Wat de geschiedenis ons leert over klimaatverandering

Van 6 tot 9 mei is prof. em. Brian Fagan in het land, een archeoloog en een wereldautoriteit over de geschiedenis van klimaatsverandering. Fagan verzorgt niet minder dan vier verschillende lezingen op die vier dagen (en één besloten sessie voor de Vlaamse MilieuMaatschappij). ARGUS belde hem thuis in Californië voor een voorproevertje.

Klimaatverandering heeft altijd al een invloed gehad op de menselijke beschaving, de landbouw en de economie. Wat is de belangrijkste les die we kunnen leren uit het verleden?
Brian Fagan: “De belangrijkste les is dat we nu veel kwetsbaarder zijn dan ooit tevoren, omdat er zoveel meer mensen op de wereld zijn. Steden als Miami en Amsterdam die amper boven de zeespiegel uitsteken, of er zelfs onder liggen, zijn uiterst kwetsbaar. In vroegere beschavingen telde een stad misschien 5.000 mensen en was het makkelijker om ze te verhuizen. Dat is nu vaak geen optie.
Een voordeel is dat we betere technologie hebben dan ooit tevoren en beter kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren. Maar in vergelijking met de Lage Landen is de situatie elders beangstigend, niet alleen in een land als Bangladesh, maar ook voor een stad als Shanghai. We moeten ons dringend beraden over de vraag hoe we tientallen miljoenen mensen kunnen verplaatsen, want het land waar zij wonen, dreigt onder de zeespiegel te verdwijnen. Ze worden trouwens niet alleen bedreigd door de stijging van het zeeniveau, maar ook door orkanen en ander extreem weer.”

U beschouwt droogte als een nog grotere bedreiging dan overstromingen. Wat verwacht u van de komende eeuw?
Brian Fagan: 
“We zullen ons eerst en vooral moeten bezighouden met het recycleren van water en het beperken van het watergebruik. In het licht van de dreigende tekorten aan drinkwater, moeten we het menselijk gedrag veranderen. Dat gebeurt nu al. Los Angeles is bijvoorbeeld bezig met het opvangen van regenwater om watervoerende lagen terug aan te vullen. Ook de recyclage van water zoals in Singapore kan tot navolging strekken.”

Klimaatverandering heeft in het verleden niet alleen negatieve, maar ook positieve effecten gehad. Geldt dat ook voor de toekomst?
Brian Fagan: “Zeker wel. We zijn geneigd om vooral te focussen op dreigende rampen en apocalyptische toestanden, maar er zijn ook voordelen. Het ziet er bijvoorbeeld goed uit voor de landbouw in Canada. Je krijgt eigenlijk een herverdeling van plekken waar voedsel wordt gekweekt. Voor het Amerikaanse Zuid-Westen is dat slecht nieuws, want daar zullen we met grote droogtes te kampen krijgen. Een constante is dat de geschiedenis zich herhaalt. De tsunami van vorig jaar in Japan is voorafgegaan door vele andere. Ook Europa is in het verleden door tsunami’s getroffen, zoals uit geologisch onderzoek blijkt.”

Waarom vergeten we zo makkelijk de klimaatrampen uit het verleden?
Brian Fagan: “Waarom kunnen mensen zo moeilijk geloven dat er ooit een watertekort zal zijn? Ze draaien de kraan open en er stroomt water uit. Ze staan er niet bij stil waar het water vandaan komt. Ook met orkanen en tornado’s zie je dat patroon van ontkenning. Soms grijpt de mens wel in ten gevolge van een catastrofe, of verhuizen mensen, maar al te vaak verkiezen we te vergeten.”

Waarom is de wereld meer bezig met temperatuurstijging dan met watertekort, terwijl dat laatste volgens u een groter probleem is.
Brian Fagan: “Temperatuursveranderingen spreken meer tot de verbeelding, omdat we ze associëren met ijstijden. Het omgekeerde, toenemende temperaturen, zijn we gaan associëren met smeltend ijs en stijgend zeeniveau. Allemaal veel dramatischer klinkend dan droogte. Toch kan je er niet omheen: stijgende wereldtemperaturen betekenen onvermijdelijk meer droogte op veel plekken. Een moeilijk probleem om te verkopen in de media, helaas.”

Hoe kunnen we de dreigende droogte bekampen?
Brian Fagan: “Als we de geschiedenis van water overschouwen, valt het op dat alles fundamenteel veranderd is in de laatste tweehonderd jaar, door de industriële revolutie en het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat gaf de mens de kans om water uit diepere aquifers of watervoerende lagen op te pompen. Het is trouwens niet toevallig dat de geschiedenis van water oppompen begint met het leegpompen van steenkoolmijnen.
Zo lang de mens alleen afhankelijk was van de zwaartekracht om aan water te geraken, leefde er een bewustzijn dat de watervoorraad beperkt was. In oude beschavingen werd water met veel meer respect behandeld. De religieuze connotaties van water gaan tienduizenden jaren terug. Rituelen brachten de mensen respect voor water bij. Maar bij de Grieken en de Romeinen werd water een product net als alle andere.”

“Het grootste probleem is dat de mens te weinig op lange termijn denkt. Een van de redenen waarom ik er echt naar uitkijk om naar België te komen, is dat België en Nederland de waterhuishouding op de lange termijn bekijken. Dat geeft jullie een een enorm voordeel. In vergelijking met wat jullie doen, zijn de maatregelen van Japan tegen tsunami’s een lachertje.”

Vanuit wereldperspectief gezien: welke evoluties stemmen u hoopvol en wat maakt u bezorgd?
Brian Fagan: “Zorgwekkend is het feit dat er nog altijd mensen zijn die klimaatverandering ontkennen. Hoopgevend vind ik het feit dat meer en meer mensen zich bewust worden van de water- en droogteproblematiek en beseffen dat je dit moet aanpakken vanuit een langetermijnperspectief. Al moet ik daarbij opmerken dat we nog te veel aan onszelf denken en te weinig aan onze kleinkinderen. Positief is voorts het feit dat de wetenschap het klimaat beter begrijpt dan ooit tevoren. Maar de belangrijkste les die de geschiedenis ons kan leren, is het feit dat we mensen zijn, homo sapiens, een slimme soort die in staat is om te denken, te plannen, te innoveren en oplossingen te zoeken zoals geen enkel ander dier dat kan. Ja, er zullen verschrikkelijke rampen plaatsvinden en er zullen vele doden vallen, maar we zullen kunnen improviseren en voortleven zoals we dat altijd hebben gedaan. De grote uitdaging bestaat erin dat we met meer mensen zijn dan ooit tevoren en dat de problemen groter zijn dan ooit tevoren. Ben ik optimistisch? Ja. Ik denk dat we, ondanks de vele slachtoffers, uiteindelijk zullen overleven als mensheid.”

Verschenen in Argus Actueel op 26/4/12

Belgische industrie wereldrecordhouder watervoetafdruk

Door stijgend watergebruik en watervervuiling neemt wereldwijd de druk op zoetwaterreserves toe. Een nieuwe studie berekent de watervoetafdruk op wereldschaal.

Heel wat landen verbruiken nu al meer water dan ze zelf hebben. Ze doen dat door virtueel water te importeren – virtueel, omdat het niet gaat om water an sich, maar om water dat is gebruikt om geëxporteerde industriële of landbouwproducten te maken of kweken.

Door de notie van de watervoetafdruk wordt het duidelijk dat waterverbruik uitsluitend per land bekijken niet voldoende is. Het is belangrijk om waterverbruik vanuit wereldperspectief in kaart te brengen. Als we naar een echt duurzame maatschappij willen evolueren, moeten we ook rekening houden met virtueel geïmporteerd water. De watervoetafdruk of Water Footprint (WF) houdt daar rekening mee. De WF onderscheidt drie soorten zoet water: blauw (oppervlakte- en grondwater), groen (regenwater) en grijs (afvalwater, meer specifiek: de hoeveelheid zoet water die nodig is om vervuiling te verdunnen tot de toegelaten norm).

Bedenkelijk record voor de Belgische industrie

Professor Arjen Hoekstra en dr. Mesfin Mekonnen van de afdeling Water Engineering and Management van de Universiteit Twente in Nederland hebben de watervoetafdruk van de mens grondiger dan ooit tevoren in kaart gebracht. De landen met de grootste interne watervoetafdruk zijn China, India en de VS. Niet minder dan 38% van de mondiale watervoetafdruk wordt veroorzaakt door deze drie landen. India heeft van alle landen de grootste blauwe WF (24% van het wereldverbruik). Die wordt in de eerste plaats toegeschreven aan de irrigatie van tarwe (33% van de Indische blauwe WF), gevolgd door rijst (24%) en suikerriet (16%). China produceert het meeste afvalwater ter wereld. Zijn grijze WF is goed voor 26% op wereldschaal.

In alle landen neemt landbouw de grootste slok uit het waterverbruik. Dat geldt ook voor België, waar landbouw goed is voor 53% van de totale WF. Veel opvallender is het feit dat de Belgische industrie verantwoordelijk is voor maar liefst 41% van de totale watervoetafdruk van ons land. Daarmee staan we wereldwijd op de eerste plaats. In geen enkel ander land ter wereld heeft de industrie procentueel zo’n grote watervoetafdruk. Ter vergelijking: in de VS en China is de industrie goed voor respectievelijk 18 en 22% van de watervoetafdruk. Op wereldschaal bekeken zijn de gemiddelden als volgt: 92% van de WF is voor rekening van de landbouw, 4,4% voor de industrie en 3,6% voor huishoudelijk water.

Virtuele waterstromen

Op wereldschaal is 19% van de WF van de landbouw toe te schrijven aan exportproducten, voor de industriële sector gaat het om ongeveer 41% van de WF. Alle sectoren bij mekaar genomen is ongeveer 19% van de wereldwijde watervoetafdruk niet bestemd voor binnenlands verbruik maar voor export. De handel in gewassen en hun afgeleide producten is daarbij goed voor het grootste percentage (76%). Veehandel en industrie zijn elk verantwoordelijk voor 12% van de wereldwijde WF-export. De belangrijkste virtuele waterexporteurs zijn (in dalende volgorde) de VS, China en India, gevolgd door Brazilië, Argentinië, Canada en Australië. De grootste virtuele waterimporteurs zijn de VS, Japan, Duitsland en China. De overzichtskaart geeft aan welke landen de grootste importeurs en exporteurs van water zijn. De landen in het groen zijn netto waterexporteurs, de landen in het geel en het rood zijn netto waterimporteurs.

De grootste uitvoerders op het gebied van de blauwe WF zijn de VS, Pakistan, India, Australië, Oezbekistan, China en Turkije. Samen zijn zij goed voor 49% van de virtuele export van blauw water. Stuk voor stuk zijn het landen die in meerdere of mindere mate kampen met waterstress, dat betekent minder dan 1.700 m3 watervoorraad per inwoner per jaar – bij minder dan 1.000 m3 per inwoner per jaar spreekt men van een watertekort. De keuze om het beperkte blauwe water te gebruiken voor export lijkt voor deze landen niet altijd duurzaam, noch efficiënt. Veel heeft er wellicht mee te maken dat externe factoren zoals schaarste zelden of niet worden doorgerekend in de prijs van water voor gebruik in de landbouw.

Waterverspilling en waterschaarste

De watervoetafdruk per inwoner verschilt enorm tussen landen. De landen met de kleinste WF per capita zijn de DR Congo (552 m3 per inwoner). Een Brit heeft per jaar een WF van 1.258 m3, een Amerikaan heeft een watervoetafdruk van 2.842 m3. Toppers zijn Bolivia (3.468 m3), Niger (3.519 m3) en Mongolië (3.775 m3 per jaar per inwoner). Dat ligt voor een deel mogelijk aan onbetrouwbare cijfergegevens, maar vooral aan verschillen in consumptie- en productiepatronen. Zo ligt de vleesconsumptie in Bolivië 1,3 keer hoger dan het wereldgemiddelde, maar de WF per ton vlees ligt er vijf keer hoger dan het wereldgemiddelde. In Niger is het graanverbruik 1,4 maal hoger dan gemiddeld, maar de WF per ton graan is 6 keer zoveel als het wereldgemiddelde. Sommige landen die kampen met waterschaarste zijn extreem afhankelijk van extern water: Malta (afhankelijkheid voor 92%), Koeweit (90%), Jordanië (86%), Israël (82%), de Verenigde Arabische Emiraten (76%), Jemen (76%), Mauritius (74%) en Libanon (73%).

Voor landen in deze situatie is het cruciaal dat ze zich verzekeren van een duurzame en betrouwbare import van waterintensieve goederen die ze zelf niet kunnen produceren. Voor de landen met een veel grotere waterafdruk per geproduceerde eenheid dan gemiddeld zou deze studie de ogen moeten openen. Zij kunnen mogelijk op een veel efficiëntere manier met water omspringen en zo het schaarse water besparen. En dat is nodig, want door de groei van de wereldbevolking en de veranderende voedingspatronen (de toenemende vleesconsumptie met name) en de klimaatverandering zal waterschaarste en -stress de komende decennia alleen maar erger worden op veel plekken in de wereld.

Verschenen in Argus Actueel, 22 maart 2012