanker.

Net als bij een schip zien we van de machine enkel de bovenste helft, 8 meter hoog en 125 meter lang. De andere helft bevindt zich een verdieping lager. Aan het ene eind spuit de machine papierpulp met een vochtigheidsgraad van 98% tussen doeken die op rollen draaien met een snelheid van 120 km/u. Exact 7,11 seconden later is de pulp krantenpapier geworden met een vochtigheidsgraad van 8%, klaar om bedrukt te worden. Zowat elk uur wordt een zogenaamde moederrol geproduceerd van 10,4 meter breed, bijna 4 meter diameter en meer dan 100 ton zwaar. En zo gaat dat door, dag en nacht, weekends en feestdagen inbegrepen. Elvire rust nooit. Haar naam heeft ze te danken aan het feit dat ze de vierde papiermachine op de site is – en lijn 4 of L4klinkt algauw als Elvire. Maar u mag ook PM4 zeggen, kort voor papiermachine 4.

De productiefste

PM4 gaat sinds 2003 door het leven als de grootste in haar soort ter wereld. Maar de grootste, dat is ze eigenlijk maar een jaar geweest, tot een Zweeds zusterbedrijf een 5 cm bredere machine in dienst nam. Elvire moet sindsdien genoegen nemen met de titel van snelste en efficiëntste krantenpapiermachine ter wereld, en dat zal ze nog heel lang blijven, zegt Chris De Hollander. ‘Binnen het internationale geheel van Stora Enso zorgt de machine van Langerbrugge voor de constante productie. De minder rendabele of minder goed gelegen machines op andere sites kunnen eventueel harder draaien als de vraag naar papier zou stijgen.’

De papierfabriek is sterk geautomatiseerd. Eén man, de ‘conducteur’, tuurt op een rij computerschermen waarop de processen worden gemonitord. Een andere loopt regelmatig rond in en om PM4 om te checken of de sensoren alles juist registreren. De versneden papierrollen worden door robots getransporteerd, ingepakt en over een lange transportband automatisch naar het depot vervoerd. In de lang vervlogen hoogdagen werkten er nog meer dan 1.000 mensen op de site, nu zijn het er nog 380 in de productie en 60 in de verkoop. Die laatsten zijn trouwens verantwoordelijk voor alle papierverkoop van Stora Enso in Europa ten westen van Duitsland. ‘We proberen met zo weinig mogelijk mensen te produceren, dat klopt’, zegt Chris De Hollander. ‘De papiermarkt krimpt. In 2008 hebben we een knik gekregen. Sindsdien verliest de papierindustrie 5% wereldwijd per jaar. Alle mensen die hier nu nog werken, hebben we nodig om de fabriek te laten draaien.’

Het monster moet gevoed worden, en Stora Enso is erin geslaagd de kringloop van papier te sluiten. Zowel PM4 als PM3, die elders op de 52 ha grote site magazinepapier produceert, vervaardigen papier uitsluitend op basis van gebruikt papier. Uit de 700.000 ton gesorteerd oud papier die hier jaarlijks wordt binnengebracht uit heel België en de buurlanden, haalt het bedrijf nog 150.000 ton afval dat grotendeels in de eigen biomassakrachtcentrales wordt verbrand. Het bedrijf wekt zo 70 procent van zijn eigen stroom op en produceert alle benodigde stoom zelf.

België

Wat heeft een Fins-Zweedse papiergroep er in 2003 toe aangezet om een nieuwe krantenpapierlijn samen met een biomassakrachtcentrale net hier te bouwen, goed voor een investering van 500 miljoen euro? En waarom zo’n grote machine?

‘In de papierindustrie heb je schaal nodig om concurrentieel te zijn’, legt Chris De Hollander uit. ‘Een machine die half zo breed is, kost 70% van de onze en is dus minder rendabel. Je hebt veel oud papier nodig, want we draaien volledig op recyclage. En je hebt veel afzet dichtbij nodig, want de waarde van krantenpapier is te laag om het over grote afstanden te transporteren.’ De Gentse site, met haar centrale ligging in Europa goed voor input én afzet van papier, kwam als beste uit de analyse. Het bedrijf levert papier aan alle Belgische kranten (met uitzondering van de zalmroze Tijd), aan de meeste Nederlandse en Franse en nog vele andere.

Chinese concurrentie

Een van de problemen waar de papierindustrie mee kampt, is niet de papierproductie in Azië, maar de enorme honger naar papier voor verpakkingsmateriaal van China. Zo kan het gebeuren dat het papierafval van Brugge op een boot naar China belandt, terwijl Stora Enso zijn grondstof in Breda moet gaan zoeken. Dat soort absurde toestanden moet stoppen, zegt De Hollander, die pleit voor duurzamere aanbestedingen voor oud papier en karton in een zo lokaal mogelijke kringloop.

Verschenen in De Standaard, 15/7/14

Succes met sensoren

Cmosis won onlangs een IWT innovatie-award. In zes jaar bereikte het bedrijf de internationale top in het ontwerpen en produceren van beeldsensoren.

Een van de sensoren die de Cmosis-oprichters maakten met hun vorige bedrijf, bevindt zich aan boord van de Mars Express in een baan om de rode planeet. Een van hun huidige paradepaardjes vormt het hart van de gloednieuwe Leica M, een beeldsensor die schitterende resultaten neerzet. De zaken gaan uitstekend bij het Antwerpse Cmosis, een ontwikkelaar van geavanceerde beeldsensoren die in 2007 werd opgericht en nu 55 werknemers telt, waaronder een tiental doctors. Als de orders blijven binnenlopen zoals in het eerste kwartaal, zullen ze hun omzet verdrievoudigen tot 40 miljoen euro. Vorig jaar werd op een omzet van 12,3 miljoen euro 1,6 miljoen winst voor belastingen gerealiseerd.

De vijf oprichters van Cmosis, waarvan er nog vier actief zijn in het bedrijf, hebben een lange gezamenlijke geschiedenis. Ze leerden elkaar kennen bij Imec, het Interuniversitair Micro-Elektronica Centrum in Leuven. Guy Meynants, vandaag chief technological officer en hoofd R&D bij Cmosis, richtte samen met enkele collega’s in 1999 Fillfactory op, een spin-off gespecialiseerd in CMOS-beeldsensoren, destijds beschouwd als inferieur aan de meer gangbare CCD-sensoren.

Meynants doctoreerde aan de KU Leuven op CMOS, net als Jan Bogaerts, vandaag chief scientist van Cmosis. Samen met hun toenmalige afdelingshoofd Lou Hermans (vandaag chief operating officer) en enkele collega’s zagen ze mogelijkheden tot verdere innovatie en commercialisering. Jan Bogaerts: ‘CCD’s bestonden al lang en spectaculaire verbeteringen waren niet meer mogelijk. Bij CMOS kon dat nog wel.’

‘Het grote voordeel is dat CMOS gebaseerd is op siliciumtechnologie, een materiaal dat puur toevallig dezelfde lichtgevoeligheid heeft als het menselijk oog. Bovendien kunnen we profiteren van alles wat gebeurt binnen de micro-elektronica, die ook siliciumgebaseerd is’, zegt Guy Meynants.

Het eerste zakelijke avontuur eindigde met gemengde gevoelens. Fillfactory werd voor 100 miljoen dollar overgenomen door Cypress Semiconductor, maar het Amerikaanse bedrijf slaagde er niet in om de markt van gsm-camera’s in te pikken zoals gepland en verkocht de activiteit in 2011 aan On Semi.

Het bleef kriebelen. De oprichters van Fillfactory vonden elkaar terug en richtten Cmosis op. De financiering rond krijgen bleek vrij eenvoudig. De oprichters en het durfkapitaalfonds Capital-E zorgden voor een miljoen euro om het eerste anderhalf jaar te overbruggen. Later kwamen Vinnof en ING aan boord en tastte het management opnieuw zelf in de portefeuille. Ook de overheid hielp in de afgelopen jaren een handje, met IWT-steun, Europese subsidies (onder andere rond medische beeldvorming) en de vrijstelling van bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers. ‘Bij de laatste begrotingsmaatregelen is die zelfs verhoogd naar 80%, maar de voorwaarden zijn verstrengd’, zegt Guy Meynants. ‘We vrezen dan ook voor meer administratieve rompslomp.’

Cmosis beschikt over enkele geoctrooieerde uitvindingen die een voorsprong geven op de concurrentie. Zo zijn de ontwikkelaars erin geslaagd om pixels anders op te bouwen en de beeldruis tot een minimum te beperken, ook bij lage lichtsterktes. Met hun superieure analoog-digitaalconvertoren worden pixels sneller en efficiënter uitgelezen, zodat er minder stroom nodig is en batterijen langer meegaan.

Cmosis werkt op vraag van de klant, maar hun standaardproducten vormen de ruggengraat van het bedrijf. ‘Toen we opstartten, wilden we drie dingen doen’, zegt Meynants. ‘Octrooien indienen met onze nieuwe ideeën, een product ontwikkelen dat binnen de twee jaar succesvol op de markt kon komen en klanten vinden voor klantspecifieke ontwikkelingen. Het zijn de eigen producten die vandaag de toekomst van het bedrijf verzekeren.’

Een van de mooiste uithangborden van het bedrijf is de samenwerking met Leica. Het kan vreemd lijken dat een camerabouwer als Leica zijn beeldsensor niet zelf ontwikkelt, maar de ontwikkeling uitbesteedt. Meynants: ‘Wij profiteren van de knowhow die we voor andere klanten opbouwen. Leica bezorgt ons een lijst van wensen en het is onze zaak die mogelijk te maken. Zo lang iets fysiek mogelijk is, zijn wij geneigd op zo’n vraag in te gaan.’

Intellectuele eigendom

De kracht van Cmosis is dat ze de eigen intellectuele eigendom niet uit handen geven. Meynants: ‘We bieden Leica wel exclusiviteit op deze specifieke sensor, maar de onderliggende circuits blijven onze intellectuele eigendom: dat is onze kernkennis. Alleen zo kunnen we andere klanten de kans geven mee te profiteren van nieuwe inzichten en ontwikkelingen. Het is een open innovatiemodel, zonder dat we het expliciet zo noemen.’

Een bijkomend voordeel is ook dat het bedrijf niet afhankelijk is van één klant. Leica is goed voor ongeveer een derde van de omzet. De helft van de omzet komt uit de wereld van de machinevisie, verdeeld over meer dan tweehonderd klanten. Cmosis doet het met andere woorden uitstekend.

Bestaat de kans niet op een overname en een nieuw Fillfactory-scenario? ‘Ik hoop dat we de innovatiestrategie van het bedrijf in eigen handen kunnen houden,’ zegt Guy Meynants. ‘Met de oprichters en het personeel hebben we toch zo’n 30% van de aandelen in handen, als we onze opties meetellen.’

www.cmosis.com

Verschenen in De Standaard, 27/4/13

Een labo in een doosje

Het labo van de toekomst is twee inktpatronen groot. Een geneeskundige revolutie in zakformaat.

We wanen ons in een sciencefictionfilm. In een stofvrije productieruimte achter glas werken technici met chirurgenmaskers aan gesofisticeerde machines die witte cartridges produceren. Ze zijn twee inktpatronen groot, maar er schuilt een volledig laboratorium in.

De plastic doosjes zijn een proefversie van Apollo, het nieuwe geesteskind van Rudi Pauwels. ‘Je kan eender welk klinisch staal in de cartridge inbrengen en na één tot anderhalf uur heb je resultaat’, zegt de ceo van Biocartis. ‘Of het nu tumorweefsel, bloed of slijm is, dit toestelletje breekt elk weefsel open en stelt ons in staat om tientallen zones in het genetisch materiaal van het staal te ondervragen.’

De cartridge wordt ingeladen in een toestel dat de resultaten uitleest. Handelingen die tot vandaag door verschillende gespecialiseerde laboranten worden uitgevoerd op complexe apparatuur om bijvoorbeeld kanker te detecteren, voert dit doosje in een mum van tijd uit. Apollo komt pas volgend jaar (onder een andere naam) op de markt. De proefversies worden in samenwerking met verschillende labo’s en instituten uitgetest en verder verfijnd.

Hiv-remmers

Als het op innovatie in de biotechsector aankomt, is Rudi Pauwels, een doctor in de farmaceutische wetenschappen, niet aan zijn proefstuk toe. Zijn eerste bedrijf, Tibotec, ontwikkelde op amper een paar jaar tijd drie hiv-remmers die vandaag de hoekstenen vormen van succesvolle aids-therapie.

‘Aan elke innovatie gaat een incubatietijd vooraf’, zegt Pauwels. ‘Samen met mijn collega’s van het Leuvense Rega Instituut ging ik door een periode van trial and error , om dan tot een belangrijk inzicht te komen. We wilden niet de zoveelste verbeterde hiv-remmer maken. We wilden medicijnen produceren die we onszelf zouden toedienen als we hiv zouden hebben. Dat deden we door aan de hand van een enorme hoeveelheid data te ontdekken wat hiv precies deed. Wij zagen het probleem in multicolor, terwijl anderen in zwart-wit keken.’

Pauwels is er de man niet naar om op zijn lauweren te rusten. Hij richtte samen met Paul Stoffels een ander bedrijf op, Virco, en hij stond mee aan de wieg van Galapagos. Virco stortte zich op biomerkers – stoffen in het lichaam die de toestand van een ziekte weergeven, meer bepaald in welke mate een patiënt weerstand tegen anti-hiv-middelen had opgebouwd.

In 2002 werd Tibotec-Virco verkocht aan Johnson & Johnson. Pauwels ging herbronnen in het Zwitserse Lausanne, en verdiepte zich in nano- en microtechnologie. ‘Ik zou iedereen op zijn tijd een sabbatical aanraden’, zegt hij. ‘Op een bepaald moment zijn 90% van je ideeën gerealiseerd en stel je vast dat je in een doodlopend straatje zit. Dan is het nodig om je eigen kennis in vraag te stellen. Wat me aan Virco frustreerde, is dat het concept niet schaalbaar genoeg was. Als de toekomst van de geneeskunde afhangt van hoe we accuraat dingen in ons lichaam kunnen meten, moeten we nadenken over hoe we complexe testen kunnen democratiseren door ze dichter te brengen bij waar ze nodig zijn. Dat is wat Apollo doet.’

Industrialisatiekloof

Apollo bouwt verder op een ontwikkeling van Philips, vandaag een van de minderheidsaandeelhouders van Biocartis. ‘Je moet niet alles zelf trachten uit te vinden’, zegt Pauwels. ‘Innovatie is ook het leggen van nieuwe verbanden tussen concepten die uit andere domeinen komen. Het belang van uitvindingen wordt sterk overschat. Het is de industrialisatiekloof die je moet overbruggen. Hoe belangrijk technologische innovaties ook zijn, uiteindelijk zijn het slechts elementen om tot de uiteindelijke oplossing te komen. Het kost ook tien keer meer tijd en geld om een werkend prototype te laten evolueren tot een industrieel product dat betrouwbaar is en aan een redelijke kostprijs kan worden geproduceerd. Bij ons zitten de ontwikkeling en de productie in één gebouw en zo winnen we enorm aan efficiëntie.’

Biocartis haalde inmiddels al 150 miljoen euro op, en tekent daarmee voor een van de grootste fundraisingsuccessen in de sector over de laatste jaren.

Biocartis zoekt zelf geen biomerkers, dat laten ze aan de specialisten over. Apollo werkt met een open architectuur van licenties. ‘Alle succesvolle platformen zijn vandaag gebaseerd op collaborative innovation ‘, zegt Rudi Pauwels. ‘Bedrijven als Biomérieux en Johnson & Johnson, maar net zo goed kleinere bedrijven met een interessante en goedgekeurde test kunnen in de toekomst ontwikkelaars worden van diagnostische apps. Biocartis blijft verantwoordelijk voor de optimalisatie van het platform, dat zeer veel verschillende tests kan uitvoeren. Die samenwerking tussen bedrijven is onontbeerlijk: alleen zo kan de gezondheidssector kostenefficiënter worden.’

Dreigen laboranten niet zonder werk te vallen als Apollo een wereldsucces wordt? ‘Het probleem is omgekeerd: er zijn nu al te weinig laboranten. Niet alleen in de westerse wereld, maar zeker ook in de groeimarkten: we stellen elk labo in staat moleculaire tests uit te voeren, zonder dat er een moleculair bioloog aan te pas komt.’

De mensen die we achter glas zagen werken, geven hoop voor de (hoogtechnologische) maakindustrie in ons land. ‘Sommige van onze technici werkten tot vorig jaar bij Opel, ze zijn nauwkeurig en gemotiveerd. We hebben ze omgeschoold en vandaag assembleren ze Apollo. Deze vorm van manufacturing kan je niet zomaar outsourcen naar een lageloonland, want het moet in heel welbepaalde technologische, gecontroleerde en hygiënische omstandigheden gebeuren.’

www.biocartis.com

Verschenen in De Standaard, 13/4/13

De wedergeboorte van tapijt

De tapijtsector in ons land verkeert al jaren in crisis. Desso vormt daarop een uitzondering, dankzij zijn Cradle to Cradle-processen en doorgedreven robotisering.

Pierre Van Trimpont heeft een lange staat van dienst in de textielindustrie, onder andere bij Associated Weavers en Sioen. In 2007 verwierf hij een belang in Desso en ging er als coo aan de slag. Momenteel is hij advisor to the board op het gebied van nieuwe technologieën. De Nederlands-Belgische tapijtgroep heeft in ons land 370 mensen in dienst, wereldwijd 880 en realiseert een omzet van 222 miljoen euro (2012).

Wat verklaart het succes? Pierre Van Trimpont: ‘In de eerste plaats het feit dat we ons niet kapot concurreren in de sector van het kamerbreed tapijt, maar een nichespeler zijn die hoogtechnologisch tapijt maakt voor gespecialiseerde sectoren: ultralicht voor de luchtvaart, speciaal gecertificeerd voor de cruise-scheepvaart, fijn stof absorberend voor hypo-allergene toepassingen, hybride gras voor topsportarena’s. Ons Light Reflection Master-tapijt weerspiegelt het licht en zorgt voor een besparing van 10% in het energieverbruik voor verlichting. Als specialist zijn we rendabel. Als we mainstream proberen te zijn, krijgen we klappen, zoals ons met kunstgras is overkomen.’

De lus sluiten

Innovatie is voor Desso de jongste jaren synoniem voor Cradle to Cradle (C2C). Vandaag wordt afvalwater al strenger dan de norm gezuiverd, 4% van de energie wordt met eigen zonnepanelen opgewekt en voor de rest van de elektriciteit wordt groene stroom aangekocht. Het garen en een deel van de rug van de tapijttegels zijn al volledig recycleerbaar. C2C is niet iets dat Desso alleen maar doet uit bekommernis voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Pierre Van Trimpont: ‘Onze klanten dragen duurzaamheid hoog in het vaandel. Ons C2C Silver-certificaat geeft ons een competitief voordeel. Met Cradle to Cradle lopen we voor de bal, maar we kunnen niet eindeloos grondstoffen blijven weggooien. We moeten de lus nu sluiten. C2C dwingt ons onze producten en productieprocessen te herdenken.’

Als doctor in chemical engineering bevindt Van Trimpont zich op vertrouwd terrein. ‘Polyamide 6, een soort nylon, is volledig ontbindbaar in zijn monomeren. Je kunt van zo’n oude polyamide chemisch een volledig nieuwe maken. Desso produceert nu al tapijt op basis van het Econyl-garen van Aquafil, 100% gerecycleerd uit oud tapijt en ander industrieel afval op basis van polyamide 6.’

De recyclage van tapijttegels is nog niet economisch rendabel, onder andere door de grote concurrentie van de verbrandingsovens en de beperkte hoeveelheid oud tapijt die Desso uit de markt haalt.

Strategic Account Manager Erik De Bisschop: ‘Ovam en de politiek dragen hierin een grote verantwoordelijkheid. Wij hanteren concurrentiële verwerkingsprijzen om tapijt te recycleren, terwijl de kostprijs hoger ligt. In Vlaanderen betaal je ongeveer 130 euro per ton om afval te verbranden, in Wallonië 110 euro, maar in Brussel wordt soms gebradeerd tot 85 euro per ton. Die afvalstroom moet koste wat het kost gestopt worden, want niemand is erbij gebaat. Ik zeg altijd: je mag met petroleum alles doen, behalve het verbranden.’

C2C drijft Desso ook naar een nieuw businessmodel: tapijt verhuren in plaats van verkopen.

De Bisschop: ‘Samen met onze partner Composil hebben we de oplossing gevonden. Zij verhuren tapijt aan hun klanten, onderhouden het en bezorgen het ons uiteindelijk terug. De klant heeft perfect onderhouden tapijt waar hij maandelijks een klein bedrag voor betaalt in plaats van het aan te kopen. Het kost hem alles samen zelfs minder. En wij krijgen uitstekend recycleerbaar tapijt binnen.’

Desso innoveert ook door robotisering, een project dat 4,6 miljoen euro kostte. Twee robots laden de bobijnen voor de tuft- en weefmachines in grote rekken, waarna robotwagentjes ze naar de machines vervoeren. De robots vervangen repetitief werk, terwijl de machines minder lang stil liggen.

Robots

‘Waarom is de tapijtindustrie nog aanwezig in België en de confectie niet meer?’, doceert Van Trimpont. ‘We zijn als productieland vergroot in volume en de op een na grootste producent ter wereld geworden, na de Verenigde Staten. In dezelfde vlucht hebben we massaal geautomatiseerd om de loonkostencomponent steeds verder te laten dalen. De robots worden steeds intelligenter, onze processen worden energie-armer en we zijn binnenkort veel minder afhankelijk van buitenlandse grondstoffen.’

Betekent robotisering niet automatisch minder werkgelegenheid? ‘Robotisering kan in onze branche niet leiden tot meer tewerkstelling. Wij slagen er wel in om onze mensen te houden omdat we verder blijven groeien en omdat we onze mensen voortdurend herscholen. De enige uitzondering hierop was de reorganisatie van de kunstgrasafdeling.’

Wat brengt de verdere toekomst? Van Trimpont: ‘We zullen minder water gebruiken en onze processen steeds droger maken. We zullen de energie die in schaapswol of in polyamide is gestoken, zoveel mogelijk bewaren. Vroeger waren we efficiënt, nu worden we holistisch. We streven naar het samsara van de boeddhisten en de hindoes: de wedergeboorte zonder eind.’

www.desso.com

Verschenen in De Standaard, 9 maart 2013

Slimme sensoren in de sierteelt

Het sierteeltbedrijf Romberama werd afgelopen zomer bekroond door het Innovatiesteunpunt van de Boerenbond, voor de vernieuwende manier waarop ze werken met plantensensoren.

Op het eerste gezicht is Romberama in Loenhout een sierteeltbedrijf zoals een ander, zij het van de grote soort. In serres met een oppervlakte van 2 hectare kweken de broers Raf en Ben Rombouts amaryllissen, een bloem die vooral in Duitsland en Nederland populair is. Die landen zijn goed voor respectievelijk 60 en 35% van de afzet van het bedrijf. Slechts vijf procent is bestemd voor de Belgische markt.

Zeven jaar geleden kwam het bedrijf in handen van de tweede generatie. Innovatie zit de familie in het bloed. ‘Mijn vader was de eerste in ons land die met de kweek van aardbeien in serretunnels begon’, zegt Raf Rombouts. ‘Zo slaagde hij erin aardbeien anderhalve maand voor de concurrentie in de winkel te krijgen. Hij verwarmde als eerste serres met aardgas en pionierde in de hangcultuur voor aardbeien en de hydrocultuur van paprika.’

Ook de amaryllissen groeien niet in volle grond, maar op een substraat van perliet (gepofte lava). Elke vier jaar worden de bloembollen uitgedaan, waarna de bollen een warmwaterbehandeling ondergaan en het substraat gestoomd wordt om ziektes en parasieten te verwijderen. De bollen worden eerst gedroogd in een zelfgebouwde drooginstallatie en daarna ‘gekookt’ in water van 40 °C. De teelt is niet biologisch. Sinds er een plaag heeft gewoed in de serre zien de broers zich af en toe genoodzaakt te sproeien met bestrijdingsmiddelen. Raf: ‘We doen dat zo weinig mogelijk. We gebruiken natuurlijke schimmels om de bollen sterker te maken en werken zoveel mogelijk in harmonie met de natuur. We hebben geen andere keuze: de bestrijdingsmiddelen worden minder sterk, de plagen heviger. Ik ben voor duurzaamheid, maar als ik niet af en toe een correctie uitvoer met de spuit, kost me dat de kop.’

In samenwerking met de UGent test het bedrijf plantensensoren uit. Die sensoren zijn momenteel nog volop bezig met het verzamelen van data. In de tomatenteelt hebben deze sensoren al wonderbaarlijke testresultaten opgeleverd. ‘De sensoren geven informatie over de groei in functie van de relatieve luchtvochtigheid, licht, CO 2en de kastemperatuur. Een infraroodcamera meet de bladtemperatuur. Een algoritme berekent de verwachte groei van de planten. Over die gegevens beschikten we vroeger niet. Die kennis zal ons in de toekomst in staat stellen in te grijpen als de groei versnelt of vertraagt.’

In de praktijk zal de informatie de sierteler helpen om zijn planten tot volle wasdom te krijgen op het moment dat de veilingprijs het hoogst ligt, of de groei vertragen als de prijs te laag ligt. De prijsverschillen zijn aanzienlijk: na de topperiode van eind december kelderen de prijzen en liggen ze soms tot vijf keer lager dan tijdens de eindejaarsperiode. Of het gebruik van de plantensensoren de kosten zal compenseren, valt nog af te wachten. Alles samen is er met de opstelling van de sensoren nu al een investering van 14.000 euro gemoeid.

Voor warmteopwekking en koeling in de serre deden de broers een grotere investering, die hen een energiebesparing tot 50% zou moeten opleveren. Het tuinbouwbedrijf maakt gebruik van een gasgestookte absorptiewarmtepomp die tot 50 kubieke meter water per uur oppompt uit ondergrondse waterlagen, 120 meter diep. Naargelang de behoefte pompen ze warm water op om de serre te verwarmen of koud water om de ruimte en de bollen af te koelen: door een koude periode te simuleren, trekken alle reservestoffen uit het blad zich terug in de bollen, die na het drogen en verwarmen opnieuw gebruikt worden om kwaliteitsvolle bloemen te produceren.

Er wordt bij Romberama zo weinig mogelijk energie verbruikt, regenwater wordt gerecupereerd en de bloembedden zijn geïsoleerd. De broers bouwden heel wat machines eigenhandig: een bladsnijmachine om repetitief werk te automatiseren, een mobiel werkplateau van waarop ze een beter overzicht hebben op de bloemen achterin de serre, een droogtunnel vervaardigd uit oude ventilatoren. Raf met zijn technisch doorzicht en de drie jaar jongere Ben, die handig is, vullen elkaar daarbij perfect aan. Een netwerk van contacten helpt de siertelers om de juiste beslissingen te nemen: de UGent, het innovatiecentrum van de Boerenbond, de energiewerkgroep van het Vlaams Milieuplatform sierteelt en Vito Energy.

Er is maar één groot probleem waar de siertelers mee kampen: het vinden van geschikt personeel. ‘De overheid doet haar best met de invoering van de plukkaart voor seizoenarbeiders, maar het blijkt onmogelijk om Belgen te vinden die dit werk willen doen. Nu laten we mensen overkomen uit Roemenië, voor wie we slaap- en leefgelegenheid hebben moeten bouwen. Daar komt heel wat papierwerk bij kijken.’ Waar Raf Rombouts ook niet mee opgezet is, is de administratieve rompslomp die milieu- en andere vergunningen meebrengen. ‘Voor de warmtepomp alleen heb ik voor 20.000 euro aan milieustudies moeten laten uitvoeren. Voor de bouwvergunning net hetzelfde. Het duurt tot vier jaar voor je een stap verder kunt zetten. Ik begrijp dat vergunningen niet van vandaag op morgen kunnen worden geregeld, maar dat is echt te lang.’

Verschenen in De Standaard, als vierde deel van de Innovatiereeks.

http://www.romberama.be/

Innovatoren 3: Ecover – Wassen met planten

Van geitenwollensokkenproduct uitgroeien tot een groen ­A-merk, het is weinig bedrijven gegeven. Hoe slaagde Ecover erin?

Sinds de overname van zijn Amerikaanse concurrent Method vorig jaar mag het bedrijf Ecover zich het grootste milieuvriendelijke schoonmaak- en verzorgingsmiddelenbedrijf ter wereld noemen.

Het begon allemaal 34 jaar geleden in een garage in Malle, waar een groep eco­pioniers onder leiding van Frans Bogaerts besliste fosfaatvrij waspoeder te produceren om de impact van de mens op het mi­lieu te verminderen. Die oorspronkelijke producten van Ecover waren zeker beter voor het milieu dan conventionele waspoeders, maar echt goed reinigen deden ze niet – een imago dat Ecover door ingrijpende product­innovatie trachtte af te schudden.

Diamantmodel

Tom Domen (38), sinds twee jaar long term innovation manager bij Ecover, zegt: ‘We zijn in de jaren negentig geëvolueerd van een no-code naar een yes-code: in plaats van ingrediënten uit producten te halen omdat ze slecht zijn voor het milieu, stoppen we er dingen in die natuurlijk zijn en werken.’

Cruciaal in die ontwikkeling was de R&D-manager Dirk Develter. Hij bedacht het diamantmodel, een matrix van aanvankelijk vijf en vandaag dertien parameters, waarop elk Ecover-product steeds beter moet scoren, ook in vergelijking met conventionele producten: efficiëntie, impact op gezondheid en milieu, de oorsprong van de grondstoffen, het transport, de verpakking, het ontbreken van petroleumderivaten en VOC’s (vluchtige organische componenten, zoals oplosmiddelen, die schadelijk kunnen zijn voor gezondheid en milieu) enzovoort. Vandaag bestaan Ecover-producten voornamelijk uit plantaardige componenten (75 tot 100 procent), terwijl dat bij de conventionele producten rond 40 tot 50 procent ligt.

Raapzaadolie

Midden jaren negentig ontwikkelde het bedrijf een plantaardig detergent dat onder andere uit palmolie bestond, en een veel lagere toxiciteit had in vergelijking met de petrochemische varianten. De door Ecover gepatenteerde, met IWT-steun tot stand gekomen EcoSurfactants uit 2010 gaan nog een stap verder. Dat zijn natuurlijke oppervlakteactieve stoffen die, in tegenstelling tot hun petrochemische broertjes, op lage temperaturen door vergisting worden geproduceerd en volledig bio­afbreekbaar zijn. Ze stelden het bedrijf in staat het gebruik van tropische ­oliën aan banden te leggen en over te schakelen op onder andere raapzaadolie.

Tegenwoordig onderneemt Ecover samen met onder andere Fisch (Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry, een samenwerking van Vito, de federatie van de Chemische industrie en de Vlaamse universiteiten) nieuwe stappen om alternatieve grondstoffen te ontwikkelen.

Afvalstromen

Ondertussen werden ook de conventionele merken stilaan ecologischer. De vermaledijde fosfaten waarmee het meer dan dertig jaar geleden voor Ecover begon, zijn inmiddels verboden in waspoeders en binnenkort ook in vaatwasproducten. Dreigt Ecover als groene innovator niet ingehaald te worden door de werkelijkheid en overbodig te worden?

‘We zijn alvast nog niet zover dat iedereen volledig biologisch afbreekbare ingre­diënten gebruikt, gebaseerd op plantaardige grondstoffen en zonder milieu- en gezondheidsrisico’s,’ zegt Tom Domen. ‘In tegenstelling tot de conventionele merken willen wij bijvoorbeeld geen optische witmakers in onze wasmiddelen en geen schuimversterkers in de afwasmiddelen. Wij kijken ook al een stap verder, naar duurzaam aankopen, het vermijden van voedings­gewassen en het kiezen voor afvalstromen. In onze afwastabs zit al een ingrediënt afkomstig uit graanafval.’

Tussen droom en daad zitten ook bij Ecover nog tal van praktische bezwaren. Zo schakelde het bedrijf twee jaar geleden over op de plantastic-flacons. Dat is een verpakking die volledig op basis van duurzaam suikerriet is gemaakt, en toch gewoon meekan met de PMD-fractie, waar ze samen met plastic flessen kan worden gerecycleerd. Innovatief, maar niet perfect, want suikerriet is een voedingsgewas dat bovendien over grote afstand moet worden getransporteerd.

‘Die kritiek is terecht’, zegt Domen, de geestelijke vader van Plantastic. ‘Soms moet je op een ontwikkeling springen, ook al weet je dat ze nog niet perfect is, in de overtuiging dat de investering uiteindelijk leidt tot een beter alternatief. Van afval vertrekken voor plastic is voorlopig nog niet commercieel haalbaar, maar we staan er niet ver meer van af.’

Biomimicry

Voor de toekomst verwacht de long term innovation manager veel van biomimicry of biomimetica, een innovatiemethode die ervan uitgaat dat we ons voor producten en processen best inspireren op de 3,8 miljard jaar research & development van de natuur. Tom Domen: ‘Vroeger waren we tevreden dat we natuurlijke grondstoffen gebruikten, nu weten we dat er meer uit de natuur te halen valt door een grondig begrip van de natuurlijke processen. In onze nieuwe langetermijnvisie passen we de biomimicry-principes toe op onze producten, productieprocessen, verpakkingen en op de organisatie. Zo vraag ik me af of we over tien of twintig jaar nog wel grote fabrieken moeten hebben waarnaar je een massa grondstoffen transporteert, en waaruit dan alles weer vertrekt naar de consument. Zou het niet veel beter zijn om met lokale grondstoffen en afvalstromen onze producten te maken? Dat is nu nog niet realistisch, maar het besef leeft dat het de toekomst is.’

www.ecover.com

Derde deel uit de Innovators-reeks, verschenen in De Standaard

Rendementen waarbij Microsoft verbleekt

Gunter Pauli, lid van de Club van Rome en voormalig ceo van Ecover, is de grote inspirator van ‘De blauwe economie’, een model waarin ecologie, innovatie en economie hand in hand gaan. Gunter Pauli’s boek The Blue Economy verschijnt nu ook in het Nederlands.

Wat is uw belangrijkste bron van inkomsten?

‘Toen ik in 1994 uit België vertrok, heb ik al mijn bezittingen verkocht en dat geld ondergebracht in de stichting Zeri (Zero Emissions Research Initiative). Ook de auteursrechten van de boeken die ik schrijf, komen ten goede aan de stichting. VanThe Blue Economy zijn ondertussen al 1miljoen exemplaren verkocht in 34talen. Van de fabels waarin ik de blauwe economie aan kinderen uitleg zijn al 17miljoen exemplaren van de hand gegaan. Ik krijg een vaste maandelijkse vergoeding enthat’s it. Als stichting zijn we niet uit op financieel gewin. Dat hoeft ook niet. Zo lang ik goed blijf schrijven, is onze inkomstenstroom verzekerd.’

Wat is het hogere doel: een betere wereld creëren?

‘Er kan een betere wereld komen door meer ondernemerschap en innovatie. Ook bij Ecover draaide het om innovatie. Ik heb dertig jaar mijn schouders gezet onder de groene economie, maar het probleem is dat die ervan uitgaat dat wat goed is voor de mens, ook duurder moet zijn. De groene economie heeft heel goede producten opgeleverd, maar ze zijn alleen maar betaalbaar voor wie over het nodige geld beschikt. De groene economie kan dus alleen mainstream worden door meer belastingen te heffen of via subsidies. Als we dat patroon niet doorbreken, zullen we nooit duurzaamheid bereiken. In de blauwe economie gaan we ervan uit dat wat echt goed is voor de mens, ook goedkoper kan zijn.’

Wanneer zal de blauwe economie een feit zijn? U sprak in 2010 van 100 miljoen banen op tien jaar.

‘Na twee jaar hebben wij weet van ongeveer duizend bedrijfjes die werden opgezet op basis van de open source-info die wij verspreiden. Het gaat te traag en met te weinig schwung. Maar we zijn nog maar pas begonnen en starten nu een grote campagne via de vertaling van de innovaties in fabeltjes voor kinderen. Zo hopen we veel jongeren te inspireren.’

Bent u een belegger?

‘Ik beleg niet, ik adviseer anderen over beleggen. Ik wil een absolute onafhankelijkheid bewaren tegenover de technologieën en zakenmodellen die ik voorstel. Als ik er een of ander financieel voordeel zou uithalen, dan kan ik niet langer vrij advies leveren.’

Welke blauwe economie-aandelen zou u aan beleggers aanraden?

‘Op dit ogenblik kijk ik vooral naar de bedrijven waar je beter niet in investeert. Bedrijven die het potentieel gewoon negeren. Ik denk bijvoorbeeld aan Medtronic, Johnson & Johnson en Boston Scientific die heel wat verdienen met de groeiende vraag naar pacemakers, terwijl de komst van de nanotechnologie dit soort pacemakers overbodig maakt. Die aandelen kan je beter nu van de hand doen. Ook batterijmakers als Varta en Panasonic verwijder je beter uit je portefeuille vanwege de op komst zijnde innovaties die batterijen vervangen. Olie-aandelen doen het nu nog goed, maar je kan ze beter dumpen voor ze hun op termijn onvermijdelijke daling inzetten.’

Wat voor rendementen kunnen we verwachten in de blauwe economie?

‘Toen ik in 1984 de kans kreeg om mee te werken aan het regenereren van het regenwoud van Gaviotas in Colombia, dat al tweehonderd jaar geleden vernietigd was, verklaarde iedereen me gek. Maar vandaag, 28jaar later, staat het bos er, is de biodiversiteit er van 17 naar 256 gestegen, is er volledige tewerkstelling in de regio en gratis drinkwater. Last but not least: de waarde van de grond steeg er van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha. Dat is een beter rendement dan het Microsoft-aandeel in 25jaar heeft gegenereerd. Deze investering komt vandaag volledig ten goede aan de gemeenschap van Gaviotas. Het schenkt me een grote voldoening dat je met herbebossing en water als een gemeenschappelijk goed een van de meest succesvolle bedrijven in de moderne geschiedenis kunt overtreffen.’

Welke investering betreurt u?

‘Het bouwen van de ecologische fabriek van Ecover, die weliswaar baanbrekend was, maar afhankelijk van palmolievetzuren. Ik realiseerde mij aanvankelijk niet dat ik verantwoordelijk was voor de vernietiging van het regenwoud in Indonesië en de verstoring van de habitat van de orang-oetan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Het was moeilijk te aanvaarden dat de tijd en het geld dat ik in Ecover investeerde, voor niets was. Maar dat gaf me de kracht om een nieuw zakenmodel te ontwikkelen dat vandaag gekristalliseerd is in het concept van de blauwe economie.’

BESTE INVESTERING

‘Het herbebossen van de savanne in Gaviotas. Goed voor een toename van biodiversiteit met een factor15 en een stijging van de grondwaarde van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha.’

www.gunterpauli.com

Herman Konings: ‘Kleinschaligheid is big business’

Welke maatschappelijke en economische trends verwacht Herman Konings en wat doet hij zelf met zijn geld?

Bent u een belegger?‘Nee, al klinkt dat misschien vreemd voor iemand die de zoon is van een regiodirecteur van wat destijds de Generale Bank was. Mijn vader was van eenvoudige komaf en werkte zich op door te focussen op persoonlijk contact met de klanten. Hij heeft de bank groot gemaakt in Zonhoven. Hij was een atypische bankier in de zin dat hij mijn broers en mij altijd bezworen heeft geen aandelen te kopen. Hij voerde spaarzaamheid hoog in het vaandel en waarschuwde ons voor graaicultuur.’

Hoe is uw vermogen gestructureerd?

‘Ons geld zit in langetermijnsparen, wat obligaties en een beetje steen. Mijn vader geloofde in steen en liet ons een aantal ondergrondse parkeergarages in Brussel na. Mijn echtgenote en ik hebben een goed lopende zaak en geen kinderen, wat op zich ook al een investering is. Uit berekeningen blijkt dat één kind 220.000 euro kost en ze worden steeds duurder, want ze gaan steeds later het huis uit. Ik heb ooit wel aandelen gehad en heb me zelfs ooit laten verleiden door call- en putopties, toen ik als jobstudent in de Generale Bank werkte. Ik verdiepte me toen in beleggingsblaadjes in de bibliotheek. Ik denk dat mijn liefde voor trends daar ontstaan is.’

Trendwatcher of beleggingsadviseur, het lijkt niet zo’n grote stap.

‘Voor een aantal banken schets ik maatschappelijke trends waarop beursanalisten dan voortbouwen. Trends die zij kunnen koppelen aan initiatieven op bedrijfsvlak. De timing is daarbij cruciaal. Misschien zou ik wel goede investeringen kunnen doen op basis van mijn analyses, maar dan zou ik mezelf een beetje verloochenen. Misschien speelt psychoanalytisch ook mee dat echt beleggen zou kunnen aantonen dat ik als trendwatcher niet onfeilbaar ben. Al ben ik ervan overtuigd dat ik doorgaans goede voorspellingen heb gemaakt, maar vaak te vroeg.’

Wat zijn de trends waarmee beleggers volgens u in 2012 rekening moeten houden?

‘De massaal met pensioen vertrekkende babyboomers bepalen de komende jaren de trends. De vergrijzing is een feit, maar dat betekent niet dat je moet investeren in farma. Integendeel, want die industrie komt in het vizier van de overheid die daar een deel van haar geld zal halen. De babyboomers vertonen SKI-gedrag: Spending their Kids’ Inheritance. De eerste vijf jaar na hun pensioen zijn hun wittebroodsjaren: zij spenderen zoals hun ouders nooit gedaan hebben, trouwens voor een deel met het geld dat hun ouders zorgvuldig hebben gespaard.’

Waarin moeten we dan investeren om van dat geld te profiteren?

‘De evidente sectoren zijn hospitality & travel, zeker in Europa, met name in de steden. Voor de babyboomers is mobiliteit en reizen vanzelfsprekend. Investeer in stadsverfraaiing, in entertainment, in cultuurtempels -kijk maar naar het MAS. De vastgoedprijzen op het Antwerpse Eilandje worden nu al naar boven gestuwd door de babyboomers die hun huizen in de rand verlaten en in de stad willen wonen. Voorts: hobby’s. De babyboomers willen topmateriaal, voor hun digitale camera, voor hun kookgerief, ook voor hun sport.’

Als ik u zo bezig hoor, is er geen economische recessie.

‘Die is er zeker wel, maar die biedt voor de echt kapitaalkrachtigen een uitgelezen kans om zich van het plebs te onderscheiden. Het gaat dus heel goed in de luxesector. Voor de jongere generaties is het over het algemeen een heel ander verhaal. Kinderen van babyboomers – de zogenaamde babybusters – moeten geen grote erfenis verwachten, ze moeten langer werken en ze zullen minder pensioen hebben. De jonge mensen van vandaag zijn grootgebracht met welvaart. Zij willen die verworvenheid niet zomaar opgeven en kopen veel meer op krediet.’

Zijn babybusters wel een interessante doelgroep voor investeerders?

‘Hun tijdsbudget is beperkt, dus alle elektronica die hen helpt om zo efficiënt mogelijk te leven, is zeer gegeerd. De economische crisis heeft een aantal interessante gevolgen. Mensen hebben minder te besteden, maar ze willen geen kwaliteitsverlies. Ze zullen veel meer lokaal consumeren. Vandaar ook het succes van unieke, natuurlijke producten uit de terroir, het succes van moestuinen en volkstuinen. Het lokale denken, mede vanuit een reactie tegen de globalisering. Andersglobalisme is mainstream geworden. Kleinschaligheid is big business.’

SLECHTSTE INVESTERING
‘Onze huwelijkslijst, anno 1992: zowat een derde van de geschenken hebben we nooit gebruikt. In die tijd was het not done om harde centen te vragen.’
BESTE INVESTERING
‘Mijn vrouw. We hebben een mooie reserve kunnen opbouwen en weten dat we het met elkaar kunnen rooien. En we hebben een aanvaardbare balans tussen werk en leven.’
Verschenen in De Standaard op 2/1/12

Portefeuille Stefan Duchateau

‘Speculatie druist in tegen mijn methodiek’

Stefan Duchateau is docent Financial Risk Management, Advanced Portfolio Management en Financial Engineering. Daarnaast werkt hij als consulent voor ondermeer Argenta. In een vroegere functie maakte hij ondermeer KBC Asset Management groot.

Wat is uw analyse van de toestand op de beurzen en in de bankwereld?

‘Ons kapitalistisch marktsysteem is gebaseerd op een aantal assumpties. Als die niet meer kloppen, worden we overgelaten aan elementen waarvan we de draagwijdte niet kunnen inschatten. In mijn cursussen begin ik bij het faillissement van het hefboomfonds Long-Term Capital Management in 1998. Daar kwam alles samen: de hebzucht van enkelingen, de eerzucht van een aantal mensen die dachten dat ze zich niet konden vergissen, tot en met de heerszucht van degenen die erop moesten toezien en alles toedekten. Een near miss, waarbij de schade gelukkig beperkt bleef tot de aandeelhouders van LTCM. We wisten wat er verkeerd kon gaan: het opbouwen van duizenden posities, die allemaal kwetsbaar waren voor liquiditeitsrisico.’

Is hebzucht ook vandaag het grootste probleem?

‘Het heeft er toe bijgedragen, maar de mens is al tienduizenden jaren hebzuchtig. Waarom loopt het nu zo grondig mis? Door de falende strategie van de banken had men nood aan aanvullende inkomsten. Die moesten altijd groter worden en daarom had men traders nodig die altijd maar grotere risico’s wilden en mochten nemen. De eerzucht en onbekwaamheid van een aantal CEO’s is een belangrijker factor dan hebzucht.’

Veel banken hebben hun les nog altijd niet geleerd, weten we nu.

‘Het is niet overdreven te stellen dat we vandaag dicht bij het realiseren van het systeemrisico staan. Wanneer er door Europa geen degelijke constructie in het vooruitzicht wordt gesteld, zou het kunnen dat er grotere banken dan Dexia in de problemen geraken, met alle domino-effecten vandien op andere banken, ondernemingen en overheden. Terwijl de oplossing eenvoudig is: gedurende een paar jaar een obligatiegarantie uitspreken voor alle Europese landen die het nodig hebben. Dat moet volstaan om rust te creëren en blijvende maatregelen uit te werken.’

Welke aandelen houdt u in deze omstandigheden nog in portefeuille?

‘Eigenlijk vraag je een schoenmaker niet welke schoenen hij draagt, maar vooruit. Ik bekijk mijn portefeuille op de lange termijn en huldig daarbij het allocatieprincipe dat de Talmoed voorschrijft: een derde in grond, een derde in zaken en een derde in geld. (lacht) Voor mij komt dat neer op 33% vastgoed, 33% aandelen en 33% cash. Wat ik maandag (vandaag, red.) zal doen, zal afhangen van de toestand op de beurzen. Als er effectief systeemrisico is, probeer ik zoveel mogelijk aandelen te verkopen, maar ik vermoed dat men met een voldoende degelijke oplossing zal komen. Als dat het geval is, bouw ik mijn cash af en investeer ik in gebalanceerde defensieve producten met kapitaalsbescherming.’

Wat is uw beleggingshorizon?

‘Ik ben er absoluut van overtuigd dat je aandelen moet kopen met de bedoeling ze tien à twintig jaar in portefeuille te houden. Aandelen uitpikken is nooit mijn ding geweest. Ik ben altijd meer bezig geweest met de structuur die je moet bouwen onder portefeuilles, hoe je het risico onder controle houdt en hoe de portefeuille-analyse moet werken. Waar ik altijd van heb gewalgd is speculatie. Je mag zowel mijn persoonlijke als professionele portefeuilles erg zeer grondig op navlooien: ik doe niet aan speculeren.’

Druist het in tegen uw gevoel voor ethiek?

‘In de eerste plaats tegen mijn methodiek. Resultaten komen van goede structuren en disciplinair omgaan met langetermijn asset-allocatie. In mijn definitie is een beurs een plek waar op een efficiënte manier risico’s dienen te worden geprijsd en gespreid over vele schouders. Als je daar roversbendes op loslaat die parasiteren op het systeem, krijg je een karikatuur van hyena’s die onterecht op de hele biotoop afstraalt. Hyena’s hebben hun nuttige kanten, maar ze moeten niet verheerlijkt worden. Mensen moeten beseffen dat speculeren geen heldengedrag is, maar abnormaal gedrag. Ik kan overigens met harde cijfers aantonen dat dit type van investeringsgedrag over de langere termijn enkel verliezen veroorzaakt.’

BESTE INVESTERING

‘Mijn drie grootste posities zijn ook mijn beste: Apple, IBM en India. Ik heb Apple gekocht toen ze tien dollar stonden, en ben gestopt met kopen toen ze over de 150 dollar gingen. Men vergeet ook wel eens hoe goed IBM het op de lange termijn heeft gedaan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Er is één ding waar ik spijt van heb en dat ik onmogelijk kan compenseren: de tijd die ik verloren heb door te lang en tegen beter weten in bij sommige grootbanken te blijven, toen ze onder bewind kwamen van verkeerde mensen.’

Verschenen in De Standaard op 24/10/2011

Portefeuille Koen De Leus

‘Ik hanteer een hit and run-strategie’

 

Koen De Leus – Marktenspecialist bij KBC Securities Bolero

 

KBC-aandelen zijn vandaag nog minder dan een vijfde waard in vergelijking met drie jaar geleden. Heeft dat gevolgen voor uw persoonlijke portefeuille?

‘Dat valt wel mee. Ik heb sinds de kredietcrisis van 2007-2008 geen bankaandelen meer in portefeuille, behalve dan RHJ International, die Kleinwort Benson bezit en KBC Ierland heeft overgenomen. Ik denk dat de banken nog woelige tijden te wachten staan. Welke banken zonder kleerscheuren deze periode zullen doorkomen, is moeilijk in te schatten.’

Vreest u nog voor bijkomende Dexia-scenario’s?

‘Het is een zeer ondoorzichtige situatie, als je weet dat Dexia bij de stress-test als twaalfde van de 91 onderzochte banken uitkwam. Het blijkt dus vooral een kwestie van vertrouwen, en dat krijg je pas terug als de politici de nodige maatregelen treffen. In 2007 hebben de VS krachtdadig ingegrepen om hun bankencrisis te beslechten. Het grote verschil is dat je in Europa met zeventien landen rond de tafel zit. Het zijn de politici die zullen bepalen wie de rekening zal betalen: de obligatiehouder, de aandeelhouders of alle burgers.’

Ziet u de toekomst van de beurzen op lange termijn somber in?

‘Ik denk dat er nog een Armageddon-moment moet komen. Een gebeurtenis waardoor de politici verplicht zullen worden een gigantische stap voorwaarts te zetten. Iets dat de koersen met 10 à 15% doet dalen, waarna zich een ideale koopgelegenheid zal voordoen voor een paar kwartalen en winsten van 30 tot 50% in het vizier komen.’

De meeste aandelen zijn nu toch al erg laag gewaardeerd.

‘We bevinden ons sinds 2000 in een langetermijn berenmarkt, die gekenmerkt wordt door dalende waarderingen. Aandelen zijn inderdaad vrij goedkoop gewaardeerd, maar ik vrees dat ze nog goedkoper zullen worden alvorens mensen ze zullen oppikken. Daarnaast hebben we te maken met een ontplofte kredietzeepbel. Uit het verleden weten we dat het zes à zeven jaar duurt voor een lokale kredietzeepbel hersteld is. Hier gaat het over een globale zeepbel die in 2007 ontploft is. Maar dat wil niet zeggen dat er op korte termijn geen opportuniteiten zijn.’

Hoe past u die analyse toe op uw eigen portefeuille?

‘Ik hanteer momenteel een hit and run-strategie. Iets aangrijpen op een moment van massaal pessimisme, winst nemen en terug in winterslaap gaan tot de volgende crisis. Momenteel zit ik zeer zwaar in cash, tot 70%. Ik werk met limietorders: als Delhaize naar 41 zakt, koop ik het goedkoop. Thrombogenics zou ik kopen aan 11 euro. Als ik zo spotgoedkoop kan kopen, kan ik niets verkeerd doen. Wanneer ik dan 20 à 25% winst maak, werk ik met ‘stop-loss’-verkooporders. Als het aandeel zakt, neem ik mijn winst. Mijn doel is vandaag niet zozeer veel winst te maken, maar vooral verliezen te vermijden. En als de berenmarkt over is en niemand nog wil beleggen, zal ik stilletjes aan terug beginnen. In 2007 heb ik een serieus pak slaag gehad en heb ik we heel wat defensiever opgesteld. ‘

Hoe beschermt u zich nog tegen ongewenste verliezen?

‘Met turbo shorts, een uitstapmechanisme dat je kunt vergelijken met put opties, maar dan veel eenvoudiger. Je hoeft geen rekening te houden met de volatiliteit en je maakt gebruik van een hefboomeffect: elk punt dat de Dow Jones Euorstoxx zakt, krijg je een veelvoud aan punten bij, afhankelijk van de onderliggende ‘stop-loss’ niveau van de turbo. Eigenlijk is het een simpele indekking voor een daling, qua kost overigens te vergelijken met put opties. Daarnaast bestaat ongeveer vijf procent van mijn portefeuille uit fysiek goud. Goud maakt deel uit van de basis van elke beleggingspiramide. Als er iets extreems gebeurt, heb je altijd dat nog.’

Zijn er nog aandelen die u wel lang in portefeuille houdt?

‘Een zeer defensief aandeel als Elia is de voorbije maanden gestegen, omdat het als een veilige haven wordt beschouwd. Iets minder gelukkig ben ik over Roche: ik geloofde erin vanwege de toenemende vergrijzing, maar sommige van hun kankermedicijnen staan ter discussie. Ik blijf vasthouden aan Total, het enige aandeel van de Dow Jones Stoxx 600 dat de voorbije twintig jaar telkens zijn dividend minstens stabiel heeft gehouden of verhoogd. Voor het overige blijf ik liefst heel dicht bij België, om de dubbele belasting te vermijden.’

Wat is uw langetermijndoelstelling als belegger?

‘Een appeltje voor de dorst voor als ik met pensioen ben. Natuurlijk doe ik ook aan pensioensparen vanwege het fiscale voordeel, maar ik ben ervan overtuigd dat de pensioenen voor mensen die gemiddeld of bovengemiddeld verdienen niet zullen volstaan. Hopelijk maakt de volgende regering eindelijk werk van het aanpakken van de vergrijzingsproblematiek.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Als jonge belegger had ik flink in een fonds met Aziatische tijgers geïnvesteerd. Dat is me in 1997 niet goed bekomen. Ik bleef achter met een kater van 40% verlies.’

 

BESTE INVESTERING

‘Agfa-Gevaert heb ik drie jaar geleden, in volle herstructurering, gekocht aan 1,20 euro en verkocht aan 6 euro. Ik was er best trots op dat ik eindelijk de discipline had gevonden om de gerealiseerde winsten op tijd te nemen.’

 

Verschenen in De Standaard, 17/10/2011

 

Portefeuille Jan Lamers

‘Geen compassie met aandeelhouders’

Socioloog en economist Jan Lamers stond twintig jaar lang aan het hoofd van Tijd NV, de uitgever van wat toen nog de Financieel-Economische Tijd heette. Vandaag woont hij in Frankrijk en engageert hij zich onder andere als bestuurder in Triodos Bank.

 

U komt uit een nest van zelfstandigen. Heeft dat uw houding tegenover geld en werk bepaald?

‘Op het gebied van werk wel: het arbeidsethos, niet goed kunnen nietsdoen, dat zit er diep in. Wat geld betreft, heb ik wel veel geld verdiend voor de ondernemingen waar ik voor werkte, maar met mijn eigen geld ben altijd te weinig bezig geweest. Het was nooit mijn bedoeling om rijk te worden. Geld verdienen is altijd een uitvloeisel geweest van wat ik graag deed. Daarom heb ik ook zoveel leuke dingen kunnen doen.’

Op welke gerealiseerde meerwaarden bent u het meest trots?

‘Dat ik de FET heb opgekrikt van een krant met een jaarlijkse omzet van 100 miljoen frank tot een krantenbedrijf met een waarde van 2,6 miljard frank – de prijs die HAL Invest, de groep achter Het Financieele Dagblad, bereid was te betalen. Al is Tijd dan door te lang talmen enkele jaren later voor minder dan de helft verkocht. Iets als het website-ontwikkelingsbedrijf Net it Be was ook ongelooflijk: daar hebben we met Tijd NV 10 miljoen frank ingestoken, om het vier jaar later voor 250 miljoen BF aan Alcatel te verkopen.’

Was u in uw periode bij Tijd een actief belegger?

‘Niet echt. Ik vond het zonde van de tijd die je erin moet steken. In aandelen investeren en met de emotionele golven van de beurs meedeinen is niets voor mij. Ik gaf de voorkeur aan sparen, liefst in een gestructureerde vorm, waarbij het geld automatisch opzij wordt gezet: pensioensparen, fiscaal sparen, groepsverzekering. Met mijn aandelen van Tijd heb ik trouwens in verhouding wel gouden zaken gedaan, jammer genoeg niet in absolute bedragen.’

U bent nu bestuurder bij Triodos bank. Is ethisch beleggen meer uw ding?

‘Ik ben nog altijd geen grote belegger. Bij Triodos ben ik vanuit het antroposofisch gedachtengoed terechtgekomen. Ik heb zeer veel moeite met het totale gebrek aan transparantie bij de traditionele banken, die nog altijd opereren onder de slogan “We’re only in it for the money,” om het met Frank Zappa te zeggen. Sociale, ethische en milieu-implicaties doen niet ter zake, tenzij bij de marketingpraatjes. Alleen het financieel rendement telt. Bij Triodos is dat anders. Wij streven niet alleen naar Profit, ook zorgen voor Planet en People hoort expliciet tot onze doelstellingen. We gaan ervan uit dat als geld de wereld slechter kan maken, geld de wereld ook beter kan maken.’

Als alle banken zouden werken als Triodos, was er dan geen bankencrisis geweest?

‘Natuurlijk niet. Wij hanteren een directe, transparante link tussen spaarders en investeerders. Dan kan je natuurlijk nooit een return on equity van 18% halen, maar hoogstens 5% à 7%. Dat volstaat voor de traditionele bankjongens niet. Daarom hebben ze met steeds intransparantere producten een speculatieve financiële wereld gecreëerd die totaal los staat van de economische realiteit. Hebzucht is de enige drijfveer daarachter. Met gedupeerde aandeelhouders heb ik dan ook geen enkele compassie. Wat ik niet begrijp, is dat een zich sociaal noemende organisatie als het ACW in die logica meegaat en zich mogelijk voor 2,5 miljard heeft laten vangen door Dexia.’

Een bank als Triodos blijft ondanks zijn gestage groei wel erg klein.

‘In vergelijking met de grote banken zijn wij kabouters. Sommigen hadden gedacht dat de bankencrisis de mensen tot inzicht zou brengen, maar dat is erg naïef. 2008 was een rampenjaar, maar de banken gaan sindsdien vrolijk verder op hun oude weg. Het verbaast me nog elke dag hoe onnozel en braaf de mensen zijn. Alleen met de garanties voor Dexia is elke Belg nu mogelijk tot 6.000 euro kwijt, en toch is er niemand die op straat komt.’

Waar geeft u het meeste geld aan uit? Aan uw huis in Frankrijk?

‘Ik woon net over de grens in de Franse Ardennen, maar het leven is er goedkoper dan in België. Ik kan er me probleemloos een tuin van een halve hectare permitteren. Op amper 150 km van Leuven vind je er een heel andere wereld. Nee, persoonlijk geef ik nog altijd het meeste geld uit aan informatie: boeken, kranten en tijdschriften, internet vast en mobiel.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Mijn studies sociologie. Tegelijk heb ik toen het meeste geleerd, maar zeker niet aan de unief. Ik ging nooit naar de les, maar ik maakte films, was actief in de Cultuurraad, was kampleider op jongerenkampen. Gelukkig had ik aan twee maand genoeg om door de examens te geraken.’

 

BESTE INVESTERING

‘Relatief bekeken heb ik meeste geld verdiend aan de aandelen die ik als werknemer van Tijd NV kon kopen bij elke kapitaalsverhoging. Dat vond ik wel een zinnige vorm van beleggen in aandelen, omdat ik die business ook zelf in de hand had.’

 

Verschenen in De Standaard, 10/10/11

Portefeuille Lorenz Bogaert

‘Ik ben een emotionele belegger’

Samen met Toon Coppens stampte Lorenz Bogaert in 2003 de sociale netwerksite Netlog uit de grond, met een startkapitaal van amper 6.000 euro. Samen met zijn vennoot is hij vandaag meerderheidsaandeelhouder van Massive Media, het bedrijf dat hun diverse online activiteiten overkoepelt.

In 2007 verkocht u een deel van de aandelen van Massive Media aan durfkapitalisten voor 5 miljoen euro. Welke eisen stellen zij aan het bedrijf?

‘De belangrijkste investeerder, Index Ventures, is een van de meest gereputeerde durfkapitalisten in Europa. Zij stellen geen eisen, maar koesteren wel verwachtingen, met name: groei. Al onze investeerders vertrouwen heel sterk op de oprichters. Ze houden ons handje niet vast maar bezorgen ons op bijna Socratische wijze correcte en terechte adviezen. Ze doen dat eerder door vragen te stellen dan door te zeggen wat we moeten doen. Wij zijn nooit gepusht door onze investeerders, en dat is een zalig gevoel.’

Bent u op zoek naar nieuwe investeerders voor Massive Media?

‘Op dit moment niet. We zijn heel zuinig omgesprongen met de kapitaalsinjectie uit 2007, die ons heeft toegelaten een mooie buffer op te bouwen. Tegenwoordig is onze dating community Twoo heel sterk aan het groeien. Als het zo doorgaat, doen we misschien toch nog een beroep op extra kapitaal. Maar dan kijken we in de eerste plaats naar onze bestaande investeerders, die altijd hebben laten weten daar bereid toe te zijn. Een beursgang is niet aan de orde, alhoewel op lange termijn niet uitgesloten.’

Belegt u zelf in aandelen?

‘Mijn beleggingen op de beurs hebben tot nog toe een zeer wisselend succes gekend. Ik ben ingestapt in 2008, op een moment dat ik geloofde dat de beurs niet verder kon zakken. Maar het bleek nog lager te kunnen. Gelukkig had ik vooral geïnvesteerd in bedrijven die ik ken, zoals Apple, dat daarna 400% is gestegen. Ik vind het belangrijk dat je het bedrijf en zijn producten kent, en ik zou het liefst alleen in IT en technologie investeren.’

Maar?

‘Iedereen raadde me aan mijn portefeuille te diversifiëren, zodat ik ook aandelen als Fortis en Dexia heb gekocht. Die heb ik met forse verliezen moeten verkopen, waardoor mijn rendement in totaal bijna nul bedraagt. Als ik de stress meereken, zijn aandelen eigenlijk niets voor mij. Ondertussen heb ik mijn aandelenportefeuille grotendeels afgebouwd en beperk ik me voornamelijk tot de parallelfondsen van Index Ventures, waardoor je als het ware mee kunt investeren in de bedrijven waar Index instapt. Dat is trouwens mijn investering met het beste rendement. Ik ben al een paar keer in positieve zin geschrokken van de bedragen die ze uitkeren na een exit.’

Welke aandelen zou u iedereen aanraden?

‘Ik kijk nog even de kat uit de boom, maar mijn voorkeur zou dan gaan naar bedrijven die ik ken en waarvan ik de producten zelf gebruik: de elektrische voertuigenbouwer Tesla, Apple, Amazon, Google. Vooral grote namen die al iets bewezen hebben op de beurs, en die nog veel potentieel hebben. Ik ben misschien een emotionele belegger, maar als ik in het verleden meer was afgegaan op mijn buikgevoel, zou ik een beter rendement hebben.’

Op welk gebied bent u eerder zuinig?

‘Zuinig is misschien niet het juiste woord, maar ik ben wel iemand die zwaar aan het rekenen slaat als hij iets wil kopen. Als ik een huis koop, verzoek ik verschillende experts om advies. Bij elke belangrijke aankoop vraag ik veel offertes en pik ik er de beste uit. Ik luister ook naar aanbevelingen van andere mensen. Mijn Tesla lijkt misschien een dure aankoop, maar ik heb het allemaal nagerekend: geen benzine meer, geen BIV, geen verkeersbelasting, 125% aftrekbaarheid. En ik vermijd tankstations, waardoor ik geen cola en snoep meer koop.’ (lacht)

Waar kunt u veel geld aan uitgeven?

‘Aan alles waar ik zelf van kan genieten: een huis, een appartementje aan de zee. Op termijn zijn dat waarschijnlijk ook goede beleggingen, maar het gaat me vooral om de waarde, het plezier en het gebruik. Reizen vind ik ook heel belangrijk voor mijn geluk. Persoonlijk rendement is voor mij veel belangrijker dan financieel rendement.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Een paar jaar geleden bood mijn bank me een IPO’tje aan, een evenementenbedrijf dat naar de beurs trok. Tegen mijn gewoonte in heb ik ingetekend zonder het aandeel eerst grondig te onderzoeken. Na een paar maand was het bedrijf failliet en was ik de (gelukkig kleine) investering helemaal kwijt.’

BESTE INVESTERING

‘In 2003 heb ik samen met Toon Coppens elk 3.000 euro bijeengeraapt om het bedrijf op te richten dat nu Massive Media heet. We mogen zeker niet klagen over het rendement, maar we hebben ook zwarte sneeuw gezien, ups en downs gekend en altijd keihard doorgewerkt. Het komt zeker niet vanzelf.’

Verschenen in De Standaard, 3/10/10

Johan Michielsens: ‘Mijn bedrijf is mijn spaarpot’

Johan Michielsens is de eigenaar van Kranen Michielsens, bekend van de oranje reuzenkranen en -trucks.

 

Hoe gaat u om met uw geld?

‘Ik bezit geen enkel aandeel, behalve die van mijn eigen bedrijf. Ik heb geen spaarrekening, geen obligaties. Ik doe niet aan pensioensparen. Als ik meer dan een paar duizend euro op mijn rekening heb staan, stort ik ze terug op de rekening-courant. Ik betaal mezelf een loon uit dat het gemiddelde is van de lonen in mijn managementteam. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij vermelden dat ik meer marge heb, want mijn bedrijf is mijn spaarpot. Mijn managers moeten zelf een spaarpot aanleggen.’

Hoe hebt u de overnames die de groei stuwden gefinancierd?

‘Het gaat over meer dan tien overnames in tien jaar tijd, betaald met eigen vermogen, via bankleningen en -leasing. Wij keren nooit dividend uit. Nu zijn we op een moment van consolidering aangekomen. Onze sector heeft de crisis wereldwijd goed gevoeld. Dat maakt het tot een moment om na te denken over je bestaansredenen.’

Wat is uw appreciatie van de economische toekomst?

‘We zijn met 800 miljoen mensen in de VS, Canada en Europa die hun dominantie in de wereld nog altijd vanzelfsprekend vinden, terwijl 6 miljard mensen in het Oosten het daar niet mee eens zijn, en de cijfers hebben om hun gelijk te bewijzen. Zij stellen onze dominantie in grote internationale organen terecht in vraag. Europa moet dringend werk maken van gezonde structuren, van het betaalbaar houden van de gezondheidszorg, van investeringen in onderwijs. We mogen niet op ons verleden teren en zelfgenoegzaam zijn.’

Waar gaat uw geld vooral naartoe?

‘Naar de renovatie van mijn huis, een nooit eindigend project. Het is een oude boerderij die ik zo authentiek mogelijk restaureer. Ik hou van het patine van oude dingen, niet van luxe. Authenticiteit primeert op comfort. In sommige stukken van het huis zouden verwarmingstoestellen en Velux-ramen niet passen, dus het is er soms niet al te warm, al probeer ik maximaal te isoleren. Oude ramen, oude deuren en oude vloeren probeer ik zoveel mogelijk in stand te houden. Een huis met een tuin moet evolueren. Als je alles in één keer doet, riskeer je te zwaar in te grijpen en dingen niet te zien.’

Waar geeft u liever geen geld aan uit?

‘Aan niet-duurzame dingen als snel verslijtende dingen of bijvoorbeeld water in flessen. Ik kan me erover opwinden dat mensen in ons land San Pellegrino drinken. Water dat over 1.000 km wordt getransporteerd, terwijl je perfect spuitwater kunt maken van kraantjeswater. Als ik iets koop, bekijk ik dat op de lange termijn. Ik heb liever vijf paar degelijke schoenen waar ik jaren mee doe dan veel wegwerpschoenen. Ik weiger elk seizoen een nieuwe garderobe te kopen. Ik wil een degelijke keuken waar ik verder op kan bouwen, in plaats van elke tien jaar een nieuwe prefabkeuken. Maar onze economie is grotendeels gebaseerd op consumeren en wegwerpen.’

U bent TEW’er van opleiding en behaalde een MBA in de VS. Rendeert dat nog altijd?

‘Als ik het opnieuw zou mogen doen, zou ik misschien in plaats van TEW voor geschiedenis kiezen, wat me mateloos fascineert. Babson College was een openbaring omdat ik er mensen uit alle kanten van de wereld leerde kennen en omdat we er leerden onze stellingen inhoudelijk te onderbouwen. Nieuwsgierigheid vind ik de belangrijkste eigenschap van de mens: ik hoop dat ik altijd nieuwsgierig zal blijven.’

Toen uw vader zijn bedrijf aan u en uw zus overliet, splitste hij het radicaal op. Zal u dat later ook doen voor uw kinderen?

‘Dat kan ik nu onmogelijk zeggen. Ze zijn 7, 10, en 12 jaar, allemaal ontzettend boeiende en zeer diverse kinderen. Van minstens eentje heb ik al de indruk dat de zaak niet zijn of haar cup of tea is. Ik zou nooit eisen dat ze de zaak voortzetten. Wij moeten ze de roots geven om uit te groeien, hun vleugels uit te slaan en te doen wat ze willen doen, wat dat ook is. Ik vind wel dat ze hun talenten maximaal moeten gebruiken.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb ooit een aantal fitnesstoestellen gekocht en die staan er nog altijd onaangeroerd bij. Ik ben een buitensporter: je weerstand verbetert, je hebt contact met de natuur, je ademt goede lucht en je wordt niet gestoord door het geluid van een loopband.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn oude boerderij tussen de oude en de nieuwe Schelde in Weert. Daar kom ik tot rust. Ik kan uren in mijn tuin naar de natuur kijken.’

 

 

Portefeuille Karel Van Eetvelt

‘Ik ben geen materialist’

 

Karel Van Eetvelt is gedelegeerd bestuurder van Unizo. Hoe staat hij tegenover geld?

 

BRUSSEL.

Welke rol speelt geld in uw leven?

‘Geld is niet zo belangrijk voor mij. Het volstaat om in mijn basisbehoeften te kunnen voorzien. In de vijfentwintig jaar dat ik professioneel actief ben, heb ik gemerkt dat je je aanpast aan hoeveel geld je hebt. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik te weinig had. Eigenlijk interesseert geld me maar matig. Ik ben geen materialist, maar ik hou wel goed in de gaten waar ik mijn geld aan uitgeef en ik vul ook zelf mijn belastingsbrief in. Waarbij ik vaststel dat ik minder dan een derde overhoud van wat ik aan Unizo kost. Dat is de frustratie in het kwadraat: echt kwaad word ik daarvan. Ik ben voor solidariteit, maar dit gaat me te ver.’

Waar kunt u veel aan uitgeven?

‘Aan mijn ontspanning, en mijn belangrijkste ontspanning is fietsen. Niet dat ik zoek naar de allerlaatste snufjes, maar wel naar wat kwalitatief degelijk en duurzaam is. Ik bezit een aantal fietsen, waaronder een van 4.000 euro. Ik heb het geluk dat ik Eddy Merckx heb leren kennen en met een Merckx kan rijden, een fantastische fiets. Waar ik ook geld aan besteed is reizen. Ik zoek niet de luxe op, maar wil degelijk gehuisvest zijn en goed eten. Op vakantie let ik wat minder op mijn geld. Aan luxe kan ik geen geld geven: ik heb een klein teeveetje, geen grote stereo, maar wel een goed bed van 3.000 euro. Ik ben een moeilijke slaper en ik heb last van mijn rug, vandaar.’

Doet u aan sparen en beleggen?

‘Wat beleggen betreft, heb ik alles bij mekaar ooit voor 1.000 euro aandelen gekocht, vooral om die wereld een beetje te leren kennen en de beurs te kunnen volgen. Tot mijn scha en schande heb ik geleerd dat je er beter van afblijft als je er niet veel van kent. Ik ben een klassieke spaarder, met een spaarboekje en een beleggingsfonds gekoppeld aan een levensverzekering. Ik doe aan pensioensparen sinds mijn 25ste en leg geld opzij voor de studies van mijn kinderen. Het gaat allemaal niet over extreem veel geld: ik heb een goed inkomen, maar voor hoge weddes moet je niet in een middenveldsorganisatie werken. Dan kies je beter voor een hoge functie in een internationaal bedrijf.’

Maakt u zich soms zorgen over uw pensioen?

‘Nee, omdat ik er zelf mee voor spaar en omdat ik niet van plan ben om te stoppen op mijn 65ste. Net zoals mijn vader (Jozef Van Eetvelt, de vorig jaar afgetreden langstzittende burgemeester van Vlaanderen, red.) wil ik werken tot het echt niet meer gaat. Stilzitten kan ik niet. Ik zal altijd een beetje blijven werken en een beetje verdienen: dat lijkt me een gezonde manier van leven die ik iedereen zou aanraden.’

Wanneer gaat u weg bij Unizo?

‘Ik ga ervan uit dat je dit werk best niet doet tot aan je pensioen, al hou ik van de job. Maar het is zeer intensief, de tijdsbesteding is gigantisch en de druk is vrij groot. Bovendien mag het geen routine worden. Wat wordt het dan? In de politiek ga ik zeker niet. De kans dat ik in de ondernemerswereld beland, is reëel, de kans dat het met sport te maken heeft, met lobbyen, coachen, begeleiden, ook. Ik denk wel dat ik als zelfstandige zou kunnen werken.’

Als de zelfstandigen waar Unizo voor opkomt geen stevig spaarpotje hebben, stevenen ze na hun pensioen op de armoede af. Wat kan je daaraan doen?

‘Wij raden hen aan om tijdens hun carrière op een verstandige manier met geld om te springen. De meesten investeren in vastgoed, reden waarom wij pleiten tegen de verhoging van de onroerende voorheffing. Van bij de start een aanvullend pensioen afsluiten is aan te bevelen en fiscaal mooi meegenomen. Vastgoed verwerven is een economisch interessante en maatschappelijk belangrijke investering. Actief beleggen raden we af, behalve voor wie er verstand van heeft of wie zich goed laat begeleiden. We ijveren ook voor een hoger zelfstandigenpensioen, maar het wettelijk pensioen zal nooit van die aard zijn dat je er goed van kunt leven, noch voor de werknemer, noch voor de zelfstandige. En meer pensioen betekent ook hogere belastingen, daar moeten we eerlijk in zijn.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn bed en mijn fiets. Het zijn duurzame investeringen die de kwaliteit van mijn leven verbeteren.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb me ooit laten verleiden tot de aanschaf van Fortis-aandelen die nu nog een paar cent waard zijn. Gelukkig waren het er heel weinig.’

 

Portefeuille Ingrid Ceusters

Ingrid Ceusters nam na het overlijden van haar man in 2007 de leiding over van het door hem opgerichte vastgoedbedrijf, gespecialiseerd in verhuur, verkoop en beheer van commercieel vastgoed. Met Shopping Center Management Services is ze actief in de ontwikkeling, exploitatie en het beheer van shopping centers.

 

Is beleggen in immobiliën volgens u een goede investering?

‘De term “immobiliën” is slecht gekozen. Vastgoed is de beste investering op lange termijn, op voorwaarde dat je het op een dynamische manier beheert. Onze privé-woning was een heel goede investering. Het is een aangenaam herenhuis in de stad, gekocht in volle stadsvlucht, tijdens de crisis van de jaren tachtig. Iedereen verklaarde ons gek, maar nu is iedereen op zoek naar een gelijkaardig pand om de kinderen met de bakfiets naar school te brengen. Op termijn kan het misschien een kangoeroewoning worden.’

Mogen we aannemen dat investeren in vastgoed bij u op één staat?

‘Toch niet. Ik investeer vooral in opleidingen, hoofdzakelijk voor mijn kinderen. Talen zijn enorm belangrijk. Onze kinderen hebben hun kandidaturen in Namen gedaan, daarna hebben ze in Duitsland gestudeerd. De oudste is vervolgens naar de VS getrokken om aan Duke University te studeren en de jongste doet zijn MBA in Shanghai. Het zijn ervaringen die hun wereld openen. Dat kost geld, maar ik investeer er graag in. Ik hou er ook van als mijn medewerkers cursussen en opleidingen volgen en weten wat er gebeurt in de wereld.’

Op welk rendement mikt u met uw vastgoedbeleggingen?

‘Ik ben meer geïnteresseerd in de meerwaarde op lange termijn dan op het kortetermijnrendement. Je moet je leven in de eerste plaats uitbouwen door de arbeid, vind ik. En alles wat er bijkomt, doe je tenslotte voor meer comfort of voor het nageslacht. Ik kies voor handelspanden, al is dat minder gunstig voor de fiscaliteit. In het residentieel vastgoed ben je als eigenaar te slecht beschermd, vind ik.’

Opmerkelijk is dat uw immobedrijf geen panden bezit, maar ze alleen beheert en verhuurt.

‘Je kan niet tegelijk rechter en partij zijn, dat is mijn dogma. Je moet een buffer vormen tussen de eigenaars – in ons geval vaak grote buitenlandse institutionele beleggers – en de huurders, en dat op een heel transparante, goed gestructureerde en neutrale manier. Een vastgoedbedrijf dat zelf panden in eigendom heeft, zal in tijden van crisis eerder geneigd te zijn het eigen vastgoed aan te bieden en daarop extra kortingen te geven.’

Is er al sprake van een heropleving op de kantoormarkt?

‘Nee, de kantoormarkt ligt erg moeilijk en zal ook moeilijk blijven, zeker in Brussel. Alleen in stationslocaties zit een geweldige toekomst. Omwille van het mobiliteitsprobleem zie je daar alle grote take-ups. De volgende stap zijn de groene gebouwen. Alleen is het de vraag wie de prijs van de vergroening zal dragen met zo’n kleine marktvraag. Er komen weinig nieuwe bedrijven bij, onze fiscaliteit is niet aanlokkelijk en grote centra als Londen, Parijs en Amsterdam zijn zeer nabij.’

Is er nog ruimte voor groei in de shoppingcenterwereld?

‘Zeker. Onze steden zullen de leisure centers blijven, de plekken waar het aangenaam is om te shoppen en een weekend door te brengen. Met onze demografie zullen ook fun shopping en run shopping in baanwinkels een steeds hogere vlucht kennen.’

Blijft immo Hugo Ceusters weg van residentieel vastgoed?

‘Zeer tot mijn spijt wel, al zou ik dat op mijn oude dag wel graag doen. De residentiële markt functioneeert volgens een heel ander tijdschema, met veel avond- en weekendwerk, en een andere deontologie. Je werkt niet alleen op rendabiliteit, maar ook op emotionaliteit. Uit menselijke interesse en uit liefde voor mooie huizen zou ik ooit graag residentieel vastgoed aanbieden, maar dan via een aparte entiteit.’

 

BESTE INVESTERING

‘Opleidingen. Voor mijn kinderen, mezelf en mijn medewerkers. Het is een enorme upgrading voor iedereen, en het is niet erg als het rendement niet meteen zichtbaar is.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Tegen beter weten in heb ik me destijds een beetje gewaagd aan Lernout & Hauspie, omdat ik de spraaktechnologie zo fantastisch vond. Het ging om een klein bedrag, maar ik was alles kwijt.’

 

Verschenen in De Standaard op 16 mei 2011