Transport: de vervuiler betaalt

Na drie jaar onderhandelen is de nieuwe Eurovignetrichtlijn een feit. Het is een manier om transport minder vervuilend te maken én om de opbrengst (helaas slechts gedeeltelijk) te investeren in de verduurzaming van het transport.

Vlaams Europarlementslid Saïd El Khadraouï, die als rapporteur en hoofdonderhandelaar bij de totstandkoming van de richtlijn betrokken was, spreekt op zijn blog van ‘een kleine revolutie’ en ‘een belangrijke doorbraak.’ Het op 7 juni door het Europees parlement goedgekeurde compromis houdt in dat in de toekomst een nieuwe heffing (van 3 à 4 eurocent per km) mag worden geheven voor vrachtwagens vanaf 3,5 ton. Het is om te beginnen een manier om de verkeersdrukte te spreiden in de tijd en zo de files te verkleinen. Tijdens maximaal vijf piekuren per dag kan de elektronische wegentaks tot 175% boven het gemiddelde liggen. Zo worden vrachtwagens aangemoedigd om zoveel mogelijk buiten de traditionele file-uren te rijden. Een deel van het geld dat de luchtvervuiling en het lawaai dat transport produceert, wordt geïnvesteerd in de wegeninfrastructuur: (slechts) vijftien procent van de nieuwe heffing moet verplicht gebruikt worden om te investeren in duurzame trans-Europese transportinfrastructuur.

Terwijl het huidige Eurovignet (in voege sinds 2006) enkel gold voor het zogenaamde trans-Europees transportnetwerk, biedt het nieuwe vignet landen de mogelijkheid om een vergoeding te vragen voor vrachtwagens op alle wegen. De kost per vrachtwagen hangt af van de mate waarin hij het milieu vervuilt. Vrachtwagens die voldoen aan de hoogste norm (Euro VI), worden het eerste jaar vrijgesteld van heffingen op de luchtvervuiling. Maar vrachtwagens die gevoelige gebieden als de Alpen doorkruisen, worden dan weer tot 25% zwaarder getroffen, en vervuilende oudere vrachtwagens moeten meer taks betalen. Door deze gedeeltelijke internalisering van milieukosten worden de transportbedrijven aangemoedigd om hun vloot versneld te verjongen.

 

Kritiek

Niet iedereen vindt dat deze nieuwe richtlijn ver genoeg gaat. Rapporteur Saïd El Khadraouï geeft zelf aan dat er nog heel wat werk aan de winkel is. De Groene Europarlementsleden spreken van ‘een gemiste kans om milieukosten en de kosten van de klimaatsverandering echt door te rekenen’, maar ze keurden het akkoord wel mee goed. Het Duitse groene Europarlementslid Michael Cramer wijst onder andere op het ontbreken van externe kosten zoals de schade aan de biodiversiteit en de afhankelijkheid van olie. Francesco Del Boca van de Europese wegtransportbond hekelt het feit dat ‘de richtlijn niet garandeert dat de externe kosten die veroorzaakt worden door transport zullen worden verminderd: lidstaten kunnen doen wat ze willen met de inkomsten.’

Hoop op een wereld zonder pesticiden

De Nederlandse documentairemaker Jan van den Berg komt op 18 mei naar Antwerpen voor de Belgische première van Silent Snow, waarin een jonge Inuït-vrouw op zoek gaat naar de oorzaak van de vervuiling van haar geboortestreek.

 

‘Als je film klaar is, worden we dan allemaal geacht zelfmoord te plegen?’, vroeg de buurman van Jan van den Berg toen die hem vertelde over hoe pesticidegebruik aan de ene kant van de wereld dodelijke gevolgen heeft elders. Zelfmoord is niet aan de orde. De ervaren regisseur en antropoloog slaagde erin de problematiek van de persistente organische pesticiden (kortweg ‘pops’) in een menselijke en vaak ook grappige film te verwerken. Van den Berg is ervan overtuigd dat zijn film de wereld een beetje kan veranderen.

 

Hoe kwam u op het idee Silent Snow te maken?

‘Ik werd aangesproken door de Nederlandse pop-hunter Jan Betlem, maar zag het helemaal niet zitten om een film over gif te maken. Al die ellende, daar zit geen documentaire in, dacht ik. Toen kwam de aankondiging van het International Polar Year en het bericht dat er hoge waarden van pesticiden in het bloed van Inuït waren gevonden. In Amsterdam liep ik een Inuït tegen het lijf, Ole Jørgen Hammeken, een wereldreiziger en poolkenner. Hij zei dat ik naar Uummanaq moest, een stad in Groenland, die hij als de mooiste plek van de wereld omschreef. Als je er eenmaal geweest bent, moet je er altijd terugkeren. En hij had gelijk. Ik ben er ondertussen al vier keer geweest.’

De mooiste plek ter wereld blijkt ernstig vervuild. Weten de inwoners dat?

‘Ja, maar er wordt haast niet over gepraat. Heel vreemd. Zelfs in de schoolboeken staat dat het niet goed is voor jonge vrouwen om het vet van zeehonden en walvissen te eten, maar verder wordt daar niet op ingegaan. Het dieet van de Inuït is van oudsher afgestemd op dat vet, nodig om daar te overleven. Ze zeiden tegen me: “Het is vreemd dat we ons moeten behelpen met geïmporteerd voedsel, afkomstig uit de gebieden die onze regio vervuilen.” Merkwaardig is nog dat de Groenlanders gelaten aanvaarden dat er elders in de wereld DDT wordt gespoten om malaria te bestrijden. En net als wij praten ze liever niet over slecht nieuws. Wat kan je er tenslotte aan veranderen als je in Groenland woont en je wordt vergiftigd door de rest van de wereld?’

Is daar wetenschappelijk bewijs voor?

‘Zeer zeker. We zijn volop bezig een website te bouwen vol verwijzingen naar onderzoeksresultaten. Je zal via de website ook kunnen checken welk bedrijf deugt en welk niet. In de film wou ik geen bedrijven aanvallen, want misschien handelen ze volgend jaar wel beter. Op de website vind je de actuele informatie, ook over zaken als pesticidenvrije katoen.’

Hoe komen die pesticiden in Groenland terecht?

‘Het blijkt dat alle oceaanstromingen en winden de neiging hebben om naar het noorden te gaan. Het getransporteerde gif daalt er neer als sneeuw, en komt via kleine visjes en steeds grotere vissen in het vet van andere dieren terecht en vergiftigt zo de hele voedselketen, met de mens aan de top.’

Worden er dan nog zoveel pesticiden geproduceerd en gebruikt?

‘Waanzinnig veel. En dat ondanks de publicatie van Silent Spring in 1962, dat op de gevaren van DDT wees, en tal van Stockholm-conventies die het gebruik van pesticiden aan banden hebben gelegd. Maar als een fabriek in één land wordt gesloten, begint er één in een ander land te produceren.’

Dat klinkt als een hopeloze strijd. Of is er toch wat aan te doen?

‘Toch wel. Op de voorstelling van de film in Genève stond een Indische arts op, die met emotie in zijn stem zei: “Ik zal vanaf nu mijn leven wijden aan het sluiten van deze fabriek en het stoppen van deze misstanden.” Je moet trouwens niet denken dat de Indiërs de grootste vervuilers zijn. Costa Rica staat op één in de wereld wat pesticidengebruik betreft, Colombia op twee, en nummer drie is Nederland. In de Nederlandse bollenteelt wordt zeer veel Imidacloprid gebruikt, met verschrikkelijke gevolgen voor de bijenteelt.’

Moeten pesticiden volgens u helemaal worden afgeschaft?

‘Ik ben heel erg van het cradle to cradle-principe, waarbij je alleen maar die producten gebruikt die weer opgenomen kunnen worden door het milieu. En dat is niet het geval voor de persistente organische pesticiden, ook wel bekend als de dirty dozen, alhoewel een actuelere naam dirty nineteen zou zijn, want het zijn er alweer meer geworden. Het zijn extreem giftige verbindingen die tot in lengte van dagen onafbreekbaar zijn. Het is allemaal nog een beetje slecht georganiseerd in de wereld, want de chemische lobby heeft wel handenvol geld om pesticiden te promoten, terwijl er heel wat alternatieven beschikbaar zijn waarover je veel minder hoort. DDT spuiten om malaria te bestrijden, dat is ontzettend achterhaald. De muggen worden er immuun voor, muskietennetten zijn veel efficiënter. In de Indische katoensector ligt het pesticidengebruik zeer hoog, maar het onderzoek dat daarrond gebeurt, wordt gefinancierd door de chemische industrie. Negatieve berichten worden op die manier uitgesloten.’

Ziet u nog een sprankeltje hoop, wetende dat de mens vijftig jaar na Silent Spring nog altijd zijn lesje niet heeft geleerd?

‘Ik geloof sterk in het effect van de screenings van de film. De reacties zijn heel hevig. Mensen putten hoop uit de film, en het was een ontzettende klus om dat te bewerkstelligen. Overal waar we komen, hoor ik een positief verhaal. Mensen worden zich steeds meer bewust van het belang van zorgvuldig omgaan met hun omgeving. Ik ben door de eerste screenings erg gelukkig dat ik erin geslaagd ben geen boodschap van wanhoop, maar één van hoop te verspreiden.’

Verschenen in Argus Actueel, 10 mei 2011

‘De aarde is een interactieve bol’

Poolreiziger Dixie Dansercoer verzorgt op 18 mei de inleiding op de documentaire Silent Snow. De film vertelt hoe pesticiden afkomstig uit de hele wereld zich opstapelen in het hoge Noorden en er het ijs vervuilen en het voedsel van de Inuït vergiftigen. Bijna vijftig jaar nadat het boek Silent Spring in 1962 de verwoestende gevolgen van pesticiden op het milieu aanklaagde, blijkt de mens dus nog altijd in hetzelfde bedje ziek.

Dixie Dansercoer is goed geplaatst om een film in te leiden die aandacht vraagt voor de gevolgen van wat wij doen op de fragiele polen. In 1997-1998 stak hij samen met Alain Hubert als eerste het continent Antarctica over op ski’s (3.932 km in 99 dagen). In 2007 slaagde Dansercoer, opnieuw samen met Hubert, voor het eerst in de geschiedenis in een oversteek van de Arctische oceaan op ski’s van Siberië naar Groenland (1.800 km in 106 dagen).
Merkte je op de Noordpool iets van de onzichtbare vervuiling waar de film het over heeft?
‘Absoluut. We zijn veel in contact geweest met de Inuït en de andere mensen die in Groenland, Canada en Alaska met de vervuiling worden geconfronteerd. Het is er een bekend feit en er bestaat ook wetenschappelijk onderzoek dat de aanwezigheid van pesticiden in het Noordpoolgebied bevestigt.’
Komen ook andere giftige producten en afvalstoffen op de Noordpool terecht?
‘Vervuiling is een wereldgegeven dat niet alleen plaatsvindt in je achtertuin als je een bus CFK’s leegspuit. Vervuiling gaat de wereld rond. De aarde is een interactieve bol: als we hier ons afval niet beperken en sorteren, heeft dat elders gevolgen. Het grote gevaar bestaat erin dat we altijd alleen maar in ons eigen cirkeltje kijken. Mijn taak bestaat erin de mensen verder te laten kijken en ze te doen beseffen dat ze de globe bedreigen als ze het milieu slecht behandelen.’
Wat zijn de grootste problemen die de poolgebieden treffen?
‘Er is duidelijk minder meerjarig ijs, dat zie je als poolreiziger omdat je oog krijgt voor de subtiliteiten van de verschillende soorten ijs. Dat betekent minder dik ijs, meer open water, minder ijsblokken die de tekenen dragen dat ze de warme zomer hebben overleefd. Anderzijds waren de condities dit jaar dan weer optimaal en konden we perfect vorderen. Ik hoed me ervoor om zelf grote uitspraken te doen over wat er precies aan de hand is. Ik ga liever voort op nauwkeurig verricht wetenschappelijk werk. Daaruit blijkt onweerlegbaar het afslanken van de Arctische oceaan. Maar door het enorme ozongat dat zich momenteel boven de Noordpool bevindt, vindt er een sterke afkoeling plaats van de Noordelijke IJszee, waardoor er momenteel weinig open water is en een goed ijstapijt.’
Je volgende expeditie, Antarctic Ice (november 2011-februari 2012) staat in het teken van milieubewustzijn. Hoe is dat gegroeid?
‘Door de jaren heen heb ik een forum gekregen om de mensen toe te spreken en ze in een bepaalde richting te doen bewegen. Ik doe dat op een heel zachte manier omdat ik besef dat de aanpak van het opgeheven vingertje niet werkt. De mensen hebben al een overdosis doemscenario’s moeten slikken, dat pakt niet meer. Ik ben voor een open communicatieplatform waarbij mensen voor zichzelf moeten uitmaken of ze iets aan de situatie willen veranderen. Dat kan door sterke getuigenissen en door de wetenschap erbij te halen om de onweerlegbaarheid te benadrukken. Zo kan je zonder paniek te creëren de mensen vriendelijk vragen om iets te doen voor het milieu.’

Het is mooi dat je mensen hoopt te inspireren, maar is het niet zorgwekkend dat bijna vijftig jaar na Silent Spring het probleem van pesticiden nog altijd bestaat? Hoe zou dat komen?

‘Het zit in onze genen om lui te zijn. We zijn beesten die liever de bessen naast ons zien groeien dan dat we op jacht zouden gaan. De mens zit niet langer in de fase van overleven, maar moet bewogen worden om met zijn intellect de wereld te behoeden voor een aftakeling van het milieu. Dat vergt energie en de mens is een luiaard. Zelf hou ik meer van produceren dan van consumeren, maar niet iedereen zit zo in mekaar.’

Wat zijn volgens jou de belangrijkste stappen die elk individu kan zetten?

‘Het is een verhaal van kleinschalig denken. We kunnen niet allemaal Barack Obama of een topwetenschapper zijn. Maar we moeten beseffen dat elke steen die we verleggen een impact heeft. En als je je daarvan bewust bent en je durft erover spreken, dan gaat het viraal. Je mag niet te groot gaan denken, dat heb ik voor mezelf ook al uitgemaakt. Dan word je toch maar met je neus op de feiten gedrukt en daar word je alleen maar weemoedig van. Ik doe het dus in mijn dagelijkse leven maar zoals op het ijs: stapje voor stapje creëer je de beste kansen om je expeditie tot een goed einde te brengen.’
Hoe probeer je zelf de impact van je expedities op het milieu te beperken?
‘Ik denk dat ik zonder blozen kan zeggen dat we een schoolvoorbeeld zijn van minimale impact. Tijdens een expeditie van honderd dagen genereren wij niet meer dan 1,02 kilo afval. Dat is wat overblijft van de verpakking van onze voedselrantsoenen: een bio-afbreekbare, thermo-retractabele folie die we boven een vlammetje laten krimpen tot een bolletje en mee naar huis brengen. Nu, als ik dat eerlijkheidshalve vergelijk met wat ik thuis produceer aan afval, dat is zelfs met de beste wil van de wereld verschrikkelijk. Honderd dagen huishoudelijk afval op een hoop, je zou er beschaamd van worden.’

Ben je een optimist? Denk je dat het nog deze eeuw terug goed komt met de polen, het milieu en het klimaat?
‘De tekenen zijn er al. We krijgen ook heel positieve berichten te horen. Er zwemmen terug vissen in de Schelde, ik zeg maar iets. Ik zou graag nog veel meer positieve berichten zien, maar we lezen nog altijd liever berichten over mensen die elkaar het leven zuur maken dan over een vogeltje dat is teruggekeerd naar onze contreien.’

Wat mogen we op 18 mei van jou verwachten?
‘Ik wil die sterke documentaire even in een groter kader plaatsen door iets te vertellen over mijn voorbije en komende expedities. Maar wat ik vooral wil, is de aanwezigen aanmoedigen om te ageren.’

Verschenen op Argus Actueel

 

Het meisje in de cirkel

De Italiaanse fotojournalist Francesco Zizola (°Rome, 1962) schreef al acht World Press Photo Awards op zijn naam, waaronder de World Press Photo of the Year in 1996. Hij publiceerde vijf fotoboeken en is mede-oprichter van het in Amsterdam gevestigde foto-agentschap NOOR. Voor De Klik koos hij deze foto.

Als een van de eerste West-Europese journalisten bracht Francesco Zizola verslag uit van de gevolgen van de milieuvervuiling rond het Aralmeer, een van de verschrikkelijkste door de mens veroorzaakte milieurampen van onze tijd. ‘De gezondheid van de mensen die wonen rond het Aralmeer, ooit een van de grootste meren ter wereld, lijdt nog altijd onder het overmatig gebruik van pesticiden bij de katoenproductie’, legt Zizola uit. ‘Kinderen die er geboren worden hebben massaal last van misvormingen en leukemie.’

Pas in 1997 sijpelde nieuws over deze problematiek door naar het Westen en Zizola reisde er naar toe. ‘De magazines die ik op voorhand contacteerde, waren niet zwaar onder de indruk van het verhaal. Dus besloot ik de reportage met eigen middelen te financieren. Uit ervaring weet ik dat het achteraf altijd wel lukt om de beelden te verkopen.’

Wat zien we precies op dit meestershot? ‘Deze foto toont twee zussen op de speelplaats van een school voor kinderen met een zware handicap’, zegt Francesco. ‘Het rechtse meisje deed de hele tijd alsof ze me niet zag, de andere keek me wel aan. Het beeld met één meisje in de cirkel gevormd door een onderdeel van een speeltuig en de andere erbuiten, heeft iets mysterieus. Je kan heel wat symboliek uit dit beeld puren, niet alleen over dit specifieke verhaal, maar over fotografie in het algemeen. Hoe kadreert de fotograaf? Wat neemt hij in het vizier en wat laat hij erbuiten? Wat geeft hij betekenis en wat niet? Dat is een heel belangrijke verantwoordelijkheid, met name voor de fotojournalist.’

Hoe kwam de foto tot stand? ‘Toeval speelt altijd een rol bij fotografie’, zegt Francesco, ‘Maar als fotograaf moet je het toeval ook een handje helpen. Het oude speeltuig op de speelplaats trok me onmiddellijk aan vanwege zijn ongewone vorm. Vervolgens was het een kwestie van wachten tot de meisjes zich precies in de juiste positie bevonden, en afdrukken.’

Later trokken andere journalisten ter plaatse, het schandaal van het geslonken Aralmeer en zijn vervuilde omgeving kreeg internationale weerklank. Hulporganisaties zorgden ervoor dat de lokale bewoners terug beschikking kregen over drinkbaar water. Is dat het ultieme doel van Zizola, de wereld veranderen? ‘Fotografen kunnen de geschiedenis niet veranderen’, zegt hij. ‘We kunnen wel kiemen van een andere visie bij de mensen zaaien, de mensen beter bewust maken van de realiteit. Een van de foto’s die mij voor fotografie heeft doen kiezen, is het beeld van de jonge Kim Phúc, gemaakt door Nick Ut na een napalmbombardement in Vietnam. Een beeld dat de oorlog niet gestopt heeft, maar wel de publieke opinie beïnvloed. Misschien veranderen mijn foto’s niets of maar heel weinig, maar zelfs als het heel weinig is, zou ik daar al heel blij mee zijn. Zo heb ik ooit een vrouw ontmoet die een Braziliaans kindje had geadopteerd nadat ze een reportage van mij had gezien over Braziliaanse straatkinderen. Een bewijs dat fotografie af en toe kleine dingen in beweging kan zetten.’

De rode draad in de carrière van Francesco Zizola is focussen op het dagelijks leven van kinderen over heel de wereld. De sterkste foto’s uit dit van 1991 tot 2004 lopend project werden gepubliceerd in het boek Born Somewhere. Waarom kinderen? ‘Door de realiteit van kinderen in beeld te brengen, wou ik de mensen bewust maken van de nabije toekomst van de wereld. Het was een manier om belangrijke onderwerpen aan te snijden, zoals het milieu, oorlog, discriminatie, gezondheid, aids, malaria. Want hoe we met onze kinderen omgaan, vertelt ons hoe onze toekomst er zal uit zien – zonder dat ik daar overigens een moreel oordeel over vel.’

Na jaren in zwart-wit gewerkt te hebben, is Zizola nu een fervent kleurenfotograaf. ‘Omdat we nu dank zij de digitale technologie zo ver zijn dat je als fotograaf controle hebt over je eindproduct. Hoe het rood eruit ziet, is niet langer een kwestie van welke film je gebruikt, maar van jouw keuze. Als ik deze foto opnieuw mocht maken, zou ik waarschijnlijk voor kleur kiezen. De kleuren van de hemel daar, vol donkere wolken: ik denk dat dat ook wel zou werken. Maar dat is niet zo’n belangrijke kwestie – de echte magie van een foto zit hem altijd in de afgebeelde personages.’

www.zizola.com

Verschenen in Focus, april 2011