‘Een echte oplossing voor Fukushima bestaat niet’

Anders dan de doorsnee documentairemaker of journalist heeft de Franstalige Belg Alain De Halleux met zijn diploma van nucleair chemicus een extra wapen op zak als het op het analyseren van kernenergie en kernrampen aankomt. De Halleux beschikt dan ook over een stevige wetenschappelijke achtergrond. Zijn verontwaardiging over hoe we met kernenergie omspringen, wordt er alleen maar groter door.

Toen Alain de Halleux zijn diploma van nucleair chemicus op zak had, besloot hij dat zijn toekomst in de kunstwereld lag. “Ik had nucleaire chemie gestudeerd om de wereld te begrijpen, maar besefte dat kunst me meer kon leren”, zegt hij daarover. Toen kon hij nog niet vermoeden dat zijn achtergrond van pas zou komen bij twee spraakmakende tv-documentaires over de nucleaire industrie: RAS nucléaire, rien à signaler (2009), over de jumpers die gevaarlijk werk leveren in de nucleaire industrie en Tchernobyl 4 ever (2011), een documentaire die hij een kwarteeuw na de ramp ter plaatse maakte.

Wat is u het meest opgevallen in Tsjernobyl?
Alain de Halleux: Mogen het ook tien dingen zijn? (lacht) De eerste keer dat ik er kwam, was het zomer. Toen heb ik het mysterie gevoeld van de zone [het gebied in een straal van 30 km rond de reactor, red.]. Radio-activiteit is onzichtbaar en de natuur is er zo mooi – maar je weet dat er iets niet klopt. Je durft niets aan te raken, je voelt je ongemakkelijk. De tweede keer was het winter, de schoonheid van de plek was subliem. Het had gesneeuwd en dat beschermt de bezoekers een beetje. Ik voelde me almost safe. De derde keer was het terug zomer, een droge en winderige periode. Toen was het gevaarlijk. Ik stond in de zone toen een vrachtwagen stof liet opwaaien en dat heb ik ingeademd. Ik heb meteen een douche genomen. Toen was ik echt bang, ik dacht dat ik besmet was. Gelukkig bleek er na een medisch onderzoek niets aan de hand. Dat wil zeggen: cesium kan men detecteren in de mens, plutonium niet. Tsjernobyl bezoeken blijft een beetje Russische roulette spelen.

Uit uw documentaire blijkt dat er veel is dat we niet weten over Tsjernobyl. Hoe verklaart u dat?
Alain de Halleux: De laatste zin van de documentaire luidt: “De mens heeft een kort geheugen, maar een atoom leeft heel lang.” Dat vat het wel een beetje samen. Niemand vond het nodig om nog een film over Tsjernobyl te maken. Maar niemand weet precies wat er is gebeurd, en zeker niet wat er zich daar nu afspeelt. Het gangbare beeld is dat van een ruïne, verlaten door de mens in afwachting dat de radio-activiteit vermindert. Maar al een kwarteeuw werken daar duizenden mensen om de toestand onder controle te houden. Nog zoiets: na de ramp groeide er een consensus voor een kernuitstap in Europa, maar men heeft niets ondernomen om kernenergie te vervangen. Gaandeweg waren we blijkbaar vergeten hoe gevaarlijk kernenergie is.
Wat is het ergste dat er nu nog in Tsjernobyl nog kan gebeuren?
Alain de Halleux: Een moeilijke vraag. Om te beginnen bestaat er geen enkele wetenschappelijke methode om te bepalen hoeveel kernbrandstof er nog aanwezig is onder de sarcofaag [het betonnen omhulsel dat de voormalige reactor 4 bedekt, red]. Men weet niet precies hoeveel kernbrandstof er opgebrand is. De radio-activiteit ter plaatse meten, volstaat ook niet. De realiteit is onbekend, en zo wordt Tsjernobyl een spiegel van wie er naar kijkt. Volgens Greenpeace is de meeste kernbrandstof opgebrand en de radio-activiteit verspreid over Europa, volgens regeringsbronnen is er nog wel veel kernbrandstof aanwezig. De waarheid is dat we niet weten hoeveel fuel er nog is, en evenmin in welke toestand die zich bevindt.
Vijfentwintig jaar lang hebben we gehoord dat Tsjernobyl eenmalig en uitzonderlijk was. De ramp in Fukushima Daiichi heeft het tegendeel bewezen. Moeten we ons in België ook zorgen maken?
Alain de Halleux: Zeker en vast. In mijn film Rien à signaler wordt duidelijk dat we ons in de eerste plaats zorgen moeten maken over de mensen die in de kerncentrales werken. Niet alleen aardbevingen kunnen rampen veroorzaken, maar ook mensen die onder te hoge druk staan. Tegenwoordig geeft men de werknemers in de nucleaire sector zelfs niet de tijd of de middelen om hun werk goed te doen. In elk geval is de manier waarop deze sector wordt gerund niet de best mogelijke manier.
In uw film vertelt een werknemer van een kerncentrale dat het allemaal veel erger is geworden sinds Suez de kerncentrales runt. “We evolueren van een nulrisico naar een berekend risico,” zegt hij onomwonden.
Alain de Halleux: Wat mij het meest verbaast is dat de politiek niet ingrijpt. Los van alles wat je denkt of weet over kernenergie is het zoals met elke techniek: je kan het op een goede of een slechte manier gebruiken. Maar kernenergie botst met de economische logica. Als GDF/Suez, de groep achter Electrabel, zou besluiten Doel 1 of Tihange 1 stil te leggen omdat het gevaarlijke reactoren zijn, wordt het bedrijf afgestraft door de aandeelhouders en zou het geld verliezen. Suez kan zulke beslissingen niet nemen en is dus verplicht zijn operaties voort te zetten en iedereen ervan te overtuigen dat alles prima gaat. Kernenergie kan niet veilig functioneren in een concurrentieel economisch systeem.
Zou u meer vertrouwen hebben in kerncentrales die niet door een commercieel bedrijf maar door een overheidsdienst worden uitgebaat?
Alain de Halleux: Ik denk dat het risico in dat laatste geval zou afnemen. Zo zou je ook een echt politiek debat kunnen voeren over welke energie we voor onze kinderen willen. We zouden opnieuw van de veiligheid de eerste prioriteit kunnen maken. Als een reactor te oud is, zouden we makkelijker kunnen beslissen om hem stil te leggen in het kader van het algemeen belang. Nu is het zo dat onze centrales in handen zijn van de Fransen, die niet de minste langetermijnvisie hebben op energie. Als de centrales eigendom waren van de overheid, zouden we de winsten kunnen gebruiken om te investeren in hernieuwbare energie en om de mensen die in de centrales werken beter te betalen.
Maar tot nader order vloeien de grote winsten van oude kerncentrales naar Electrabel, zegt de CREG.
Alain de Halleux: Men zegt altijd maar “C’est le nucléaire ou la chandelle” [kernenergie of kaarsen, red]. Mijn standpunt is: als we vandaag niet van kernenergie afstappen, zullen onze kinderen het inderdaad met kaarsen moeten doen. Waar liggen de plannen die bewijzen dat Doel 1 nooit het estuarium van de Schelde zal vervuilen, of Tihange 1 de Maas? Ik wil ze zien! Ik ben kwaad dat geen enkele politicus zich daarmee bezig houdt.
Hoe staat u tegenover het argument dat kernenergie een wapen kan zijn tegen klimaatsverandering?
Alain de Halleux: De kernlobby verwijt haar tegenstanders dat ze Fukushima emotioneel uitbuiten, maar zij hebben uiteraard geen emotioneel misbruik gemaakt van de angst voor de klimaatsverandering. (lacht) Bovendien klopt hun argument niet. Kernenergie levert wereldwijd ongeveer 15% van de energie en is dus te klein om iets te betekenen op het gebied van klimaatsverandering.
Kunnen we in Fukushima lessen trekken over wat er in Tsjernobyl is gebeurd?
Alain de Halleux: Ik heb al her en der horen beweren dat men in Fukushima dezelfde oplossing zou overwegen als in Tsjernobyl, en dat baart me zorgen. Want de oplossingen van Tsjernobyl zijn niet toepasbaar in Fukushima. De sarcofaag in Tsjernobyl is door duizenden mensen gebouwd op hoog-radioactief materiaal, en dat is allemaal nogal slordig en snel gebeurd. Zo’n sarcofaag zou nooit een zware aardbeving doorstaan. In Fukushima moet je vier reactoren onder handen nemen, vier sarcofagen die aan aardbevingen van negen op de schaal van Richter moeten weerstaan. Dat is onmogelijk.
Wat kan er dan wel worden gedaan?
Alain de Halleux: Een andere oplossing is de brandstof weg te halen, maar dat is onhaalbaar. Zodra je die uit het water haalt, geraakt iedereen er rond radio-actief besmet. De splijtstofstaven zijn beschadigd, er ligt overal afval… Ik ben geen ingenieur, maar ik kan me geen langetermijnoplossing voor Fukushima voorstellen. Helaas hoor ik ook van experten geen visie voor de toekomst. Ik vermoed dus dat Fukushima gewoon jarenlang op het gemakje zijn radio-activiteit in de atmosfeer zal blijven verspreiden. Dat we te horen zullen krijgen dat de hoeveelheid cesium in de lucht de afgelopen zomer is verdubbeld, zoals we ook berichten horen over het fijn stof in Brussel. We zullen er wel gewoon aan worden. Verschrikkelijk toch?

 

Kernenergie na Fukushima Daiichi

De dreiging van een nucleaire ramp in Japan zet de discussie tussen voor- en tegenstanders van kernenergie op scherp. Sommige landen die kernenergie zagen als een manier om hun CO2-voetafdruk te verkleinen, vertonen tekenen van aarzeling.

Niemand kan zeggen hoe erg de situatie in de kerncentrale van Fukushima Daiichi zal escaleren. In eerste instantie was er sprake van een gedeeltelijke meltdown van de reactorkernen van twee, mogelijk drie reactoren. Dat betekent dat de branstofstaven die de nucleaire reactie veroorzaken gedeeltelijk aan de lucht zijn blootgesteld, waarbij radioactiviteit vrijkomt. Dat is het gevolg van een opeenstapeling van gebeurtenissen, die begon met de zware aardbeving en dito tsunami van 11 maart.

De aardbeving zorgde ervoor dat veiligheidssystemen de reactoren 1, 2 en 3 van Fukushima Daiichi automatisch stillegden. Maar een nucleaire reactie kan je niet in een handomdraai stopzetten. Het koelsysteem dat de brandstofstaven moest blijven afkoelen, werkte niet of niet naar behoren. De noodgeneratoren die het koelwater moesten laten circuleren als de stroom uitvalt, werden overspoeld door de tsunami. Daardoor liep de hitte in de reactoren op, moest er radioactief gas worden geloosd, en vonden er al drie ontploffingen plaats door de vorming van waterstof.

Tsjernobyl

Een ramp van Tsjernobyl-afmetingen werd aanvankelijk onmogelijk geacht, want de Japanse reactoren zitten dubbel verpakt in een stalen en betonnen omhulsel. Bij de veel grotere reactor van Tsjernobyl ontbrak een dergelijk omhulsel. Een (gedeeltelijke) kernsmelting betekent wel dat de getroffen Japanse kernreactoren voorgoed buiten dienst zijn. De reactoren zullen de komende weken en maanden blijvend gekoeld worden met zeewater, en het is onvermijdelijk dat daarbij enige radioactieve straling blijft vrijkomen. Buiten de centrale van Fukushima Daiichi en zelfs tot in Tokio wordt nu al een verhoogde radioactiviteit gemeten. Nog zorgwekkender is dat er inmiddels wellicht een breuk is ontstaan in de donutvormgie structuur onder reactor 2, waardoor er permanent damp kan ontsnappen die radioactieve deeltjes bevat.

Er moeten een paar serieuze vraagtekens geplaatst worden bij de keuze van Japan voor kernenergie, bij de manier waarop de centrales zijn gebouwd, en bij het type dat in deze kerncentrale werd geïnstalleerd. Seismoloog Katsuhiko Ishibashi van de universiteit van Kobe formuleerde in 2007 al ernstige bezwaren bij de bouwnormen die gelden voor kerncentrales in seismische risicogebieden. Volgens Ishibashi zijn de Japanse kerncentrales onvoldoende bestand tegen zware aardbevingen. In Japan zijn 55 kernreactoren actief, met een gezamenlijk vermogen van bijna 50.000 MW. Met wat we nu weten, is het zeker in een tsunamigevoelig gebied onverstandig om de noodgeneratoren op een laaggelegen terrein te plaatsen, zoals in de getroffen kerncentrale het geval was.

Ook het type reactor dat in Fukushima Daiichi werd gebruikt, doet vragen rijzen. Uit een document dat The New York Times online zette, blijkt dat er door een medewerker van de Atomic Energy Commission al in 1972 werd gewaarschuwd voor het te kleine omhulsel van de Mark 1-reactoren, wat ze meer gevoelig maakt voor explosies en breuken door een opstapeling van waterstof – precies wat nu lijkt te zijn gebeurd. Een voorstel om het gebruik van deze technologie te verbieden, werd afgeschoten ‘omdat dat het einde van kernenergie zou kunnen betekenen.’ Een woordvoerder van G.E., dat de reactor bouwde, verdedigde ‘het werkpaard van de nucleaire industrie’ deze week tegen kritiek. Op dit ogenblik zijn er nog 23 reactoren van hetzelfde type actief in de VS, al zijn er in vele gevallen wel latere verbeteringen aangebracht aan het oorspronkelijke ontwerp.

Kernenergie, schone energie?

De gebeurtenissen in Japan herinneren ons eraan dat een nulrisico niet bestaat, ook niet bij een zeer gecontroleerde activiteit in een land dat bekend staat om zijn strenge normen en procedures. Wie kernenergie gebruikt, aanvaardt in zekere mate dat er gewerkt wordt met krachten die in zeer uitzonderlijke gevallen moeilijk beheersbaar kunnen zijn en potentieel zeer schadelijk voor mens en milieu.

Vaak wordt kernenergie voorgesteld als de minst slechte oplossing, aangezien aan alles nu eenmaal risico’s zijn verbonden. Kernenergie wordt ook meer en meer naar voor geschoven als een (tijdelijke) oplossing voor de opwarming van de aarde. Met kernenergie kan je inderdaad stroom produceren zonder CO2-uitstoot. Maar in een in 2004 in Scienceverschenen artikel berekenden de Princeton-professoren Stephen Pacala en Robert Socolow dat een verdubbeling van de toenmalige wereldcapaciteit aan kernenergie goed zou zijn voor een daling van de uitstoot aan broeikasgassen met slechts 14%.

De vraag is of het sop de kool waard is, als je er rekening mee houdt dat een verdubbeling in de geproduceerde kernenergie ook een verdubbeling in het geproduceerde afval betekent. Afval dat voor honderden en in sommige gevallen zelfs duizenden jaren gevaarlijk radioactief blijft.

Zorgen voor later

Elk jaar produceren alle kerncentrales ter wereld samen ongeveer 10.000 ton zwaar nucleair afval. In 1990 bedroeg de totaal geaccumuleerde nucleaire afvalberg 84.000 ton, in 2000 was het al 220.000 ton. Tot aan het verbod in 1972 werd nucleair afval eenvoudigweg in vaten in zee gedumpt. Nu kiest men voor veiliger vormen van opslag, maar niemand kan weten welke rampen of oorlogen ons over honderd jaar treffen en risico’s inhouden voor de verspreiding van radioactief afval. Onachtzaamheid is misschien het grootste gevaar.

Uit het laatste rapport van het International Atomic Energy Agency blijkt dat veertien van haar 148 lidstaten geen degelijk beleid voeren rond kernafval. Slechts zeven landen scoren 5/5 op alle onderzochte indicatoren. Een laatste argument van de voorstanders van kernenergie is dat het de beste manier is om ons van betrouwbare elektriciteit te voorzien. Maar recente studies gepubliceerd door WWF en Greenpeace bewijzen dat een honderd procent hernieuwbaar én betrouwbaar energiescenario mogelijk is tegen 2050.

Door de nucleaire catastrofe in Japan is de hernieuwde interesse voor kernenergie bekoeld. De Duitse bondskanselier Angela Merkel schortte haar beslissing over het langer openhouden van kerncentrales met drie maanden op en besloot zeven kerncentrales die voor 1980 werden gebouwd te laten stilleggen . Zwitserland zet de vernieuwing van zijn kernenergieproductie on hold.

Maar Rusland, het land dat de wereld de ergste nucleaire ramp tot op heden schonk, zet zijn ambitieuze programma niet stop, en ook China en India volharden in hun plannen. De statistieken blijven in het voordeel van kerncentrales pleiten, zo luidt het.

Met de tikkende tijdbom kernafval is dat anders. Het feit dat kernenergie in 2012 zijn zeventigste verjaardag zal vieren, terwijl er nog altijd geen degelijke oplossing bestaat over hoe we op lange termijn moeten omspringen met kernafval, zou tot nadenken en handelen moeten stemmen.

Verschenen in Argus Actueel, 15 maart 2011, update 16 maart