Het nieuwe goud, en hoe het te recycleren

De universiteiten van Leuven en Gent, het Nederlandse TNO en Umicore slaan de handen in elkaar om oplossingen uit te werken voor het nijpende tekort aan grondstoffen, meer specifiek de Rare Earths of zeldzame aarden en andere materialen die van vitaal belang zijn voor de economie.

De meest kritieke grondstoffen

De voorbije jaren definieerde de EU veertien minerale materialen als ‘kritieke grondstoffen.’ Zij kregen die koosnaam omdat hun uitzonderlijke schaarste recht evenredig is met hun uitzonderlijke economische waarde. Het zijn stuk voor stuk materialen die van cruciaal belang zijn voor het oplossen van de energieproblematiek, de transitie naar een groene economie en onmisbaar in heel wat hedendaagse (miniatuur)technologie. Dankzij magneten met zeldzame aarden zijn onze gsm’s vandaag zo performant en compact. Zeldzame aarden zijn nodig voor de werking van windturbines, elektrische auto’s en energiebesparende lampen. Zelfs de meest efficiënte recyclage- en scheidingstechnieken volstaan echter niet om de groeiende vraag te dekken naar de vijf meest kritiekezeldzame aarden: neodymium, europium, terbium, dysprosium en yttrium.

Behalve in onontgonnen voorraden op Groenland en in Zweden bezit Europa geen eigen kritieke grondstoffen. Toch springen we bijzonder nonchalant met deze schaarse en levensnoodzakelijke materialen om. Van nogal wat kritieke materialen ligt het recyclagegehalte onder de 1%: dat is omdat er alleen materiaal gerecycled wordt tijdens het productieproces.

Dat Europa zich ernstig zorgen maakt over de toenemende schaarste van deze cruciale grondstoffen, heeft er ook mee te maken dat China het belang ervan al langer heeft ingezien. 40% van de reserves liggen op Chinees grondgebied, maar door een doorgedreven strategie heeft de Volksrepubliek inmiddels 90% van de verwerking en productie ervan in handen. En de Chinezen doen hard hun best om controle te krijgen over de hele keten van de zeldzame aarden, net zoals ze dat voor veel andere kritieke metalen trachten te doen.

Dit complexe probleem onder controle krijgen, stelt de wetenschap, de overheden en de industrie voor een aantal fantastische uitdagingen. Op 14 september ll. organiseerde de KU Leuven een druk bijgewoond symposium over kritieke grondstoffen met sprekers als dr. ir. Peter Tom Jones van het departement metaalkunde, tevens manager van het kennisplatform RARE3 (Research Platform for the Advanced Recycling and Reuse of Rare Earths, KU Leuven), professor Koen Binnemans (KU Leuven), wereldexpert op het gebied van zeldzame aarden, prof. em. Willy Verstraete (UGent), één van de grondleggers van de Vlaamse (witte) biotechnologie, geoloog Emile Elewaut van het vermaarde Nederlandse onderzoeksinstituut TNO en dr. Christian Hagelüken, hoofd van de Precious Metals Refining Unit van Umicore.

‘Alle materialen zijn kritiek’

Door de exponentiële groei van de economie en de technologie in de laatste decennia, door de honger naar grondstoffen van de groeilanden en door het hiermee samenhangend toenemend mondiaal verbruik van natuurlijke hulpbronnen, zijn eigenlijk alle materialen kritiek, stelt Emile Elewaut (TNO): “De laatste twintig jaar zijn we mondiaal 40% meer natuurlijke hulpbronnen gaan gebruiken.” Christian Hagelüken van Umicore haalde er een grafiek bij die aantoonde dat er de laatste dertig jaren meer technologiemetalen uit de mijnen zijn gehaald dan in de hele geschiedenis van de mensheid. Ook de detailcijfers over ons hedendaags materialenverbruik zijn verbluffend. “In 2011 kwam 20% van het ontgonnen palladium en kobalt in gsm’s en computers terecht. Toch vertegenwoordigt de waarde van de recycleerbare materialen per gsm maar 1 euro,” stelt Hagelüken. Er is nog een enorm potentieel aan grondstoffen in recent door de mens vervaardigde producten aanwezig. Maar we zullen onze producten anders moeten ontwerpen als we die grondstoffen er later makkelijker willen uit recycleren. Maar recycleren alleen zal niet volstaan om de honger naar grondstoffen te stillen.

Emile Elewaut blijft desondanks optimistisch over de toekomst, met name voor kennisregio’s als België en Nederland, die uitzonderlijk arm zijn aan grondstoffen en dus zo goed als volledig afhankelijk van de invoer. “We hebben een wereldfaam op het gebied van recyclage en verwerking, een toppositie inzake inzameling en herwinning van grondstoffen en een uitgebreid industrieel- en kennisnetwerk.” Die vaststellingen droegen bij tot de vorming van een nieuw samenwerkingsverband dat tijdens het symposium boven de doopvont werd gehouden: het Urban Mining Platform in het kader van het toekomstige Europees Kennis- en Innovatiecentrum (KIC) Raw Materials, dat wordt opgericht in de schoot van het European Institute of Innovation and Technology (EIT). Raw Materials zal een van de toekomstige KIC’s worden, waarvoor de EU – zoals het er nu naar uitziet – in totaal een bedrag van 2,8 miljard euro zal voorzien voor de periode 2014-2020.

Urban mining

Over één ding waren de sprekers het roerend eens op de persconferentie voorafgaand aan het symposium: we kunnen ons niet uit het probleem weg recyclen. Volgens een recente studie die het Duitse Öko-Institut ondernam, ligt het maximale recyclagepotentieel van zeldzame aarden niet hoger dan 10 à 20% van de nieuwe vraag naar zeldzame aarden. Doorgedreven urban mining (het recyclen van grondstoffen uit afgewerkte producten) zal dus moeten worden aangevuld met substitutie (het vervangen van de zeldzame grondstoffen door alternatieven) en daarnaast ook met bijkomende, bij voorkeur duurzame ontginning van zeldzame grondstoffen. Allemaal oplossingen die op hun beurt nieuwe problemen en uitdagingen met zich meebrengen. (…)

Meer over urban mining, duurzame mijnen en subsitutie van materialen in het Argus-artikel.

Rendementen waarbij Microsoft verbleekt

Gunter Pauli, lid van de Club van Rome en voormalig ceo van Ecover, is de grote inspirator van ‘De blauwe economie’, een model waarin ecologie, innovatie en economie hand in hand gaan. Gunter Pauli’s boek The Blue Economy verschijnt nu ook in het Nederlands.

Wat is uw belangrijkste bron van inkomsten?

‘Toen ik in 1994 uit België vertrok, heb ik al mijn bezittingen verkocht en dat geld ondergebracht in de stichting Zeri (Zero Emissions Research Initiative). Ook de auteursrechten van de boeken die ik schrijf, komen ten goede aan de stichting. VanThe Blue Economy zijn ondertussen al 1miljoen exemplaren verkocht in 34talen. Van de fabels waarin ik de blauwe economie aan kinderen uitleg zijn al 17miljoen exemplaren van de hand gegaan. Ik krijg een vaste maandelijkse vergoeding enthat’s it. Als stichting zijn we niet uit op financieel gewin. Dat hoeft ook niet. Zo lang ik goed blijf schrijven, is onze inkomstenstroom verzekerd.’

Wat is het hogere doel: een betere wereld creëren?

‘Er kan een betere wereld komen door meer ondernemerschap en innovatie. Ook bij Ecover draaide het om innovatie. Ik heb dertig jaar mijn schouders gezet onder de groene economie, maar het probleem is dat die ervan uitgaat dat wat goed is voor de mens, ook duurder moet zijn. De groene economie heeft heel goede producten opgeleverd, maar ze zijn alleen maar betaalbaar voor wie over het nodige geld beschikt. De groene economie kan dus alleen mainstream worden door meer belastingen te heffen of via subsidies. Als we dat patroon niet doorbreken, zullen we nooit duurzaamheid bereiken. In de blauwe economie gaan we ervan uit dat wat echt goed is voor de mens, ook goedkoper kan zijn.’

Wanneer zal de blauwe economie een feit zijn? U sprak in 2010 van 100 miljoen banen op tien jaar.

‘Na twee jaar hebben wij weet van ongeveer duizend bedrijfjes die werden opgezet op basis van de open source-info die wij verspreiden. Het gaat te traag en met te weinig schwung. Maar we zijn nog maar pas begonnen en starten nu een grote campagne via de vertaling van de innovaties in fabeltjes voor kinderen. Zo hopen we veel jongeren te inspireren.’

Bent u een belegger?

‘Ik beleg niet, ik adviseer anderen over beleggen. Ik wil een absolute onafhankelijkheid bewaren tegenover de technologieën en zakenmodellen die ik voorstel. Als ik er een of ander financieel voordeel zou uithalen, dan kan ik niet langer vrij advies leveren.’

Welke blauwe economie-aandelen zou u aan beleggers aanraden?

‘Op dit ogenblik kijk ik vooral naar de bedrijven waar je beter niet in investeert. Bedrijven die het potentieel gewoon negeren. Ik denk bijvoorbeeld aan Medtronic, Johnson & Johnson en Boston Scientific die heel wat verdienen met de groeiende vraag naar pacemakers, terwijl de komst van de nanotechnologie dit soort pacemakers overbodig maakt. Die aandelen kan je beter nu van de hand doen. Ook batterijmakers als Varta en Panasonic verwijder je beter uit je portefeuille vanwege de op komst zijnde innovaties die batterijen vervangen. Olie-aandelen doen het nu nog goed, maar je kan ze beter dumpen voor ze hun op termijn onvermijdelijke daling inzetten.’

Wat voor rendementen kunnen we verwachten in de blauwe economie?

‘Toen ik in 1984 de kans kreeg om mee te werken aan het regenereren van het regenwoud van Gaviotas in Colombia, dat al tweehonderd jaar geleden vernietigd was, verklaarde iedereen me gek. Maar vandaag, 28jaar later, staat het bos er, is de biodiversiteit er van 17 naar 256 gestegen, is er volledige tewerkstelling in de regio en gratis drinkwater. Last but not least: de waarde van de grond steeg er van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha. Dat is een beter rendement dan het Microsoft-aandeel in 25jaar heeft gegenereerd. Deze investering komt vandaag volledig ten goede aan de gemeenschap van Gaviotas. Het schenkt me een grote voldoening dat je met herbebossing en water als een gemeenschappelijk goed een van de meest succesvolle bedrijven in de moderne geschiedenis kunt overtreffen.’

Welke investering betreurt u?

‘Het bouwen van de ecologische fabriek van Ecover, die weliswaar baanbrekend was, maar afhankelijk van palmolievetzuren. Ik realiseerde mij aanvankelijk niet dat ik verantwoordelijk was voor de vernietiging van het regenwoud in Indonesië en de verstoring van de habitat van de orang-oetan.’

SLECHTSTE INVESTERING

‘Het was moeilijk te aanvaarden dat de tijd en het geld dat ik in Ecover investeerde, voor niets was. Maar dat gaf me de kracht om een nieuw zakenmodel te ontwikkelen dat vandaag gekristalliseerd is in het concept van de blauwe economie.’

BESTE INVESTERING

‘Het herbebossen van de savanne in Gaviotas. Goed voor een toename van biodiversiteit met een factor15 en een stijging van de grondwaarde van 1dollar/ha naar 3.000 dollar/ha.’

www.gunterpauli.com

Durban: historische doorbraak of een gemiste kans?

De reacties op de klimaattop in Durban lopen sterk uiteen. Wat is er nu eigenlijk verwezenlijkt en wat brengt de toekomst? We vroegen het aan twee experts die in Durban de klimaatconferentie bijwoonden.

De Zuid-Afrikaanse minister Maite Nkoana-Mashabane had het in haar slotwoord in Durban over een historisch akkoord. Het valt te vrezen dat de geschiedenisboeken haar gelijk zullen geven. ‘Het grootste doemscenario dat inhield dat de onderhandelingen zouden afspringen, is vermeden,’ zegt Karla Schoeters van VITO. ‘Maar anderzijds volstaan de huidige afspraken niet om de opwarming van het klimaat onder de 2° C te houden, terwijl 2° eigenlijk ook al te veel is.’

Dit zijn de belangrijkste afspraken van de top van Durban:

– Er is uitzicht op een mogelijk tweede doelstellingsperiode onder het Kyoto-protocol. Het probleem van de overtollig toegekende rechten, de duur van de doelstellingsperiode en de hoogte van de doelstellingen moeten tegen volgend jaar beslecht worden. Canada, Rusland en Japan stappen niet mee in Kyoto bis. China, India en de VS blijven als vanouds buitenstaanders. De VS en de meeste groeilanden (waaronder China) engageren zich tot 2020 dus enkel op vrijwillige basis (niet-bindend) tot emissiedaling.
– Er is een afspraak om een ‘Mondiaal akkoord’ te sluiten waarin alle landen gelijk zullen zijn voor de wet, ook de ontwikkelingslanden. Dit verdrag zou tegen 2015 rond moeten zijn en in 2020 in voege treden en zou een opvolger kunnen worden van het Kyoto-protocol.
– Het Groen Klimaatfonds treedt vanaf 2020 in werking, met een waarde van 100 miljard dollar per jaar om de ontwikkelingslanden te helpen bij milieuvriendelijke groei. Het moet hen tevens helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatsverandering. Maar er is nog geen duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen.

Het meest wezenlijke wat Durban heeft gedaan, is de klimaatbesprekingen aan de gang houden, maar de belangrijkste punten worden hete-aardappelgewijs voor ons uit geschoven naar 2020 en de afspraken blijven uitblinken in vaagheid. Dat staat haaks op de dringende noodzaak om nu krachtige maatregelen te nemen om de opwarming van het klimaat een halt toe te roepen.

Het gat van vijf gigaton
Voor de aanvang van Durban trok het United Nations Environment Programma aan de alarmbel. Volgens het UNEP wordt het sowieso al moeilijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2° C te houden. Zelfs als de afspraken van Kopenhagen volledig worden nageleefd, zou de wereldwijde uitstoot in 2020 49 gigaton CO2-equivalent bedragen, terwijl de uitstoot niet boven de 44 gigaton zou mogen uitkomen om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. In een business as usual-scenario kan de uitstoot tot 53 gigaton oplopen. Nu er pas bindende afspraken komen voor alle landen vanaf 2020, ‘zitten we definitief op het pad naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden’, liet Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in De Standaard optekenen, daarbij niet gehinderd door de eerder minimalistische klimaatdoelstellingen die de Vlaamse overheid er zelf op na houdt. Woorden zijn makkelijker dan daden, dat is alvast een van de lessen van Durban.

Belgen in Durban
Argus Actueel vroeg aan twee experts die in Durban (een deel van) de klimaatconferentie bijwoonden wat de conferentie heeft opgeleverd en hoe het nu verder moet. Karla Schoeters is programmacoördinator energie- en klimaatbeleid bij VITO. Thomas Bernheim werkt bij het Directoraat-Generaal Klimaatactie van de EU, waar hij zich bezighoudt met internationale emissierechten, lucht- en scheepvaart.

Hoe evalueert u de resultaten van Durban?
Karla Schoeters: ‘Ik maak een onderscheid tussen de resultaten en het proces. Het positieve is dat alle partijen het erover eens zijn dat het VN-proces naar emissiereductie moet worden voortgezet. Anderzijds zit ik met een wrang gevoel. De landen hadden nu iets moeten beslissen, maar ze zijn er niet uitgeraakt. De kans dat we onder de twee graden termperatuurstijging kunnen blijven, is vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken zo goed als onhaalbaar geworden. We zullen eerder naar drie graden en de bijbehorende effecten gaan. Maar als de onderhandelingen waren afgesprongen, zoals het er een tijdje heeft naar uitgezien, waren we nog veel verder van huis.’
Thomas Bernheim: ‘Durban vertoont één belangrijk verschil met vorige klimaatconferenties: er is nu een roadmap afgesproken die zou moeten leiden tot voor alle landen bindende akkoorden die in 2020 in voege zullen treden. Je kan stellen dat dat veel te laat is, maar dat betekent niet dat er voor 2020 niets zal gebeuren.’
Waarom is het zo moeilijk om overheden te overtuigen van de wetenschappelijk bewezen urgentie om nú iets te doen aan de CO2-uitstoot?
Karla Schoeters: ‘Dat zijn nu eenmaal de politieke beperkingen van het moment. De kortetermijn domineert over het langetermijngegeven. Het is ook nog altijd een kwestie van ieder voor zich. Wat me stoort is dat het uiteindelijk ook niet meer gaat over een reductie van de emissies, maar steeds meer over geld. Welke transfers van Noord naar Zuid kunnen er komen om adaptatie, technologie-overdracht en mitigatie te initiëren? De doelstelling van Kyoto was de reductie van broeikasgassen en het financiële aspect was daarbij een hulpmiddel. Nu lijkt geld een doel op zich geworden.’
Thomas Bernheim: ‘Er is een verschil tussen wat de wetenschap ons aanbeveelt en wat politiek haalbaar is. We stonden voor Durban veel verder van een akkoord dan erna. In dat opzicht is Durban zeker positief. Maar China kijkt de kat uit de boom, zeker zo lang het Amerikaanse Congres dwarsligt, waar je nog heel wat klimaatsceptici vindt.’
Wat zal er volgens u op emissiegebied nog gebeuren tussen nu en 2020?
Karla Schoeters: ‘Laten we niet vergeten dat er toch al heel wat maatregelen worden genomen, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden. China introduceert wel degelijk mitigerende maatregelen. We moeten blijven werken aan het bewustzijn dat de groene economie een enorme toegevoegde waarde heeft en een positieve economische impact. Wellicht zullen er eerder initiatieven ontstaan vanuit een lokale push dan vanuit VN-standpunt. De markten hebben nu ook het signaal gekregen dat emissiereductie op de agenda blijft staan en dat bedrijven niet kunnen wachten tot 2020 om de nodige stappen te zetten.’
Thomas Bernheim: ‘Het is niet omdat er nog geen internationale bindende afspraken bestaan dat er ondertussen niets gebeurt. In Australië is er zopas een systeem van emissiehandel aangenomen dat de emissies zal doen dalen, zij het onvoldoende. De EU zet door om tegen 2020 een emissiereductie van 20% te realiseren, in combinatie met een aandeel hernieuwbare energie van 20%. Het interne debat om verder te gaan dan deze doelstellingen zal opnieuw opflakkeren. De Chinezen bouwen hernieuwbare energie sterk uit. China zal de komende jaren bovendien een systeem van emissiehandel creëren in vier provincies en twee stedelijke agglomeraties. Mijn inschatting is dat China en andere landen pas internationaal bindende doelstellingen zullen aanvaarden wanneer ze er intern klaar voor zijn.’
Ligt hier een opportuniteit voor Europa om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van groene economie en groene groei?
Thomas Bernheim: ‘Europa heeft het voordeel dat het al een wetgeving heeft en de doelstellingen heeft gehaald. Het probleem is dat door de economische crisis de carbonprijs zo laag is dat er geen dynamische innovatie in technologie plaatsvindt en dat bijvoorbeeld in België subsidies worden afgebouwd die de langetermijndoelstelling ondersteunden.’

Gepubliceerd in Argus Actueel, 13/12/2011

Portefeuille Ingrid Ceusters

Ingrid Ceusters nam na het overlijden van haar man in 2007 de leiding over van het door hem opgerichte vastgoedbedrijf, gespecialiseerd in verhuur, verkoop en beheer van commercieel vastgoed. Met Shopping Center Management Services is ze actief in de ontwikkeling, exploitatie en het beheer van shopping centers.

 

Is beleggen in immobiliën volgens u een goede investering?

‘De term “immobiliën” is slecht gekozen. Vastgoed is de beste investering op lange termijn, op voorwaarde dat je het op een dynamische manier beheert. Onze privé-woning was een heel goede investering. Het is een aangenaam herenhuis in de stad, gekocht in volle stadsvlucht, tijdens de crisis van de jaren tachtig. Iedereen verklaarde ons gek, maar nu is iedereen op zoek naar een gelijkaardig pand om de kinderen met de bakfiets naar school te brengen. Op termijn kan het misschien een kangoeroewoning worden.’

Mogen we aannemen dat investeren in vastgoed bij u op één staat?

‘Toch niet. Ik investeer vooral in opleidingen, hoofdzakelijk voor mijn kinderen. Talen zijn enorm belangrijk. Onze kinderen hebben hun kandidaturen in Namen gedaan, daarna hebben ze in Duitsland gestudeerd. De oudste is vervolgens naar de VS getrokken om aan Duke University te studeren en de jongste doet zijn MBA in Shanghai. Het zijn ervaringen die hun wereld openen. Dat kost geld, maar ik investeer er graag in. Ik hou er ook van als mijn medewerkers cursussen en opleidingen volgen en weten wat er gebeurt in de wereld.’

Op welk rendement mikt u met uw vastgoedbeleggingen?

‘Ik ben meer geïnteresseerd in de meerwaarde op lange termijn dan op het kortetermijnrendement. Je moet je leven in de eerste plaats uitbouwen door de arbeid, vind ik. En alles wat er bijkomt, doe je tenslotte voor meer comfort of voor het nageslacht. Ik kies voor handelspanden, al is dat minder gunstig voor de fiscaliteit. In het residentieel vastgoed ben je als eigenaar te slecht beschermd, vind ik.’

Opmerkelijk is dat uw immobedrijf geen panden bezit, maar ze alleen beheert en verhuurt.

‘Je kan niet tegelijk rechter en partij zijn, dat is mijn dogma. Je moet een buffer vormen tussen de eigenaars – in ons geval vaak grote buitenlandse institutionele beleggers – en de huurders, en dat op een heel transparante, goed gestructureerde en neutrale manier. Een vastgoedbedrijf dat zelf panden in eigendom heeft, zal in tijden van crisis eerder geneigd te zijn het eigen vastgoed aan te bieden en daarop extra kortingen te geven.’

Is er al sprake van een heropleving op de kantoormarkt?

‘Nee, de kantoormarkt ligt erg moeilijk en zal ook moeilijk blijven, zeker in Brussel. Alleen in stationslocaties zit een geweldige toekomst. Omwille van het mobiliteitsprobleem zie je daar alle grote take-ups. De volgende stap zijn de groene gebouwen. Alleen is het de vraag wie de prijs van de vergroening zal dragen met zo’n kleine marktvraag. Er komen weinig nieuwe bedrijven bij, onze fiscaliteit is niet aanlokkelijk en grote centra als Londen, Parijs en Amsterdam zijn zeer nabij.’

Is er nog ruimte voor groei in de shoppingcenterwereld?

‘Zeker. Onze steden zullen de leisure centers blijven, de plekken waar het aangenaam is om te shoppen en een weekend door te brengen. Met onze demografie zullen ook fun shopping en run shopping in baanwinkels een steeds hogere vlucht kennen.’

Blijft immo Hugo Ceusters weg van residentieel vastgoed?

‘Zeer tot mijn spijt wel, al zou ik dat op mijn oude dag wel graag doen. De residentiële markt functioneeert volgens een heel ander tijdschema, met veel avond- en weekendwerk, en een andere deontologie. Je werkt niet alleen op rendabiliteit, maar ook op emotionaliteit. Uit menselijke interesse en uit liefde voor mooie huizen zou ik ooit graag residentieel vastgoed aanbieden, maar dan via een aparte entiteit.’

 

BESTE INVESTERING

‘Opleidingen. Voor mijn kinderen, mezelf en mijn medewerkers. Het is een enorme upgrading voor iedereen, en het is niet erg als het rendement niet meteen zichtbaar is.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Tegen beter weten in heb ik me destijds een beetje gewaagd aan Lernout & Hauspie, omdat ik de spraaktechnologie zo fantastisch vond. Het ging om een klein bedrag, maar ik was alles kwijt.’

 

Verschenen in De Standaard op 16 mei 2011