De klik: Nick Hannes

Op zoek naar het toeval

 

De reizen van Nick Hannes door de voormalige Sovjet-Unie, China en Mongolië, die resulteerden in het fotoboek Red Journey, veranderden zijn manier van fotograferen en gaven een nieuwe wending aan zijn carrière.

 

Op de foto die Nick heeft uitgekozen om zijn kantelmoment te illustreren, zien we een nepeiland in de Oekraïense Krim, meer bepaald in de kuuroordstad Yevpatorija. Een eiland dat door een plaatselijke fotograaf is voorzien van plastic palmbomen en een schildpad, om als stand-in te dienen voor exotischer en onbetaalbaarder bestemmingen. ‘Ik heb me door de strandfotograaf van dienst laten portretteren op de schildpad’, vertelt Nick Hannes. ‘Vervolgens ben ik een paar uur op die plek blijven wachten tot er iets gebeurde. Het is een fascinerend landschap: de zee is het prachtigste decor dat er bestaat. Na een tijdje verschenen er een aantal passanten die elkaar blijkbaar niet kenden. Op een bepaald moment zaten ze alle drie op de rots, kwamen er een paar honden bij en begonnen twee van de mensen te telefoneren. Zo krijg je een ironisch tafereeltje van aangespoelde drenkelingen die om hulp bellen. Het is niet toevallig een van de laatste beelden in het boek geworden. Een foto met een metaforische betekenis die niet direct journalistiek te duiden is, maar een meer universele taal spreekt. Veel mensen vragen het me, maar nee, de foto is helemaal niet geënsceneerd. Net zoals alle foto’s uit mijn boek is ze geplukt uit de realiteit. Ik zoek het toeval op, ik laat het toeval toe. Dat kan door mijn favoriete actieradius op te zoeken, de rand van een stad, en te kijken en geconcentreerd te zijn. Ik heb het weleens “geconcentreerd rondhanggedrag” genoemd.’ Waarbij de fotograaf als het ware onzichtbaar wordt. ‘Van als de mensen op de foto beseffen dat ik hen fotografeer, is het om zeep,’ zegt Nick.

Wat is het grote verschil met zijn vroegere werk? ‘Door mijn reizen voor Red Journey ben ik weggedreven van de fotojournalistiek’, zegt Nick Hannes. ‘Dat was geen bewuste keuze, het is vanzelf zo gegaan. Voordien maakte ik korte, intense reizen van een week of twee waarop ik rond één thema werkte. Nu was ik een jaar lang onderweg, waardoor mijn blik anders werd. De beelden roepen nu meer het gevoel van een reiziger op, een passant, een observator, iemand die op de achtergrond blijft. Een foto als deze heeft zo goed als geen informatiewaarde, maar net daarom krijg je iets dat veel vrijer interpretabel en universeler is.’ Zo wordt de foto mogelijk een zinnebeeld voor het toegenomen individualisme in het post-communistische tijdperk. De exotische idylle van het kapitalisme is een sprookje gebleken, geïllustreerd door een surrogaateiland met plastic palmbomen. Op een nog universeler niveau wordt de mythe van het onbewoonde eiland doorprikt door de tragikomische sfeer tussen de aangespoelde strandwandelaars.

Vandaag noemt Nick Hannes zich niet langer fotojournalist maar documentair fotograaf. ‘Dat betekent voor mij dat ik een vorm van subjectieve fotografie beoefen. Een soort fotografie die zeker niet de waarheid in pacht wil hebben, want daar geloof ik niet in. Een goede documentaire fotograaf toont zijn eigen standpunt en voegt iets toe aan de realiteit die hij fotografeert. Ik kies steeds meer voor zeer klassieke foto’s, van op ooghoogte gemaakt, met groothoek, zonder speling met scherptediepte, zonder telelenzen en zonder opdringerige ingrepen, buiten het kiezen van een beeldkader dan. Meer en meer voel ik me aangetrokken tot de grootformaatfotografen met hun technische camera, en ik overweeg ernstig om er ook een in huis te halen en nog geconcentreerder en trager te gaan werken. Fotografen die ik bewonder zijn Nadaf Kander, Simon Roberts, Mitch Epstein. Ook Carl De Keyzer is nog altijd een groot voorbeeld. Ik besef dat ik met de technische camera aan spontaneïteit zal inboeten, maar dat is een onderzoek dat ik wel wil voeren.’

Sinds zijn terugkeer uit het voormalige Oostblok loopt Nick niet langer mee in de dagelijkse ratrace van de kranten- en magazinefotografen. Hij wordt nu beschouwd als een fotograaf-auteur en is in staat om vrijwel uitsluitend zijn eigen projecten uit te voeren. Zijn fotoportfolio’s verkoopt hij aan oude klanten als Knack en nieuwe als de Volkskrant en Le Monde 2 – ‘Tien keer beter betaald dan in België, dat maakt meerdere maanden goed’, zegt Nick. Maar zijn basisinkomen haalt hij ondertussen uit een onderwijsopdracht als gastdocent voor de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent. ‘Lange tijd heb ik de boot van het onderwijs afgehouden, maar ik heb er geen spijt van dat ik uiteindelijk heb toegehapt. Het houdt me fris om met de studenten bezig te zijn, ik leer veel bij van mijn collega’s en het past in mijn carrièreswitch naar een meer kunstzinnige fotografie.’

www.nickhannes.be

 

Groepstentoonstellingen

In de marge (nog tot 4/9/2011)

Museum Dr. Guislain, Gent

www.museumdrguislain.be

 

Beyond the document (nog tot 25/9/2011)

Bozar, Brussel

www.bozar.be

De klik: Eric Kroll

Alle goede kunst ontspruit uit lust’

Mede dank zij de Taschen-titels Eric Kroll’s Beauty Parade en Fetish Girls is de Amerikaanse fotograaf Eric Kroll misschien wel de bekendste fetisj-fotograaf.

Wanneer we Kroll vragen welke foto een cruciale rol speelde in zijn werk, stuurt hij er drie door. Een paar mails later bomen we over deze dooor.  ‘Deze foto vormde een keerpunt in mijn carrière’, vertelt Kroll. ‘Ik was 44 en een redelijk onopvallende fotojournalist die werkte voor The New York Times, Der Spiegel en een paar andere bladen. Het was een late namiddag ergens in 1988, in mijn studio op 28th Street en Park Avenue in Manhattan. De zon scheen door de ramen aan de noordkant. Op de foto zie je mijn vrouw, Lynka, op een witte barkruk. Die leren string met open rug had ik geleend van mijn buurvrouw, de vroegere porno-actrice en latere fotografe Annie Sprinkle. Mijn vrouw was het gewoon om naakt te poseren, maar op een meer conventionele manier. Deze keer wisten we allebei dat we mijn diepste seksuele interesses aan het verkennen waren. Ik vroeg Lynka een onderdanige houding aan te nemen. Ik wilde dat ze er beschikbaar uitzag.’ De foto werd gemaakt met een Hasselblad en een 80 mm-lens, weet Kroll nog.

‘Toen ik de Kodak Tri-X ontwikkeld had, besefte ik dat ik gevonden had wat ik mijn hele leven had gezocht: krachtige seksuele beelden die niet pornografisch zijn. Foto’s die alle elementen bevatten van het werk van mensen als Irving Klaw en Lenny Burtman.’ Irving Klaw (1910-1966) was een van de prille fetisj- en bondagefotografen, die vijf jaar lang intensief met Bettie Page samenwerkte. Lenny Burtman (1921-1994) was fotograaf en uitgever van het fetisjistische Exotique Magazine. Wie waren de andere grote voorbeelden van Kroll? ‘Helmut Newton natuurlijk. Alleen al vanwege de kwaliteit van zijn zwart-witnegatieven, de kracht en directheid van zijn compositie. De meeste erotische fotografen hebben geen benul van mode. Ik werd ermee grootgebracht. Smaak is heel belangrijk. Veel erotische fotografen willen alleen maar tieten en konten zien. Ik hou ervan om een foto aan te kleden met verwijzingen naar de kunstgeschiedenis, om een hommage te brengen aan iemand als Man Ray. Tegelijk vind ik het ook nodig om een zekere mate van absurditeit aan mijn beelden toe te voegen, iets dat ik geleerd heb van de Koreaanse videokunstenaar Nam June Paik, met wie ik in de jaren tachtig en negentig samenwerkte in New York.

Het is één ding om je fantasieën uit te leven in een fotoshoot met je geliefde. Het is iets helemaal anders om ze ook te publiceren – maar niet voor Eric Kroll. ‘Ik wou altijd al dat mijn werk gepubliceerd werd’, stelt hij. ‘Net zoals Duane Michals van jongs af aan gefascineerd was door fotoboeken, had ik hetzelfde met softcore blootbladen. Dat was waarin ik wou publiceren. In het begin was ik bang om foto’s te maken waarop een vagina te zien was, en het was niet makkelijk om in 1988 een blad te vinden dat bereid was niet-expliciete maar toch erotische beelden af te drukken, maar ik vond er toch twee. De vrouwelijke hoofdredacteur van High Heeled Women hield van mijn krachtig zwart-witwerk. Het andere blad was Leg Show, waarvan Dian Hanson de leiding had.

 

Onder de toonbank

Eric Kroll stamt nog uit een tijd waarin ‘dirty pictures’ onder de toonbank werden verkocht. Vandaag zijn fetisjisme, sm en bondage alomtegenwoordig: in de mode, in videoclips. Wat vindt hij daarvan? ‘Ik heb natuurlijk zelf bijgedragen tot het mainstreamen van fetisjisme, maar de mensen herkennen over het algemeen de subtiliteit van erotica niet en gooien ons allemaal op een hoopje met de pornografen’, klaagt Kroll. ‘Ik vond het veel beter toen je nog jewels (foto’s) onder de toonbank kon kopen in sommige sekswinkels op Time Square. Die tijden zijn lang voorbij, en ik betreur dat. Net als Benedikt Taschen (de stichter van de gelijknamige uitgeverij, red.) maak ik geen onderscheid tussen lage en hoge kunst. En ik ben het eens met Marcel Duchamp die stelde dat alle goede kunst ontspruit uit lust.’

Vandaag woont de progressief Eric Kroll in wat hij zelf omschrijft als de ‘conservative backward fucked up state of Arizona’, waar hij aan de kost komt met het runnen van de website Fetish-USA. Net zoals zijn voorbeeld Irving Klaw zijn werk via postorder verkocht, kan je nu Krolls foto’s tegen betaling bekijken of de prints thuis laten afleveren. Over zijn meest recente werk zegt Eric Kroll: ‘Voor de eerste keer in mijn leven heb ik een relatie met een vrouw van mijn eigen leeftijd, en we maken fantastische erotische foto’s.’

 

Het meisje in de cirkel

De Italiaanse fotojournalist Francesco Zizola (°Rome, 1962) schreef al acht World Press Photo Awards op zijn naam, waaronder de World Press Photo of the Year in 1996. Hij publiceerde vijf fotoboeken en is mede-oprichter van het in Amsterdam gevestigde foto-agentschap NOOR. Voor De Klik koos hij deze foto.

Als een van de eerste West-Europese journalisten bracht Francesco Zizola verslag uit van de gevolgen van de milieuvervuiling rond het Aralmeer, een van de verschrikkelijkste door de mens veroorzaakte milieurampen van onze tijd. ‘De gezondheid van de mensen die wonen rond het Aralmeer, ooit een van de grootste meren ter wereld, lijdt nog altijd onder het overmatig gebruik van pesticiden bij de katoenproductie’, legt Zizola uit. ‘Kinderen die er geboren worden hebben massaal last van misvormingen en leukemie.’

Pas in 1997 sijpelde nieuws over deze problematiek door naar het Westen en Zizola reisde er naar toe. ‘De magazines die ik op voorhand contacteerde, waren niet zwaar onder de indruk van het verhaal. Dus besloot ik de reportage met eigen middelen te financieren. Uit ervaring weet ik dat het achteraf altijd wel lukt om de beelden te verkopen.’

Wat zien we precies op dit meestershot? ‘Deze foto toont twee zussen op de speelplaats van een school voor kinderen met een zware handicap’, zegt Francesco. ‘Het rechtse meisje deed de hele tijd alsof ze me niet zag, de andere keek me wel aan. Het beeld met één meisje in de cirkel gevormd door een onderdeel van een speeltuig en de andere erbuiten, heeft iets mysterieus. Je kan heel wat symboliek uit dit beeld puren, niet alleen over dit specifieke verhaal, maar over fotografie in het algemeen. Hoe kadreert de fotograaf? Wat neemt hij in het vizier en wat laat hij erbuiten? Wat geeft hij betekenis en wat niet? Dat is een heel belangrijke verantwoordelijkheid, met name voor de fotojournalist.’

Hoe kwam de foto tot stand? ‘Toeval speelt altijd een rol bij fotografie’, zegt Francesco, ‘Maar als fotograaf moet je het toeval ook een handje helpen. Het oude speeltuig op de speelplaats trok me onmiddellijk aan vanwege zijn ongewone vorm. Vervolgens was het een kwestie van wachten tot de meisjes zich precies in de juiste positie bevonden, en afdrukken.’

Later trokken andere journalisten ter plaatse, het schandaal van het geslonken Aralmeer en zijn vervuilde omgeving kreeg internationale weerklank. Hulporganisaties zorgden ervoor dat de lokale bewoners terug beschikking kregen over drinkbaar water. Is dat het ultieme doel van Zizola, de wereld veranderen? ‘Fotografen kunnen de geschiedenis niet veranderen’, zegt hij. ‘We kunnen wel kiemen van een andere visie bij de mensen zaaien, de mensen beter bewust maken van de realiteit. Een van de foto’s die mij voor fotografie heeft doen kiezen, is het beeld van de jonge Kim Phúc, gemaakt door Nick Ut na een napalmbombardement in Vietnam. Een beeld dat de oorlog niet gestopt heeft, maar wel de publieke opinie beïnvloed. Misschien veranderen mijn foto’s niets of maar heel weinig, maar zelfs als het heel weinig is, zou ik daar al heel blij mee zijn. Zo heb ik ooit een vrouw ontmoet die een Braziliaans kindje had geadopteerd nadat ze een reportage van mij had gezien over Braziliaanse straatkinderen. Een bewijs dat fotografie af en toe kleine dingen in beweging kan zetten.’

De rode draad in de carrière van Francesco Zizola is focussen op het dagelijks leven van kinderen over heel de wereld. De sterkste foto’s uit dit van 1991 tot 2004 lopend project werden gepubliceerd in het boek Born Somewhere. Waarom kinderen? ‘Door de realiteit van kinderen in beeld te brengen, wou ik de mensen bewust maken van de nabije toekomst van de wereld. Het was een manier om belangrijke onderwerpen aan te snijden, zoals het milieu, oorlog, discriminatie, gezondheid, aids, malaria. Want hoe we met onze kinderen omgaan, vertelt ons hoe onze toekomst er zal uit zien – zonder dat ik daar overigens een moreel oordeel over vel.’

Na jaren in zwart-wit gewerkt te hebben, is Zizola nu een fervent kleurenfotograaf. ‘Omdat we nu dank zij de digitale technologie zo ver zijn dat je als fotograaf controle hebt over je eindproduct. Hoe het rood eruit ziet, is niet langer een kwestie van welke film je gebruikt, maar van jouw keuze. Als ik deze foto opnieuw mocht maken, zou ik waarschijnlijk voor kleur kiezen. De kleuren van de hemel daar, vol donkere wolken: ik denk dat dat ook wel zou werken. Maar dat is niet zo’n belangrijke kwestie – de echte magie van een foto zit hem altijd in de afgebeelde personages.’

www.zizola.com

Verschenen in Focus, april 2011