Wat de geschiedenis ons leert over klimaatverandering

Van 6 tot 9 mei is prof. em. Brian Fagan in het land, een archeoloog en een wereldautoriteit over de geschiedenis van klimaatsverandering. Fagan verzorgt niet minder dan vier verschillende lezingen op die vier dagen (en één besloten sessie voor de Vlaamse MilieuMaatschappij). ARGUS belde hem thuis in Californië voor een voorproevertje.

Klimaatverandering heeft altijd al een invloed gehad op de menselijke beschaving, de landbouw en de economie. Wat is de belangrijkste les die we kunnen leren uit het verleden?
Brian Fagan: “De belangrijkste les is dat we nu veel kwetsbaarder zijn dan ooit tevoren, omdat er zoveel meer mensen op de wereld zijn. Steden als Miami en Amsterdam die amper boven de zeespiegel uitsteken, of er zelfs onder liggen, zijn uiterst kwetsbaar. In vroegere beschavingen telde een stad misschien 5.000 mensen en was het makkelijker om ze te verhuizen. Dat is nu vaak geen optie.
Een voordeel is dat we betere technologie hebben dan ooit tevoren en beter kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren. Maar in vergelijking met de Lage Landen is de situatie elders beangstigend, niet alleen in een land als Bangladesh, maar ook voor een stad als Shanghai. We moeten ons dringend beraden over de vraag hoe we tientallen miljoenen mensen kunnen verplaatsen, want het land waar zij wonen, dreigt onder de zeespiegel te verdwijnen. Ze worden trouwens niet alleen bedreigd door de stijging van het zeeniveau, maar ook door orkanen en ander extreem weer.”

U beschouwt droogte als een nog grotere bedreiging dan overstromingen. Wat verwacht u van de komende eeuw?
Brian Fagan: 
“We zullen ons eerst en vooral moeten bezighouden met het recycleren van water en het beperken van het watergebruik. In het licht van de dreigende tekorten aan drinkwater, moeten we het menselijk gedrag veranderen. Dat gebeurt nu al. Los Angeles is bijvoorbeeld bezig met het opvangen van regenwater om watervoerende lagen terug aan te vullen. Ook de recyclage van water zoals in Singapore kan tot navolging strekken.”

Klimaatverandering heeft in het verleden niet alleen negatieve, maar ook positieve effecten gehad. Geldt dat ook voor de toekomst?
Brian Fagan: “Zeker wel. We zijn geneigd om vooral te focussen op dreigende rampen en apocalyptische toestanden, maar er zijn ook voordelen. Het ziet er bijvoorbeeld goed uit voor de landbouw in Canada. Je krijgt eigenlijk een herverdeling van plekken waar voedsel wordt gekweekt. Voor het Amerikaanse Zuid-Westen is dat slecht nieuws, want daar zullen we met grote droogtes te kampen krijgen. Een constante is dat de geschiedenis zich herhaalt. De tsunami van vorig jaar in Japan is voorafgegaan door vele andere. Ook Europa is in het verleden door tsunami’s getroffen, zoals uit geologisch onderzoek blijkt.”

Waarom vergeten we zo makkelijk de klimaatrampen uit het verleden?
Brian Fagan: “Waarom kunnen mensen zo moeilijk geloven dat er ooit een watertekort zal zijn? Ze draaien de kraan open en er stroomt water uit. Ze staan er niet bij stil waar het water vandaan komt. Ook met orkanen en tornado’s zie je dat patroon van ontkenning. Soms grijpt de mens wel in ten gevolge van een catastrofe, of verhuizen mensen, maar al te vaak verkiezen we te vergeten.”

Waarom is de wereld meer bezig met temperatuurstijging dan met watertekort, terwijl dat laatste volgens u een groter probleem is.
Brian Fagan: “Temperatuursveranderingen spreken meer tot de verbeelding, omdat we ze associëren met ijstijden. Het omgekeerde, toenemende temperaturen, zijn we gaan associëren met smeltend ijs en stijgend zeeniveau. Allemaal veel dramatischer klinkend dan droogte. Toch kan je er niet omheen: stijgende wereldtemperaturen betekenen onvermijdelijk meer droogte op veel plekken. Een moeilijk probleem om te verkopen in de media, helaas.”

Hoe kunnen we de dreigende droogte bekampen?
Brian Fagan: “Als we de geschiedenis van water overschouwen, valt het op dat alles fundamenteel veranderd is in de laatste tweehonderd jaar, door de industriële revolutie en het gebruik van fossiele brandstoffen. Dat gaf de mens de kans om water uit diepere aquifers of watervoerende lagen op te pompen. Het is trouwens niet toevallig dat de geschiedenis van water oppompen begint met het leegpompen van steenkoolmijnen.
Zo lang de mens alleen afhankelijk was van de zwaartekracht om aan water te geraken, leefde er een bewustzijn dat de watervoorraad beperkt was. In oude beschavingen werd water met veel meer respect behandeld. De religieuze connotaties van water gaan tienduizenden jaren terug. Rituelen brachten de mensen respect voor water bij. Maar bij de Grieken en de Romeinen werd water een product net als alle andere.”

“Het grootste probleem is dat de mens te weinig op lange termijn denkt. Een van de redenen waarom ik er echt naar uitkijk om naar België te komen, is dat België en Nederland de waterhuishouding op de lange termijn bekijken. Dat geeft jullie een een enorm voordeel. In vergelijking met wat jullie doen, zijn de maatregelen van Japan tegen tsunami’s een lachertje.”

Vanuit wereldperspectief gezien: welke evoluties stemmen u hoopvol en wat maakt u bezorgd?
Brian Fagan: “Zorgwekkend is het feit dat er nog altijd mensen zijn die klimaatverandering ontkennen. Hoopgevend vind ik het feit dat meer en meer mensen zich bewust worden van de water- en droogteproblematiek en beseffen dat je dit moet aanpakken vanuit een langetermijnperspectief. Al moet ik daarbij opmerken dat we nog te veel aan onszelf denken en te weinig aan onze kleinkinderen. Positief is voorts het feit dat de wetenschap het klimaat beter begrijpt dan ooit tevoren. Maar de belangrijkste les die de geschiedenis ons kan leren, is het feit dat we mensen zijn, homo sapiens, een slimme soort die in staat is om te denken, te plannen, te innoveren en oplossingen te zoeken zoals geen enkel ander dier dat kan. Ja, er zullen verschrikkelijke rampen plaatsvinden en er zullen vele doden vallen, maar we zullen kunnen improviseren en voortleven zoals we dat altijd hebben gedaan. De grote uitdaging bestaat erin dat we met meer mensen zijn dan ooit tevoren en dat de problemen groter zijn dan ooit tevoren. Ben ik optimistisch? Ja. Ik denk dat we, ondanks de vele slachtoffers, uiteindelijk zullen overleven als mensheid.”

Verschenen in Argus Actueel op 26/4/12

Durban: historische doorbraak of een gemiste kans?

De reacties op de klimaattop in Durban lopen sterk uiteen. Wat is er nu eigenlijk verwezenlijkt en wat brengt de toekomst? We vroegen het aan twee experts die in Durban de klimaatconferentie bijwoonden.

De Zuid-Afrikaanse minister Maite Nkoana-Mashabane had het in haar slotwoord in Durban over een historisch akkoord. Het valt te vrezen dat de geschiedenisboeken haar gelijk zullen geven. ‘Het grootste doemscenario dat inhield dat de onderhandelingen zouden afspringen, is vermeden,’ zegt Karla Schoeters van VITO. ‘Maar anderzijds volstaan de huidige afspraken niet om de opwarming van het klimaat onder de 2° C te houden, terwijl 2° eigenlijk ook al te veel is.’

Dit zijn de belangrijkste afspraken van de top van Durban:

– Er is uitzicht op een mogelijk tweede doelstellingsperiode onder het Kyoto-protocol. Het probleem van de overtollig toegekende rechten, de duur van de doelstellingsperiode en de hoogte van de doelstellingen moeten tegen volgend jaar beslecht worden. Canada, Rusland en Japan stappen niet mee in Kyoto bis. China, India en de VS blijven als vanouds buitenstaanders. De VS en de meeste groeilanden (waaronder China) engageren zich tot 2020 dus enkel op vrijwillige basis (niet-bindend) tot emissiedaling.
– Er is een afspraak om een ‘Mondiaal akkoord’ te sluiten waarin alle landen gelijk zullen zijn voor de wet, ook de ontwikkelingslanden. Dit verdrag zou tegen 2015 rond moeten zijn en in 2020 in voege treden en zou een opvolger kunnen worden van het Kyoto-protocol.
– Het Groen Klimaatfonds treedt vanaf 2020 in werking, met een waarde van 100 miljard dollar per jaar om de ontwikkelingslanden te helpen bij milieuvriendelijke groei. Het moet hen tevens helpen zich aan te passen aan de gevolgen van klimaatsverandering. Maar er is nog geen duidelijkheid over waar dat geld vandaan moet komen.

Het meest wezenlijke wat Durban heeft gedaan, is de klimaatbesprekingen aan de gang houden, maar de belangrijkste punten worden hete-aardappelgewijs voor ons uit geschoven naar 2020 en de afspraken blijven uitblinken in vaagheid. Dat staat haaks op de dringende noodzaak om nu krachtige maatregelen te nemen om de opwarming van het klimaat een halt toe te roepen.

Het gat van vijf gigaton
Voor de aanvang van Durban trok het United Nations Environment Programma aan de alarmbel. Volgens het UNEP wordt het sowieso al moeilijk om de temperatuurstijging van de aarde onder de 2° C te houden. Zelfs als de afspraken van Kopenhagen volledig worden nageleefd, zou de wereldwijde uitstoot in 2020 49 gigaton CO2-equivalent bedragen, terwijl de uitstoot niet boven de 44 gigaton zou mogen uitkomen om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. In een business as usual-scenario kan de uitstoot tot 53 gigaton oplopen. Nu er pas bindende afspraken komen voor alle landen vanaf 2020, ‘zitten we definitief op het pad naar een temperatuurstijging van meer dan 3 graden’, liet Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) in De Standaard optekenen, daarbij niet gehinderd door de eerder minimalistische klimaatdoelstellingen die de Vlaamse overheid er zelf op na houdt. Woorden zijn makkelijker dan daden, dat is alvast een van de lessen van Durban.

Belgen in Durban
Argus Actueel vroeg aan twee experts die in Durban (een deel van) de klimaatconferentie bijwoonden wat de conferentie heeft opgeleverd en hoe het nu verder moet. Karla Schoeters is programmacoördinator energie- en klimaatbeleid bij VITO. Thomas Bernheim werkt bij het Directoraat-Generaal Klimaatactie van de EU, waar hij zich bezighoudt met internationale emissierechten, lucht- en scheepvaart.

Hoe evalueert u de resultaten van Durban?
Karla Schoeters: ‘Ik maak een onderscheid tussen de resultaten en het proces. Het positieve is dat alle partijen het erover eens zijn dat het VN-proces naar emissiereductie moet worden voortgezet. Anderzijds zit ik met een wrang gevoel. De landen hadden nu iets moeten beslissen, maar ze zijn er niet uitgeraakt. De kans dat we onder de twee graden termperatuurstijging kunnen blijven, is vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken zo goed als onhaalbaar geworden. We zullen eerder naar drie graden en de bijbehorende effecten gaan. Maar als de onderhandelingen waren afgesprongen, zoals het er een tijdje heeft naar uitgezien, waren we nog veel verder van huis.’
Thomas Bernheim: ‘Durban vertoont één belangrijk verschil met vorige klimaatconferenties: er is nu een roadmap afgesproken die zou moeten leiden tot voor alle landen bindende akkoorden die in 2020 in voege zullen treden. Je kan stellen dat dat veel te laat is, maar dat betekent niet dat er voor 2020 niets zal gebeuren.’
Waarom is het zo moeilijk om overheden te overtuigen van de wetenschappelijk bewezen urgentie om nú iets te doen aan de CO2-uitstoot?
Karla Schoeters: ‘Dat zijn nu eenmaal de politieke beperkingen van het moment. De kortetermijn domineert over het langetermijngegeven. Het is ook nog altijd een kwestie van ieder voor zich. Wat me stoort is dat het uiteindelijk ook niet meer gaat over een reductie van de emissies, maar steeds meer over geld. Welke transfers van Noord naar Zuid kunnen er komen om adaptatie, technologie-overdracht en mitigatie te initiëren? De doelstelling van Kyoto was de reductie van broeikasgassen en het financiële aspect was daarbij een hulpmiddel. Nu lijkt geld een doel op zich geworden.’
Thomas Bernheim: ‘Er is een verschil tussen wat de wetenschap ons aanbeveelt en wat politiek haalbaar is. We stonden voor Durban veel verder van een akkoord dan erna. In dat opzicht is Durban zeker positief. Maar China kijkt de kat uit de boom, zeker zo lang het Amerikaanse Congres dwarsligt, waar je nog heel wat klimaatsceptici vindt.’
Wat zal er volgens u op emissiegebied nog gebeuren tussen nu en 2020?
Karla Schoeters: ‘Laten we niet vergeten dat er toch al heel wat maatregelen worden genomen, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden. China introduceert wel degelijk mitigerende maatregelen. We moeten blijven werken aan het bewustzijn dat de groene economie een enorme toegevoegde waarde heeft en een positieve economische impact. Wellicht zullen er eerder initiatieven ontstaan vanuit een lokale push dan vanuit VN-standpunt. De markten hebben nu ook het signaal gekregen dat emissiereductie op de agenda blijft staan en dat bedrijven niet kunnen wachten tot 2020 om de nodige stappen te zetten.’
Thomas Bernheim: ‘Het is niet omdat er nog geen internationale bindende afspraken bestaan dat er ondertussen niets gebeurt. In Australië is er zopas een systeem van emissiehandel aangenomen dat de emissies zal doen dalen, zij het onvoldoende. De EU zet door om tegen 2020 een emissiereductie van 20% te realiseren, in combinatie met een aandeel hernieuwbare energie van 20%. Het interne debat om verder te gaan dan deze doelstellingen zal opnieuw opflakkeren. De Chinezen bouwen hernieuwbare energie sterk uit. China zal de komende jaren bovendien een systeem van emissiehandel creëren in vier provincies en twee stedelijke agglomeraties. Mijn inschatting is dat China en andere landen pas internationaal bindende doelstellingen zullen aanvaarden wanneer ze er intern klaar voor zijn.’
Ligt hier een opportuniteit voor Europa om een voortrekkersrol te spelen op het gebied van groene economie en groene groei?
Thomas Bernheim: ‘Europa heeft het voordeel dat het al een wetgeving heeft en de doelstellingen heeft gehaald. Het probleem is dat door de economische crisis de carbonprijs zo laag is dat er geen dynamische innovatie in technologie plaatsvindt en dat bijvoorbeeld in België subsidies worden afgebouwd die de langetermijndoelstelling ondersteunden.’

Gepubliceerd in Argus Actueel, 13/12/2011

Bedreigt de klimaatsverandering de Bordeauxwijn?

Er bestaan minder aangename onderwerpen dan Bordeauxwijn om je in te verdiepen als het gaat over het klimaat. Professor dr. Pieter Leroy (RU Nijmegen) boog zich recentelijk over de mogelijke gevolgen van de klimaatsverandering in zuidwest Frankrijk, de bakermat van appellations als Saint-Émilion, Margaux en Pomerol.

Waarom koos u voor de wijnstreek Bordeaux?

Professor dr. Pieter Leroy: Het klimaatsprobleem is voor veel mensen een ver van mijn bed show. Met de concrete gevolgen van de klimaatsverandering voor een tot de verbeelding sprekend product als Bordeauxwijn hoop ik het dichter bij de mensen te brengen. In Frankrijk is men zich overigens van het probleem bewust. Vorig jaar nam ik deel aan een symposium over klimaateffecten in Bordeaux, waar aspecten als landbouw, energie, water en biodiversiteit aan bod kwamen. Dat vond ik verfrissend, want in Nederland blijft de discussie over de klimaatsverandering en de effecten ervan bijna uitsluitend beperkt tot de gevolgen voor de waterhuishouding. Ik werd uitgenodigd als gastdocent door de universiteit van Bordeaux en mede dankzij het bedrag dat ik vorig jaar won met de Prijs Rudy Verheyen zag ik de kans om er onderzoek te doen in april en mei 2011.

Wat weten we over de klimaatsverandering dat specifieke gevolgen kan hebben voor de wijndruiventeelt?

Het gaat essentieel over twee kwesties: waterproblemen en temperatuursverhoging. Iedere druivensoort gedijt het best binnen een welbepaalde temperatuurszone en dat luistert nogal nauw, heb ik me laten vertellen. De druiven die in de Bourgogne en de Champagne gekweekt worden, zijn bestand tegen lagere temperaturen dan degene die in Bordeaux gebruikt worden. Als de gemiddelde temperatuur zoals wordt voorspeld met één tot twee graden stijgt in de komende vijftig jaar, dreigt een merkbaar verschil in de kwaliteit van de wijn op te treden en kunnen de Bordeauxwijnen in bepaalde jaargangen echte alcoholbommen worden, zeg maar bijna fruitjenevers in plaats van kwaliteitswijnen.

De Bordeaux dreigt dus zwaar te lijden onder de klimaatsverandering?

Zeker omdat men niet zomaar met andere druivensoorten kan experimenteren, want de toegelaten soorten zijn vastgelegd in de regels voor de Appellation d’ Origine Contrôlée. Als je je niet aan die regels houdt, wordt je wijn een Vin de Pays, waarvoor je minder geld kunt vragen. In een streek met wijnmonocultuur als de Bordeaux is dat een ramp die in omvang vergelijkbaar is met de sluiting van de mijnen in de Kempen destijds. Het bewustzijn daarrond leeft alvast in Frankrijk, overigens meer in de Bourgognestreek dan onder de ietwat zelfgenoegzame Bordelezen. Toch kampen nu al ongeveer 2.000 à 3.000 van de ongeveer 8.000 wijnboeren uit de Bordeaux met serieuze financiële problemen. Een slecht wijnjaar kan hen recht naar het faillissement voeren.

Kan een dergelijk klimatologisch doemscenario de Fransen aanzetten om hun milieu-inspanningen op te drijven?

Ik ben ervan overtuigd dat het klimaatbesef in Frankrijk groter is dan bijvoorbeeld in Nederland. Dat heeft te maken met een aantal incidenten van de laatste jaren, zoals Xynthia, de zware storm van vorig voorjaar en de abnormaal hete zomer van 2003, waarbij een groot aantal mensen voortijdig zijn overleden. Dat is nog altijd een bron van nationale schaamte in Frankrijk. De Fransen beseffen terdege dat ze nog heel wat inspanningen moeten leveren op het gebied van waterbeheersing en kustbescherming. Iedereen die ik heb gesproken is ervan overtuigd dat er dringend nood is aan slimme oplossingen, en niet alleen voor de Appellation Contrôlée.

 

Verschenen in Argus Actueel.

De klok tikt weer wat sneller voor het klimaat

Volgens het Internationaal Energie-Agentschap (IEA) wordt het steeds moeilijker om de verhoging van de wereldtemperaturen tot 2°C te beperken.

De laatste schattingen van het IEA tonen een triest record voor 2010: het voorbije jaar was het jaar met de hoogste CO2-uitstoot aller tijden voor energieproductie. In 2010 werd 30,6 Gigaton CO2 uitgestoten, 5% meer dan in het vorige recordjaar, 2008. Het ziet er bovendien niet naar uit dat de uitstoot van CO2 in de toekomst gaat verminderen, want de mensheid blijft vrolijk verder vervuilende energiecentrales bouwen. Tachtig procent van de voor 2020 voorziene (voornamelijk op fossiele brandstoffen draaiende) elektriciteitscentrales zijn al in aanbouw of zelfs al voltooid, stelt het IEA.

In 2010 was steenkool de grootste vervuiler, verantwoordelijk voor 44% van de CO2-uitstoot. Aardolie komt op twee met 36% en aardgas is verantwoordelijk voor 20% van de CO2-uitstoot veroorzaakt bij de productie van energie. De (welvarende) OECD-landen bekleden nog altijd de toppositie als het gaat over de uitstoot per persoon (10 ton per kop). Een gemiddelde Chinees zorgde vorig jaar voor 5,8 ton CO2 op jaarbasis, en de Indiërs voor 1,5 ton elk. Zo’n 40% van alle uitstoot wereldwijd komt uit de OECD-landen, maar de stijging in de groeilanden is veel meer uitgesproken: zij zijn verantwoordelijk voor 75% van de stijging in uitstoot.
Bovengrens in zicht
Chef-economist dr. Fatih Birol van het IEA waarschuwt in een persbericht voor dramatische gevolgen: ‘Deze significante toename in CO2-uitstoot en de toekomstige emissies ten gevolge van de investeringen in nieuwe infrastructuur betekenen een serieuze klap voor onze doelstelling om de wereldwijde temperatuurstijging te beperken tot maximaal 2 graden,’ luidt het.
De VN-klimaattop in Cancun vorig jaar legde die limiet van 2 graden vast. Om de gemiddelde temperatuur met niet meer dan twee graden te laten oplopen, mag de concentratie van broeikasgassen niet meer dan 450 deeltjes per miljoen bedragen. Volgens het zogenaamde 450-scenario van het IEA kan dat lukken als we met zijn allen tegen 2020 niet meer dan 32 Gt broeikasgassen uitstoten bij de productie van energie. Dat impliceert dat de stijging van de uitstoot in de komende tien jaar kleiner moet zijn dan de stijging die werd genoteerd over de afgelopen twee jaar. Waarbij vermeld dient te worden dat 2009 een crisisjaar was met een stevige dip in de uitstoot. ‘Onze laatste schattingen moeten iedereen echt wakker schudden’, zegt dr. Birol. ‘De wereld is nu ongelooflijk dicht bij het uitstootniveau dat we pas in 2020 vreesden te bereiken. De manoeuvreerruimte wordt bijzonder klein. Tenzij er heel snel moedige en beslissende maatregelen worden genomen, zal het erg moeilijk worden om de doelstelling van Cancun te halen.’
Massamigratie
In The Guardian waarschuwt klimaatspecialist professor Nicholas Stern voor onherstelbare schade aan klimaat en milieu: ‘Deze cijfers geven aan dat de uitstoot opnieuw op een “business as usual”-scenario afstevent. Een scenario dat volgens de voorspellingen van het Intergovernemental Panel on Climate Change rond de 50% kans heeft om tegen 2100 te leiden tot een stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur met 4°C. Zo’n opwarming zal de levens en levensomstandigheden van honderden miljoenen mensen over de hele planeet in de war sturen en zal leiden tot massamigratie en conflicten. Dat is een risico dat elke verstandige mens drastisch zou trachten te reduceren.’
Gepubliceerd in Argus Actueel.

 

‘Vertrouwen in technologie, niet in politiek’

Met Fred Pearce komt een van Groot-Brittaniës meest gereputeerde wetenschapsjournalisten naar Het Groene Boek. Wij belden hem in zijn thuisbasis Londen.

Fred Pearce werkt voor New Scientist en schrijft regelmatig over milieu in The Guardian. Londenaar Pearce publiceerde de laatste jaren een aantal zeer interessante boeken over klimaatsverandering, milieu en overbevolking. In De laatste generatie. Hoe de natuur wraak neemt voor het broeikaseffect gaat hij één voor één de factoren na die erop wijzen dat het klimaat aan het veranderen is. In Volksbeving. Van babyboom naar bevolkingscrash legt hij uit dat de vrees voor overbevolking ons misleidt. Overconsumptie is volgens Pearce een veel groter probleem dan overbevolking. De bevolkingsgroei begint trouwens af te nemen. Fred Pearce drukt in Volksbeving de hoop uit dat onze steeds grijzere wereld, met meer senioren dan ooit tevoren, ook een groenere wereld mag worden. Hoog tijd voor een gesprek.

 

Uw boek De laatste generatie (The Last Generation, 2006) lijstte een hele resem zorgwekkende ontwikkelingen op die erop wijzen dat het klimaat van slag is. Werden die trends de afgelopen vijf jaar bevestigd?

Fred Pearce: Het boek ging uit van een worst case scenario, mochten de ergste veronderstellingen van klimaatwetenschappers werkelijkheid blijken te worden. Een aantal trends wijzen verontrustend genoeg nog altijd in dezelfde richting. Het snelle verdwijnen van het Arctische zee-ijs sinds 2007 is daar een van. Over het uiteenbreken van de Groenlandse ijskap zijn er tegenstrijdige berichten: bepaalde fysieke beperkingen verhinderen dat vooralsnog. Er bestaan nu nog meer bewijzen dan in 2006 over het opborrelen van methaangas uit de Siberische permafrost en de oceaanbodem in het noordpoolgebied. De voorspellingen over het stijgen van het zeeniveau zijn ondertussen naar boven bijgesteld. Het IPCC (Intergovernemental Panel on Climate Change) had het in 2007 over 30 tot 50 cm in de komende eeuw, sommig onderzoekers verwachten nu al 1 m in de komende eeuw. Er komen steeds meer schrikbarende scenario’s bij.

Een verschil met vijf jaar geleden is dat nu meer algemeen wordt aanvaard dat er een mede door de mens veroorzaakte klimaatsverandering aan de gang is.

Fred Pearce: We weten al vele jaren dat we broeikasgassen in de atmosfeer sturen, dat die de warmte vasthouden, en dat de aarde de laatste veertig jaar is opgewarmd. We weten dat er geen aannemelijke externe bronnen zijn die dat zouden kunnen veroorzaken. Er zal altijd een zeker mate van onzekerheid zijn over de precieze effecten ervan en wanneer en of de tipping points, de omslagpunten, zullen plaatsvinden. Dat blijft het moeilijkst te voorspellen. Ik blijf bij wat ik schreef in dat boek: ‘We weten minder dan we denken,’ maar dat geeft klimaatsceptici nog niet het recht om te twijfelen aan klimaatsverandering. Ik vind eerder dat we ons méér zorgen zouden moeten maken. Je kan altijd nog discussiëren over de mate waarin de menselijke activiteiten het klimaat veranderen en de mate van natuurlijke schommelingen, maar niemand zegt dat er geen natuurlijke schommelingen zijn.

Wat vindt u van de manier waarop overheden reageren op de klimaatsverandering?

Fred Pearce: Momenteel is het absoluut onvoldoende. Het hangt er nu vooral van af wat we gaan doen in de toekomst. Als de regeringsleiders het niet eens worden over de aanpak na het aflopen van het Kyoto-protocol eind 2012, dan zitten we zwaar in de problemen. Je kan niet beweren dat we uitgaanvan het voorzichtigheidsprincipe: de manier waarop wij met het milieu omgaan, is pure waaghalzerij. We spelen met een systeem dat we niet volledig begrijpen. Met onze koolstofuitstoot zetten we processen in gang die de natuur in het verleden heeft gebruikt om ijstijden te doen beginnen en eindigen. Dat er gevolgen zullen zijn, is zeker, alleen de omvang ervan blijft onzeker.

Het IPCC publiceerde onlangs een rapport over 77% hernieuwbare energie tegen 2050. Een realistisch scenario?

Fred Pearce: Dat is het meest optimistische scenario, waarin we veel minder energie gebruiken door toegenomen energie-efficiëntie. Het IPCC heeft ook een worst case scenario, waarin we zo’n 60% meer energie gebruiken en slechts 15% uit hernieuwbare bronnen halen. Er bestaan allerlei manieren om op koolstofloze wijze energie te genereren: kernenergie, als je die weg op wil tenminste, en koolstofopvang en –opslag, maar dat is nog geen beproefde technologie. Het ziet er dus naar uit dat we het met hernieuwbare bronnen zullen moeten doen. Met 77% hernieuwbare energie zouden we volgens het IPCC de concentratie CO2 in de lucht onder de 450 ppm (parts per million) kunnen houden, het niveau dat ons volgens veel wetenschappers de kans geeft om de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2° C extra. Er is haast bij als we die 77% willen halen, en in de targets voor 2020 is daar niets van te merken. De technologie bestaat, dat is het probleem niet. Maar we zijn nu al bijna twintig jaar na de Conferentie van Rio (1992), waarop de wereld het eens was dat we gevaarlijke klimaatsverandering zouden tegengaan. Veel is er nog niet gebeurd.

Denkt u dat overheden de transitie naar een groene economie moeten in gang zetten, of eerder bedrijven of burgers?

Fred Pearce: ‘Liefst allemaal natuurlijk, maar laten we het praktisch bekijken. Overheden zijn nogal zwak, zij doen alleen wat ze denken dat hun kiezers echt willen en waar bedrijven echt voor lobbyen. Ik denk dat we als consument even machtig zijn dan als kiezer en dat we verwachtingen koesteren over de vergroening van bedrijven en het verminderen van hun uitstoot. Bedrijven zijn zich daarvan bewust. Als consumenten kunnen we bedrijven onder druk zetten. Vervolgens zullen zij ijveren voor strenge wetten, zodat ze allemaal even veel moeite moeten doen. De overheden gaan de wetten niet veranderen tenzij ze er echt toe aangezet worden door burgers en bedrijven. En als je als consument écht verandering wil, moet je ook groene producten kopen en groen stemmen.

Theoretisch weten we allemaal wat we moeten doen: minder of geen vlees eten, de auto laten staan, minder of niet vliegen. Maar voor veel mensen zijn dat net de dingen waar ze van genieten.

Fred Pearce: Dat klopt, maar het is niet allemaal slecht nieuws. We zijn met veel op de planeet, we moeten onze consumptiepatronen bijstellen, maar we moeten ook de technologie aanpassen waarmee we energie opwekken en transport aandrijven. We moeten minder energie gebruiken en veel minder fossiele brandstof, maar met de juiste technologische keuzes kunnen we een betere levensstijl hebben zonder de planeet te verwoesten. In de rijke wereld gebruiken we meer grondstoffen dan waar we recht op hebben, in verhouding tot wat mensen in de arme wereld hebben. Dat moeten we erkennen. Dat we onze levensstijl kunnen veranderen, hebben we al bewezen. Niemand rookt nog op restaurant, wie had dat tien jaar geleden gedacht? Waarschijnlijk vinden we over twintig jaar het idee van een voertuig op fossiele brandstof in een stad even vies als roken in een restaurant nu. We moeten dan wel de elektriciteit voor de voertuigen CO2-arm opwekken, anders zijn we nog slechter af.

Iets waar mensen zich zorgen over maken is wat er gebeurt met de wereld als een miljard Chinezen en Indiërs een Amerikaans consumptiepatroon aannemen. Wat denkt u?

Fred Pearce: De wereld kan geen miljard mensen aan die leven als Amerikanen. Het klopt dat landen als China Amerikaanse consumptiepatronen en technologieën beginnen aan te nemen. De Westerse levensstijl is hun ideaal. Wat me het meest waarschijnlijk lijkt, is dat ze ons in alles zullen volgen. Wij die al zoveel van de grondstoffen van deze wereld hebben uitgeput moeten onze levensstijl aanpassen en het voorbeeld vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Wij moeten veranderen, de Chinezen zullen volgen. En ze zijn in sommige opzichten al verder, want China is de grootste producent van windturbines en zonnepanelen. Maar wij in het Westen moeten het voortouw nemen op het gebied van levensstijl.

Twintig jaar geleden was u erbij in Rio de Janeiro. Als u ziet hoe weinig er is gebeurd sindsdien, bent u dan pessimistisch gestemd?

Fred Pearce: Ik blijf ietwat optimistisch. Het is natuurlijk teleurstellend hoe weinig er al gedaan is, maar je kan het ook andersom bekijken. Misschien namen we het allemaal minder serieus in 1992 en nu al een stuk meer. De technologie heeft belangrijke stappen vooruit gezet de laatste twee decennia. Het schort hem nog aan de toepassing ervan. We kunnen veel dingen veel goedkoper doen dan twintig jaar geleden. Ik ben optimistisch over het feit dat we oplossingen hebben die technologisch en economisch haalbaar zijn. Waar ik pessimistisch over ben, is de implementatie ervan. Ken je het boek Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed van Jared Diamond? Hij heeft het over hoe beschavingen ineenstortten, niet omdat ze de problemen waarmee ze geconfronteerd werden niet begrepen, maar omdat hen de wil ontbrak om er iets aan te doen. Ze misten het vermogen om de maatregelen te treffen die nodig waren om te overleven. Ze liepen slaapwandelend richting ramp. Zouden we ons nu als wereldbeschaving in die positie bevinden? Zal de wereldpolitiek sterk genoeg staan om de noodzakelijke oplossingen toe te passen? Technologisch staan we heel sterk, maar kunnen we ons zo organiseren dat we de job ook gedaan krijgen, dat is de grote vraag. En daar heb ik geen antwoord op. In de grond ben ik optimistisch over de technologie en pessimistisch over de politiek.

 

De boeken van Fred Pearce zijn verschenen bij Uitgeverij Jan Van Arkel en worden in ons land verdeeld door EPO.

Verschenen op Argus Actueel.

‘De aarde is een interactieve bol’

Poolreiziger Dixie Dansercoer verzorgt op 18 mei de inleiding op de documentaire Silent Snow. De film vertelt hoe pesticiden afkomstig uit de hele wereld zich opstapelen in het hoge Noorden en er het ijs vervuilen en het voedsel van de Inuït vergiftigen. Bijna vijftig jaar nadat het boek Silent Spring in 1962 de verwoestende gevolgen van pesticiden op het milieu aanklaagde, blijkt de mens dus nog altijd in hetzelfde bedje ziek.

Dixie Dansercoer is goed geplaatst om een film in te leiden die aandacht vraagt voor de gevolgen van wat wij doen op de fragiele polen. In 1997-1998 stak hij samen met Alain Hubert als eerste het continent Antarctica over op ski’s (3.932 km in 99 dagen). In 2007 slaagde Dansercoer, opnieuw samen met Hubert, voor het eerst in de geschiedenis in een oversteek van de Arctische oceaan op ski’s van Siberië naar Groenland (1.800 km in 106 dagen).
Merkte je op de Noordpool iets van de onzichtbare vervuiling waar de film het over heeft?
‘Absoluut. We zijn veel in contact geweest met de Inuït en de andere mensen die in Groenland, Canada en Alaska met de vervuiling worden geconfronteerd. Het is er een bekend feit en er bestaat ook wetenschappelijk onderzoek dat de aanwezigheid van pesticiden in het Noordpoolgebied bevestigt.’
Komen ook andere giftige producten en afvalstoffen op de Noordpool terecht?
‘Vervuiling is een wereldgegeven dat niet alleen plaatsvindt in je achtertuin als je een bus CFK’s leegspuit. Vervuiling gaat de wereld rond. De aarde is een interactieve bol: als we hier ons afval niet beperken en sorteren, heeft dat elders gevolgen. Het grote gevaar bestaat erin dat we altijd alleen maar in ons eigen cirkeltje kijken. Mijn taak bestaat erin de mensen verder te laten kijken en ze te doen beseffen dat ze de globe bedreigen als ze het milieu slecht behandelen.’
Wat zijn de grootste problemen die de poolgebieden treffen?
‘Er is duidelijk minder meerjarig ijs, dat zie je als poolreiziger omdat je oog krijgt voor de subtiliteiten van de verschillende soorten ijs. Dat betekent minder dik ijs, meer open water, minder ijsblokken die de tekenen dragen dat ze de warme zomer hebben overleefd. Anderzijds waren de condities dit jaar dan weer optimaal en konden we perfect vorderen. Ik hoed me ervoor om zelf grote uitspraken te doen over wat er precies aan de hand is. Ik ga liever voort op nauwkeurig verricht wetenschappelijk werk. Daaruit blijkt onweerlegbaar het afslanken van de Arctische oceaan. Maar door het enorme ozongat dat zich momenteel boven de Noordpool bevindt, vindt er een sterke afkoeling plaats van de Noordelijke IJszee, waardoor er momenteel weinig open water is en een goed ijstapijt.’
Je volgende expeditie, Antarctic Ice (november 2011-februari 2012) staat in het teken van milieubewustzijn. Hoe is dat gegroeid?
‘Door de jaren heen heb ik een forum gekregen om de mensen toe te spreken en ze in een bepaalde richting te doen bewegen. Ik doe dat op een heel zachte manier omdat ik besef dat de aanpak van het opgeheven vingertje niet werkt. De mensen hebben al een overdosis doemscenario’s moeten slikken, dat pakt niet meer. Ik ben voor een open communicatieplatform waarbij mensen voor zichzelf moeten uitmaken of ze iets aan de situatie willen veranderen. Dat kan door sterke getuigenissen en door de wetenschap erbij te halen om de onweerlegbaarheid te benadrukken. Zo kan je zonder paniek te creëren de mensen vriendelijk vragen om iets te doen voor het milieu.’

Het is mooi dat je mensen hoopt te inspireren, maar is het niet zorgwekkend dat bijna vijftig jaar na Silent Spring het probleem van pesticiden nog altijd bestaat? Hoe zou dat komen?

‘Het zit in onze genen om lui te zijn. We zijn beesten die liever de bessen naast ons zien groeien dan dat we op jacht zouden gaan. De mens zit niet langer in de fase van overleven, maar moet bewogen worden om met zijn intellect de wereld te behoeden voor een aftakeling van het milieu. Dat vergt energie en de mens is een luiaard. Zelf hou ik meer van produceren dan van consumeren, maar niet iedereen zit zo in mekaar.’

Wat zijn volgens jou de belangrijkste stappen die elk individu kan zetten?

‘Het is een verhaal van kleinschalig denken. We kunnen niet allemaal Barack Obama of een topwetenschapper zijn. Maar we moeten beseffen dat elke steen die we verleggen een impact heeft. En als je je daarvan bewust bent en je durft erover spreken, dan gaat het viraal. Je mag niet te groot gaan denken, dat heb ik voor mezelf ook al uitgemaakt. Dan word je toch maar met je neus op de feiten gedrukt en daar word je alleen maar weemoedig van. Ik doe het dus in mijn dagelijkse leven maar zoals op het ijs: stapje voor stapje creëer je de beste kansen om je expeditie tot een goed einde te brengen.’
Hoe probeer je zelf de impact van je expedities op het milieu te beperken?
‘Ik denk dat ik zonder blozen kan zeggen dat we een schoolvoorbeeld zijn van minimale impact. Tijdens een expeditie van honderd dagen genereren wij niet meer dan 1,02 kilo afval. Dat is wat overblijft van de verpakking van onze voedselrantsoenen: een bio-afbreekbare, thermo-retractabele folie die we boven een vlammetje laten krimpen tot een bolletje en mee naar huis brengen. Nu, als ik dat eerlijkheidshalve vergelijk met wat ik thuis produceer aan afval, dat is zelfs met de beste wil van de wereld verschrikkelijk. Honderd dagen huishoudelijk afval op een hoop, je zou er beschaamd van worden.’

Ben je een optimist? Denk je dat het nog deze eeuw terug goed komt met de polen, het milieu en het klimaat?
‘De tekenen zijn er al. We krijgen ook heel positieve berichten te horen. Er zwemmen terug vissen in de Schelde, ik zeg maar iets. Ik zou graag nog veel meer positieve berichten zien, maar we lezen nog altijd liever berichten over mensen die elkaar het leven zuur maken dan over een vogeltje dat is teruggekeerd naar onze contreien.’

Wat mogen we op 18 mei van jou verwachten?
‘Ik wil die sterke documentaire even in een groter kader plaatsen door iets te vertellen over mijn voorbije en komende expedities. Maar wat ik vooral wil, is de aanwezigen aanmoedigen om te ageren.’

Verschenen op Argus Actueel