Elvire rust nooit

Zeven dagen lang publiceerde De Standaard de reeks Big in Belgium, over Belgische bedrijven en sectoren die de wereldleider in hun niche zijn. Het begon met Elvire, de meest efficiënte en meest productieve krantenpapiermachine ter wereld. De foto’s waren (meestal) van Titus Simoens.

Wanneer afgevaardigd bestuurder Chris De Hollander van Stora Enso Langerbrugge samen met machinebestuurder Patrick Van Der Linden voor de fotograaf poseert op de stomende en sissende krantenpapiermachine lijken ze nietige stipjes, een kapitein en zijn eerste stuurman op een reuzentanker.

Net als bij een schip zien we van de machine enkel de bovenste helft, 8 meter hoog en 125 meter lang. De andere helft bevindt zich een verdieping lager. Aan het ene eind spuit de machine papierpulp met een vochtigheidsgraad van 98% tussen doeken die op rollen draaien met een snelheid van 120 km/u. Exact 7,11 seconden later is de pulp krantenpapier geworden met een vochtigheidsgraad van 8%, klaar om bedrukt te worden. Zowat elk uur wordt een zogenaamde moederrol geproduceerd van 10,4 meter breed, bijna 4 meter diameter en meer dan 100 ton zwaar. En zo gaat dat door, dag en nacht, weekends en feestdagen inbegrepen. Elvire rust nooit. Haar naam heeft ze te danken aan het feit dat ze de vierde papiermachine op de site is – en lijn 4 of L4klinkt algauw als Elvire. Maar u mag ook PM4 zeggen, kort voor papiermachine 4.

De productiefste

PM4 gaat sinds 2003 door het leven als de grootste in haar soort ter wereld. Maar de grootste, dat is ze eigenlijk maar een jaar geweest, tot een Zweeds zusterbedrijf een 5 cm bredere machine in dienst nam. Elvire moet sindsdien genoegen nemen met de titel van snelste en efficiëntste krantenpapiermachine ter wereld, en dat zal ze nog heel lang blijven, zegt Chris De Hollander. ‘Binnen het internationale geheel van Stora Enso zorgt de machine van Langerbrugge voor de constante productie. De minder rendabele of minder goed gelegen machines op andere sites kunnen eventueel harder draaien als de vraag naar papier zou stijgen.’

De papierfabriek is sterk geautomatiseerd. Eén man, de ‘conducteur’, tuurt op een rij computerschermen waarop de processen worden gemonitord. Een andere loopt regelmatig rond in en om PM4 om te checken of de sensoren alles juist registreren. De versneden papierrollen worden door robots getransporteerd, ingepakt en over een lange transportband automatisch naar het depot vervoerd. In de lang vervlogen hoogdagen werkten er nog meer dan 1.000 mensen op de site, nu zijn het er nog 380 in de productie en 60 in de verkoop. Die laatsten zijn trouwens verantwoordelijk voor alle papierverkoop van Stora Enso in Europa ten westen van Duitsland. ‘We proberen met zo weinig mogelijk mensen te produceren, dat klopt’, zegt Chris De Hollander. ‘De papiermarkt krimpt. In 2008 hebben we een knik gekregen. Sindsdien verliest de papierindustrie 5% wereldwijd per jaar. Alle mensen die hier nu nog werken, hebben we nodig om de fabriek te laten draaien.’

Het monster moet gevoed worden, en Stora Enso is erin geslaagd de kringloop van papier te sluiten. Zowel PM4 als PM3, die elders op de 52 ha grote site magazinepapier produceert, vervaardigen papier uitsluitend op basis van gebruikt papier. Uit de 700.000 ton gesorteerd oud papier die hier jaarlijks wordt binnengebracht uit heel België en de buurlanden, haalt het bedrijf nog 150.000 ton afval dat grotendeels in de eigen biomassakrachtcentrales wordt verbrand. Het bedrijf wekt zo 70 procent van zijn eigen stroom op en produceert alle benodigde stoom zelf.

België

Wat heeft een Fins-Zweedse papiergroep er in 2003 toe aangezet om een nieuwe krantenpapierlijn samen met een biomassakrachtcentrale net hier te bouwen, goed voor een investering van 500 miljoen euro? En waarom zo’n grote machine?

‘In de papierindustrie heb je schaal nodig om concurrentieel te zijn’, legt Chris De Hollander uit. ‘Een machine die half zo breed is, kost 70% van de onze en is dus minder rendabel. Je hebt veel oud papier nodig, want we draaien volledig op recyclage. En je hebt veel afzet dichtbij nodig, want de waarde van krantenpapier is te laag om het over grote afstanden te transporteren.’ De Gentse site, met haar centrale ligging in Europa goed voor input én afzet van papier, kwam als beste uit de analyse. Het bedrijf levert papier aan alle Belgische kranten (met uitzondering van de zalmroze Tijd), aan de meeste Nederlandse en Franse en nog vele andere.

Chinese concurrentie

Een van de problemen waar de papierindustrie mee kampt, is niet de papierproductie in Azië, maar de enorme honger naar papier voor verpakkingsmateriaal van China. Zo kan het gebeuren dat het papierafval van Brugge op een boot naar China belandt, terwijl Stora Enso zijn grondstof in Breda moet gaan zoeken. Dat soort absurde toestanden moet stoppen, zegt De Hollander, die pleit voor duurzamere aanbestedingen voor oud papier en karton in een zo lokaal mogelijke kringloop.

Verschenen in De Standaard, 15/7/14

Hoe moet het verder met de Vlaamse landbouw?

Elke week zetten circa 24 Vlaamse landbouwbedrijven hun activiteiten stop – en dat al tien jaar lang. De beweging Wervel spreekt over “de ondergang van een landbouwmodel”. Boerenbond pakt binnenkort uit met een nieuwe toekomstvisie op duurzame landbouw in Vlaanderen. Wij brengen alvast de krachtlijnen.

De landbouwcrisis beperkt zich niet tot Vlaanderen alleen. Terwijl er in 2000 nog 61.926 landbouwbedrijven actief waren in België, waren dat er in 2012 nog slechts 38.559 en ondertussen nog een 36.800. Het landbouwareaal nam niet evenredig af: stoppende boerderijen worden doorgaans overgenomen door grotere collega’s. Maar schaalvergroting leidt niet tot een merkbare verbetering in het gemiddelde inkomen van de landbouwers – integendeel. Wanneer boeren stoppen vinden ze maar moeilijk opvolgers omdat hun beroep financieel en sociaal weinig aantrekkelijk is. Heel wat boeren krijgen amper loon naar werken, ze vereenzamen en zien de schulden zich opstapelen. Volgens het jaarverslag 2013 van Boerenbond bedroeg het gemiddelde inkomen van een voltijds werkende boer vorig jaar 23.304 euro, minder dan 2.000 euro per maand dus. Door de stijgende kosten gaat het inkomen van de Vlaamse boer er de laatste jaren steeds verder op achteruit.

Prei met verlies

Wervel vzw, een werkgroep die ijvert voor een rechtvaardige en verantwoorde landbouw, pakt uit met een schrijnendvoorbeeld van een boer die zijn prei met verlies moet verkopen. Volgens Wervel geen alleenstaand geval. De productie van een bussel prei kost deze boer 0,44 euro per kilo, maar hij ontvangt er slechts 0,20 euro voor, terwijl de consument in de supermarkt 1,70 euro betaalt. Hoe zijn zulke uitwassen mogelijk? Campagnecoördinator en bio-ingenieur Veerle Devaere licht toe: “Omdat de Vlaamse boeren vaak dezelfde producten telen, die uiterlijk hetzelfde lijken, maar verschillen door teelttechniek en bodem, kunnen ze door de grootdistributie tegen mekaar uitgespeeld worden. De doorgedreven specialisatie van boeren vergt aanzienlijke investeringen en brengt grote risico’s met zich mee. Boeren staan bovendien in een zwakke positie: ze zijn sterk afhankelijk van het weer, dat bepaalt of ze een goede of slechte oogst hebben. Ze verkopen niet rechtstreeks aan de consument, maar aan tussenschakels zoals veilingen of supermarktketens. Omdat boeren verse producten leveren, kunnen ze niet wachten op betere prijzen. Ze hebben geen macht over de prijszetting.” Uit de probleemanalyse die Wervel maakt, blijkt meteen ook welke oplossingen ze naar voren schuiven: een boer moet zijn teelten diversifiëren, een meer rechtstreekse relatie met de consument ontwikkelen en trachten de eigen producten meer identiteit of een meerwaarde te bezorgen. Dat kan bijvoorbeeld via een eigen methode, opteren voor een streekproduct of zorg voor de natuur. “Vlaanderen is zo sterk verstedelijkt dat het niet doenbaar is om in te zetten op echt grootschalige landbouw”, zegt Veerle Devaere. “Grootschalige landbouw is ook in onze buurlanden de oorzaak van de stopzetting van boerenbedrijven. Boeren kunnen zich niet meer van elkaar onderscheiden, ze creëren geen meerwaarde meer.”

Consumenten

Veerle Devaere ziet tal van mogelijkheden voor rechtstreekse verkoop aan de consument, maar beseft ook dat die aanpak niet voor elke boer is weggelegd. “Goede prijsafspraken met ketens via een coöperatie kunnen boeren helpen om een eerlijke prijs te krijgen voor hun producten. Een diversiteit aan boeren is belangrijk om een rijk en gezond aanbod aan voedsel te garanderen.” Wervel wil consumenten bewuster maken van de situatie van boeren en van de rol van de grootdistributie. “Wanneer consumenten bewust lokaal consumeren en supermarkten onder druk zetten om boeren een eerlijke prijs te betalen – een prijs die niet alleen de kosten dekt maar de boer ook een inkomen bezorgt – dan is er sprake van een toekomst voor een landbouw met boeren. Zelfs in de supermarkt.” Andere manieren om tot een beter inkomen voor landbouwers te zorgen, zijn samenwerkingen tussen consument en boer. Via Community Supported Agriculture (CSA) weet de boer zich verzekerd van een inkomen, want consumenten betalen voor een jaar lang landbouwproducten nog voor de boer ze zaait of kweekt. Viavoedselteams, groenten- en fruitpakketten en andere korte-keteninitiatieven leveren sommige boeren nu al rechtstreeks aan individuen en buurtverenigingen. In een zelfplukboerderij doen consumenten een deel van het werk. Andere boeren stellen hun serres of hun kennis ter beschikking van consumenten die de handen uit de mouwen willen steken. Zo ondervinden ze aan den lijve hoeveel tijd en zorg een boer aan voedsel besteedt. In haar campagne ‘Boer zkt loon‘ gaat Wervel op zoek naar consumenten met LEF (Lokaal, Ecologisch en Fair). “We willen mensen aanmoedigen om te kiezen voor een lokale voedselproducent en daar de meerwaarde te proeven die deze boer hen biedt met plukverse groenten en fruit of andere producten zoals graan, zuivel en vlees. Door met LEF te kiezen, krijgt de boer een eerlijk aandeel, kan hij zijn eigen boontjes weer doppen en bouwen we ‘Fairtrade’ ook lokaal bij ons uit.”

Ketenoverleg

Boerenbond, de beroepsorganisatie van de land- en tuinbouwers, ontwikkelt tal van initiatieven om boeren beter te wapenen tegen de (over)macht van de distributie en om hen te helpen een hoger inkomen te realiseren. HetInnovatiesteunpunt leert boeren onder andere efficiënter te werken, hogere rendementen te halen met minder input, werk te maken van hoeveverkoop en in te spelen op andere actuele trends. Via het Ketenoverleg is de landbouwersorganisatie sinds 2010 in dialoog met de grootdistributie en de voedingsindustrie zodat boeren een faire prijs voor hun producten krijgen. Er is op minder dan vier jaar tijd al heel wat gerealiseerd. Alle supermarktketens actief in België, met uitzondering van Aldi, ondertekenden de gedragscode van het ketenoverleg. Bijna honderd bedrijven die samen goed zijn voor 75% van de voedingsindustrie, deden hetzelfde. “Elke schakel in de keten engageert zich om te handelen in een context van duurzame ontwikkeling, met oog voor economische duurzaamheid”, stelt Marc Rosiers, verantwoordelijk voor Ketenoverleg bij Boerenbond. Deze afspraken op sectorniveau moeten zorgen voor een versterking van de macht van de boeren op het gebied van producentenprijzen. In samenwerking met de FOD Economie worden er bijvoorbeeld maandelijkse brutomarges voor de rundvleessector opgesteld, die prijsonderhandelingen in een objectieve sfeer laten plaatsvinden. Zulke initiatieven geven de meer dan 36.000 boeren een grotere hefboom in de onderhandelingen met de zestien bedrijven in de grootdistributie en het honderdtal in de voedingsindustrie. Behoort het schrijnende voorbeeld van de verlieslatende preiboer van hierboven dan weldra voorgoed tot het verleden? “Voor een individuele boer kunnen wij niet onderhandelen, maar als zo’n situatie jaar na jaar en maandenlang voor een hele sector geldt, zullen we zeker heronderhandelen over een correcte producentenprijs. Boerenbond streeft naar een marktgebeuren waar zoveel mogelijk leefbare landbouwbedrijven aan kunnen participeren”, legt Marc Rosiers uit. Het belangrijkste wat boeren kunnen doen, is zich verenigen in producentenorganisaties en coöperaties. “En zelfs dan is het moeilijk om macht te verwerven in de markt”, stipt Rosiers aan. “Ondanks een omzet van bijna een half miljard euro is de veiling BelOrta (de samensmelting van de Mechelse en Borgloonse Veilingen, red.) slechts goed voor 3% van de Europese markt.”

Moeder, waarom exporteren wij?

Het Ketenoverleg geldt alleen binnen België, terwijl de Belgische landbouw sterk exportgericht is. Veilingen zetten 80% af in het buitenland, de varkenssector exporteert 60% van zijn productie. Zou het niet verstandiger zijn als de Belgische landbouw zich vooral op de thuismarkt zou richten? “Zeker niet. Als we niet meer zouden inzetten op export, dan zullen we pas een waar slagveld aan faillissementen zien. Dan moeten we op slag de helft van de bedrijven sluiten. Boerenbond blijft onze historische netto-exportpositie, gebaseerd op kwaliteitsdifferentiatie, verdedigen. Wij blijven geloven dat Vlaanderen in Europa een niche kan zijn. In bulk om de bulk geloven we niet, maar historisch is Vlaanderen altijd sterk geweest in niet-grondgebonden, intensieve landbouw. Er zijn overigens maar vier regio’s met een gelijkaardig netto-export-profiel in Europa: Nederland, Denemarken, Bretagne en Rijnland-Westfalen.” Marc Rosiers is ervan overtuigd dat de Belgische landbouw nationaal en internationaal het verschil kan maken met gecertificeerde kwaliteit en een nadruk op duurzaamheid. “Tegenwoordig is duurzaamheid nog te vaak vooral een marketingverhaal. Wij zijn volop bezig om van meetbare duurzaamheid een vast onderdeel te maken in onze lastenboeken. Hierbij brengen we zowel economische, ecologische als maatschappelijke aspecten in rekening. In de plantaardige productie zetten we bijvoorbeeld in op integrated pest management: een reductie van gewasbeschermingsmiddelen. In de dierlijke productie stimuleren we de vrijwillige vermindering van het antibioticagebruik en aspecten van dierenwelzijn, zoals oppervlaktenormen voor stallen en het niet onverdoofd castreren van biggen. Ik denk ook aan vormen van precisielandbouw, het niet gebruiken van bepaalde meststoffen…”

Duurzame landbouw

Die groter wordende nadruk op duurzaamheid past in een breder geheel. Op 27 mei presenteert Boerenbond zijn nieuwe visie: Inzetten op duurzame groei. Peter Van Bossuyt, verantwoordelijk voor de redactie van de visienota, licht voor ARGUS al een tip van de sluier op. “Boerenbond wil het beroep van landbouwer terug aantrekkelijker maken door onder andere in te zetten op diversificatie, het ontwikkelen van een betere relatie met de consument en door de boer actiever in te zetten voor natuurbeheer.” Diversificatie betekent dat er in de toekomst meerdere landbouwmodellen naast mekaar zullen bestaan, zegt Van Bossuyt. “Het is een én-én-verhaal. Enerzijds blijven we geloven in groeibedrijven die mikken op schaalvoordeel en op duurzame intensivering. Anderzijds kijken we naar meer kleinschalige bedrijven die inspelen op hun leefomgeving. Daarin past het huidige streven naar stadslandbouw, al vullen wij die term anders in dan anderen. Tussen de twee genoemde modellen liggen trouwens nog veel varianten.” Met “stadslandbouw” heeft Peter Van Bossuyt het niet over moestuintjes in de stad, maar doelt hij op het potentieel van ongeveer een derde van de Vlaamse landbouwbedrijven die zich in en om verstedelijkte gebieden bevinden. “We zullen daarbij inzetten op de korte keten en erover waken dat die economisch rendabel is.” De groeibedrijven zullen mikken op “meer met minder”: meer output met minder input. Van Bossuyt licht toe: “Deze groeibedrijven zullen meer melk, groenten of vlees produceren met minder gebruik van grondstoffen per eenheid geproduceerd product. Er is zeker nog ruimte voor verbetering: zo kunnen we in de veeteelt de uitstoot van broeikasgassen nog verder verminderen, bijvoorbeeld door een betere voederconversie. In de akkerbouw willen we ernaar streven om de milieudruk te verkleinen door nog meer doelgericht meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. We willen onze eiwitten ook meer lokaal telen waardoor de import in sojavorm uit Zuid-Amerika wordt afgebouwd.” Van Bossuyt benadrukt daarnaast dat het niet allemaal slecht nieuws is wat de klok slaat in de Vlaamse landbouw. “Het klopt dat er heel wat uitstroom is uit het vak door boeren die hun bedrijf stopzetten. Maar er is ook wel instroom, bijvoorbeeld van mensen die in landbouwbedrijven te werk zijn gesteld en zelf gaan boeren, of die er op een kleinschalige manier aan beginnen, bijvoorbeeld met een CSA-boerderij. Het gaat niet over grote aantallen, maar het zijn wel mensen die we kansen moeten geven in de land- en tuinbouw en waarvoor een wettelijk kader moet worden geschapen.”

LATTE-principe

De Vlaamse landbouw zal volgens Van Bossuyt slechts overleven als ze zich onderscheidt en topkwaliteit levert. “Wij willen ons richten op de 300 miljoen consumenten die binnen een straal van 500 km leven. We willen ons onderscheiden met innovativiteit en kwaliteit, niet met bulk. We kiezen voluit voor het LATTE-principe (Lokaal, Authentiek, Traceerbaar, Trouwhartig en Ethisch, waarbij ‘Trouwhartig’ staat voor kwalitatief en duurzaam, red.). Produceren voor consumenten in verder gelegen regio’s sluiten we daarbij niet uit, maar ook dat zal alleen maar lukken door in te zetten op kwaliteit. Meer dan tien jaar geleden waren we al blij dat er Belgische peren in Rusland werden verkocht. Nu moeten we er de Poolse peren verslaan met onze betere kwaliteit.” Veerle Devaere van Wervel vindt dat een op export gerichte landbouw zoals die in Vlaanderen bezwaarlijk het etiket ‘duurzaam’ kan dragen. “Het is niet duurzaam om vers voedsel dat veel water bevat te exporteren over lange afstanden en zo te concurreren met boeren in het buitenland.”

 

 

 Verschenen op Argus Actueel, 21 mei 2014

Rendementen waarbij Microsoft verbleekt

Gunter Pauli, lid van de Club van Rome en voormalig ceo van Ecover, is de grote inspirator van ‘De blauwe economie’, een model waarin ecologie, innovatie en economie hand in hand gaan. Gunter Pauli’s boek The Blue Economy verschijnt nu ook in het Nederlands.

Wat is uw belangrijkste bron van inkomsten?

‘Toen ik in 1994 uit België vertrok, heb ik al mijn bezittingen verkocht en dat geld ondergebracht in de stichting Zeri (Zero Emissions Research Initiative). Ook de auteursrechten van de boeken die ik schrijf, komen ten goede aan de stichting. VanThe Blue Economy zijn ondertussen al 1miljoen exemplaren verkocht in 34talen. Van de fabels waarin ik de blauwe economie aan kinderen uitleg zijn al 17miljoen exemplaren van de hand gegaan. Ik krijg een vaste maandelijkse vergoeding enthat’s it. Als stichting zijn we niet uit op financieel gewin. Dat hoeft ook niet. Zo lang ik goed blijf schrijven, is onze inkomstenstroom verzekerd.’

Wat is het hogere doel: een betere wereld creëren?

‘Er kan een betere wereld komen door meer ondernemerschap en innovatie. Ook bij Ecover draaide het om innovatie. Ik heb dertig jaar mijn schouders gezet onder de groene economie, maar het probleem is dat die ervan uitgaat dat wat goed is voor de mens, ook duurder moet zijn. De groene economie heeft heel goede producten opgeleverd, maar ze zijn alleen maar betaalbaar voor wie over het nodige geld beschikt. De groene economie kan dus alleen mainstream worden door meer belastingen te heffen of via subsidies. Als we dat patroon niet doorbreken, zullen we nooit duurzaamheid bereiken. In de blauwe economie gaan we ervan uit dat wat echt goed is voor de mens, ook goedkoper kan zijn.’

Wanneer zal de blauwe economie een feit zijn? U sprak in 2010 van 100 miljoen banen op tien jaar.

‘Na twee jaar hebben wij weet van ongeveer duizend bedrijfjes die werden opgezet op basis van de open source-info die wij verspreiden. Het gaat te traag en met te weinig schwung. Maar we zijn nog maar pas begonnen en starten nu een grote campagne via de vertaling van de innovaties in fabeltjes voor kinderen. Zo hopen we veel jongeren te inspireren.’

Bent u een belegger?

‘Ik beleg niet, ik adviseer anderen over beleggen. Ik wil een absolute onafhankelijkheid bewaren tegenover de technologieën en zakenmodellen die ik voorstel. Als ik er een of ander financieel voordeel zou uithalen, dan kan ik niet langer vrij advies leveren.’

Welke blauwe economie-aandelen zou u aan beleggers aanraden?

‘Op dit ogenblik kijk ik vooral naar de bedrijven waar je beter niet in investeert. Bedrijven die het potentieel gewoon negeren. Ik denk bijvoorbeeld aan Medtronic, Johnson & Johnson en Boston Scientific die heel wat verdienen met de groeiende vraag naar pacemakers, terwijl de komst van de nanotechnologie dit soort pacemakers overbodig maakt. Die aandelen kan je beter nu van de hand doen. Ook batterijmakers als Varta en Panasonic verwijder je beter uit je portefeuille vanwege de op komst zijnde innovaties die batterijen vervangen. Olie-aandelen doen het nu nog goed, maar je kan ze beter dumpen voor ze hun op termijn onvermijdelijke daling inzetten.’

Wat voor rendementen kunnen we verwachten in de blauwe economie?

‘Toen ik in 1984 de kans kreeg om mee te werken aan het regenereren van het regenwoud van Gaviotas in Colombia, dat al tweehonderd jaar geleden vernietigd was, verklaarde iedereen me gek. Maar vandaag, 28jaar later, staat het bos er, is de biodiversiteit er van 17 naar 256 gestegen, is er volledige tewerkstelling in de regio en gratis drinkwater. Last but not least: de waarde van de grond steeg er van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha. Dat is een beter rendement dan het Microsoft-aandeel in 25jaar heeft gegenereerd. Deze investering komt vandaag volledig ten goede aan de gemeenschap van Gaviotas. Het schenkt me een grote voldoening dat je met herbebossing en water als een gemeenschappelijk goed een van de meest succesvolle bedrijven in de moderne geschiedenis kunt overtreffen.’

Welke investering betreurt u?

‘Het bouwen van de ecologische fabriek van Ecover, die weliswaar baanbrekend was, maar afhankelijk van palmolievetzuren. Ik realiseerde mij aanvankelijk niet dat ik verantwoordelijk was voor de vernietiging van het regenwoud in Indonesië en de verstoring van de habitat van de orang-oetan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Het was moeilijk te aanvaarden dat de tijd en het geld dat ik in Ecover investeerde, voor niets was. Maar dat gaf me de kracht om een nieuw zakenmodel te ontwikkelen dat vandaag gekristalliseerd is in het concept van de blauwe economie.’

BESTE INVESTERING

‘Het herbebossen van de savanne in Gaviotas. Goed voor een toename van biodiversiteit met een factor15 en een stijging van de grondwaarde van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha.’

www.gunterpauli.com

Interview Johnny Thijs

‘Ik probeer altijd een consensus te vinden’

 

Qua symboliek kan het tellen: Johnny Thijs, CEO van een bedrijf met 30.000 personeelsleden, zit wanneer we aankomen in hemdsmouwen aan een landschapsbureau te werken. In het managementteam van bpost zijn de lijnen kort en heeft iedereen recht van spreken. Portret van een veeleisende, luisterbereide en beschikbare CEO.

 

Bent u een geboren leider?

Johnny Thijs: ‘Helemaal niet. Ik was een bedeesd en rustig manneke, geboren in een klein dorp. Ik ben uit de cocon van de boerenbuiten gekropen door naar de Cadettenschool te gaan in Lier. Daar zijn mijn ogen op de wereld geopend en ben ik langzaam beginnen te veranderen. Gaandeweg ben ik gegroeid in mijn rol. Vergelijk het met springen op een trein die steeds sneller gaat rijden. Zo kan je je leiderschapsstijl ontwikkelen, versterken en verbreden.’

Op uw 35ste was u al general manager bij Côte d’Or. Dat is snel.

‘Het was een sneltrein. Ik heb zes jaar bij Vanderelst gewerkt, daarna ging het allemaal heel vlug. Ik had bijna om het jaar een andere job, dikwijls wel in hetzelfde bedrijf. Ik raad jonge mensen altijd aan een paar keer van job te veranderen, maar niet te veel. Nieuwe ervaringen opdoen met de juiste bazen is heel belangrijk.’

Wat is dat voor iemand, een goede baas?

‘Iemand die stuurt en je de ogen opent. Iemand die je verder doet denken dan je van nature zou doen. Heinz Ivo bij Masterfoods was zo iemand, net als de onlangs overleden Klaus Jacobs van Jacobs Suchard (eigenaar van Côte d’Or, red.) en John Franklyn Mars van Mars Inc. Mensen die een voorbeeld waren door de manier waarop ze een bedrijf leidden: om zes uur ’s morgens binnenkomen, werken aan een landschapsbureau, geen individuele kantoren, iedereen gelijk, van hoog tot laag variabele verloning, een clangevoel. Dat zijn de dingen die me zijn bijgebleven. Ik geloof heel sterk in het open office. Het gevoel dat wel allemaal samen hetzelfde gevecht voeren.’

Hebt of had u een mentor?

‘Een persoon waar ik regelmatig bij terecht kan is Luc Hanssens van Egon Zehnder. Een leuke man die voor mij als een klankbord fungeert. Voorts heb ik het geluk gehad bazen te ontmoeten die in jonge mensen geloofden. Heinz Ivo heeft me een paar keer op een heel simpele manier de ogen geopend. Ik wou van reclamebureau veranderen en hij zei: “Doe wat je denkt te moeten doen. Maar stel jezelf de vraag: Heb ik hard genoeg gewerkt om alles wat het agentschap moet weten ook aan hen door te geven?” Waarschijnlijk niet, besefte ik.’

Wat hebt u nog geleerd van uw bazen?

‘Klaus Jacobs was een fantastische man. Minstens één keer per jaar kwam hij langs voor een business review, vier uur hard vergaderen. Maar hoe moeilijk de vergadering ook was, op het einde kon hij ze samenvatten op een dermate inspirerende manier dat iedereen er tegenaan wou gaan. Van mijn bazen heb ik ook geleerd me te omringen met mensen die me aanvullen. En om alle mensen aan bod te laten komen.’

Heerst in het directiecomité van bpost ook een clangevoel?

‘Dat ontstaat door een bepaalde manier van leidinggeven: heel veeleisend zijn, nooit tevreden, altijd verder willen gaan – dat zullen mijn mensen wel bevestigen, denk ik. Tegelijk tracht ik heel supportive te zijn: als het moeilijk gaat, ben ik er ook. Ik ben beschikbaar om oorlog te voeren, een klant te winnen, een dossier op te lossen. Ik ben veeleisend, maar ik moet niet altijd gelijk hebben. Gaandeweg heb ik rond mij een groep mensen kunnen verzamelen die zich kunnen vinden in die sfeer.’

Hoe zou u die sfeer nog omschrijven?

‘Er zijn heel weinig beslissingen die ik er eigenhandig doordruk: ik probeer altijd een consensus te vinden. Zo trek je mensen aan die graag voor hun eigen ideeën vechten, die heel veel verantwoordelijkheid kunnen nemen en die ook weten dat we het samen oplossen als iets niet lukt Als iemand het met iets niet eens is, heeft hij het recht om dat te zeggen. Daar zal ik goed naar luisteren, en in de mate dat ik ervan overtuigd geraak, er ook rekening mee houden. Ik ben niet de slimste van de klas en ik heb geen enkele intentie om dat te willen zijn. Ik wil wel dat we gezamenlijk de beste van de klas zijn, en ik denk dat de mensen dat geloven.’

U bent wat de managementboeken een ‘verbindende leider’ noemen. Allesbehalve een dictator.

‘Dat klopt. Ik geloof ook in een nederige managementstijl: ik moet geen sterren rond mij hebben, geen lonesome cowboys, maar samen wil ik dat we schitteren. Ik geef veel verantwoordelijkheid: details interesseren me niet echt. Als we een overwinning behalen, zal ik niet lang vieren. Dan vraag ik: wat gaan we morgen nog beter doen?’

Vergroot of tempert u bepaalde kenmerken van uw persoonlijkheid in uw managementstijl?

‘Mijn vrouw vindt me verschrikkelijk koppig, ze zegt dat ik altijd gelijk moet hebben. Ik bestrijd dat, maar we geraken het er niet over eens. Ik denk en hoop dat mijn collega’s me vasthoudend maar niet gelijkhebberig vinden. Een geboren communicator ben ik ook niet. Voor de eerste belangrijke presentatie in mijn carrière heb ik nachten slecht geslapen: nachtmerries gehad, doodzenuwachtig geweest. Nu ben ik zelden nog zenuwachtig omdat ik er cursussen voor heb gevolgd en voldoende zelfvertrouwen heb opgebouwd. Ik ben zoals ik ben, en ik denk dat dat alles bij mekaar niet slecht is. Dat laat me toe mensen rond mij te verzamelen die heel loyaal zijn. Ik heb het onlangs nog eens berekend voor mijn senior management: 73% is al meer dan vijf jaar bij mij, wat best goed is in de huidige tijden. Daar ben ik fier op.’

Van welke foute beslissingen in uw carrière hebt u het meest geleerd?

‘Te lang met de foute mensen werken. Ik zal mensen altijd een extra kans geven, en ik heb geleerd dat je mensen nooit op maandagmorgen, maar op vrijdagavond moet ontslaan. Bij beslissingen over mensen ga ik nooit over één nacht ijs, maar ik weet wel dat ik heel veeleisend moet zijn. Je moet zeker zijn dat de combinatie van talent en gedrag datgene is waarnaar je op zoek bent. Tot fouten reken ik ook: denken dat je de wereld kunt veranderen of trends kunt wijzigen. Dat is slechts zeer weinig merken gegeven, al kan een Apple dat wel. Van het tegendeel kan ik tal van voorbeelden geven, zoals indertijd Vieux Temps trachten te herlanceren. Tendensen in merken omdraaien is verschrikkelijk moeilijk. Je kan trends wel naar je hand zetten, daar zit een stuk talent in.’

Wat is volgens u het verschil tussen een manager en een leider?

‘Een manager is iemand die een technische opdracht heeft: binnen een bepaalde discipline trachten iets zo goed mogelijk te doen. De baas moet inspireren, leiding geven, richting aangeven. Dat wil niet zeggen dat ik een groot visionair ben. Ik probeer een visie op de toekomst te ontwikkelen, die ik test en toets bij de collega’s, en daar probeer ik dan consensus en een verhaal rond te bouwen, want binnen eenzelfde toekomstbeeld kun je nog verschillende keuzes maken.’

Hoeveel procent van uw ideaalbeeld van bpost hebt u al gerealiseerd?

‘Vijftig procent. We zijn halverwege. Waar ik nog verder aan moet werken is dat alle 30.000 medewerkers van bpost goesting hebben om een stapje meer te zetten en de kwaliteit en de dienstverlening nog te verbeteren. Dat heeft te maken met instelling: zich willen geven voor het bedrijf omdat ze het graag doen. Er mag niet aan getwijfeld worden: ik heb heel veel mensen die graag werken en het trachten goed te doen, maar ik wil een klimaat van samen nog beter worden. Dat is de volgende stap.’

Vindt u dat uw succes als CEO kan afgemeten worden aan de mate waarin u zichzelf vervangbaar maakt?

‘Zeker. Met veel vertrouwen kan ik zeggen dat dit bedrijf perfect verder zal varen nadat ik hier weg ben. Er zal iemand anders komen die een basis zal vinden waarop hij verder kan werken. Ik heb ervoor gezorgd dat er binnen mijn managementteam in ruime mate opvolgers beschikbaar zijn, maar ik zal de beslissing van de aandeelhouders daarover respecteren.’

 

CV Johnny Thijs

Handelsingenieur – Economische Hogeschool Limburg

International Marketing – Columbia University

1974 Product & Marketing Manager België Vanderelst (Rothmans group)

1981 Marketing & Sales Manager België, Nederland, Duitsland en Frankrijk Masterfoods (Mars)

1986 Marketing en General Manager Côte d’Or-Jacobs Suchard

1991 Executive Vice President Interbrew

1997 CEO Europa, Azië-Pacific en Afrika Interbrew

2002 Gedelegeerd bestuurder De Post, nu bpost

 

Verschenen als onderdeel van Dossier Leiderschap, Jobat 8/10/11

 

 

 

Herman Konings: ‘Kleinschaligheid is big business’

Welke maatschappelijke en economische trends verwacht Herman Konings en wat doet hij zelf met zijn geld?

Bent u een belegger?‘Nee, al klinkt dat misschien vreemd voor iemand die de zoon is van een regiodirecteur van wat destijds de Generale Bank was. Mijn vader was van eenvoudige komaf en werkte zich op door te focussen op persoonlijk contact met de klanten. Hij heeft de bank groot gemaakt in Zonhoven. Hij was een atypische bankier in de zin dat hij mijn broers en mij altijd bezworen heeft geen aandelen te kopen. Hij voerde spaarzaamheid hoog in het vaandel en waarschuwde ons voor graaicultuur.’

Hoe is uw vermogen gestructureerd?

‘Ons geld zit in langetermijnsparen, wat obligaties en een beetje steen. Mijn vader geloofde in steen en liet ons een aantal ondergrondse parkeergarages in Brussel na. Mijn echtgenote en ik hebben een goed lopende zaak en geen kinderen, wat op zich ook al een investering is. Uit berekeningen blijkt dat één kind 220.000 euro kost en ze worden steeds duurder, want ze gaan steeds later het huis uit. Ik heb ooit wel aandelen gehad en heb me zelfs ooit laten verleiden door call- en putopties, toen ik als jobstudent in de Generale Bank werkte. Ik verdiepte me toen in beleggingsblaadjes in de bibliotheek. Ik denk dat mijn liefde voor trends daar ontstaan is.’

Trendwatcher of beleggingsadviseur, het lijkt niet zo’n grote stap.

‘Voor een aantal banken schets ik maatschappelijke trends waarop beursanalisten dan voortbouwen. Trends die zij kunnen koppelen aan initiatieven op bedrijfsvlak. De timing is daarbij cruciaal. Misschien zou ik wel goede investeringen kunnen doen op basis van mijn analyses, maar dan zou ik mezelf een beetje verloochenen. Misschien speelt psychoanalytisch ook mee dat echt beleggen zou kunnen aantonen dat ik als trendwatcher niet onfeilbaar ben. Al ben ik ervan overtuigd dat ik doorgaans goede voorspellingen heb gemaakt, maar vaak te vroeg.’

Wat zijn de trends waarmee beleggers volgens u in 2012 rekening moeten houden?

‘De massaal met pensioen vertrekkende babyboomers bepalen de komende jaren de trends. De vergrijzing is een feit, maar dat betekent niet dat je moet investeren in farma. Integendeel, want die industrie komt in het vizier van de overheid die daar een deel van haar geld zal halen. De babyboomers vertonen SKI-gedrag: Spending their Kids’ Inheritance. De eerste vijf jaar na hun pensioen zijn hun wittebroodsjaren: zij spenderen zoals hun ouders nooit gedaan hebben, trouwens voor een deel met het geld dat hun ouders zorgvuldig hebben gespaard.’

Waarin moeten we dan investeren om van dat geld te profiteren?

‘De evidente sectoren zijn hospitality & travel, zeker in Europa, met name in de steden. Voor de babyboomers is mobiliteit en reizen vanzelfsprekend. Investeer in stadsverfraaiing, in entertainment, in cultuurtempels -kijk maar naar het MAS. De vastgoedprijzen op het Antwerpse Eilandje worden nu al naar boven gestuwd door de babyboomers die hun huizen in de rand verlaten en in de stad willen wonen. Voorts: hobby’s. De babyboomers willen topmateriaal, voor hun digitale camera, voor hun kookgerief, ook voor hun sport.’

Als ik u zo bezig hoor, is er geen economische recessie.

‘Die is er zeker wel, maar die biedt voor de echt kapitaalkrachtigen een uitgelezen kans om zich van het plebs te onderscheiden. Het gaat dus heel goed in de luxesector. Voor de jongere generaties is het over het algemeen een heel ander verhaal. Kinderen van babyboomers – de zogenaamde babybusters – moeten geen grote erfenis verwachten, ze moeten langer werken en ze zullen minder pensioen hebben. De jonge mensen van vandaag zijn grootgebracht met welvaart. Zij willen die verworvenheid niet zomaar opgeven en kopen veel meer op krediet.’

Zijn babybusters wel een interessante doelgroep voor investeerders?

‘Hun tijdsbudget is beperkt, dus alle elektronica die hen helpt om zo efficiënt mogelijk te leven, is zeer gegeerd. De economische crisis heeft een aantal interessante gevolgen. Mensen hebben minder te besteden, maar ze willen geen kwaliteitsverlies. Ze zullen veel meer lokaal consumeren. Vandaar ook het succes van unieke, natuurlijke producten uit de terroir, het succes van moestuinen en volkstuinen. Het lokale denken, mede vanuit een reactie tegen de globalisering. Andersglobalisme is mainstream geworden. Kleinschaligheid is big business.’

SLECHTSTE INVESTERING
‘Onze huwelijkslijst, anno 1992: zowat een derde van de geschenken hebben we nooit gebruikt. In die tijd was het not done om harde centen te vragen.’
BESTE INVESTERING
‘Mijn vrouw. We hebben een mooie reserve kunnen opbouwen en weten dat we het met elkaar kunnen rooien. En we hebben een aanvaardbare balans tussen werk en leven.’
Verschenen in De Standaard op 2/1/12

Durban: historische doorbraak of een gemiste kans?

De reacties op de klimaattop in Durban lopen sterk uiteen. Wat is er nu eigenlijk verwezenlijkt en wat brengt de toekomst? We vroegen het aan twee experts die in Durban de klimaatconferentie bijwoonden.

De Zuid-Afrikaanse minister Maite Nkoana-Mashabane had het in haar slotwoord in Durban over een historisch akkoord. Het valt te vrezen dat de geschiedenisboeken haar gelijk zullen geven. ‘Het grootste doemscenario dat inhield dat de onderhandelingen zouden afspringen, is vermeden,’ zegt Karla Schoeters van VITO. ‘Maar anderzijds volstaan de huidige afspraken niet om de opwarming van het klimaat onder de 2° C te houden, terwijl 2° eigenlijk ook al te veel is.’

Dit zijn de belangrijkste afspraken van de top van Durban:

– Er is uitzicht op een mogelijk tweede doelstellingsperiode onder het Kyoto-protocol. Het probleem van de overtollig toegekende rechten, de duur van de doelstellingsperiode en de hoogte van de doelstellingen moeten tegen volgend jaar beslecht worden. Canada, Rusland en Japan stappen niet mee in Kyoto bis. China, India en de VS blijven als vanouds buitenstaanders. De VS en de meeste groeilanden (waaronder China) engageren zich tot 2020 dus enkel op vrijwillige basis (niet-bindend) tot emissiedaling.
– Er is een afspraak om een ‘Mondiaal akkoord’ te sluiten waarin alle landen gelijk zullen zijn voor de wet, ook de ontwikkelingslanden. Dit verdrag zou tegen 2015 rond moeten zijn en in 2020 in voege treden en zou een opvolger kunnen worden van het Kyoto-protocol.
– Het Groen Klimaatfonds treedt vanaf 2020 in werking, met een waarde van 100 miljard dollar per jaar om de ontwikkelingslanden te helpen bij milieuvriendelijke groei. Het moet hen tevens helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatsverandering. Maar er is nog geen duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen.

Het meest wezenlijke wat Durban heeft gedaan, is de klimaatbesprekingen aan de gang houden, maar de belangrijkste punten worden hete-aardappelgewijs voor ons uit geschoven naar 2020 en de afspraken blijven uitblinken in vaagheid. Dat staat haaks op de dringende noodzaak om nu krachtige maatregelen te nemen om de opwarming van het klimaat een halt toe te roepen.

Het gat van vijf gigaton
Voor de aanvang van Durban trok het United Nations Environment Programma aan de alarmbel. Volgens het UNEP wordt het sowieso al moeilijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2° C te houden. Zelfs als de afspraken van Kopenhagen volledig worden nageleefd, zou de wereldwijde uitstoot in 2020 49 gigaton CO2-equivalent bedragen, terwijl de uitstoot niet boven de 44 gigaton zou mogen uitkomen om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. In een business as usual-scenario kan de uitstoot tot 53 gigaton oplopen. Nu er pas bindende afspraken komen voor alle landen vanaf 2020, ‘zitten we definitief op het pad naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden’, liet Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in De Standaard optekenen, daarbij niet gehinderd door de eerder minimalistische klimaatdoelstellingen die de Vlaamse overheid er zelf op na houdt. Woorden zijn makkelijker dan daden, dat is alvast een van de lessen van Durban.

Belgen in Durban
Argus Actueel vroeg aan twee experts die in Durban (een deel van) de klimaatconferentie bijwoonden wat de conferentie heeft opgeleverd en hoe het nu verder moet. Karla Schoeters is programmacoördinator energie- en klimaatbeleid bij VITO. Thomas Bernheim werkt bij het Directoraat-Generaal Klimaatactie van de EU, waar hij zich bezighoudt met internationale emissierechten, lucht- en scheepvaart.

Hoe evalueert u de resultaten van Durban?
Karla Schoeters: ‘Ik maak een onderscheid tussen de resultaten en het proces. Het positieve is dat alle partijen het erover eens zijn dat het VN-proces naar emissiereductie moet worden voortgezet. Anderzijds zit ik met een wrang gevoel. De landen hadden nu iets moeten beslissen, maar ze zijn er niet uitgeraakt. De kans dat we onder de twee graden termperatuurstijging kunnen blijven, is vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken zo goed als onhaalbaar geworden. We zullen eerder naar drie graden en de bijbehorende effecten gaan. Maar als de onderhandelingen waren afgesprongen, zoals het er een tijdje heeft naar uitgezien, waren we nog veel verder van huis.’
Thomas Bernheim: ‘Durban vertoont één belangrijk verschil met vorige klimaatconferenties: er is nu een roadmap afgesproken die zou moeten leiden tot voor alle landen bindende akkoorden die in 2020 in voege zullen treden. Je kan stellen dat dat veel te laat is, maar dat betekent niet dat er voor 2020 niets zal gebeuren.’
Waarom is het zo moeilijk om overheden te overtuigen van de wetenschappelijk bewezen urgentie om nú iets te doen aan de CO2-uitstoot?
Karla Schoeters: ‘Dat zijn nu eenmaal de politieke beperkingen van het moment. De kortetermijn domineert over het langetermijngegeven. Het is ook nog altijd een kwestie van ieder voor zich. Wat me stoort is dat het uiteindelijk ook niet meer gaat over een reductie van de emissies, maar steeds meer over geld. Welke transfers van Noord naar Zuid kunnen er komen om adaptatie, technologie-overdracht en mitigatie te initiëren? De doelstelling van Kyoto was de reductie van broeikasgassen en het financiële aspect was daarbij een hulpmiddel. Nu lijkt geld een doel op zich geworden.’
Thomas Bernheim: ‘Er is een verschil tussen wat de wetenschap ons aanbeveelt en wat politiek haalbaar is. We stonden voor Durban veel verder van een akkoord dan erna. In dat opzicht is Durban zeker positief. Maar China kijkt de kat uit de boom, zeker zo lang het Amerikaanse Congres dwarsligt, waar je nog heel wat klimaatsceptici vindt.’
Wat zal er volgens u op emissiegebied nog gebeuren tussen nu en 2020?
Karla Schoeters: ‘Laten we niet vergeten dat er toch al heel wat maatregelen worden genomen, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden. China introduceert wel degelijk mitigerende maatregelen. We moeten blijven werken aan het bewustzijn dat de groene economie een enorme toegevoegde waarde heeft en een positieve economische impact. Wellicht zullen er eerder initiatieven ontstaan vanuit een lokale push dan vanuit VN-standpunt. De markten hebben nu ook het signaal gekregen dat emissiereductie op de agenda blijft staan en dat bedrijven niet kunnen wachten tot 2020 om de nodige stappen te zetten.’
Thomas Bernheim: ‘Het is niet omdat er nog geen internationale bindende afspraken bestaan dat er ondertussen niets gebeurt. In Australië is er zopas een systeem van emissiehandel aangenomen dat de emissies zal doen dalen, zij het onvoldoende. De EU zet door om tegen 2020 een emissiereductie van 20% te realiseren, in combinatie met een aandeel hernieuwbare energie van 20%. Het interne debat om verder te gaan dan deze doelstellingen zal opnieuw opflakkeren. De Chinezen bouwen hernieuwbare energie sterk uit. China zal de komende jaren bovendien een systeem van emissiehandel creëren in vier provincies en twee stedelijke agglomeraties. Mijn inschatting is dat China en andere landen pas internationaal bindende doelstellingen zullen aanvaarden wanneer ze er intern klaar voor zijn.’
Ligt hier een opportuniteit voor Europa om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van groene economie en groene groei?
Thomas Bernheim: ‘Europa heeft het voordeel dat het al een wetgeving heeft en de doelstellingen heeft gehaald. Het probleem is dat door de economische crisis de carbonprijs zo laag is dat er geen dynamische innovatie in technologie plaatsvindt en dat bijvoorbeeld in België subsidies worden afgebouwd die de langetermijndoelstelling ondersteunden.’

Gepubliceerd in Argus Actueel, 13/12/2011

Portefeuille Koen De Leus

‘Ik hanteer een hit and run-strategie’

 

Koen De Leus – Marktenspecialist bij KBC Securities Bolero

 

KBC-aandelen zijn vandaag nog minder dan een vijfde waard in vergelijking met drie jaar geleden. Heeft dat gevolgen voor uw persoonlijke portefeuille?

‘Dat valt wel mee. Ik heb sinds de kredietcrisis van 2007-2008 geen bankaandelen meer in portefeuille, behalve dan RHJ International, die Kleinwort Benson bezit en KBC Ierland heeft overgenomen. Ik denk dat de banken nog woelige tijden te wachten staan. Welke banken zonder kleerscheuren deze periode zullen doorkomen, is moeilijk in te schatten.’

Vreest u nog voor bijkomende Dexia-scenario’s?

‘Het is een zeer ondoorzichtige situatie, als je weet dat Dexia bij de stress-test als twaalfde van de 91 onderzochte banken uitkwam. Het blijkt dus vooral een kwestie van vertrouwen, en dat krijg je pas terug als de politici de nodige maatregelen treffen. In 2007 hebben de VS krachtdadig ingegrepen om hun bankencrisis te beslechten. Het grote verschil is dat je in Europa met zeventien landen rond de tafel zit. Het zijn de politici die zullen bepalen wie de rekening zal betalen: de obligatiehouder, de aandeelhouders of alle burgers.’

Ziet u de toekomst van de beurzen op lange termijn somber in?

‘Ik denk dat er nog een Armageddon-moment moet komen. Een gebeurtenis waardoor de politici verplicht zullen worden een gigantische stap voorwaarts te zetten. Iets dat de koersen met 10 à 15% doet dalen, waarna zich een ideale koopgelegenheid zal voordoen voor een paar kwartalen en winsten van 30 tot 50% in het vizier komen.’

De meeste aandelen zijn nu toch al erg laag gewaardeerd.

‘We bevinden ons sinds 2000 in een langetermijn berenmarkt, die gekenmerkt wordt door dalende waarderingen. Aandelen zijn inderdaad vrij goedkoop gewaardeerd, maar ik vrees dat ze nog goedkoper zullen worden alvorens mensen ze zullen oppikken. Daarnaast hebben we te maken met een ontplofte kredietzeepbel. Uit het verleden weten we dat het zes à zeven jaar duurt voor een lokale kredietzeepbel hersteld is. Hier gaat het over een globale zeepbel die in 2007 ontploft is. Maar dat wil niet zeggen dat er op korte termijn geen opportuniteiten zijn.’

Hoe past u die analyse toe op uw eigen portefeuille?

‘Ik hanteer momenteel een hit and run-strategie. Iets aangrijpen op een moment van massaal pessimisme, winst nemen en terug in winterslaap gaan tot de volgende crisis. Momenteel zit ik zeer zwaar in cash, tot 70%. Ik werk met limietorders: als Delhaize naar 41 zakt, koop ik het goedkoop. Thrombogenics zou ik kopen aan 11 euro. Als ik zo spotgoedkoop kan kopen, kan ik niets verkeerd doen. Wanneer ik dan 20 à 25% winst maak, werk ik met ‘stop-loss’-verkooporders. Als het aandeel zakt, neem ik mijn winst. Mijn doel is vandaag niet zozeer veel winst te maken, maar vooral verliezen te vermijden. En als de berenmarkt over is en niemand nog wil beleggen, zal ik stilletjes aan terug beginnen. In 2007 heb ik een serieus pak slaag gehad en heb ik we heel wat defensiever opgesteld. ‘

Hoe beschermt u zich nog tegen ongewenste verliezen?

‘Met turbo shorts, een uitstapmechanisme dat je kunt vergelijken met put opties, maar dan veel eenvoudiger. Je hoeft geen rekening te houden met de volatiliteit en je maakt gebruik van een hefboomeffect: elk punt dat de Dow Jones Euorstoxx zakt, krijg je een veelvoud aan punten bij, afhankelijk van de onderliggende ‘stop-loss’ niveau van de turbo. Eigenlijk is het een simpele indekking voor een daling, qua kost overigens te vergelijken met put opties. Daarnaast bestaat ongeveer vijf procent van mijn portefeuille uit fysiek goud. Goud maakt deel uit van de basis van elke beleggingspiramide. Als er iets extreems gebeurt, heb je altijd dat nog.’

Zijn er nog aandelen die u wel lang in portefeuille houdt?

‘Een zeer defensief aandeel als Elia is de voorbije maanden gestegen, omdat het als een veilige haven wordt beschouwd. Iets minder gelukkig ben ik over Roche: ik geloofde erin vanwege de toenemende vergrijzing, maar sommige van hun kankermedicijnen staan ter discussie. Ik blijf vasthouden aan Total, het enige aandeel van de Dow Jones Stoxx 600 dat de voorbije twintig jaar telkens zijn dividend minstens stabiel heeft gehouden of verhoogd. Voor het overige blijf ik liefst heel dicht bij België, om de dubbele belasting te vermijden.’

Wat is uw langetermijndoelstelling als belegger?

‘Een appeltje voor de dorst voor als ik met pensioen ben. Natuurlijk doe ik ook aan pensioensparen vanwege het fiscale voordeel, maar ik ben ervan overtuigd dat de pensioenen voor mensen die gemiddeld of bovengemiddeld verdienen niet zullen volstaan. Hopelijk maakt de volgende regering eindelijk werk van het aanpakken van de vergrijzingsproblematiek.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Als jonge belegger had ik flink in een fonds met Aziatische tijgers geïnvesteerd. Dat is me in 1997 niet goed bekomen. Ik bleef achter met een kater van 40% verlies.’

 

BESTE INVESTERING

‘Agfa-Gevaert heb ik drie jaar geleden, in volle herstructurering, gekocht aan 1,20 euro en verkocht aan 6 euro. Ik was er best trots op dat ik eindelijk de discipline had gevonden om de gerealiseerde winsten op tijd te nemen.’

 

Verschenen in De Standaard, 17/10/2011

 

Portefeuille Lorenz Bogaert

‘Ik ben een emotionele belegger’

Samen met Toon Coppens stampte Lorenz Bogaert in 2003 de sociale netwerksite Netlog uit de grond, met een startkapitaal van amper 6.000 euro. Samen met zijn vennoot is hij vandaag meerderheidsaandeelhouder van Massive Media, het bedrijf dat hun diverse online activiteiten overkoepelt.

In 2007 verkocht u een deel van de aandelen van Massive Media aan durfkapitalisten voor 5 miljoen euro. Welke eisen stellen zij aan het bedrijf?

‘De belangrijkste investeerder, Index Ventures, is een van de meest gereputeerde durfkapitalisten in Europa. Zij stellen geen eisen, maar koesteren wel verwachtingen, met name: groei. Al onze investeerders vertrouwen heel sterk op de oprichters. Ze houden ons handje niet vast maar bezorgen ons op bijna Socratische wijze correcte en terechte adviezen. Ze doen dat eerder door vragen te stellen dan door te zeggen wat we moeten doen. Wij zijn nooit gepusht door onze investeerders, en dat is een zalig gevoel.’

Bent u op zoek naar nieuwe investeerders voor Massive Media?

‘Op dit moment niet. We zijn heel zuinig omgesprongen met de kapitaalsinjectie uit 2007, die ons heeft toegelaten een mooie buffer op te bouwen. Tegenwoordig is onze dating community Twoo heel sterk aan het groeien. Als het zo doorgaat, doen we misschien toch nog een beroep op extra kapitaal. Maar dan kijken we in de eerste plaats naar onze bestaande investeerders, die altijd hebben laten weten daar bereid toe te zijn. Een beursgang is niet aan de orde, alhoewel op lange termijn niet uitgesloten.’

Belegt u zelf in aandelen?

‘Mijn beleggingen op de beurs hebben tot nog toe een zeer wisselend succes gekend. Ik ben ingestapt in 2008, op een moment dat ik geloofde dat de beurs niet verder kon zakken. Maar het bleek nog lager te kunnen. Gelukkig had ik vooral geïnvesteerd in bedrijven die ik ken, zoals Apple, dat daarna 400% is gestegen. Ik vind het belangrijk dat je het bedrijf en zijn producten kent, en ik zou het liefst alleen in IT en technologie investeren.’

Maar?

‘Iedereen raadde me aan mijn portefeuille te diversifiëren, zodat ik ook aandelen als Fortis en Dexia heb gekocht. Die heb ik met forse verliezen moeten verkopen, waardoor mijn rendement in totaal bijna nul bedraagt. Als ik de stress meereken, zijn aandelen eigenlijk niets voor mij. Ondertussen heb ik mijn aandelenportefeuille grotendeels afgebouwd en beperk ik me voornamelijk tot de parallelfondsen van Index Ventures, waardoor je als het ware mee kunt investeren in de bedrijven waar Index instapt. Dat is trouwens mijn investering met het beste rendement. Ik ben al een paar keer in positieve zin geschrokken van de bedragen die ze uitkeren na een exit.’

Welke aandelen zou u iedereen aanraden?

‘Ik kijk nog even de kat uit de boom, maar mijn voorkeur zou dan gaan naar bedrijven die ik ken en waarvan ik de producten zelf gebruik: de elektrische voertuigenbouwer Tesla, Apple, Amazon, Google. Vooral grote namen die al iets bewezen hebben op de beurs, en die nog veel potentieel hebben. Ik ben misschien een emotionele belegger, maar als ik in het verleden meer was afgegaan op mijn buikgevoel, zou ik een beter rendement hebben.’

Op welk gebied bent u eerder zuinig?

‘Zuinig is misschien niet het juiste woord, maar ik ben wel iemand die zwaar aan het rekenen slaat als hij iets wil kopen. Als ik een huis koop, verzoek ik verschillende experts om advies. Bij elke belangrijke aankoop vraag ik veel offertes en pik ik er de beste uit. Ik luister ook naar aanbevelingen van andere mensen. Mijn Tesla lijkt misschien een dure aankoop, maar ik heb het allemaal nagerekend: geen benzine meer, geen BIV, geen verkeersbelasting, 125% aftrekbaarheid. En ik vermijd tankstations, waardoor ik geen cola en snoep meer koop.’ (lacht)

Waar kunt u veel geld aan uitgeven?

‘Aan alles waar ik zelf van kan genieten: een huis, een appartementje aan de zee. Op termijn zijn dat waarschijnlijk ook goede beleggingen, maar het gaat me vooral om de waarde, het plezier en het gebruik. Reizen vind ik ook heel belangrijk voor mijn geluk. Persoonlijk rendement is voor mij veel belangrijker dan financieel rendement.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Een paar jaar geleden bood mijn bank me een IPO’tje aan, een evenementenbedrijf dat naar de beurs trok. Tegen mijn gewoonte in heb ik ingetekend zonder het aandeel eerst grondig te onderzoeken. Na een paar maand was het bedrijf failliet en was ik de (gelukkig kleine) investering helemaal kwijt.’

BESTE INVESTERING

‘In 2003 heb ik samen met Toon Coppens elk 3.000 euro bijeengeraapt om het bedrijf op te richten dat nu Massive Media heet. We mogen zeker niet klagen over het rendement, maar we hebben ook zwarte sneeuw gezien, ups en downs gekend en altijd keihard doorgewerkt. Het komt zeker niet vanzelf.’

Verschenen in De Standaard, 3/10/10

Wat goed is voor het klimaat, is goed voor de economie

De Europese economie aanzwengelen door de klimaatdoelstellingen aan te scherpen: dat is wat we moeten doen volgens een recent rapport van het Duitse ministerie voor Leefmilieu. Ook Vlaanderen lijkt bereid verder te gaan dan de geplande emissiereductie met 15% tegen 2020.

Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege is voorstander van een emissiereductie met 30% voor alle industrielanden. Minister Schauvliege zit daarmee op één lijn met haar collega-ministers uit Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittanië en met een onlangs gepubliceerd rapport, A New Growth Path For Europe. Generating Prosperity and Jobs in the Low Carbon Economy, een gezamenlijk werkstuk van het Potsdam Institute for Climate Impact en de universiteiten van Oxford, Athene en Parijs. Alleen is het nog even wachten in hoeverre de enthousiaste pleidooien in Europese en nationale doelstellingen worden gegoten.

Niet alleen vanuit milieu-oogpunt, maar ook vanuit economisch standpunt zijn er tal van redenen om dat te doen. Als de EU-economie verder wil groeien na de crisis, kan dat door de target van de emissiereductie die nu op 20% staat tegen 2020 te verhogen naar 30%, stelt het Growth Path-rapport. Het verhogen van de emissiedaling tot -30% leidt tegen 2020 tot de volgende effecten:

  • een toename van de groei van de Europese economie met 0,6;
  • 6 miljoen nieuwe, bijkomende jobs in heel Europa;
  • een stijging van de investeringen in Europa van 18 naar 22% van het BBP;
  • een stijging van het Europese BBP met 842 miljard dollar;
  • een stijging van het BBP met 6% in de oude en nieuwe deelstaten van de EU.

Het in de praktijk brengen van deze ambitieuzere milieudoelstelling leidt tot een groei in alle sectoren – landbouw, energie, diensten, industrie, bouw – met de grootste stijging in de bouwnijverheid, dankzij de vele aanpassingen om gebouwen energiezuiniger te maken. De uitstootreductie wordt gerealiseerd door de toegenomen energie-efficiëntie enerzijds en door de omschakeling van steenkool naar henieuwbare energiebronnen en gas. De sleutel tot de heropleving is een substantiële toename van investeringen.

Om de voorgestelde strategie van groene groei (of CO2-arme groei) te laten slagen, zijn een aantal maatregelen nodig, zoals het verstrengen van bouwvoorschriften, de standaardisering van smart grids en het ontwikkelen van leernetwerken tussen ondernemingen. Indien aan alle voorwaarden voldaan wordt, voorspelt het rapport de volgende economische groeicijfers voor België, inclusief een bijkomende daling van de werkloosheid met 2,5%.

Emissiereductie 20% Emissiereductie 30% Verschil 20% – 30%
BBP 449 miljard euro 476 miljard euro + 27 miljard euro
Werkloosheid 7,8% 5,3% – 2,5%
Investeringsniveau 101,1 miljard euro 127,7 miljard euro + 26,6 miljard euro

De groene wereldorde
Dat economie en milieu steeds meer aan elkaar gelinkt worden, is een interessante evolutie. ‘Make no mistake‘, zei Deutsche Bank-CEO Josef Ackermann op de Global Metro Summit in Chicago, op 8 december 2010. ‘Er zit een nieuwe wereldorde aan te komen. De race om de nieuwe leider is al begonnen. De beloning voor de winnaars is duidelijk: innoveren en investeren in schone energietechnologie stimuleert groene groei, creëert jobs en bevordert energie-onafhankelijkheid en veiligheid.’

Afgelopen zomer spraken de Duitse, Britse en Franse milieuministers zich uit voor een Europese CO2-reductie met 30%. Drie vaststellingen hebben hen tot die stap gebracht. Ten eerste zijn de emissies ten gevolge van de crisis al met 11% teruggevallen. Daardoor is de kost om de 20%-doelstelling te halen, teruggevallen van 70 naar 48 miljard euro. ‘De lat op 30% leggen kost naar schatting maar 11 miljard euro extra in vergelijking met de oorspronkelijk voorziene kost om een emissiebeperking van 20% te bereiken’, schrijven de verenigde milieuministers, die daarbij aanstippen dat die bijkomende kost minder dan 0,1% van de EU-economie vertegenwoordigt. Een derde argument is de stijgende olieprijs, die trager overschakelen naar hernieuwbare energie steeds duurder maakt.

Ook de Vlaamse milieuminister Joke Schauvliege (CD&V) sluit zich bij dit pleidooi voor -30% aan, weliswaar onder voorwaarden. ‘Vlaanderen is voorstander dat de EU tegen 2020 zijn emissies van broeikasgassen met 30% reduceert ten opzichte van de niveaus van 1990,’ luidt het. Maar dit kan alleen ‘op voorwaarde dat de andere ontwikkelde landen (VS, Japan, Rusland…) zich tot vergelijkbare emissiereducties verbinden en dat de meer ontwikkelde ontwikkelingslanden (China, India, Brazilië…) een bijdrage leveren die in verhouding staat tot hun verantwoordelijkheden en capaciteiten.’

25% tegen 2020
Dat de VS en Rusland in een dergelijk scenario zouden meestappen, lijkt onwaarschijnlijk. Wat wel haalbaar lijkt, is een emissiereductie met 25% tegen 2020 op Europees niveau. Brigitte Borgmans, persdadviseur van minister Schauvliege, stelt: ‘De Europese Commissie heeft recent een roadmap voorgesteld voor een veilige en duurzame koolstofarme economie in 2050. In dat rapport wordt een unilaterale Europese doelstelling voorgesteld van – 25% tegen 2020. Er worden ook sectorale targets voorgesteld.’

‘Er zijn in Vlaanderen al belangrijke concrete inspanningen gedaan door bedrijven en particulieren,’ stelt Brigitte Borgmans. ‘Momenteel bereidt minister Schauvliege een nieuw Klimaatbeleidsplan voor de periode 2013-2020 voor. Zoals in het huidig Vlaams Klimaatbeleidsplan zullen ook in het nieuwe plan concrete maatregelen staan om in verschillende sectoren (transport, gebouwen, landbouw, kleinere bedrijven) de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen verder te verminderen. Met haar Europees pleidooi voor duurzaam materialenbeheer heeft de minister een extra impuls gegeven aan de ontwikkeling van een duurzame, op cradle to cradle-principes gestoelde economie.’

Met hoeveel de emissies in Vlaanderen precies zullen worden verminderd in de komende periode, staat nog niet vast. ‘Er is een verschil tussen de totale emissiereductie op Europees niveau en de inspanningen die elk land afzonderlijk moet doen’, legt Brigitte Borgmans uit. ‘Wat dat betreft, bekijken wij in Belgisch verband tot welke inspanningen elke deelstaat zich zal engageren. Voor het einde van dit jaar zou alles op punt moeten staan.’

-7,7 % in 2009
Hoe staat het ondertussen met de realisatie van de doelstellingen van Vlaanderen? Het kabinet Leefmilieu stuurde op woensdag 23 maart een enthousiast persbericht rond, waarin het evenwel toegaf dat de gerealiseerde reductie van -7,7% (in vergelijking met 1990) gedeeltelijk een gevolg is van de economische crisis en waaruit ook blijkt dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

Nader toezien leert dat er een stevige daling van de CO2-uitstoot valt waar te nemen in de industrie, de landbouw en de elektriciteitsproductie. De CO2-uitstoot nam in die negentien jaar echter toe voor de sectoren transport en gebouwen. Wat gebouwen betreft, is het de hoogste tijd om werk te maken van nog strengere (ver)bouwnormen en nog meer isolatie. Dubbel glas, geïsoleerde daken en efficiënte stookinstallaties moeten de norm worden in Vlaanderen, met speciale initiatieven voor de lagere inkomens. Op het gebied van transport lijkt het logisch om nog veel sterker in te zetten op openbaar vervoer, en waar mogelijk over te schakelen op trein- en binnenvaarttransport voor goederenverkeer.

Aandeel van de diverse sectoren in de broeikasgasuitstoot in 1990 en 2009
(Bron: Kabinet Leefmilieu Vlaanderen):

Sector 1990
(kton CO2-eq)
2009
(kton CO2-eq)
Elektriciteitsproductie 13.824 11.752
Industrie 36.170 29.026
Gebouwen 14.168 16.622
Transport 12.451 15.579
Landbouw 10.372 7.242
Totaal 86.986 80.220

 

Verschenen in Argus Actueel, 25/3/2011