Kroniek van een aangekondigde klimaatramp

De door de mens veroorzaakte klimaatverandering is volop bezig en de mogelijke gevolgen kunnen erger zijn dan tot nog toe werd aangenomen. Maar we kunnen de risico’s en de gevolgen sterk inperken door nu juist te handelen, zegt het nieuwe klimaatrapport van het IPCC.

Het nieuwe rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change doorploegt zoals vanouds de meest recente wetenschappelijke literatuur om te doorgronden welke impact de klimaatverandering nu al heeft en wat we voor de toekomst kunnen verwachten. De Nederlandse doctor in de Klimaatwetenschappen Maarten van Aalst is directeur van het Rode Kruis klimaatcentrum en mede-auteur van het rapport. ARGUSactueel skypete hem in het Japanse Yokahoma net na het verschijnen van het IPCC-rapport op maandag 31 maart.

Mogen we het rapport in één zin samenvatten als: de wereld ondervindt nu al veel negatieve gevolgen van de klimaatverandering en het wordt nog veel slechter, tenzij we zo snel mogelijk ingrijpende maatregelen nemen?
Maarten van Aalst: 
“Daar kan ik helemaal achter staan. De te nemen maatregelen kan je onderscheiden in twee soorten. Van de ene kant zal de klimaatverandering zich blijven doorzetten en kunnen we de gevolgen daarvan aanpakken met bestaande middelen: betere early warning-systemen, slimmer omgaan met water en zo voort. Voor wat betreft de periode na 2050 moeten we nu werk maken van mitigatie – het terugdringen van broeikasgassen – omdat we anders in een situatie komen waarin de problemen echt uit de hand lopen.”

Wat is er veranderd in de zeven jaar sinds het vorige IPCC-rapport?
Maarten van Aalst: 
We kunnen veel helderder zijn over de menselijke invloed op het klimaat, met name op variabiliteit en extremen. Tien jaar geleden zagen we klimaatverandering als iets dat over een eeuw een aantal eilanden onder water zou zetten. Nu kunnen we al zeggen dat bijvoorbeeld de verhoogde zeespiegel heeft bijgedragen aan de ernst van de stormvloed van november 2013 in de Filippijnen. Ook de doden van de West-Europese hittegolf van 2006 en de voedselschaarste in Afrika zijn deels door de klimaatverandering veroorzaakt.”

Net als in de vorige rapporten is het duidelijk dat net de meest kwetsbare mensen de gevolgen van de klimaatverandering het hardst ervaren.
Maarten van Aalst:
 “Klopt, en het is belangrijk daarbij aan te stippen dat het niet alleen gaat over de mensen in arme landen, maar ook arme en kwetsbare mensen in de ontwikkelde landen, zoals de ouderen en zieken die sterven door een hittegolf. Soms zijn de oplossing heel simpel, zoals oma even bellen in het rusthuis en vragen of ze een paar glazen water heeft gedronken. Maar je moet er wel alert voor zijn.”

Hoe speelt een organisatie als het Rode Kruis en de Rode Halve Maan in op de toenemende klimaatdreiging voor de meest kwetsbaren?
Maarten van Aalst:
 “We zijn al langer bezig om onze aandacht te verleggen van het leveren van de best mogelijke hulp na een ramp naar het steeds beter trachten in te schatten waar rampen zullen plaatsvinden en ze proberen te voorkomen, net zoals dit rapport voorschrijft. We leggen ons er bijvoorbeeld op toe om mensen de juiste informatie op het juiste moment te bezorgen, wat in de Filippijnen bijvoorbeeld veel slachtoffers had kunnen vermijden. Dat kunnen we natuurlijk niet in ons eentje, dus we zoeken veel samenwerking, met regeringen en meteorologische diensten bijvoorbeeld.”

In het verleden heeft de mens zich met wisselend succes aangepast aan de (natuurlijke) klimaatschommelingen. Wat is er nu anders?

Maarten van Aalst: “In een bepaald opzicht is het niet echt anders: we zijn ons al aan het aanpassen en dat kost moeite, net zoals dat in het verleden ook het geval was. Maar naarmate de klimaatverandering sneller verloopt en onze systemen kwetsbaarder zijn, wordt het nog moeilijker. In het verleden zijn mensen verhuisd na enorme overstromingen. Dat is een voorbeeld van een succesvolle aanpassing, maar één met grote gevolgen. We willen het liefst in een stabiele maatschappij leven met een mate van zekerheid over onze toekomst en de klimaatverandering ondermijnt die wens. Als een boer in een ontwikkelingsland met een misoogst wordt geconfronteerd, zal hij geen geld meer hebben om zijn kinderen naar school te sturen en komt hun toekomst op de helling te staan. De mens is goed in adaptatie, maar met sneller opeenvolgende rampen wordt het wel erg moeilijk.”

Wat kan de overheid doen?
Maarten van Aalst: 
“Na de taifoen Hayian heeft de Filippijnse overheid besloten om in een aantal kwetsbare gebieden niet meer te laten bouwen. Dat is precies wat we willen, van te voren proberen een volgende ramp te voorkomen. Maar je moet ook rekening houden met de verborgen kosten van zulke aanpassingen, bijvoorbeeld wanneer je mensen 15 km verhuist en ze moeten terug hun leven en hun zaak opbouwen. Ook dat soort kosten neemt hand over hand toe.”

De komende 85 jaar zijn vooral de laaggelegen kustgebieden bedreigde zones. Geldt dat ook voor de Belgische en Nederlandse kustgebieden?
Maarten van Aalst: 
“Het rapport laat zien dat wij in vergelijking met gebieden als Bangladesh goed beschermd zijn. De Lage Landen vormen een bewijs dat we ons kunnen aanpassen aan de dreiging, mits je de middelen hebt en ze ook juist inzet. Anderzijds zal de kustbescherming steeds meer geld opslokken en de rivierafvoer zal variabeler worden met nu en dan hogere pieken – lastig om af te voeren met een hogere zeespiegel. De landbouw zal rekening moeten houden met periodes van droogte en hittegolven. We moeten in die periodes ook extra aandacht hebben voor de kwetsbare mensen in de steden. Als je je bewust bent van risico’s en over de nodige middelen beschikt, kan je er ook tegen wapenen.”

We mogen ons dus voor één keer op de borst kloppen?
Maarten van Aalst: “Toch niet helemaal. Met name Nederland heeft in de afgelopen elf jaar twee keer in de top-10 gestaan van de dodelijkste wereldrampen, vanwege de hittegolven van 2003 en 2006. We hadden tot 2006 geen hitteplan omdat we de risico’s onvoldoende in kaart gebracht hadden. De risico’s die niet met technologie maar eerder met het functioneren van het sociaal weefsel te maken hebben, blijken moeilijker te beheersen.”

Op welke plekken op de wereld zijn de potentiële gevolgen van de klimaatverandering het ergst?
Maarten van Aalst: 
“Dat zijn per definitie de gebieden met de armste mensen, voor wie het het moeilijkst is om weer recht te klauteren nadat ze een klap hebben gekregen. Met name in de arme landen van Afrika die nu al op de rand zitten van beschikbaarheid van water, de gebieden met voedselschaarste, zoals de Sahel en de Hoorn van Afrika. Daarnaast de laaggelegen gebieden: wat betreft aantallen mensen die getroffen kunnen worden zijn dat in het bijzonder de grote delta’s in Azië. Trouwens niet alleen de armste landen zoals India en Bangladesh, maar ook Bangkok kan zoals we gezien hebben getroffen worden door zware overstromingen.”

De oorzaken van de klimaatverandering zijn bekend, de mogelijke gevolgen worden steeds duidelijker. We weten wat we kunnen doen om de impact te beperken en onze veerkracht te verhogen. Bent u optimistisch over de toekomst?
Maarten van Aalst: “Ik vind het over het geheel genomen een optimistisch rapport. Toegegeven, de risico’s stijgen en dat is lastig. Maar uit het rapport blijkt ook duidelijk dat er veel mogelijkheden zijn om de risico’s goed te beheren. Het is een roep om actie. Er moet iets gebeuren of de risico’s lopen uit de hand, maar we zijn niet machteloos. Waar ik me wel zorgen over maak, is de tweede helft van de eenentwintigste eeuw. De mens is over het algemeen niet zo heel goed in het nemen van beslissingen wanneer de positieve gevolgen zich pas veel later voordoen. We moeten ons dus nu afvragen welke wereld we willen nalaten aan onze kinderen en kleinkinderen. We zien dat er vanaf 2050 een aantal grote risico’s aanzienlijk beginnen toe te nemen. Hoeveel van die risico’s zijn we bereid te nemen? Kunnen we leven met 50% kans dat de Groenlandse IJskap afsmelt, waardoor de zeespiegel in de loop van de komende eeuwen met 7 meter stijgt? Sommigen zullen zeggen: je hebt ook 50% kans dat het goed komt. Dat zijn afwegingen waarvan we ons bewust moeten zijn als samenleving en waarover we het politieke debat moeten voeren.”

Kan je een en ander ook in kosten uitdrukken: als we nu zoveel miljard euro uitgeven, dan besparen we op termijn zoveel miljard?
Maarten van Aalst: 
“De schatting van de negatieve gevolgen van de temperatuurstijging met 2 °C loopt in de orde van grootte van 0,2 tot 2% van het wereld-BBP. Maar dat is een vrij gevaarlijk getal, omdat het alleen de zichtbare kosten in beeld brengt en geen onweegbare dingen zoals het verlies aan biodiversiteit. Wat kost het dat de armen armer worden en de rijken rijker? Als je het allemaal bij mekaar optelt, maakt het misschien niet uit voor het BBP, maar vinden we het ook acceptabel? Nu, dit zijn slechts de kosten van de klimaatverandering die we niet meer kunnen vermijden. Een gemiddelde temperatuurstijging in de richting 2°C zit al ingebakken vanwege wat we in het verleden hebben uitgestoten en wat we nog zullen uitstoten zelfs als we heel agressief de uitstoot terugdringen. De vraag die we ons moeten stellen is wat de extra kosten zijn als we de uitstoot niet verder terugdringen. Die schattingen zijn veel lastiger omdat de kosten pas optreden als de wereldtemperatuur met 2 °C is gestegen, ten vroegste rond 2050. We weten niet hoe de maatschappij er zal uitzien en we hebben ervoor gekozen om alleen heel zekere schattingen op te nemen. Maar we zijn er wel heel duidelijk over dat er in dat geval heel grote risico’s zullen optreden waaraan heel hoge kosten verbonden zijn.”

 

Verschenen in Argus Actueel op 31 maart 2014