Herman Konings: ‘Kleinschaligheid is big business’

Welke maatschappelijke en economische trends verwacht Herman Konings en wat doet hij zelf met zijn geld?

Bent u een belegger?‘Nee, al klinkt dat misschien vreemd voor iemand die de zoon is van een regiodirecteur van wat destijds de Generale Bank was. Mijn vader was van eenvoudige komaf en werkte zich op door te focussen op persoonlijk contact met de klanten. Hij heeft de bank groot gemaakt in Zonhoven. Hij was een atypische bankier in de zin dat hij mijn broers en mij altijd bezworen heeft geen aandelen te kopen. Hij voerde spaarzaamheid hoog in het vaandel en waarschuwde ons voor graaicultuur.’

Hoe is uw vermogen gestructureerd?

‘Ons geld zit in langetermijnsparen, wat obligaties en een beetje steen. Mijn vader geloofde in steen en liet ons een aantal ondergrondse parkeergarages in Brussel na. Mijn echtgenote en ik hebben een goed lopende zaak en geen kinderen, wat op zich ook al een investering is. Uit berekeningen blijkt dat één kind 220.000 euro kost en ze worden steeds duurder, want ze gaan steeds later het huis uit. Ik heb ooit wel aandelen gehad en heb me zelfs ooit laten verleiden door call- en putopties, toen ik als jobstudent in de Generale Bank werkte. Ik verdiepte me toen in beleggingsblaadjes in de bibliotheek. Ik denk dat mijn liefde voor trends daar ontstaan is.’

Trendwatcher of beleggingsadviseur, het lijkt niet zo’n grote stap.

‘Voor een aantal banken schets ik maatschappelijke trends waarop beursanalisten dan voortbouwen. Trends die zij kunnen koppelen aan initiatieven op bedrijfsvlak. De timing is daarbij cruciaal. Misschien zou ik wel goede investeringen kunnen doen op basis van mijn analyses, maar dan zou ik mezelf een beetje verloochenen. Misschien speelt psychoanalytisch ook mee dat echt beleggen zou kunnen aantonen dat ik als trendwatcher niet onfeilbaar ben. Al ben ik ervan overtuigd dat ik doorgaans goede voorspellingen heb gemaakt, maar vaak te vroeg.’

Wat zijn de trends waarmee beleggers volgens u in 2012 rekening moeten houden?

‘De massaal met pensioen vertrekkende babyboomers bepalen de komende jaren de trends. De vergrijzing is een feit, maar dat betekent niet dat je moet investeren in farma. Integendeel, want die industrie komt in het vizier van de overheid die daar een deel van haar geld zal halen. De babyboomers vertonen SKI-gedrag: Spending their Kids’ Inheritance. De eerste vijf jaar na hun pensioen zijn hun wittebroodsjaren: zij spenderen zoals hun ouders nooit gedaan hebben, trouwens voor een deel met het geld dat hun ouders zorgvuldig hebben gespaard.’

Waarin moeten we dan investeren om van dat geld te profiteren?

‘De evidente sectoren zijn hospitality & travel, zeker in Europa, met name in de steden. Voor de babyboomers is mobiliteit en reizen vanzelfsprekend. Investeer in stadsverfraaiing, in entertainment, in cultuurtempels -kijk maar naar het MAS. De vastgoedprijzen op het Antwerpse Eilandje worden nu al naar boven gestuwd door de babyboomers die hun huizen in de rand verlaten en in de stad willen wonen. Voorts: hobby’s. De babyboomers willen topmateriaal, voor hun digitale camera, voor hun kookgerief, ook voor hun sport.’

Als ik u zo bezig hoor, is er geen economische recessie.

‘Die is er zeker wel, maar die biedt voor de echt kapitaalkrachtigen een uitgelezen kans om zich van het plebs te onderscheiden. Het gaat dus heel goed in de luxesector. Voor de jongere generaties is het over het algemeen een heel ander verhaal. Kinderen van babyboomers – de zogenaamde babybusters – moeten geen grote erfenis verwachten, ze moeten langer werken en ze zullen minder pensioen hebben. De jonge mensen van vandaag zijn grootgebracht met welvaart. Zij willen die verworvenheid niet zomaar opgeven en kopen veel meer op krediet.’

Zijn babybusters wel een interessante doelgroep voor investeerders?

‘Hun tijdsbudget is beperkt, dus alle elektronica die hen helpt om zo efficiënt mogelijk te leven, is zeer gegeerd. De economische crisis heeft een aantal interessante gevolgen. Mensen hebben minder te besteden, maar ze willen geen kwaliteitsverlies. Ze zullen veel meer lokaal consumeren. Vandaar ook het succes van unieke, natuurlijke producten uit de terroir, het succes van moestuinen en volkstuinen. Het lokale denken, mede vanuit een reactie tegen de globalisering. Andersglobalisme is mainstream geworden. Kleinschaligheid is big business.’

SLECHTSTE INVESTERING
‘Onze huwelijkslijst, anno 1992: zowat een derde van de geschenken hebben we nooit gebruikt. In die tijd was het not done om harde centen te vragen.’
BESTE INVESTERING
‘Mijn vrouw. We hebben een mooie reserve kunnen opbouwen en weten dat we het met elkaar kunnen rooien. En we hebben een aanvaardbare balans tussen werk en leven.’
Verschenen in De Standaard op 2/1/12

Portefeuille Koen De Leus

‘Ik hanteer een hit and run-strategie’

 

Koen De Leus – Marktenspecialist bij KBC Securities Bolero

 

KBC-aandelen zijn vandaag nog minder dan een vijfde waard in vergelijking met drie jaar geleden. Heeft dat gevolgen voor uw persoonlijke portefeuille?

‘Dat valt wel mee. Ik heb sinds de kredietcrisis van 2007-2008 geen bankaandelen meer in portefeuille, behalve dan RHJ International, die Kleinwort Benson bezit en KBC Ierland heeft overgenomen. Ik denk dat de banken nog woelige tijden te wachten staan. Welke banken zonder kleerscheuren deze periode zullen doorkomen, is moeilijk in te schatten.’

Vreest u nog voor bijkomende Dexia-scenario’s?

‘Het is een zeer ondoorzichtige situatie, als je weet dat Dexia bij de stress-test als twaalfde van de 91 onderzochte banken uitkwam. Het blijkt dus vooral een kwestie van vertrouwen, en dat krijg je pas terug als de politici de nodige maatregelen treffen. In 2007 hebben de VS krachtdadig ingegrepen om hun bankencrisis te beslechten. Het grote verschil is dat je in Europa met zeventien landen rond de tafel zit. Het zijn de politici die zullen bepalen wie de rekening zal betalen: de obligatiehouder, de aandeelhouders of alle burgers.’

Ziet u de toekomst van de beurzen op lange termijn somber in?

‘Ik denk dat er nog een Armageddon-moment moet komen. Een gebeurtenis waardoor de politici verplicht zullen worden een gigantische stap voorwaarts te zetten. Iets dat de koersen met 10 à 15% doet dalen, waarna zich een ideale koopgelegenheid zal voordoen voor een paar kwartalen en winsten van 30 tot 50% in het vizier komen.’

De meeste aandelen zijn nu toch al erg laag gewaardeerd.

‘We bevinden ons sinds 2000 in een langetermijn berenmarkt, die gekenmerkt wordt door dalende waarderingen. Aandelen zijn inderdaad vrij goedkoop gewaardeerd, maar ik vrees dat ze nog goedkoper zullen worden alvorens mensen ze zullen oppikken. Daarnaast hebben we te maken met een ontplofte kredietzeepbel. Uit het verleden weten we dat het zes à zeven jaar duurt voor een lokale kredietzeepbel hersteld is. Hier gaat het over een globale zeepbel die in 2007 ontploft is. Maar dat wil niet zeggen dat er op korte termijn geen opportuniteiten zijn.’

Hoe past u die analyse toe op uw eigen portefeuille?

‘Ik hanteer momenteel een hit and run-strategie. Iets aangrijpen op een moment van massaal pessimisme, winst nemen en terug in winterslaap gaan tot de volgende crisis. Momenteel zit ik zeer zwaar in cash, tot 70%. Ik werk met limietorders: als Delhaize naar 41 zakt, koop ik het goedkoop. Thrombogenics zou ik kopen aan 11 euro. Als ik zo spotgoedkoop kan kopen, kan ik niets verkeerd doen. Wanneer ik dan 20 à 25% winst maak, werk ik met ‘stop-loss’-verkooporders. Als het aandeel zakt, neem ik mijn winst. Mijn doel is vandaag niet zozeer veel winst te maken, maar vooral verliezen te vermijden. En als de berenmarkt over is en niemand nog wil beleggen, zal ik stilletjes aan terug beginnen. In 2007 heb ik een serieus pak slaag gehad en heb ik we heel wat defensiever opgesteld. ‘

Hoe beschermt u zich nog tegen ongewenste verliezen?

‘Met turbo shorts, een uitstapmechanisme dat je kunt vergelijken met put opties, maar dan veel eenvoudiger. Je hoeft geen rekening te houden met de volatiliteit en je maakt gebruik van een hefboomeffect: elk punt dat de Dow Jones Euorstoxx zakt, krijg je een veelvoud aan punten bij, afhankelijk van de onderliggende ‘stop-loss’ niveau van de turbo. Eigenlijk is het een simpele indekking voor een daling, qua kost overigens te vergelijken met put opties. Daarnaast bestaat ongeveer vijf procent van mijn portefeuille uit fysiek goud. Goud maakt deel uit van de basis van elke beleggingspiramide. Als er iets extreems gebeurt, heb je altijd dat nog.’

Zijn er nog aandelen die u wel lang in portefeuille houdt?

‘Een zeer defensief aandeel als Elia is de voorbije maanden gestegen, omdat het als een veilige haven wordt beschouwd. Iets minder gelukkig ben ik over Roche: ik geloofde erin vanwege de toenemende vergrijzing, maar sommige van hun kankermedicijnen staan ter discussie. Ik blijf vasthouden aan Total, het enige aandeel van de Dow Jones Stoxx 600 dat de voorbije twintig jaar telkens zijn dividend minstens stabiel heeft gehouden of verhoogd. Voor het overige blijf ik liefst heel dicht bij België, om de dubbele belasting te vermijden.’

Wat is uw langetermijndoelstelling als belegger?

‘Een appeltje voor de dorst voor als ik met pensioen ben. Natuurlijk doe ik ook aan pensioensparen vanwege het fiscale voordeel, maar ik ben ervan overtuigd dat de pensioenen voor mensen die gemiddeld of bovengemiddeld verdienen niet zullen volstaan. Hopelijk maakt de volgende regering eindelijk werk van het aanpakken van de vergrijzingsproblematiek.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Als jonge belegger had ik flink in een fonds met Aziatische tijgers geïnvesteerd. Dat is me in 1997 niet goed bekomen. Ik bleef achter met een kater van 40% verlies.’

 

BESTE INVESTERING

‘Agfa-Gevaert heb ik drie jaar geleden, in volle herstructurering, gekocht aan 1,20 euro en verkocht aan 6 euro. Ik was er best trots op dat ik eindelijk de discipline had gevonden om de gerealiseerde winsten op tijd te nemen.’

 

Verschenen in De Standaard, 17/10/2011

 

Johan Michielsens: ‘Mijn bedrijf is mijn spaarpot’

Johan Michielsens is de eigenaar van Kranen Michielsens, bekend van de oranje reuzenkranen en -trucks.

 

Hoe gaat u om met uw geld?

‘Ik bezit geen enkel aandeel, behalve die van mijn eigen bedrijf. Ik heb geen spaarrekening, geen obligaties. Ik doe niet aan pensioensparen. Als ik meer dan een paar duizend euro op mijn rekening heb staan, stort ik ze terug op de rekening-courant. Ik betaal mezelf een loon uit dat het gemiddelde is van de lonen in mijn managementteam. Eerlijkheidshalve moet ik daarbij vermelden dat ik meer marge heb, want mijn bedrijf is mijn spaarpot. Mijn managers moeten zelf een spaarpot aanleggen.’

Hoe hebt u de overnames die de groei stuwden gefinancierd?

‘Het gaat over meer dan tien overnames in tien jaar tijd, betaald met eigen vermogen, via bankleningen en -leasing. Wij keren nooit dividend uit. Nu zijn we op een moment van consolidering aangekomen. Onze sector heeft de crisis wereldwijd goed gevoeld. Dat maakt het tot een moment om na te denken over je bestaansredenen.’

Wat is uw appreciatie van de economische toekomst?

‘We zijn met 800 miljoen mensen in de VS, Canada en Europa die hun dominantie in de wereld nog altijd vanzelfsprekend vinden, terwijl 6 miljard mensen in het Oosten het daar niet mee eens zijn, en de cijfers hebben om hun gelijk te bewijzen. Zij stellen onze dominantie in grote internationale organen terecht in vraag. Europa moet dringend werk maken van gezonde structuren, van het betaalbaar houden van de gezondheidszorg, van investeringen in onderwijs. We mogen niet op ons verleden teren en zelfgenoegzaam zijn.’

Waar gaat uw geld vooral naartoe?

‘Naar de renovatie van mijn huis, een nooit eindigend project. Het is een oude boerderij die ik zo authentiek mogelijk restaureer. Ik hou van het patine van oude dingen, niet van luxe. Authenticiteit primeert op comfort. In sommige stukken van het huis zouden verwarmingstoestellen en Velux-ramen niet passen, dus het is er soms niet al te warm, al probeer ik maximaal te isoleren. Oude ramen, oude deuren en oude vloeren probeer ik zoveel mogelijk in stand te houden. Een huis met een tuin moet evolueren. Als je alles in één keer doet, riskeer je te zwaar in te grijpen en dingen niet te zien.’

Waar geeft u liever geen geld aan uit?

‘Aan niet-duurzame dingen als snel verslijtende dingen of bijvoorbeeld water in flessen. Ik kan me erover opwinden dat mensen in ons land San Pellegrino drinken. Water dat over 1.000 km wordt getransporteerd, terwijl je perfect spuitwater kunt maken van kraantjeswater. Als ik iets koop, bekijk ik dat op de lange termijn. Ik heb liever vijf paar degelijke schoenen waar ik jaren mee doe dan veel wegwerpschoenen. Ik weiger elk seizoen een nieuwe garderobe te kopen. Ik wil een degelijke keuken waar ik verder op kan bouwen, in plaats van elke tien jaar een nieuwe prefabkeuken. Maar onze economie is grotendeels gebaseerd op consumeren en wegwerpen.’

U bent TEW’er van opleiding en behaalde een MBA in de VS. Rendeert dat nog altijd?

‘Als ik het opnieuw zou mogen doen, zou ik misschien in plaats van TEW voor geschiedenis kiezen, wat me mateloos fascineert. Babson College was een openbaring omdat ik er mensen uit alle kanten van de wereld leerde kennen en omdat we er leerden onze stellingen inhoudelijk te onderbouwen. Nieuwsgierigheid vind ik de belangrijkste eigenschap van de mens: ik hoop dat ik altijd nieuwsgierig zal blijven.’

Toen uw vader zijn bedrijf aan u en uw zus overliet, splitste hij het radicaal op. Zal u dat later ook doen voor uw kinderen?

‘Dat kan ik nu onmogelijk zeggen. Ze zijn 7, 10, en 12 jaar, allemaal ontzettend boeiende en zeer diverse kinderen. Van minstens eentje heb ik al de indruk dat de zaak niet zijn of haar cup of tea is. Ik zou nooit eisen dat ze de zaak voortzetten. Wij moeten ze de roots geven om uit te groeien, hun vleugels uit te slaan en te doen wat ze willen doen, wat dat ook is. Ik vind wel dat ze hun talenten maximaal moeten gebruiken.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb ooit een aantal fitnesstoestellen gekocht en die staan er nog altijd onaangeroerd bij. Ik ben een buitensporter: je weerstand verbetert, je hebt contact met de natuur, je ademt goede lucht en je wordt niet gestoord door het geluid van een loopband.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn oude boerderij tussen de oude en de nieuwe Schelde in Weert. Daar kom ik tot rust. Ik kan uren in mijn tuin naar de natuur kijken.’

 

 

Portefeuille Karel Van Eetvelt

‘Ik ben geen materialist’

 

Karel Van Eetvelt is gedelegeerd bestuurder van Unizo. Hoe staat hij tegenover geld?

 

BRUSSEL.

Welke rol speelt geld in uw leven?

‘Geld is niet zo belangrijk voor mij. Het volstaat om in mijn basisbehoeften te kunnen voorzien. In de vijfentwintig jaar dat ik professioneel actief ben, heb ik gemerkt dat je je aanpast aan hoeveel geld je hebt. Nooit heb ik het gevoel gehad dat ik te weinig had. Eigenlijk interesseert geld me maar matig. Ik ben geen materialist, maar ik hou wel goed in de gaten waar ik mijn geld aan uitgeef en ik vul ook zelf mijn belastingsbrief in. Waarbij ik vaststel dat ik minder dan een derde overhoud van wat ik aan Unizo kost. Dat is de frustratie in het kwadraat: echt kwaad word ik daarvan. Ik ben voor solidariteit, maar dit gaat me te ver.’

Waar kunt u veel aan uitgeven?

‘Aan mijn ontspanning, en mijn belangrijkste ontspanning is fietsen. Niet dat ik zoek naar de allerlaatste snufjes, maar wel naar wat kwalitatief degelijk en duurzaam is. Ik bezit een aantal fietsen, waaronder een van 4.000 euro. Ik heb het geluk dat ik Eddy Merckx heb leren kennen en met een Merckx kan rijden, een fantastische fiets. Waar ik ook geld aan besteed is reizen. Ik zoek niet de luxe op, maar wil degelijk gehuisvest zijn en goed eten. Op vakantie let ik wat minder op mijn geld. Aan luxe kan ik geen geld geven: ik heb een klein teeveetje, geen grote stereo, maar wel een goed bed van 3.000 euro. Ik ben een moeilijke slaper en ik heb last van mijn rug, vandaar.’

Doet u aan sparen en beleggen?

‘Wat beleggen betreft, heb ik alles bij mekaar ooit voor 1.000 euro aandelen gekocht, vooral om die wereld een beetje te leren kennen en de beurs te kunnen volgen. Tot mijn scha en schande heb ik geleerd dat je er beter van afblijft als je er niet veel van kent. Ik ben een klassieke spaarder, met een spaarboekje en een beleggingsfonds gekoppeld aan een levensverzekering. Ik doe aan pensioensparen sinds mijn 25ste en leg geld opzij voor de studies van mijn kinderen. Het gaat allemaal niet over extreem veel geld: ik heb een goed inkomen, maar voor hoge weddes moet je niet in een middenveldsorganisatie werken. Dan kies je beter voor een hoge functie in een internationaal bedrijf.’

Maakt u zich soms zorgen over uw pensioen?

‘Nee, omdat ik er zelf mee voor spaar en omdat ik niet van plan ben om te stoppen op mijn 65ste. Net zoals mijn vader (Jozef Van Eetvelt, de vorig jaar afgetreden langstzittende burgemeester van Vlaanderen, red.) wil ik werken tot het echt niet meer gaat. Stilzitten kan ik niet. Ik zal altijd een beetje blijven werken en een beetje verdienen: dat lijkt me een gezonde manier van leven die ik iedereen zou aanraden.’

Wanneer gaat u weg bij Unizo?

‘Ik ga ervan uit dat je dit werk best niet doet tot aan je pensioen, al hou ik van de job. Maar het is zeer intensief, de tijdsbesteding is gigantisch en de druk is vrij groot. Bovendien mag het geen routine worden. Wat wordt het dan? In de politiek ga ik zeker niet. De kans dat ik in de ondernemerswereld beland, is reëel, de kans dat het met sport te maken heeft, met lobbyen, coachen, begeleiden, ook. Ik denk wel dat ik als zelfstandige zou kunnen werken.’

Als de zelfstandigen waar Unizo voor opkomt geen stevig spaarpotje hebben, stevenen ze na hun pensioen op de armoede af. Wat kan je daaraan doen?

‘Wij raden hen aan om tijdens hun carrière op een verstandige manier met geld om te springen. De meesten investeren in vastgoed, reden waarom wij pleiten tegen de verhoging van de onroerende voorheffing. Van bij de start een aanvullend pensioen afsluiten is aan te bevelen en fiscaal mooi meegenomen. Vastgoed verwerven is een economisch interessante en maatschappelijk belangrijke investering. Actief beleggen raden we af, behalve voor wie er verstand van heeft of wie zich goed laat begeleiden. We ijveren ook voor een hoger zelfstandigenpensioen, maar het wettelijk pensioen zal nooit van die aard zijn dat je er goed van kunt leven, noch voor de werknemer, noch voor de zelfstandige. En meer pensioen betekent ook hogere belastingen, daar moeten we eerlijk in zijn.’

 

BESTE INVESTERING

‘Mijn bed en mijn fiets. Het zijn duurzame investeringen die de kwaliteit van mijn leven verbeteren.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Ik heb me ooit laten verleiden tot de aanschaf van Fortis-aandelen die nu nog een paar cent waard zijn. Gelukkig waren het er heel weinig.’

 

Portefeuille Ingrid Ceusters

Ingrid Ceusters nam na het overlijden van haar man in 2007 de leiding over van het door hem opgerichte vastgoedbedrijf, gespecialiseerd in verhuur, verkoop en beheer van commercieel vastgoed. Met Shopping Center Management Services is ze actief in de ontwikkeling, exploitatie en het beheer van shopping centers.

 

Is beleggen in immobiliën volgens u een goede investering?

‘De term “immobiliën” is slecht gekozen. Vastgoed is de beste investering op lange termijn, op voorwaarde dat je het op een dynamische manier beheert. Onze privé-woning was een heel goede investering. Het is een aangenaam herenhuis in de stad, gekocht in volle stadsvlucht, tijdens de crisis van de jaren tachtig. Iedereen verklaarde ons gek, maar nu is iedereen op zoek naar een gelijkaardig pand om de kinderen met de bakfiets naar school te brengen. Op termijn kan het misschien een kangoeroewoning worden.’

Mogen we aannemen dat investeren in vastgoed bij u op één staat?

‘Toch niet. Ik investeer vooral in opleidingen, hoofdzakelijk voor mijn kinderen. Talen zijn enorm belangrijk. Onze kinderen hebben hun kandidaturen in Namen gedaan, daarna hebben ze in Duitsland gestudeerd. De oudste is vervolgens naar de VS getrokken om aan Duke University te studeren en de jongste doet zijn MBA in Shanghai. Het zijn ervaringen die hun wereld openen. Dat kost geld, maar ik investeer er graag in. Ik hou er ook van als mijn medewerkers cursussen en opleidingen volgen en weten wat er gebeurt in de wereld.’

Op welk rendement mikt u met uw vastgoedbeleggingen?

‘Ik ben meer geïnteresseerd in de meerwaarde op lange termijn dan op het kortetermijnrendement. Je moet je leven in de eerste plaats uitbouwen door de arbeid, vind ik. En alles wat er bijkomt, doe je tenslotte voor meer comfort of voor het nageslacht. Ik kies voor handelspanden, al is dat minder gunstig voor de fiscaliteit. In het residentieel vastgoed ben je als eigenaar te slecht beschermd, vind ik.’

Opmerkelijk is dat uw immobedrijf geen panden bezit, maar ze alleen beheert en verhuurt.

‘Je kan niet tegelijk rechter en partij zijn, dat is mijn dogma. Je moet een buffer vormen tussen de eigenaars – in ons geval vaak grote buitenlandse institutionele beleggers – en de huurders, en dat op een heel transparante, goed gestructureerde en neutrale manier. Een vastgoedbedrijf dat zelf panden in eigendom heeft, zal in tijden van crisis eerder geneigd te zijn het eigen vastgoed aan te bieden en daarop extra kortingen te geven.’

Is er al sprake van een heropleving op de kantoormarkt?

‘Nee, de kantoormarkt ligt erg moeilijk en zal ook moeilijk blijven, zeker in Brussel. Alleen in stationslocaties zit een geweldige toekomst. Omwille van het mobiliteitsprobleem zie je daar alle grote take-ups. De volgende stap zijn de groene gebouwen. Alleen is het de vraag wie de prijs van de vergroening zal dragen met zo’n kleine marktvraag. Er komen weinig nieuwe bedrijven bij, onze fiscaliteit is niet aanlokkelijk en grote centra als Londen, Parijs en Amsterdam zijn zeer nabij.’

Is er nog ruimte voor groei in de shoppingcenterwereld?

‘Zeker. Onze steden zullen de leisure centers blijven, de plekken waar het aangenaam is om te shoppen en een weekend door te brengen. Met onze demografie zullen ook fun shopping en run shopping in baanwinkels een steeds hogere vlucht kennen.’

Blijft immo Hugo Ceusters weg van residentieel vastgoed?

‘Zeer tot mijn spijt wel, al zou ik dat op mijn oude dag wel graag doen. De residentiële markt functioneeert volgens een heel ander tijdschema, met veel avond- en weekendwerk, en een andere deontologie. Je werkt niet alleen op rendabiliteit, maar ook op emotionaliteit. Uit menselijke interesse en uit liefde voor mooie huizen zou ik ooit graag residentieel vastgoed aanbieden, maar dan via een aparte entiteit.’

 

BESTE INVESTERING

‘Opleidingen. Voor mijn kinderen, mezelf en mijn medewerkers. Het is een enorme upgrading voor iedereen, en het is niet erg als het rendement niet meteen zichtbaar is.’

 

SLECHTSTE INVESTERING

‘Tegen beter weten in heb ik me destijds een beetje gewaagd aan Lernout & Hauspie, omdat ik de spraaktechnologie zo fantastisch vond. Het ging om een klein bedrag, maar ik was alles kwijt.’

 

Verschenen in De Standaard op 16 mei 2011

Wat goed is voor het klimaat, is goed voor de economie

De Europese economie aanzwengelen door de klimaatdoelstellingen aan te scherpen: dat is wat we moeten doen volgens een recent rapport van het Duitse ministerie voor Leefmilieu. Ook Vlaanderen lijkt bereid verder te gaan dan de geplande emissiereductie met 15% tegen 2020.

Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege is voorstander van een emissiereductie met 30% voor alle industrielanden. Minister Schauvliege zit daarmee op één lijn met haar collega-ministers uit Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittanië en met een onlangs gepubliceerd rapport, A New Growth Path For Europe. Generating Prosperity and Jobs in the Low Carbon Economy, een gezamenlijk werkstuk van het Potsdam Institute for Climate Impact en de universiteiten van Oxford, Athene en Parijs. Alleen is het nog even wachten in hoeverre de enthousiaste pleidooien in Europese en nationale doelstellingen worden gegoten.

Niet alleen vanuit milieu-oogpunt, maar ook vanuit economisch standpunt zijn er tal van redenen om dat te doen. Als de EU-economie verder wil groeien na de crisis, kan dat door de target van de emissiereductie die nu op 20% staat tegen 2020 te verhogen naar 30%, stelt het Growth Path-rapport. Het verhogen van de emissiedaling tot -30% leidt tegen 2020 tot de volgende effecten:

  • een toename van de groei van de Europese economie met 0,6;
  • 6 miljoen nieuwe, bijkomende jobs in heel Europa;
  • een stijging van de investeringen in Europa van 18 naar 22% van het BBP;
  • een stijging van het Europese BBP met 842 miljard dollar;
  • een stijging van het BBP met 6% in de oude en nieuwe deelstaten van de EU.

Het in de praktijk brengen van deze ambitieuzere milieudoelstelling leidt tot een groei in alle sectoren – landbouw, energie, diensten, industrie, bouw – met de grootste stijging in de bouwnijverheid, dankzij de vele aanpassingen om gebouwen energiezuiniger te maken. De uitstootreductie wordt gerealiseerd door de toegenomen energie-efficiëntie enerzijds en door de omschakeling van steenkool naar henieuwbare energiebronnen en gas. De sleutel tot de heropleving is een substantiële toename van investeringen.

Om de voorgestelde strategie van groene groei (of CO2-arme groei) te laten slagen, zijn een aantal maatregelen nodig, zoals het verstrengen van bouwvoorschriften, de standaardisering van smart grids en het ontwikkelen van leernetwerken tussen ondernemingen. Indien aan alle voorwaarden voldaan wordt, voorspelt het rapport de volgende economische groeicijfers voor België, inclusief een bijkomende daling van de werkloosheid met 2,5%.

Emissiereductie 20% Emissiereductie 30% Verschil 20% – 30%
BBP 449 miljard euro 476 miljard euro + 27 miljard euro
Werkloosheid 7,8% 5,3% – 2,5%
Investeringsniveau 101,1 miljard euro 127,7 miljard euro + 26,6 miljard euro

De groene wereldorde
Dat economie en milieu steeds meer aan elkaar gelinkt worden, is een interessante evolutie. ‘Make no mistake‘, zei Deutsche Bank-CEO Josef Ackermann op de Global Metro Summit in Chicago, op 8 december 2010. ‘Er zit een nieuwe wereldorde aan te komen. De race om de nieuwe leider is al begonnen. De beloning voor de winnaars is duidelijk: innoveren en investeren in schone energietechnologie stimuleert groene groei, creëert jobs en bevordert energie-onafhankelijkheid en veiligheid.’

Afgelopen zomer spraken de Duitse, Britse en Franse milieuministers zich uit voor een Europese CO2-reductie met 30%. Drie vaststellingen hebben hen tot die stap gebracht. Ten eerste zijn de emissies ten gevolge van de crisis al met 11% teruggevallen. Daardoor is de kost om de 20%-doelstelling te halen, teruggevallen van 70 naar 48 miljard euro. ‘De lat op 30% leggen kost naar schatting maar 11 miljard euro extra in vergelijking met de oorspronkelijk voorziene kost om een emissiebeperking van 20% te bereiken’, schrijven de verenigde milieuministers, die daarbij aanstippen dat die bijkomende kost minder dan 0,1% van de EU-economie vertegenwoordigt. Een derde argument is de stijgende olieprijs, die trager overschakelen naar hernieuwbare energie steeds duurder maakt.

Ook de Vlaamse milieuminister Joke Schauvliege (CD&V) sluit zich bij dit pleidooi voor -30% aan, weliswaar onder voorwaarden. ‘Vlaanderen is voorstander dat de EU tegen 2020 zijn emissies van broeikasgassen met 30% reduceert ten opzichte van de niveaus van 1990,’ luidt het. Maar dit kan alleen ‘op voorwaarde dat de andere ontwikkelde landen (VS, Japan, Rusland…) zich tot vergelijkbare emissiereducties verbinden en dat de meer ontwikkelde ontwikkelingslanden (China, India, Brazilië…) een bijdrage leveren die in verhouding staat tot hun verantwoordelijkheden en capaciteiten.’

25% tegen 2020
Dat de VS en Rusland in een dergelijk scenario zouden meestappen, lijkt onwaarschijnlijk. Wat wel haalbaar lijkt, is een emissiereductie met 25% tegen 2020 op Europees niveau. Brigitte Borgmans, persdadviseur van minister Schauvliege, stelt: ‘De Europese Commissie heeft recent een roadmap voorgesteld voor een veilige en duurzame koolstofarme economie in 2050. In dat rapport wordt een unilaterale Europese doelstelling voorgesteld van – 25% tegen 2020. Er worden ook sectorale targets voorgesteld.’

‘Er zijn in Vlaanderen al belangrijke concrete inspanningen gedaan door bedrijven en particulieren,’ stelt Brigitte Borgmans. ‘Momenteel bereidt minister Schauvliege een nieuw Klimaatbeleidsplan voor de periode 2013-2020 voor. Zoals in het huidig Vlaams Klimaatbeleidsplan zullen ook in het nieuwe plan concrete maatregelen staan om in verschillende sectoren (transport, gebouwen, landbouw, kleinere bedrijven) de uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen verder te verminderen. Met haar Europees pleidooi voor duurzaam materialenbeheer heeft de minister een extra impuls gegeven aan de ontwikkeling van een duurzame, op cradle to cradle-principes gestoelde economie.’

Met hoeveel de emissies in Vlaanderen precies zullen worden verminderd in de komende periode, staat nog niet vast. ‘Er is een verschil tussen de totale emissiereductie op Europees niveau en de inspanningen die elk land afzonderlijk moet doen’, legt Brigitte Borgmans uit. ‘Wat dat betreft, bekijken wij in Belgisch verband tot welke inspanningen elke deelstaat zich zal engageren. Voor het einde van dit jaar zou alles op punt moeten staan.’

-7,7 % in 2009
Hoe staat het ondertussen met de realisatie van de doelstellingen van Vlaanderen? Het kabinet Leefmilieu stuurde op woensdag 23 maart een enthousiast persbericht rond, waarin het evenwel toegaf dat de gerealiseerde reductie van -7,7% (in vergelijking met 1990) gedeeltelijk een gevolg is van de economische crisis en waaruit ook blijkt dat er nog heel wat werk aan de winkel is.

Nader toezien leert dat er een stevige daling van de CO2-uitstoot valt waar te nemen in de industrie, de landbouw en de elektriciteitsproductie. De CO2-uitstoot nam in die negentien jaar echter toe voor de sectoren transport en gebouwen. Wat gebouwen betreft, is het de hoogste tijd om werk te maken van nog strengere (ver)bouwnormen en nog meer isolatie. Dubbel glas, geïsoleerde daken en efficiënte stookinstallaties moeten de norm worden in Vlaanderen, met speciale initiatieven voor de lagere inkomens. Op het gebied van transport lijkt het logisch om nog veel sterker in te zetten op openbaar vervoer, en waar mogelijk over te schakelen op trein- en binnenvaarttransport voor goederenverkeer.

Aandeel van de diverse sectoren in de broeikasgasuitstoot in 1990 en 2009
(Bron: Kabinet Leefmilieu Vlaanderen):

Sector 1990
(kton CO2-eq)
2009
(kton CO2-eq)
Elektriciteitsproductie 13.824 11.752
Industrie 36.170 29.026
Gebouwen 14.168 16.622
Transport 12.451 15.579
Landbouw 10.372 7.242
Totaal 86.986 80.220

 

Verschenen in Argus Actueel, 25/3/2011