De hardst werkende mannen in de Vlaamse showbizz

De bewering dat Eddy Wally in zijn hoogdagen 700.000 per euro per jaar binnenrijfde, doet mensen duizelen. Maar ook vandaag blijft de Vlaamse showbizz een ware goudmijn voor de populairste en hardst werkende toppers.

 

Het interview met Eddy Wally’s manager Hugo Colpaert in het VT4-programma Kroost blijft voor commotie zorgen. De bewering van Colpaert dat “99,9%” van hun contracten contant betaald werd, “omdat Eddy alleen maar geloofde in de centen op het moment dat hij ze zag” en de dolle verhalen over bankbriefjes die ten huize Wally onder tapijten en tafellakens verborgen werden en vervolgens vergeten, dragen alleen maar bij tot het wereldvreemde imago van the artist formerly known as The Voice of Europe.

De uitspraak van Colpaert dat Eddy Wally met gemiddeld 250 optredens per jaar om en bij de 700.000 euro verdiende en dat tien jaar aan een stuk, deed de Bijzondere Belastinginspectie besluiten tot een vooronderzoek. Dat bericht zorgde in de pers meteen voor een sfeer van schuldig tot het tegendeel bewezen is. Waarbij gemakshalve wordt verondersteld dat cash geld automatisch ook zwart geld is.

De door ons gecontacteerde boekingskantoren en managers vertellen allemaal hetzelfde verhaal: de laatste tien à twintig jaar wordt er niet (meer) gesjoemeld in de Vlaamse showbizz. Getuige daarvan de grote transparantie die aan de dag wordt gelegd wanneer we uitzoeken wie momenteel de hardst werkende en best verdienende man of vrouw in de Vlaamse showbizz is.

Altijd blijven lachen

In de 284 dagen die resten in 2014 heeft Willy Sommers nog 112 optredens voor de boeg (solo en live on tape aan 3.000 euro per stuk). Bij Laura Lynn staan dit jaar nog een zeventigtal optredens op de planning (2.950 euro per solo-optreden). De zingende soapacteurs De Romeo’s zijn duurder, maar die komen dan ook met drie: ze kosten 3.950 euro met tape. De Romeo’s Deluxe kost 8.500 euro met live orkest. Tussen nu en september staan ze nog zestig keer op het podium. Alle prijzen zijn exclusief BTW.

De absolute topper als het op aantal optredens aankomt, is Christoff. De immer glimlachende schlagerzanger heeft er de afgelopen twaalf maand net geen 200 optredens opzitten, niet alleen in eigen land, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Boekingsagent BMB Agency biedt verschillende formules aan: 2.450 euro voor een solo-optreden van 40 minuten, live on tape. Met zijn zus Lindsay erbij kost zo’n optreden 3.200 euro. In de zomer is de zanger enkel met orkest te boeken voor de prijs van 6.995 euro.

Die bedragen leren dat Christoff een omzet van minstens 500.000 euro per jaar realiseert, maar dat is natuurlijk niet wat hij zelf verdient. Van dat bedrag moeten ook de manager en de agent leven, de technici en de muzikanten. De artiest heeft vier mensen full time in dienst. Wanneer we hem aan de lijn krijgen, zit Christoff net in een Duitse tv-studio voor opnames. Zijn manager Gino Moerman heeft wel even tijd om het fenomeen te verklaren.

In de eerste plaats is Christoff een zeer goede zanger en heel professioneel. Voor de rest komt het allemaal neer op een goede planning. Christoff wordt goed omringd en alles wordt voor hem geregeld. De roadmanager en de technici bereiden elk optreden voor. Christoffs taak bestaat er vooral in te zingen, mensen gelukkig te maken en er te zijn voor de fans. Soms treedt Christoff twee keer op per dag, heel uitzonderlijk drie keer, maar dat proberen we te vermijden. Al geeft net dat hem de kans om een paar vrije dagen te nemen in de week. Maar met tweehonderd optredens per jaar zit je wel aan de limiet, zeker als je zoals Christoff voor kwaliteit wil gaan en meer en meer live wil spelen.”

Eén week per jaar trekt Christof er op uit met 130 fans. Niet echt vakantie, toch? “De mensen die meegaan zijn fan sinds jaar en dag en ze brengen het nodige respect op om Christoff en zijn zus ook een paar uur voor zichzelf te geven”, zegt zijn manager.

Gino Moerman zit zeven jaar in het vak als manager en heeft geen weet van belastingontduiking in de showbizz. “Van als je op een bepaald niveau opereert, is dat gewoon onmogelijk. Er is geen enkel boekingskantoor dat daar zijn vingers aan wil branden. Het is in ieder geval niet meer van deze tijd.”

Hardwerkende Vlamingen

Het is duidelijk: Vlaamse zangers zijn kleine zelfstandigen of heuse KMO’s. Ze betalen belastingen, nemen nauwelijks vakantie – een werkvakantie kan nog net – en ze gaan ook niet echt met pensioen. Paul Severs wordt dit jaar 66. Volgens zijn biografie staat hij sinds zijn zevende op de planken, en toch is zijn bijna zestigjarige carrière nog lang niet ten einde. Severs’ website kondigt van nu tot eind augustus maar liefst 57 optredens aan, van de Florahallen in Aalst tot Zaal Toverfluit in Zoersel. “Door de ziekte van mijn vrouw heb ik besloten het wat rustiger aan te doen”, zegt Severs. “In de tijd van Tien om te Zien had ik een tweehonderdtal optredens per jaar, maar ik bevond me dan ook altijd in een gunstige prijsklasse: 250 tot 500 euro voor een live on tape-optreden met twee danseressen.”

Zwartwerk is volgens Severs eerder de uitzondering dan de regel in het showbizzcircuit. “Wij werken sinds jaar en dag met contracten en facturen, al klopt het dat de optredens vroeger cash werden betaald. Via mijn bvba betaalde ik mezelf een loon uit. Zo heb ik ook kunnen sparen voor een deftig pensioen. Ik heb hard gewerkt en goed verdiend, maar ook heel veel belastingen betaald, zoals veel hardwerkende zelfstandigen. Als artiest in het zwart werken is volgens mij heel moeilijk en riskant: er hangen overal affiches uit en tegenwoordig wordt alles bekend gemaakt via internet. Bovendien houden de inspecteurs van Sabam zorgvuldig alle optredens bij. Ik ben ervan overtuigd dat er in sommige beroepen veel meer wordt gefraudeerd dan in de muzieksector.”

Miljonair in het OCMW

Maar hoe zit het dan met Eddy Wally? Manager Hugo Colpaert was de afgelopen dagen niet bereikbaar voor commentaar, maar journalist Eric Goens, de maker van Kroost, neemt graag zijn verdediging op. “Een vooronderzoek van de Bijzondere Belastinginspectie is bij mijn weten nog altijd geen onderzoek, al is het tegenwoordig blijkbaar wel voldoende voor voorpaginanieuws. Ik ken de boekhouding van Eddy Wally en Hugo Colpaert niet, maar ik kan u verzekeren dat die laatste zich hoegenaamd geen zorgen maakt. Tien à vijftien jaar geleden was er niets verkeerd aan het betalen van een gage in contanten, al zijn de regels ondertussen verstrengd. Cash betalen is tot nader order ook geen synoniem voor zwart geld ontvangen. Hugo Colpaert is veel slimmer dan de meeste mensen denken: als hij zwaar gefraudeerd had, zou hij zulke bedragen niet open en bloot noemen. Het tegendeel zou me in elk geval sterk verbazen.”

Ook het feit dat iemand die volgens zijn manager minstens 7 miljoen euro heeft verdiend in een OCMW-rusthuis verblijft, is volgens Eric Goens perfect verklaarbaar. “Ik weet zeker dat dat op Eddy’s uitdrukkelijk verzoek is gebeurd. Er is niets mis met een OCMW-ziekenhuis of -rusthuis ansich en bij Wally gaat het hierom: als zelfverklaarde wereldster heeft hij in werkelijkheid zijn leven gesleten op een gebied van een paar honderd vierkante meter groot. Hij kent iedereen in het rusthuis, en dat is voor hem nu het belangrijkste. Met sommige mensen heeft hij zelfs nog in de kleuterklas gezeten. Maar hij zou gerust in het duurst mogelijke rusthuis kunnen verblijven, zijn fortuin is niet verdwenen.”

Cowboywereld

Ivan Saerens, de organisator van de Gentse Feesten op het Sint-Baafsplein, zorgde van 2003 tot 2010 acht jaar lang voor de grootste publieksoptredens van The Voice of Europe. “Met de hand op het hart zeg ik u dat alles wat wij aan Eddy en zijn orkest hebben betaald op factuur stond en contractueel was vastgelegd. Wij hebben trouwens nooit één euro contant betaald, ook niet aan Eddy of Hugo, wij werkten met cheques en overschrijvingen.”

Bij een artiestenbureau dat veel met Eddy Wally heeft gewerkt, maar dat met de huidige heisa niet met naam en toenaam in de krant wil, klinkt de voormalige eigenaar even stellig: “Bij Eddy Wally was elk optreden contractueel vastgelegd en van elke prestatie werd een factuur opgemaakt. We hebben nooit problemen gehad met Eddy of Hugo. Het voorschot, zeg maar de commissie voor het boekingskantoor, werd op voorhand per overschrijving betaald door de organisator en het saldo werd na het optreden cash uitbetaald aan Hugo. Dat was de gebruikelijke gang van zaken. Pas de laatste zes jaar werken we anders: de uitkoopsom van onze artiesten wordt tegenwoordig volledig op voorhand betaald. We sturen voor het optreden een factuur naar de organisator en onze artiesten vertrekken niet vooraleer het geld is gestort. De laatste jaren van zijn carrière is Eddy Wally trouwens ook altijd per overschrijving en niet langer contant door ons uitbetaald.”

Niet dat de vaderlandse muzieksector altijd fraudevrij is geweest, erkent de vroegere artiestenmanager. “Tot dertig jaar geleden was het een cowboywereld: na een optreden werden de contracten verscheurd en de gage zwart uitbetaald. Er werden geen facturen opgemaakt en nauwelijks belastingen betaald. Dat was de gebruikelijke gang van zaken. Er werd ook nauwelijks met bureau’s gehandeld, maar rechtstreeks met artiesten. Soms zag je je geld niet, maar dat maakte net deel uit van de charme van de Vlaamse showbizz.”

Dit stuk verscheen op 22/03/14 in licht ingekorte versie in De Standaard

Foto (CC) Els Lammens

Rendementen waarbij Microsoft verbleekt

Gunter Pauli, lid van de Club van Rome en voormalig ceo van Ecover, is de grote inspirator van ‘De blauwe economie’, een model waarin ecologie, innovatie en economie hand in hand gaan. Gunter Pauli’s boek The Blue Economy verschijnt nu ook in het Nederlands.

Wat is uw belangrijkste bron van inkomsten?

‘Toen ik in 1994 uit België vertrok, heb ik al mijn bezittingen verkocht en dat geld ondergebracht in de stichting Zeri (Zero Emissions Research Initiative). Ook de auteursrechten van de boeken die ik schrijf, komen ten goede aan de stichting. VanThe Blue Economy zijn ondertussen al 1miljoen exemplaren verkocht in 34talen. Van de fabels waarin ik de blauwe economie aan kinderen uitleg zijn al 17miljoen exemplaren van de hand gegaan. Ik krijg een vaste maandelijkse vergoeding enthat’s it. Als stichting zijn we niet uit op financieel gewin. Dat hoeft ook niet. Zo lang ik goed blijf schrijven, is onze inkomstenstroom verzekerd.’

Wat is het hogere doel: een betere wereld creëren?

‘Er kan een betere wereld komen door meer ondernemerschap en innovatie. Ook bij Ecover draaide het om innovatie. Ik heb dertig jaar mijn schouders gezet onder de groene economie, maar het probleem is dat die ervan uitgaat dat wat goed is voor de mens, ook duurder moet zijn. De groene economie heeft heel goede producten opgeleverd, maar ze zijn alleen maar betaalbaar voor wie over het nodige geld beschikt. De groene economie kan dus alleen mainstream worden door meer belastingen te heffen of via subsidies. Als we dat patroon niet doorbreken, zullen we nooit duurzaamheid bereiken. In de blauwe economie gaan we ervan uit dat wat echt goed is voor de mens, ook goedkoper kan zijn.’

Wanneer zal de blauwe economie een feit zijn? U sprak in 2010 van 100 miljoen banen op tien jaar.

‘Na twee jaar hebben wij weet van ongeveer duizend bedrijfjes die werden opgezet op basis van de open source-info die wij verspreiden. Het gaat te traag en met te weinig schwung. Maar we zijn nog maar pas begonnen en starten nu een grote campagne via de vertaling van de innovaties in fabeltjes voor kinderen. Zo hopen we veel jongeren te inspireren.’

Bent u een belegger?

‘Ik beleg niet, ik adviseer anderen over beleggen. Ik wil een absolute onafhankelijkheid bewaren tegenover de technologieën en zakenmodellen die ik voorstel. Als ik er een of ander financieel voordeel zou uithalen, dan kan ik niet langer vrij advies leveren.’

Welke blauwe economie-aandelen zou u aan beleggers aanraden?

‘Op dit ogenblik kijk ik vooral naar de bedrijven waar je beter niet in investeert. Bedrijven die het potentieel gewoon negeren. Ik denk bijvoorbeeld aan Medtronic, Johnson & Johnson en Boston Scientific die heel wat verdienen met de groeiende vraag naar pacemakers, terwijl de komst van de nanotechnologie dit soort pacemakers overbodig maakt. Die aandelen kan je beter nu van de hand doen. Ook batterijmakers als Varta en Panasonic verwijder je beter uit je portefeuille vanwege de op komst zijnde innovaties die batterijen vervangen. Olie-aandelen doen het nu nog goed, maar je kan ze beter dumpen voor ze hun op termijn onvermijdelijke daling inzetten.’

Wat voor rendementen kunnen we verwachten in de blauwe economie?

‘Toen ik in 1984 de kans kreeg om mee te werken aan het regenereren van het regenwoud van Gaviotas in Colombia, dat al tweehonderd jaar geleden vernietigd was, verklaarde iedereen me gek. Maar vandaag, 28jaar later, staat het bos er, is de biodiversiteit er van 17 naar 256 gestegen, is er volledige tewerkstelling in de regio en gratis drinkwater. Last but not least: de waarde van de grond steeg er van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha. Dat is een beter rendement dan het Microsoft-aandeel in 25jaar heeft gegenereerd. Deze investering komt vandaag volledig ten goede aan de gemeenschap van Gaviotas. Het schenkt me een grote voldoening dat je met herbebossing en water als een gemeenschappelijk goed een van de meest succesvolle bedrijven in de moderne geschiedenis kunt overtreffen.’

Welke investering betreurt u?

‘Het bouwen van de ecologische fabriek van Ecover, die weliswaar baanbrekend was, maar afhankelijk van palmolievetzuren. Ik realiseerde mij aanvankelijk niet dat ik verantwoordelijk was voor de vernietiging van het regenwoud in Indonesië en de verstoring van de habitat van de orang-oetan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Het was moeilijk te aanvaarden dat de tijd en het geld dat ik in Ecover investeerde, voor niets was. Maar dat gaf me de kracht om een nieuw zakenmodel te ontwikkelen dat vandaag gekristalliseerd is in het concept van de blauwe economie.’

BESTE INVESTERING

‘Het herbebossen van de savanne in Gaviotas. Goed voor een toename van biodiversiteit met een factor15 en een stijging van de grondwaarde van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha.’

www.gunterpauli.com

Herman Konings: ‘Kleinschaligheid is big business’

Welke maatschappelijke en economische trends verwacht Herman Konings en wat doet hij zelf met zijn geld?

Bent u een belegger?‘Nee, al klinkt dat misschien vreemd voor iemand die de zoon is van een regiodirecteur van wat destijds de Generale Bank was. Mijn vader was van eenvoudige komaf en werkte zich op door te focussen op persoonlijk contact met de klanten. Hij heeft de bank groot gemaakt in Zonhoven. Hij was een atypische bankier in de zin dat hij mijn broers en mij altijd bezworen heeft geen aandelen te kopen. Hij voerde spaarzaamheid hoog in het vaandel en waarschuwde ons voor graaicultuur.’

Hoe is uw vermogen gestructureerd?

‘Ons geld zit in langetermijnsparen, wat obligaties en een beetje steen. Mijn vader geloofde in steen en liet ons een aantal ondergrondse parkeergarages in Brussel na. Mijn echtgenote en ik hebben een goed lopende zaak en geen kinderen, wat op zich ook al een investering is. Uit berekeningen blijkt dat één kind 220.000 euro kost en ze worden steeds duurder, want ze gaan steeds later het huis uit. Ik heb ooit wel aandelen gehad en heb me zelfs ooit laten verleiden door call- en putopties, toen ik als jobstudent in de Generale Bank werkte. Ik verdiepte me toen in beleggingsblaadjes in de bibliotheek. Ik denk dat mijn liefde voor trends daar ontstaan is.’

Trendwatcher of beleggingsadviseur, het lijkt niet zo’n grote stap.

‘Voor een aantal banken schets ik maatschappelijke trends waarop beursanalisten dan voortbouwen. Trends die zij kunnen koppelen aan initiatieven op bedrijfsvlak. De timing is daarbij cruciaal. Misschien zou ik wel goede investeringen kunnen doen op basis van mijn analyses, maar dan zou ik mezelf een beetje verloochenen. Misschien speelt psychoanalytisch ook mee dat echt beleggen zou kunnen aantonen dat ik als trendwatcher niet onfeilbaar ben. Al ben ik ervan overtuigd dat ik doorgaans goede voorspellingen heb gemaakt, maar vaak te vroeg.’

Wat zijn de trends waarmee beleggers volgens u in 2012 rekening moeten houden?

‘De massaal met pensioen vertrekkende babyboomers bepalen de komende jaren de trends. De vergrijzing is een feit, maar dat betekent niet dat je moet investeren in farma. Integendeel, want die industrie komt in het vizier van de overheid die daar een deel van haar geld zal halen. De babyboomers vertonen SKI-gedrag: Spending their Kids’ Inheritance. De eerste vijf jaar na hun pensioen zijn hun wittebroodsjaren: zij spenderen zoals hun ouders nooit gedaan hebben, trouwens voor een deel met het geld dat hun ouders zorgvuldig hebben gespaard.’

Waarin moeten we dan investeren om van dat geld te profiteren?

‘De evidente sectoren zijn hospitality & travel, zeker in Europa, met name in de steden. Voor de babyboomers is mobiliteit en reizen vanzelfsprekend. Investeer in stadsverfraaiing, in entertainment, in cultuurtempels -kijk maar naar het MAS. De vastgoedprijzen op het Antwerpse Eilandje worden nu al naar boven gestuwd door de babyboomers die hun huizen in de rand verlaten en in de stad willen wonen. Voorts: hobby’s. De babyboomers willen topmateriaal, voor hun digitale camera, voor hun kookgerief, ook voor hun sport.’

Als ik u zo bezig hoor, is er geen economische recessie.

‘Die is er zeker wel, maar die biedt voor de echt kapitaalkrachtigen een uitgelezen kans om zich van het plebs te onderscheiden. Het gaat dus heel goed in de luxesector. Voor de jongere generaties is het over het algemeen een heel ander verhaal. Kinderen van babyboomers – de zogenaamde babybusters – moeten geen grote erfenis verwachten, ze moeten langer werken en ze zullen minder pensioen hebben. De jonge mensen van vandaag zijn grootgebracht met welvaart. Zij willen die verworvenheid niet zomaar opgeven en kopen veel meer op krediet.’

Zijn babybusters wel een interessante doelgroep voor investeerders?

‘Hun tijdsbudget is beperkt, dus alle elektronica die hen helpt om zo efficiënt mogelijk te leven, is zeer gegeerd. De economische crisis heeft een aantal interessante gevolgen. Mensen hebben minder te besteden, maar ze willen geen kwaliteitsverlies. Ze zullen veel meer lokaal consumeren. Vandaar ook het succes van unieke, natuurlijke producten uit de terroir, het succes van moestuinen en volkstuinen. Het lokale denken, mede vanuit een reactie tegen de globalisering. Andersglobalisme is mainstream geworden. Kleinschaligheid is big business.’

SLECHTSTE INVESTERING
‘Onze huwelijkslijst, anno 1992: zowat een derde van de geschenken hebben we nooit gebruikt. In die tijd was het not done om harde centen te vragen.’
BESTE INVESTERING
‘Mijn vrouw. We hebben een mooie reserve kunnen opbouwen en weten dat we het met elkaar kunnen rooien. En we hebben een aanvaardbare balans tussen werk en leven.’
Verschenen in De Standaard op 2/1/12

Durban: historische doorbraak of een gemiste kans?

De reacties op de klimaattop in Durban lopen sterk uiteen. Wat is er nu eigenlijk verwezenlijkt en wat brengt de toekomst? We vroegen het aan twee experts die in Durban de klimaatconferentie bijwoonden.

De Zuid-Afrikaanse minister Maite Nkoana-Mashabane had het in haar slotwoord in Durban over een historisch akkoord. Het valt te vrezen dat de geschiedenisboeken haar gelijk zullen geven. ‘Het grootste doemscenario dat inhield dat de onderhandelingen zouden afspringen, is vermeden,’ zegt Karla Schoeters van VITO. ‘Maar anderzijds volstaan de huidige afspraken niet om de opwarming van het klimaat onder de 2° C te houden, terwijl 2° eigenlijk ook al te veel is.’

Dit zijn de belangrijkste afspraken van de top van Durban:

– Er is uitzicht op een mogelijk tweede doelstellingsperiode onder het Kyoto-protocol. Het probleem van de overtollig toegekende rechten, de duur van de doelstellingsperiode en de hoogte van de doelstellingen moeten tegen volgend jaar beslecht worden. Canada, Rusland en Japan stappen niet mee in Kyoto bis. China, India en de VS blijven als vanouds buitenstaanders. De VS en de meeste groeilanden (waaronder China) engageren zich tot 2020 dus enkel op vrijwillige basis (niet-bindend) tot emissiedaling.
– Er is een afspraak om een ‘Mondiaal akkoord’ te sluiten waarin alle landen gelijk zullen zijn voor de wet, ook de ontwikkelingslanden. Dit verdrag zou tegen 2015 rond moeten zijn en in 2020 in voege treden en zou een opvolger kunnen worden van het Kyoto-protocol.
– Het Groen Klimaatfonds treedt vanaf 2020 in werking, met een waarde van 100 miljard dollar per jaar om de ontwikkelingslanden te helpen bij milieuvriendelijke groei. Het moet hen tevens helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatsverandering. Maar er is nog geen duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen.

Het meest wezenlijke wat Durban heeft gedaan, is de klimaatbesprekingen aan de gang houden, maar de belangrijkste punten worden hete-aardappelgewijs voor ons uit geschoven naar 2020 en de afspraken blijven uitblinken in vaagheid. Dat staat haaks op de dringende noodzaak om nu krachtige maatregelen te nemen om de opwarming van het klimaat een halt toe te roepen.

Het gat van vijf gigaton
Voor de aanvang van Durban trok het United Nations Environment Programma aan de alarmbel. Volgens het UNEP wordt het sowieso al moeilijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2° C te houden. Zelfs als de afspraken van Kopenhagen volledig worden nageleefd, zou de wereldwijde uitstoot in 2020 49 gigaton CO2-equivalent bedragen, terwijl de uitstoot niet boven de 44 gigaton zou mogen uitkomen om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. In een business as usual-scenario kan de uitstoot tot 53 gigaton oplopen. Nu er pas bindende afspraken komen voor alle landen vanaf 2020, ‘zitten we definitief op het pad naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden’, liet Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in De Standaard optekenen, daarbij niet gehinderd door de eerder minimalistische klimaatdoelstellingen die de Vlaamse overheid er zelf op na houdt. Woorden zijn makkelijker dan daden, dat is alvast een van de lessen van Durban.

Belgen in Durban
Argus Actueel vroeg aan twee experts die in Durban (een deel van) de klimaatconferentie bijwoonden wat de conferentie heeft opgeleverd en hoe het nu verder moet. Karla Schoeters is programmacoördinator energie- en klimaatbeleid bij VITO. Thomas Bernheim werkt bij het Directoraat-Generaal Klimaatactie van de EU, waar hij zich bezighoudt met internationale emissierechten, lucht- en scheepvaart.

Hoe evalueert u de resultaten van Durban?
Karla Schoeters: ‘Ik maak een onderscheid tussen de resultaten en het proces. Het positieve is dat alle partijen het erover eens zijn dat het VN-proces naar emissiereductie moet worden voortgezet. Anderzijds zit ik met een wrang gevoel. De landen hadden nu iets moeten beslissen, maar ze zijn er niet uitgeraakt. De kans dat we onder de twee graden termperatuurstijging kunnen blijven, is vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken zo goed als onhaalbaar geworden. We zullen eerder naar drie graden en de bijbehorende effecten gaan. Maar als de onderhandelingen waren afgesprongen, zoals het er een tijdje heeft naar uitgezien, waren we nog veel verder van huis.’
Thomas Bernheim: ‘Durban vertoont één belangrijk verschil met vorige klimaatconferenties: er is nu een roadmap afgesproken die zou moeten leiden tot voor alle landen bindende akkoorden die in 2020 in voege zullen treden. Je kan stellen dat dat veel te laat is, maar dat betekent niet dat er voor 2020 niets zal gebeuren.’
Waarom is het zo moeilijk om overheden te overtuigen van de wetenschappelijk bewezen urgentie om nú iets te doen aan de CO2-uitstoot?
Karla Schoeters: ‘Dat zijn nu eenmaal de politieke beperkingen van het moment. De kortetermijn domineert over het langetermijngegeven. Het is ook nog altijd een kwestie van ieder voor zich. Wat me stoort is dat het uiteindelijk ook niet meer gaat over een reductie van de emissies, maar steeds meer over geld. Welke transfers van Noord naar Zuid kunnen er komen om adaptatie, technologie-overdracht en mitigatie te initiëren? De doelstelling van Kyoto was de reductie van broeikasgassen en het financiële aspect was daarbij een hulpmiddel. Nu lijkt geld een doel op zich geworden.’
Thomas Bernheim: ‘Er is een verschil tussen wat de wetenschap ons aanbeveelt en wat politiek haalbaar is. We stonden voor Durban veel verder van een akkoord dan erna. In dat opzicht is Durban zeker positief. Maar China kijkt de kat uit de boom, zeker zo lang het Amerikaanse Congres dwarsligt, waar je nog heel wat klimaatsceptici vindt.’
Wat zal er volgens u op emissiegebied nog gebeuren tussen nu en 2020?
Karla Schoeters: ‘Laten we niet vergeten dat er toch al heel wat maatregelen worden genomen, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden. China introduceert wel degelijk mitigerende maatregelen. We moeten blijven werken aan het bewustzijn dat de groene economie een enorme toegevoegde waarde heeft en een positieve economische impact. Wellicht zullen er eerder initiatieven ontstaan vanuit een lokale push dan vanuit VN-standpunt. De markten hebben nu ook het signaal gekregen dat emissiereductie op de agenda blijft staan en dat bedrijven niet kunnen wachten tot 2020 om de nodige stappen te zetten.’
Thomas Bernheim: ‘Het is niet omdat er nog geen internationale bindende afspraken bestaan dat er ondertussen niets gebeurt. In Australië is er zopas een systeem van emissiehandel aangenomen dat de emissies zal doen dalen, zij het onvoldoende. De EU zet door om tegen 2020 een emissiereductie van 20% te realiseren, in combinatie met een aandeel hernieuwbare energie van 20%. Het interne debat om verder te gaan dan deze doelstellingen zal opnieuw opflakkeren. De Chinezen bouwen hernieuwbare energie sterk uit. China zal de komende jaren bovendien een systeem van emissiehandel creëren in vier provincies en twee stedelijke agglomeraties. Mijn inschatting is dat China en andere landen pas internationaal bindende doelstellingen zullen aanvaarden wanneer ze er intern klaar voor zijn.’
Ligt hier een opportuniteit voor Europa om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van groene economie en groene groei?
Thomas Bernheim: ‘Europa heeft het voordeel dat het al een wetgeving heeft en de doelstellingen heeft gehaald. Het probleem is dat door de economische crisis de carbonprijs zo laag is dat er geen dynamische innovatie in technologie plaatsvindt en dat bijvoorbeeld in België subsidies worden afgebouwd die de langetermijndoelstelling ondersteunden.’

Gepubliceerd in Argus Actueel, 13/12/2011

Portefeuille Stefan Duchateau

‘Speculatie druist in tegen mijn methodiek’

Stefan Duchateau is docent Financial Risk Management, Advanced Portfolio Management en Financial Engineering. Daarnaast werkt hij als consulent voor ondermeer Argenta. In een vroegere functie maakte hij ondermeer KBC Asset Management groot.

Wat is uw analyse van de toestand op de beurzen en in de bankwereld?

‘Ons kapitalistisch marktsysteem is gebaseerd op een aantal assumpties. Als die niet meer kloppen, worden we overgelaten aan elementen waarvan we de draagwijdte niet kunnen inschatten. In mijn cursussen begin ik bij het faillissement van het hefboomfonds Long-Term Capital Management in 1998. Daar kwam alles samen: de hebzucht van enkelingen, de eerzucht van een aantal mensen die dachten dat ze zich niet konden vergissen, tot en met de heerszucht van degenen die erop moesten toezien en alles toedekten. Een near miss, waarbij de schade gelukkig beperkt bleef tot de aandeelhouders van LTCM. We wisten wat er verkeerd kon gaan: het opbouwen van duizenden posities, die allemaal kwetsbaar waren voor liquiditeitsrisico.’

Is hebzucht ook vandaag het grootste probleem?

‘Het heeft er toe bijgedragen, maar de mens is al tienduizenden jaren hebzuchtig. Waarom loopt het nu zo grondig mis? Door de falende strategie van de banken had men nood aan aanvullende inkomsten. Die moesten altijd groter worden en daarom had men traders nodig die altijd maar grotere risico’s wilden en mochten nemen. De eerzucht en onbekwaamheid van een aantal CEO’s is een belangrijker factor dan hebzucht.’

Veel banken hebben hun les nog altijd niet geleerd, weten we nu.

‘Het is niet overdreven te stellen dat we vandaag dicht bij het realiseren van het systeemrisico staan. Wanneer er door Europa geen degelijke constructie in het vooruitzicht wordt gesteld, zou het kunnen dat er grotere banken dan Dexia in de problemen geraken, met alle domino-effecten vandien op andere banken, ondernemingen en overheden. Terwijl de oplossing eenvoudig is: gedurende een paar jaar een obligatiegarantie uitspreken voor alle Europese landen die het nodig hebben. Dat moet volstaan om rust te creëren en blijvende maatregelen uit te werken.’

Welke aandelen houdt u in deze omstandigheden nog in portefeuille?

‘Eigenlijk vraag je een schoenmaker niet welke schoenen hij draagt, maar vooruit. Ik bekijk mijn portefeuille op de lange termijn en huldig daarbij het allocatieprincipe dat de Talmoed voorschrijft: een derde in grond, een derde in zaken en een derde in geld. (lacht) Voor mij komt dat neer op 33% vastgoed, 33% aandelen en 33% cash. Wat ik maandag (vandaag, red.) zal doen, zal afhangen van de toestand op de beurzen. Als er effectief systeemrisico is, probeer ik zoveel mogelijk aandelen te verkopen, maar ik vermoed dat men met een voldoende degelijke oplossing zal komen. Als dat het geval is, bouw ik mijn cash af en investeer ik in gebalanceerde defensieve producten met kapitaalsbescherming.’

Wat is uw beleggingshorizon?

‘Ik ben er absoluut van overtuigd dat je aandelen moet kopen met de bedoeling ze tien à twintig jaar in portefeuille te houden. Aandelen uitpikken is nooit mijn ding geweest. Ik ben altijd meer bezig geweest met de structuur die je moet bouwen onder portefeuilles, hoe je het risico onder controle houdt en hoe de portefeuille-analyse moet werken. Waar ik altijd van heb gewalgd is speculatie. Je mag zowel mijn persoonlijke als professionele portefeuilles erg zeer grondig op navlooien: ik doe niet aan speculeren.’

Druist het in tegen uw gevoel voor ethiek?

‘In de eerste plaats tegen mijn methodiek. Resultaten komen van goede structuren en disciplinair omgaan met langetermijn asset-allocatie. In mijn definitie is een beurs een plek waar op een efficiënte manier risico’s dienen te worden geprijsd en gespreid over vele schouders. Als je daar roversbendes op loslaat die parasiteren op het systeem, krijg je een karikatuur van hyena’s die onterecht op de hele biotoop afstraalt. Hyena’s hebben hun nuttige kanten, maar ze moeten niet verheerlijkt worden. Mensen moeten beseffen dat speculeren geen heldengedrag is, maar abnormaal gedrag. Ik kan overigens met harde cijfers aantonen dat dit type van investeringsgedrag over de langere termijn enkel verliezen veroorzaakt.’

BESTE INVESTERING

‘Mijn drie grootste posities zijn ook mijn beste: Apple, IBM en India. Ik heb Apple gekocht toen ze tien dollar stonden, en ben gestopt met kopen toen ze over de 150 dollar gingen. Men vergeet ook wel eens hoe goed IBM het op de lange termijn heeft gedaan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Er is één ding waar ik spijt van heb en dat ik onmogelijk kan compenseren: de tijd die ik verloren heb door te lang en tegen beter weten in bij sommige grootbanken te blijven, toen ze onder bewind kwamen van verkeerde mensen.’

Verschenen in De Standaard op 24/10/2011

Portefeuille Koen De Leus

‘Ik hanteer een hit and run-strategie’

 

Koen De Leus – Marktenspecialist bij KBC Securities Bolero

 

KBC-aandelen zijn vandaag nog minder dan een vijfde waard in vergelijking met drie jaar geleden. Heeft dat gevolgen voor uw persoonlijke portefeuille?

‘Dat valt wel mee. Ik heb sinds de kredietcrisis van 2007-2008 geen bankaandelen meer in portefeuille, behalve dan RHJ International, die Kleinwort Benson bezit en KBC Ierland heeft overgenomen. Ik denk dat de banken nog woelige tijden te wachten staan. Welke banken zonder kleerscheuren deze periode zullen doorkomen, is moeilijk in te schatten.’

Vreest u nog voor bijkomende Dexia-scenario’s?

‘Het is een zeer ondoorzichtige situatie, als je weet dat Dexia bij de stress-test als twaalfde van de 91 onderzochte banken uitkwam. Het blijkt dus vooral een kwestie van vertrouwen, en dat krijg je pas terug als de politici de nodige maatregelen treffen. In 2007 hebben de VS krachtdadig ingegrepen om hun bankencrisis te beslechten. Het grote verschil is dat je in Europa met zeventien landen rond de tafel zit. Het zijn de politici die zullen bepalen wie de rekening zal betalen: de obligatiehouder, de aandeelhouders of alle burgers.’

Ziet u de toekomst van de beurzen op lange termijn somber in?

‘Ik denk dat er nog een Armageddon-moment moet komen. Een gebeurtenis waardoor de politici verplicht zullen worden een gigantische stap voorwaarts te zetten. Iets dat de koersen met 10 à 15% doet dalen, waarna zich een ideale koopgelegenheid zal voordoen voor een paar kwartalen en winsten van 30 tot 50% in het vizier komen.’

De meeste aandelen zijn nu toch al erg laag gewaardeerd.

‘We bevinden ons sinds 2000 in een langetermijn berenmarkt, die gekenmerkt wordt door dalende waarderingen. Aandelen zijn inderdaad vrij goedkoop gewaardeerd, maar ik vrees dat ze nog goedkoper zullen worden alvorens mensen ze zullen oppikken. Daarnaast hebben we te maken met een ontplofte kredietzeepbel. Uit het verleden weten we dat het zes à zeven jaar duurt voor een lokale kredietzeepbel hersteld is. Hier gaat het over een globale zeepbel die in 2007 ontploft is. Maar dat wil niet zeggen dat er op korte termijn geen opportuniteiten zijn.’

Hoe past u die analyse toe op uw eigen portefeuille?

‘Ik hanteer momenteel een hit and run-strategie. Iets aangrijpen op een moment van massaal pessimisme, winst nemen en terug in winterslaap gaan tot de volgende crisis. Momenteel zit ik zeer zwaar in cash, tot 70%. Ik werk met limietorders: als Delhaize naar 41 zakt, koop ik het goedkoop. Thrombogenics zou ik kopen aan 11 euro. Als ik zo spotgoedkoop kan kopen, kan ik niets verkeerd doen. Wanneer ik dan 20 à 25% winst maak, werk ik met ‘stop-loss’-verkooporders. Als het aandeel zakt, neem ik mijn winst. Mijn doel is vandaag niet zozeer veel winst te maken, maar vooral verliezen te vermijden. En als de berenmarkt over is en niemand nog wil beleggen, zal ik stilletjes aan terug beginnen. In 2007 heb ik een serieus pak slaag gehad en heb ik we heel wat defensiever opgesteld. ‘

Hoe beschermt u zich nog tegen ongewenste verliezen?

‘Met turbo shorts, een uitstapmechanisme dat je kunt vergelijken met put opties, maar dan veel eenvoudiger. Je hoeft geen rekening te houden met de volatiliteit en je maakt gebruik van een hefboomeffect: elk punt dat de Dow Jones Euorstoxx zakt, krijg je een veelvoud aan punten bij, afhankelijk van de onderliggende ‘stop-loss’ niveau van de turbo. Eigenlijk is het een simpele indekking voor een daling, qua kost overigens te vergelijken met put opties. Daarnaast bestaat ongeveer vijf procent van mijn portefeuille uit fysiek goud. Goud maakt deel uit van de basis van elke beleggingspiramide. Als er iets extreems gebeurt, heb je altijd dat nog.’

Zijn er nog aandelen die u wel lang in portefeuille houdt?

‘Een zeer defensief aandeel als Elia is de voorbije maanden gestegen, omdat het als een veilige haven wordt beschouwd. Iets minder gelukkig ben ik over Roche: ik geloofde erin vanwege de toenemende vergrijzing, maar sommige van hun kankermedicijnen staan ter discussie. Ik blijf vasthouden aan Total, het enige aandeel van de Dow Jones Stoxx 600 dat de voorbije twintig jaar telkens zijn dividend minstens stabiel heeft gehouden of verhoogd. Voor het overige blijf ik liefst heel dicht bij België, om de dubbele belasting te vermijden.’

Wat is uw langetermijndoelstelling als belegger?

‘Een appeltje voor de dorst voor als ik met pensioen ben. Natuurlijk doe ik ook aan pensioensparen vanwege het fiscale voordeel, maar ik ben ervan overtuigd dat de pensioenen voor mensen die gemiddeld of bovengemiddeld verdienen niet zullen volstaan. Hopelijk maakt de volgende regering eindelijk werk van het aanpakken van de vergrijzingsproblematiek.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Als jonge belegger had ik flink in een fonds met Aziatische tijgers geïnvesteerd. Dat is me in 1997 niet goed bekomen. Ik bleef achter met een kater van 40% verlies.’

 

BESTE INVESTERING

‘Agfa-Gevaert heb ik drie jaar geleden, in volle herstructurering, gekocht aan 1,20 euro en verkocht aan 6 euro. Ik was er best trots op dat ik eindelijk de discipline had gevonden om de gerealiseerde winsten op tijd te nemen.’

 

Verschenen in De Standaard, 17/10/2011

 

Portefeuille Jan Lamers

‘Geen compassie met aandeelhouders’

Socioloog en economist Jan Lamers stond twintig jaar lang aan het hoofd van Tijd NV, de uitgever van wat toen nog de Financieel-Economische Tijd heette. Vandaag woont hij in Frankrijk en engageert hij zich onder andere als bestuurder in Triodos Bank.

 

U komt uit een nest van zelfstandigen. Heeft dat uw houding tegenover geld en werk bepaald?

‘Op het gebied van werk wel: het arbeidsethos, niet goed kunnen nietsdoen, dat zit er diep in. Wat geld betreft, heb ik wel veel geld verdiend voor de ondernemingen waar ik voor werkte, maar met mijn eigen geld ben altijd te weinig bezig geweest. Het was nooit mijn bedoeling om rijk te worden. Geld verdienen is altijd een uitvloeisel geweest van wat ik graag deed. Daarom heb ik ook zoveel leuke dingen kunnen doen.’

Op welke gerealiseerde meerwaarden bent u het meest trots?

‘Dat ik de FET heb opgekrikt van een krant met een jaarlijkse omzet van 100 miljoen frank tot een krantenbedrijf met een waarde van 2,6 miljard frank – de prijs die HAL Invest, de groep achter Het Financieele Dagblad, bereid was te betalen. Al is Tijd dan door te lang talmen enkele jaren later voor minder dan de helft verkocht. Iets als het website-ontwikkelingsbedrijf Net it Be was ook ongelooflijk: daar hebben we met Tijd NV 10 miljoen frank ingestoken, om het vier jaar later voor 250 miljoen BF aan Alcatel te verkopen.’

Was u in uw periode bij Tijd een actief belegger?

‘Niet echt. Ik vond het zonde van de tijd die je erin moet steken. In aandelen investeren en met de emotionele golven van de beurs meedeinen is niets voor mij. Ik gaf de voorkeur aan sparen, liefst in een gestructureerde vorm, waarbij het geld automatisch opzij wordt gezet: pensioensparen, fiscaal sparen, groepsverzekering. Met mijn aandelen van Tijd heb ik trouwens in verhouding wel gouden zaken gedaan, jammer genoeg niet in absolute bedragen.’

U bent nu bestuurder bij Triodos bank. Is ethisch beleggen meer uw ding?

‘Ik ben nog altijd geen grote belegger. Bij Triodos ben ik vanuit het antroposofisch gedachtengoed terechtgekomen. Ik heb zeer veel moeite met het totale gebrek aan transparantie bij de traditionele banken, die nog altijd opereren onder de slogan “We’re only in it for the money,” om het met Frank Zappa te zeggen. Sociale, ethische en milieu-implicaties doen niet ter zake, tenzij bij de marketingpraatjes. Alleen het financieel rendement telt. Bij Triodos is dat anders. Wij streven niet alleen naar Profit, ook zorgen voor Planet en People hoort expliciet tot onze doelstellingen. We gaan ervan uit dat als geld de wereld slechter kan maken, geld de wereld ook beter kan maken.’

Als alle banken zouden werken als Triodos, was er dan geen bankencrisis geweest?

‘Natuurlijk niet. Wij hanteren een directe, transparante link tussen spaarders en investeerders. Dan kan je natuurlijk nooit een return on equity van 18% halen, maar hoogstens 5% à 7%. Dat volstaat voor de traditionele bankjongens niet. Daarom hebben ze met steeds intransparantere producten een speculatieve financiële wereld gecreëerd die totaal los staat van de economische realiteit. Hebzucht is de enige drijfveer daarachter. Met gedupeerde aandeelhouders heb ik dan ook geen enkele compassie. Wat ik niet begrijp, is dat een zich sociaal noemende organisatie als het ACW in die logica meegaat en zich mogelijk voor 2,5 miljard heeft laten vangen door Dexia.’

Een bank als Triodos blijft ondanks zijn gestage groei wel erg klein.

‘In vergelijking met de grote banken zijn wij kabouters. Sommigen hadden gedacht dat de bankencrisis de mensen tot inzicht zou brengen, maar dat is erg naïef. 2008 was een rampenjaar, maar de banken gaan sindsdien vrolijk verder op hun oude weg. Het verbaast me nog elke dag hoe onnozel en braaf de mensen zijn. Alleen met de garanties voor Dexia is elke Belg nu mogelijk tot 6.000 euro kwijt, en toch is er niemand die op straat komt.’

Waar geeft u het meeste geld aan uit? Aan uw huis in Frankrijk?

‘Ik woon net over de grens in de Franse Ardennen, maar het leven is er goedkoper dan in België. Ik kan er me probleemloos een tuin van een halve hectare permitteren. Op amper 150 km van Leuven vind je er een heel andere wereld. Nee, persoonlijk geef ik nog altijd het meeste geld uit aan informatie: boeken, kranten en tijdschriften, internet vast en mobiel.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Mijn studies sociologie. Tegelijk heb ik toen het meeste geleerd, maar zeker niet aan de unief. Ik ging nooit naar de les, maar ik maakte films, was actief in de Cultuurraad, was kampleider op jongerenkampen. Gelukkig had ik aan twee maand genoeg om door de examens te geraken.’

 

BESTE INVESTERING

‘Relatief bekeken heb ik meeste geld verdiend aan de aandelen die ik als werknemer van Tijd NV kon kopen bij elke kapitaalsverhoging. Dat vond ik wel een zinnige vorm van beleggen in aandelen, omdat ik die business ook zelf in de hand had.’

 

Verschenen in De Standaard, 10/10/11

Portefeuille Karel Van Eetvelt

‘Ik ben geen materialist’

 

Karel Van Eetvelt is gedelegeerd bestuurder van Unizo. Hoe staat hij tegenover geld?

 

BRUSSEL.

Welke rol speelt geld in uw leven?

‘Geld is niet zo belangrijk voor mij. Het volstaat om in mijn basisbehoeften te kunnen voorzien. In de vijfentwintig jaar dat ik professioneel actief ben, heb ik gemerkt dat je je aanpast aan hoeveel geld je hebt. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik te weinig had. Eigenlijk interesseert geld me maar matig. Ik ben geen materialist, maar ik hou wel goed in de gaten waar ik mijn geld aan uitgeef en ik vul ook zelf mijn belastingsbrief in. Waarbij ik vaststel dat ik minder dan een derde overhoud van wat ik aan Unizo kost. Dat is de frustratie in het kwadraat: echt kwaad word ik daarvan. Ik ben voor solidariteit, maar dit gaat me te ver.’

Waar kunt u veel aan uitgeven?

‘Aan mijn ontspanning, en mijn belangrijkste ontspanning is fietsen. Niet dat ik zoek naar de allerlaatste snufjes, maar wel naar wat kwalitatief degelijk en duurzaam is. Ik bezit een aantal fietsen, waaronder een van 4.000 euro. Ik heb het geluk dat ik Eddy Merckx heb leren kennen en met een Merckx kan rijden, een fantastische fiets. Waar ik ook geld aan besteed is reizen. Ik zoek niet de luxe op, maar wil degelijk gehuisvest zijn en goed eten. Op vakantie let ik wat minder op mijn geld. Aan luxe kan ik geen geld geven: ik heb een klein teeveetje, geen grote stereo, maar wel een goed bed van 3.000 euro. Ik ben een moeilijke slaper en ik heb last van mijn rug, vandaar.’

Doet u aan sparen en beleggen?

‘Wat beleggen betreft, heb ik alles bij mekaar ooit voor 1.000 euro aandelen gekocht, vooral om die wereld een beetje te leren kennen en de beurs te kunnen volgen. Tot mijn scha en schande heb ik geleerd dat je er beter van afblijft als je er niet veel van kent. Ik ben een klassieke spaarder, met een spaarboekje en een beleggingsfonds gekoppeld aan een levensverzekering. Ik doe aan pensioensparen sinds mijn 25ste en leg geld opzij voor de studies van mijn kinderen. Het gaat allemaal niet over extreem veel geld: ik heb een goed inkomen, maar voor hoge weddes moet je niet in een middenveldsorganisatie werken. Dan kies je beter voor een hoge functie in een internationaal bedrijf.’

Maakt u zich soms zorgen over uw pensioen?

‘Nee, omdat ik er zelf mee voor spaar en omdat ik niet van plan ben om te stoppen op mijn 65ste. Net zoals mijn vader (Jozef Van Eetvelt, de vorig jaar afgetreden langstzittende burgemeester van Vlaanderen, red.) wil ik werken tot het echt niet meer gaat. Stilzitten kan ik niet. Ik zal altijd een beetje blijven werken en een beetje verdienen: dat lijkt me een gezonde manier van leven die ik iedereen zou aanraden.’

Wanneer gaat u weg bij Unizo?

‘Ik ga ervan uit dat je dit werk best niet doet tot aan je pensioen, al hou ik van de job. Maar het is zeer intensief, de tijdsbesteding is gigantisch en de druk is vrij groot. Bovendien mag het geen routine worden. Wat wordt het dan? In de politiek ga ik zeker niet. De kans dat ik in de ondernemerswereld beland, is reëel, de kans dat het met sport te maken heeft, met lobbyen, coachen, begeleiden, ook. Ik denk wel dat ik als zelfstandige zou kunnen werken.’

Als de zelfstandigen waar Unizo voor opkomt geen stevig spaarpotje hebben, stevenen ze na hun pensioen op de armoede af. Wat kan je daaraan doen?

‘Wij raden hen aan om tijdens hun carrière op een verstandige manier met geld om te springen. De meesten investeren in vastgoed, reden waarom wij pleiten tegen de verhoging van de onroerende voorheffing. Van bij de start een aanvullend pensioen afsluiten is aan te bevelen en fiscaal mooi meegenomen. Vastgoed verwerven is een economisch interessante en maatschappelijk belangrijke investering. Actief beleggen raden we af, behalve voor wie er verstand van heeft of wie zich goed laat begeleiden. We ijveren ook voor een hoger zelfstandigenpensioen, maar het wettelijk pensioen zal nooit van die aard zijn dat je er goed van kunt leven, noch voor de werknemer, noch voor de zelfstandige. En meer pensioen betekent ook hogere belastingen, daar moeten we eerlijk in zijn.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn bed en mijn fiets. Het zijn duurzame investeringen die de kwaliteit van mijn leven verbeteren.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb me ooit laten verleiden tot de aanschaf van Fortis-aandelen die nu nog een paar cent waard zijn. Gelukkig waren het er heel weinig.’

 

Wat goed is voor het klimaat, is goed voor de economie

De Europese economie aanzwengelen door de klimaatdoelstellingen aan te scherpen: dat is wat we moeten doen volgens een recent rapport van het Duitse ministerie voor Leefmilieu. Ook Vlaanderen lijkt bereid verder te gaan dan de geplande emissiereductie met 15% tegen 2020.

Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege is voorstander van een emissiereductie met 30% voor alle industrielanden. Minister Schauvliege zit daarmee op één lijn met haar collega-ministers uit Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittanië en met een onlangs gepubliceerd rapport, A New Growth Path For Europe. Generating Prosperity and Jobs in the Low Carbon Economy, een gezamenlijk werkstuk van het Potsdam Institute for Climate Impact en de universiteiten van Oxford, Athene en Parijs. Alleen is het nog even wachten in hoeverre de enthousiaste pleidooien in Europese en nationale doelstellingen worden gegoten.

Niet alleen vanuit milieu-oogpunt, maar ook vanuit economisch standpunt zijn er tal van redenen om dat te doen. Als de EU-economie verder wil groeien na de crisis, kan dat door de target van de emissiereductie die nu op 20% staat tegen 2020 te verhogen naar 30%, stelt het Growth Path-rapport. Het verhogen van de emissiedaling tot -30% leidt tegen 2020 tot de volgende effecten:

  • een toename van de groei van de Europese economie met 0,6;
  • 6 miljoen nieuwe, bijkomende jobs in heel Europa;
  • een stijging van de investeringen in Europa van 18 naar 22% van het BBP;
  • een stijging van het Europese BBP met 842 miljard dollar;
  • een stijging van het BBP met 6% in de oude en nieuwe deelstaten van de EU.

Het in de praktijk brengen van deze ambitieuzere milieudoelstelling leidt tot een groei in alle sectoren – landbouw, energie, diensten, industrie, bouw – met de grootste stijging in de bouwnijverheid, dankzij de vele aanpassingen om gebouwen energiezuiniger te maken. De uitstootreductie wordt gerealiseerd door de toegenomen energie-efficiëntie enerzijds en door de omschakeling van steenkool naar henieuwbare energiebronnen en gas. De sleutel tot de heropleving is een substantiële toename van investeringen.

Om de voorgestelde strategie van groene groei (of CO2-arme groei) te laten slagen, zijn een aantal maatregelen nodig, zoals het verstrengen van bouwvoorschriften, de standaardisering van smart grids en het ontwikkelen van leernetwerken tussen ondernemingen. Indien aan alle voorwaarden voldaan wordt, voorspelt het rapport de volgende economische groeicijfers voor België, inclusief een bijkomende daling van de werkloosheid met 2,5%.

Emissiereductie 20% Emissiereductie 30% Verschil 20% – 30%
BBP 449 miljard euro 476 miljard euro + 27 miljard euro
Werkloosheid 7,8% 5,3% – 2,5%
Investeringsniveau 101,1 miljard euro 127,7 miljard euro + 26,6 miljard euro

De groene wereldorde
Dat economie en milieu steeds meer aan elkaar gelinkt worden, is een interessante evolutie. ‘Make no mistake‘, zei Deutsche Bank-CEO Josef Ackermann op de Global Metro Summit in Chicago, op 8 december 2010. ‘Er zit een nieuwe wereldorde aan te komen. De race om de nieuwe leider is al begonnen. De beloning voor de winnaars is duidelijk: innoveren en investeren in schone energietechnologie stimuleert groene groei, creëert jobs en bevordert energie-onafhankelijkheid en veiligheid.’

Afgelopen zomer spraken de Duitse, Britse en Franse milieuministers zich uit voor een Europese CO2-reductie met 30%. Drie vaststellingen hebben hen tot die stap gebracht. Ten eerste zijn de emissies ten gevolge van de crisis al met 11% teruggevallen. Daardoor is de kost om de 20%-doelstelling te halen, teruggevallen van 70 naar 48 miljard euro. ‘De lat op 30% leggen kost naar schatting maar 11 miljard euro extra in vergelijking met de oorspronkelijk voorziene kost om een emissiebeperking van 20% te bereiken’, schrijven de verenigde milieuministers, die daarbij aanstippen dat die bijkomende kost minder dan 0,1% van de EU-economie vertegenwoordigt. Een derde argument is de stijgende olieprijs, die trager overschakelen naar hernieuwbare energie steeds duurder maakt.

Ook de Vlaamse milieuminister Joke Schauvliege (CD&V) sluit zich bij dit pleidooi voor -30% aan, weliswaar onder voorwaarden. ‘Vlaanderen is voorstander dat de EU tegen 2020 zijn emissies van broeikasgassen met 30% reduceert ten opzichte van de niveaus van 1990,’ luidt het. Maar dit kan alleen ‘op voorwaarde dat de andere ontwikkelde landen (VS, Japan, Rusland…) zich tot vergelijkbare emissiereducties verbinden en dat de meer ontwikkelde ontwikkelingslanden (China, India, Brazilië…) een bijdrage leveren die in verhouding staat tot hun verantwoordelijkheden en capaciteiten.’

25% tegen 2020
Dat de VS en Rusland in een dergelijk scenario zouden meestappen, lijkt onwaarschijnlijk. Wat wel haalbaar lijkt, is een emissiereductie met 25% tegen 2020 op Europees niveau. Brigitte Borgmans, persdadviseur van minister Schauvliege, stelt: ‘De Europese Commissie heeft recent een roadmap voorgesteld voor een veilige en duurzame koolstofarme economie in 2050. In dat rapport wordt een unilaterale Europese doelstelling voorgesteld van – 25% tegen 2020. Er worden ook sectorale targets voorgesteld.’

‘Er zijn in Vlaanderen al belangrijke concrete inspanningen gedaan door bedrijven en particulieren,’ stelt Brigitte Borgmans. ‘Momenteel bereidt minister Schauvliege een nieuw Klimaatbeleidsplan voor de periode 2013-2020 voor. Zoals in het huidig Vlaams Klimaatbeleidsplan zullen ook in het nieuwe plan concrete maatregelen staan om in verschillende sectoren (transport, gebouwen, landbouw, kleinere bedrijven) de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen verder te verminderen. Met haar Europees pleidooi voor duurzaam materialenbeheer heeft de minister een extra impuls gegeven aan de ontwikkeling van een duurzame, op cradle to cradle-principes gestoelde economie.’

Met hoeveel de emissies in Vlaanderen precies zullen worden verminderd in de komende periode, staat nog niet vast. ‘Er is een verschil tussen de totale emissiereductie op Europees niveau en de inspanningen die elk land afzonderlijk moet doen’, legt Brigitte Borgmans uit. ‘Wat dat betreft, bekijken wij in Belgisch verband tot welke inspanningen elke deelstaat zich zal engageren. Voor het einde van dit jaar zou alles op punt moeten staan.’

-7,7 % in 2009
Hoe staat het ondertussen met de realisatie van de doelstellingen van Vlaanderen? Het kabinet Leefmilieu stuurde op woensdag 23 maart een enthousiast persbericht rond, waarin het evenwel toegaf dat de gerealiseerde reductie van -7,7% (in vergelijking met 1990) gedeeltelijk een gevolg is van de economische crisis en waaruit ook blijkt dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

Nader toezien leert dat er een stevige daling van de CO2-uitstoot valt waar te nemen in de industrie, de landbouw en de elektriciteitsproductie. De CO2-uitstoot nam in die negentien jaar echter toe voor de sectoren transport en gebouwen. Wat gebouwen betreft, is het de hoogste tijd om werk te maken van nog strengere (ver)bouwnormen en nog meer isolatie. Dubbel glas, geïsoleerde daken en efficiënte stookinstallaties moeten de norm worden in Vlaanderen, met speciale initiatieven voor de lagere inkomens. Op het gebied van transport lijkt het logisch om nog veel sterker in te zetten op openbaar vervoer, en waar mogelijk over te schakelen op trein- en binnenvaarttransport voor goederenverkeer.

Aandeel van de diverse sectoren in de broeikasgasuitstoot in 1990 en 2009
(Bron: Kabinet Leefmilieu Vlaanderen):

Sector 1990
(kton CO2-eq)
2009
(kton CO2-eq)
Elektriciteitsproductie 13.824 11.752
Industrie 36.170 29.026
Gebouwen 14.168 16.622
Transport 12.451 15.579
Landbouw 10.372 7.242
Totaal 86.986 80.220

 

Verschenen in Argus Actueel, 25/3/2011

Portefeuille Jonas Geirnaert

Met het programma Basta ging hij eigenhandig het belastinggeld terugeisen dat gebruikt werd om de banken te redden. Hoe staat Jonas Geirnaert tegenover geld?

Wat leverde de prijs van de jury in Cannes in 2004 u op voor uw kortfilm?

‘Eén distributeur bood me 100.000 euro voor de exclusieve rechten op Flatlife. Maar ik had meer zin om de film een festivalleven te geven. Bij mij werkt zo’n voorstel averechts: geld doet alarmbellen afgaan. Voor hetzelfde geld zat Flatlife een maand later gratis bij een pak cornflakes.’

Toen Kabouter Wesley een hype werd, weigerde u ook te incasseren.

‘Mijn grote voorbeeld is Bill Watterson van Calvin and Hobbes, die altijd wars is geweest van commercialisering en merchandising. Al moest ik ontdekken dat er door sommigen toch Wesley-T-shirts werden verkocht. Ik heb dan besloten om enkele goede doelen de kans te geven dat op een officiële manier te doen.’

Waar verdient u wel wat aan?

‘De verkoop van mijn boek komt natuurlijk wel in mijn zak terecht. Met Neveneffecten zijn we wellicht de slechtste onderhandelaars uit de geschiedenis van Woestijnvis, maar ik word toch goed betaald voor mijn werk aan Basta en door Humo eveneens. We factureren via onze bvba en keren onszelf een loon uit van 1.500 euro elk. Daarnaast worden ook tv, internet, telefoon en twee gemeenschappelijke auto’s door de bvba betaald. Het geld dat overblijft, doet de spaarrekening van de bvba groeien. Af en toe raadt de boekhouder aan onszelf een dividend uit te keren.’

Slaagt u erin te sparen?

‘Van als je een bvba opricht, ben je blijkbaar zeer interessant voor de bank en mag je op de koffie bij de bankdirecteur. Maar wat er bij KBC allemaal in de fondsen zit, ook in de zogenaamd ethische, staat mij niet aan. Sommige banken investeren zelfs in “groene ontginning van fossiele brandstoffen.” Mijn dividenden komen doorgaans op mijn Triodos-spaarrekening terecht. Uit analyses van Netwerk Vlaanderen komt Triodos als beste naar voor, dus daar ben ik gerust in. Ik las onlangs wel in een kritisch artikel dat Triodos de antroposofische Steiner-doctrine steunt, maar nog altijd liever dat dan clusterbommen.’ (lacht)

Is een wereld met alleen ethisch beleggen mogelijk en wenselijk?

‘Ik weet niet of dat mogelijk is, maar ik vind het wel interessant om erover na te denken. Als belegger kan je een sterke band ontwikkelen met het bedrijf waarin je investeert en dat vind ik goed. Aandeelhouderschap is een economische motor. Het principe van een beurs lijkt dus interessant, maar shorten en speculeren vind ik heel griezelig, omdat het dan alleen over cijfers gaat en niet over waar een bedrijf voor staat.’

Hebt u ervaring met de beurs?

‘Alleen virtueel. De aanleiding was een brainstorm bij Basta over zelf beleggen. Zo heb ik de Beursbattle op Beursduivel.be ontdekt en ben ik er voor de lol mee beginnen spelen, zonder enige ethische criteria trouwens. Over zes maanden haalde ik een rendement van 11,14%, vooral dank zij een aandeel als Apple. Alfacam was een wat minder goede zet.’

Droomt u als PVDA-sympathisant van een ander financieel systeem?

‘Vroeger was de PVDA veel dogmatischer. Amada zou er nog voor gepleit hebben om alle banken te nationaliseren. Nu pleit de PVDA ervoor dat er minstens één bank zou zijn die eigendom is van de staat en waarvan je zeker bent dat ze niet in hedgefunds en andere smerige dingen investeert. Een bank die (oudere) mensen terug helpt aan het loket. Nieuw-Zeeland deed het ons al voor met de Kiwibank.’

Hoeveel geeft u aan goede doelen?

‘Ik stort elke maand tien euro aan een dozijn goede doelen – Oxfam, Damiaanactie, Rode Kruis. Goed voor 120 euro in totaal. Ik verspreid het geld liever over meerdere organisaties. Ik verdien meer dan genoeg mijn boterham en kan dat extraatje best wel missen.’

 

BESTE INVESTERING

Op een rommelmarkt kocht ik ooit het boek Onze Lievelingen De Planten voor ongeveer 50 frank. Het is een studieboek voor jongeren, vermoedelijk van begin ‘20ste eeuw. Ik weet niet of het nu meer waard is, maar ik heb er al vaak en hard om gelachen. Een prima investering dus.

 

SLECHTSTE INVESTERING

Een MacBook laptop die ik kocht in 2006, voor 1.600 euro. Op zich een fantastische computer, alleen liet ik ‘m al na amper één maand stelen op de trein. Omgerekend betaalde ik dus 53 euro per dag dat ik ‘m gebruikt heb, dus niet zo’n hele sterke investering. Maar het is m’n eigen schuld, ik moest er maar beter op letten.

Gepubliceerd in De Standaard op 21 maart 2011